Advies 2025/33
Het secretariaat van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) kampt momenteel met een aanzienlijk personeelstekort.
Het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid heeft op 9 mei jongstleden beslist dat er geen vervanging komt voor medewerkers die niet langer voor het secretariaat werken.
Dit maakt het voor de NHRPH erg moeilijk om zijn opdracht als adviesorgaan naar behoren uit te voeren. Concreet betekent dit dat de NHRPH de voorziene termijnen voor het afleveren van zijn adviezen noodgedwongen moet verlengen.
Advies nr. 2025/33 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de visienota van minister Beenders betreffende de hervorming van de wet van 1987 inzake de tegemoetkomingen aan personen met een handicap.
Uitgebracht na raadpleging van de leden van de NHRPH per e-mail tussen 12/12/2025 en 19/12/2025.
1. ADVIES BESTEMD
- Voor opvolging aan de heer Rob Beenders, minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen
- Ter informatie aan de heer Frank Vandenbroucke, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding
- Ter informatie aan de heer Bart De Wever, eerste minister
- Ter informatie aan de ganse regering De Wever
- Ter informatie aan Unia
- Ter informatie aan het UNCRPD-coördinatiemechanisme
- Ter informatie aan de federale ombudsman
2. ONDERWERP
De NHRPH werd door het kabinet van minister Beenders gevraagd opmerkingen te formuleren over de eerste versie van de visienota over de hervorming van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap.
3. ANALYSE
De oriëntatienota bevat een aantal intenties die op zich interessant kunnen zijn, zoals het zoeken naar een coherenter systeem en de aandacht voor het recht op werk van personen met een handicap, maar er is onvoldoende duidelijkheid, verankering, participatie, budgettaire impact en er zijn onvoldoende garanties.
De NHRPH deelt zijn analyse in vier grote blokken op:
A. De algemene visie en de basisprincipes;
B. De bescherming van de rechten en de bestaanszekerheid van personen met een handicap (PMH);
C. Evaluatie, administratie en toegang tot rechten;
D. Beleid, budget, federaal en interfederaal kader.
Binnen deze blokken identificeert de NHRPH de elementen die:
- PRIORITAIR zijn voor de NHRPH: het gaat om cruciale eisen die expliciet en zonder ambiguïteit moeten worden opgenomen in deze visienota;
- ONAANVAARDBAAR zijn: zij druisen in tegen de fundamentele mensenrechten, het VN-verdrag inzake de rechten van de personen met een handicap (UNCRPD) of gewoonweg de “bestaanszekerheid”;
- OPGEHELDERD moeten worden: zij zijn te vaag, onvoldoende duidelijk of zouden weleens verkeerd kunnen worden geïnterpreteerd, indien ze op deze manier worden geformuleerd.
A. Algemene visie en fundamentele principes
- Onvoldoende participatie – PRIORITEIT van de NHRPH
Personen met een handicap, hun gezinnen en hun mantelzorgers worden niet betrokken bij het online onderzoek dat wordt gevoerd door Möbius voor rekening van de DG Personen met een handicap (DG HAN) over hun behoeften en hun verwachtingen betreffende de hervorming van de wet van 27 februari 1987.
De NHRPH wijst op het belang van:
-
-
- de co-creatie vanaf het begin, en vanuit de verwachtingen van de personen met een handicap ;
- een toegankelijke (in het Duits, in gebarentaal, in FALC, …) en inclusieve raadpleging;
- de vertegenwoordiging van zeer uiteenlopende handicaps en levensomstandigheden;
- de erkenning van expertise door ervaring als gelijkwaardig aan professionele expertise.
-
Hoe zal dit worden gecorrigeerd om de waarde van het eindresultaat te behouden?
- Problematische nadruk op fraude/stilte over de non-take-up (NTU) – ONAANVAARDBAAR voor de NHRPH
De visienota legt de nadruk op fraude zonder cijfers te geven over de omvang, aspecten, verhoudingen of context ervan. Ten eerste is er een groot verschil tussen een vergissing en fraude (uitgesproken, met de bedoeling om regelgeving te omzeilen) en, ten tweede zijn alle professionals het erover eens dat de regelgeving complex en onuitvoerbaar is geworden.
Tegelijkertijd wordt de niet-toegang tot rechten (NTU) nauwelijks vermeld, terwijl dat juist de echte en belangrijkste maatschappelijke uitdaging is die door de DG HAN zelf is vastgesteld: 30 % van de PMH komen niet in beeld; een van de uitdagingen van de hervorming is om hen te identificeren! Zie adviezen 2024-17 en 2025-11.
De NHRPH beschouwt het discours over fraude als:
-
-
- stigmatiserend;
- polariserend;
- en zelfs potentieel gevaarlijk voor de toegang tot de rechten zelf (criteria om fraude tegen te gaan zouden ook de NTU kunnen voeden);
- in strijd met artikelen 5 en 19 van de UNCRPD (respect voor de menselijke waardigheid).
-
De hervorming moet uitgaan van het principe van volledige inclusie voor iedereen, toegankelijkheid van de tegemoetkomingen voor iedereen die, wegens zijn of haar handicap, niet kan werken, niet autonoom kan leven of zonder hulp niet kan deelnemen aan het maatschappelijk leven.
- Onvoldoende concretisering – MOET WORDEN OPGEHELDERD
De nota bevat concepten als:
-
-
- “uniek dossier”
- “arbeidspotentieel”
- “reële noden”
- “overgangsuitkering”
- “ nieuwe evaluatieschalen”
-
Geen enkel van deze concepten is gedefinieerd. Het is dan ook onmogelijk de concrete impact ervan te beoordelen. De NHRPH zou willen dat deze concepten correct worden voorgesteld en uitgewerkt, zodat een correcte beoordeling mogelijk wordt.
Ander aandachtspunt: de integratie van AI (artificiële intelligentie) in het dossierbeheer: op welke gebieden zal AI worden gebruikt in het kader van de beoordeling en het administratief beheer van de dossiers? Dit zal onvermijdelijk een gevolg hebben voor de toegang tot rechten en de uitvoering ervan.
B. Rechten en bestaanszekerheid
- Individualisering van de rechten – PRIORITEIT voor de NHRPH
De NHRPH wijst erop dat:
-
-
- het ondergeschikt maken van de IVT/IT (inkomensvervangende en integratietegemoetkoming) aan het inkomen van de partner of van het gezin indruist tegen artikel 28 van de UNCRPD;
- het statuut van samenwonende moet worden afgeschaft;
- het recht op een individuele IVT essentieel is voor de autonomie en de financiële zelfredzaamheid;
- het statuut van gezinshoofd moet worden behouden wanneer er geen andere inkomsten in het gezin zijn.
-
- De IVT onder de armoedegrens houden – ONAANVAARDBAAR voor de NHRPH
In de visienota wordt het probleem van ontoereikende tegemoetkomingen erkend, maar nergens wordt gewaarborgd dat de IVT op zijn minst gelijk zal zijn aan de armoedegrens. Dit maakt een waardig bestaan niet mogelijk en dus is deze aanpak ONAANVAARDBAAR voor de NHRPH. Een groot aantal personen zal nooit kunnen werken: deze verplichting om te leven met een tegemoetkoming onder de armoedegrens is een vorm van discriminatie op grond van de handicap. Ter herinnering: in hun opmerkingen aan België hebben de VN-deskundigen duidelijk gevraagd om de tegemoetkomingen met spoed op te trekken tot ten minste de armoedegrens.
De hervorming mag in geen enkel geval een besparingsmaatregel zijn! Personen met een handicap moeten, al dan niet in afwachting van werk, kunnen rekenen op middelen die hen in staat stellen een waardig leven te leiden, wat vandaag absoluut niet het geval is.
- IT gekoppeld aan de “werkelijke kosten” – ONAANVAARDBAAR voor de NHRPH
De NHRPH herinnert eraan dat de samenleving is ontworpen voor valide personen: de samenleving is helemaal niet toegankelijk en brengt, in heel wat levensdomeinen, heel wat extra – zowel directe als indirecte – kosten met zich mee voor personen met een handicap.
Hierna volgen voorbeelden van extra kosten als gevolg van een ontoegankelijke samenleving:
Huisvesting
-
-
- Niet iedere woning is toegankelijk: een eerste verdieping zonder lift, een kleine studio, een appartement dat ver van winkelcentra gelegen is, … zijn vaak niet geschikt zijn voor personen met een motorische of cognitieve handicap.
- Slecht geïsoleerde en energieverslindende woningen: heel wat personen met een handicap, die vaak een laag inkomen hebben, zijn ook genoodzaakt om in slecht geïsoleerde woningen te leven.
- Toenemende energiekosten: bepaalde gezondheidsproblemen of het gebruik van medische apparatuur kunnen een hogere constante woningtemperatuur vereisen, wat leidt tot hogere verwarmingsfacturen.
-
Vervoer
Door het ontbreken van toegankelijk openbaar vervoer is men verplicht duurdere alternatieven te vinden.
-
-
- Aangepast privévervoer: frequent een beroep doen op speciale taxi’s of aankoop en onderhoud van een aangepast eigen voertuig.
- Extra kosten voor begeleiding: betalen van bijstandsdiensten om zich te verplaatsen of het openbaar vervoer te nemen.
-
Dagelijks leven en vrijetijdsbesteding
Ontoegankelijkheid heeft een kostprijs wat betreft de deelname aan het maatschappelijk en cultureel leven.
-
-
- Buurtdiensten en bezorging: in slecht bereikbare landelijke gebieden of ontoegankelijke gebouwen kunnen personen afhankelijk zijn van bezorgdiensten tegen betaling (boodschappen, maaltijden), terwijl anderen zich te voet of met de fiets kunnen behelpen.
- Culturele activiteiten en reizen: moeilijke toegang tot niet-aangepaste musea, theaters of bioscopen, of extra kosten om gespecialiseerde reisaanbieders te vinden.
-
Deze extra kosten, die vaak cumulatief zijn, dragen bij tot een toegenomen risico op bestaansonzekerheid en armoede voor personen met een handicap. De IT maakt het mogelijk een deel van deze kosten te compenseren. Aangezien de IVT onder de armoedegrens ligt, dient de IT ook voor heel wat personen voor voedsel, huisvesting, …. Heel wat personen met een handicap hebben geen sociaal of cultureel leven, niet omdat ze daarvoor kiezen, maar omdat ze gewoonweg de middelen niet hebben.
Het Verenigd Koninkrijk heeft een rapport opgesteld dat jaarlijks wordt bijwerkt en waarin het gemiddeld bedrag van 1095 £ (1252 euro) naar voren wordt geschoven, https://www.scope.org.uk/campaigns/disability-price-tag
Een onderzoek 'Handilab' (2012) vestigde de aandacht op heel wat bezorgdheden, onder andere:
-
-
-
- Als er een objectieve indicator van “rondkomen” wordt gebruikt (= met het beschikbaar inkomen door te besparen op verschillende uitgavenposten en bepaalde behoeften niet te vervullen), hebben huishoudens met één IVT/IT-gerechtigde maandelijks € 189 extra nodig.
- De extra kosten om een aantal basisbehoeften te vervullen, lopen op tot € 661 per maand.
- De indicator van levensstandaard die weergeeft in welke mate men zich een aantal consumptiegoederen kan veroorloven, neemt een tussenpositie in. De extra kosten bedragen dan € 412.
- 86 % neemt nooit deel aan activiteiten van verenigingen en 57 % is het afgelopen jaar niet op restaurant geweest.
- De meervoudige deprivatie vertaalt zich ook in het niet kunnen vervullen van een aantal basisbehoeften. 1 op 5 kan het zich niet veroorloven om om de twee dagen vlees, kip, een vismaaltijd (of een vegetarisch equivalent) te eten. 23 % kan het zich niet veroorloven om de woning voldoende te verwarmen. 71 % kan het zich niet veroorloven om jaarlijks een week op vakantie te gaan.
-
-
Heel wat zeer recente studies van de ziekenfondsen, maar ook van verenigingen, Unia, het IWEPS, enz. vestigen allemaal de aandacht op de gevolgen van een handicap wat betreft de noodzaak aan prijzige en niet-gedekte bijstand; heel wat personen met een handicap stellen hun behoeften zelfs uit wegens onvoldoende middelen.
De NHRPH herinnert ook eraan dat in heel wat situaties aan dit gebrek aan bijstand dan wordt tegemoetgekomen door een of meer mantelzorgers, heel vaak ten koste van hun eigen loopbaan, wat op zijn beurt de armoede in de entourage van de PMH doet toenemen.
Iedere vorm van rechtvaardiging van “extra uitgaven” of verantwoordingsplicht druist in tegen:
-
-
- het compensatiebeginsel (art. 19 UNCRPD);
- het principe van zelfredzaamheid;
- het principe van vrije keuze;
- de beperking van de administratieve lasten voor PMH;
- het gelijkheidsbeginsel zoals beschreven in artikel 22ter van de Grondwet.
-
De plicht om behoeften en verzoeken te rechtvaardigen, stelt personen ook bloot aan afwijzingen: bepaalde behoeften zullen op grond van de regelgeving al dan niet in aanmerking komen; ook bij de evaluatie van de persoon zullen bepaalde behoeften een geldigheidsgraad toegekend krijgen. Bijvoorbeeld, hoe zal de situatie van een persoon worden beoordeeld die zijn IT gebruikt om sport- of culturele activiteiten te financieren ten opzichte van diegene die zijn IT zal gebruiken voor werkzaamheden in de tuin, thuishulp, de aankoop van platen of boeken? Zal de situatie van een persoon die zijn of haar IT besteedt aan taxikosten om een sociaal leven te kunnen leiden minder worden aanvaard dan die van de persoon die zijn of haar IT besteedt aan fysiotherapie of een psychologische behandeling? Welke administratie, welke professional kan zich het recht toe-eigenen om te (be)oordelen in de plaats van de burger die zo goed mogelijk wil leven in een omgeving die niet voldoende of geen rekening houdt met hem of haar?
- Ten minste 28 % in een instelling – ONAANVAARDBAAR voor de NHRPH
De NHRPH bevestigt opnieuw dat deze maatregel discriminerend en achterhaald is en volledig moet worden afgeschaft. De regering moet deze kwestie rechtstreeks met de instellingen regelen en niet ten koste van personen met een handicap.
- Werk, cumulatie en activatie – MOET WORDEN OPGEHELDERD
De NHRPH steunt het recht op werk zoals beschreven in artikel 27 van de UNCRPD, maar waarschuwt voor:
-
-
- de impliciete verplichting om te werken en de vermindering van de rechten voor diegenen die een theoretische arbeidsgeschiktheid hebben;
- de onzekerheid over het behoud van de rechten in geval van herval, arbeidsongeschiktheid en onvoldoende gewerkte jaren om hun pensioen te rechtvaardigen;
- de onderschatting van de ontoegankelijkheid met betrekking tot werk (ontoegankelijkheid vervoer, ICT, vooroordelen, discriminatie in de tewerkstelling) en de veranderingen die in de regio’s aan de gang zijn. Wat gebeurt er wanneer personen met een handicap die zouden willen werken volgens de federale regering een “arbeidspotentieel” hebben, maar niet genieten van regionale begeleiding naar werk of als deze begeleiding mislukt? De overheden moeten een zeer geavanceerd en onderling op elkaar afgestemd beleid voeren, dat gaat van de wil om te werken tot de effectieve geschiktheid om te werken. Dat is de enige manier om te komen tot een volledige inclusie op de arbeidsmarkt. Iedere overheid moet haar verantwoordelijkheid opnemen op het vlak van begeleiding naar werk. De NHRPH wijst op de noodzaak van een interfederaal plan Handicap dat alle betrokken beleidsdomeinen omvat.
- het risico dat de cumulatiemaatregelen leiden tot een verlies van bestaanszekerheid;
- het vergeten van personen met een handicap die nooit zullen kunnen werken.
-
Het cumuleren van de IVT met een loon of een vervangingsinkomen mag niet langer een extra belemmering vormen. Duidelijkheid en een voorspelbaar systeem zijn een absolute noodzaak!
De nota gaat helemaal niet in op al deze kwesties. De NHRPH vraagt dringend om toelichtingen.
C. Evaluatie en toegang tot rechten
- Verschillende beoordeling door artsen en onvoldoende multidisciplinariteit – PRIORITEIT voor de NHRPH
De realiteit vestigt de aandacht op:
-
-
- grote verschillen in de evaluaties: dossiers op stukken en overeenstemmende criteria, IVT/IT die wordt voortgezet na de pensioenleeftijd…;
- grote verschillen tussen de regio’s;
- onvoldoende kennis of consensus onder de artsen over bepaalde handicaps;
- te beperkte samenstelling van dossiers en onvoldoende psychosociale input;
- een tendens tot voortdurende toename van nieuwe aanvragen tot erkenning.
-
De NHRPH wijst op het belang van multidisciplinaire teams, transparante criteria en een beoordeling van de kwaliteit van de dienstverlening.
Volgens de prognoses zal het aantal erkende personen met een handicap enkel maar toenemen. Iedere persoon heeft recht om zijn of haar handicap te laten erkennen en de administratie mag deze erkenning op geen enkele manier belemmeren, om zelf niet de voorwaarden voor de NTU te creëren.
De criteria voor de medische erkenning op eender welke manier naar beneden bijstellen zou onaanvaardbaar zijn in het licht van de UNCRPD: iedere persoon met een handicap of een (blijvende) ziekte waarvan de omgeving de gevolgen niet (voldoende) kan integreren, moet in aanmerking komen.
De budgettaire middelen die het mogelijk maken om voor iedereen een fatsoenlijk inkomen te waarborgen, moeten beschikbaar worden gesteld zonder besparingsmaatregel, zonder de toegang tot rechten te beperken, zonder personen met een handicap uit te sluiten van sociale bijstand.
Over de optie van het uniek dossier en de bezorgdheid om samen te werken met andere socialezekerheidsstelsels of met de gewestelijke kantoren voor de integratie van de informatie voor het dossierbeheer zou heel duidelijk moeten worden overlegd met de NHRPH.
- Procedures en NTU – PRIORITEIT voor de NHRPH
De NHRPH herinnert eraan dat administratieve belemmeringen, zoals:
-
-
- de samenstelling van het dossier (erg veel documenten en bewijsstukken),
- lange behandelingstermijnen voor een dossier,
- het systeem voor het berekenen van het inkomen -2/-1,
- de complexe regelgeving en het gebrek aan toegankelijke en menselijke hulp (bij aanvragen en opvolging) en
- de zware beroepsprocedures voor de rechtbanken
-
bijdragen aan het niet-gebruik van bijstand en aan structurele armoede.
De NHRPH eist een vereenvoudiging en de toegankelijkheid van alle bijstandsdiensten. De behandelingstermijn voor een dossier moet sterk worden teruggedrongen tot drie maanden. Iedere nieuwe aanvraag tot herziening van het dossier moet worden aanvaard en leiden tot een snelle beslissing: een nieuw onderzoek van zijn dossier mag de persoon nooit worden geweigerd.
- Evaluatiesysteem – MOET WORDEN OPGEHELDERD
De visienota laat heel wat vragen open:
-
-
- Komt er een nieuw evaluatie-instrument? De NHRPH hecht veel meer belang aan de kwaliteit van het onderzoek, aan consensus tussen artsen en tussen de regio’s en aan de transparantie van de gemotiveerde multidisciplinaire beslissing dan een aan nieuw evaluatie-instrument.
- Hoe zal de multidisciplinariteit worden gewaarborgd in het kader van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (UNCRPD)? De multidisciplinaire evaluatie van de dossiers is momenteel ontoegankelijk en laat de NHRPH niet toe te meten hoe de criteria met betrekking tot het verlies van zelfredzaamheid worden beoordeeld door de multidisciplinaire teams; uit gegevens van de DG HAN blijkt dat de arts nog steeds over heel wat dossiers “beslist”. Meer informatie zou nuttig zijn in het kader van de hervorming.
- Hoe zal de coherentie tussen de artsen en de duidelijkheid van de beslissingen worden gewaarborgd?
- Hoe kan overlapping met de BelRAI- of RIZIV-systemen worden voorkomen in een “only once”-aanpak?
-
D. Budget, beleid en interfederaal kader
- Interfederale coördinatie – PRIORITEIT voor de NHRPH
De implementatie van loopbaantrajecten, toegankelijkheid, mobiliteit, onderwijs en begeleiding gebeurt grotendeels op regionaal niveau.
De NHRPH herhaalt nadrukkelijk dat een interfederaal plan Handicap absoluut noodzakelijk is.
- Gesloten of quasi gesloten enveloppe – ONAANVAARDBAAR voor de NHRPH
De levenssituatie van personen met een handicap is momenteel zeer moeilijk: de meesten leven onder de armoedegrens en kunnen gewoonweg hun levenskeuzes niet realiseren, noch voorzien in hun basisbehoeften op het vlak van voeding, huisvesting en gezondheidszorg.
De besparingen die deze regering wil doorvoeren, mogen op geen enkele manier negatieve gevolgen hebben voor deze personen.
Een hervorming in het kader van een gesloten budget houdt het volgende in:
-
-
- een herverdeling tussen de personen met een handicap;
- een verlies van rechten voor sommigen;
- een risico op verarming en uitsluiting;
- het niet structureel kunnen strijden tegen armoede.
-
De NHRPH eist dat extra middelen worden ingezet om te strijden tegen de NTU EN OOK om de toenemende groep PMH in staat te stellen een waardig leven te leiden, en dat minstens boven de armoedegrens. Een handicap en een ontoereikend inkomen cumuleren, vormt een dubbele straf.
- Ontbreken van budgettaire simulaties – MOET WORDEN OPGEHELDERD
De nota vermeldt niets over het volgende:
-
-
- scenario’s;
- kostenramingen;
- budgettaire hypothesen;
- de impact van de voorstellen op personen met een handicap;
- de kwestie van de verworven rechten en de uitvoering van het standstillbeginsel.
-
De NHRPH vraagt dat de simulaties met en zonder extra budget verplicht worden gepubliceerd vóór de politieke besluitvorming.
4. ADVIES
De NHRPH formuleert de volgende bindende prioriteiten:
Visie en participatie
- Alle relevante artikelen van de UNCRPD expliciet verankeren in de hervorming. De achterstand moet DRINGEND worden ingehaald en de mentaliteit ten aanzien van inclusie moet worden veranderd.
- Structurele participatie van PMH, gezinnen en mantelzorgers organiseren.
- Een coherente architectuur van de hervorming voorstellen, met inbegrip van overgangsprocessen.
Rechten en bestaanszekerheid
- De IVT moet ten minste hoger zijn dan de armoedegrens. Minder zou onaanvaardbaar zijn.
- De IT moet totaal worden losgekoppeld van de reële kosten en forfaitair zijn, zonder rechtvaardiging.
- De PMH beslist zelf welke behoeften voor hem of haar prioritair zijn en niet de wetgever of het multidisciplinaire team in het kader van de evaluatie.
- De regel van -28 % definitief afschaffen.
- Het statuut van samenwonende afschaffen.
- Het statuut van gezinshoofd behouden.
Werk, activatie en cumulatie
- Er mag geen enkele vorm van verplichting tot werken of impliciete druk zijn. Werken indien dat mogelijk is.
- Een degressieve cumulatie zonder beperking in de tijd invoeren.
- De arbeidsmarkt, de omgeving en schommelingen in de gezondheidstoestand moeten steeds in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van de IVT.
- Een flexibele socialezekerheidsregeling invoeren. Zorgen voor een correcte dekking in alle gevallen, met of zonder werk, tijdens de loopbaan en later bij pensionering.
- De ontoegankelijkheid van de samenleving compenseren, zoals voorzien in artikel 22ter van de Grondwet.
Evaluatie en administratie
- Erop toezien dat de evaluatieprocedures en de beslissingen transparant, multidisciplinair en menselijk zijn.
- De administratieve lasten beperken volgens het “only once”-principe.
- De persoon met een handicap kan zoveel herzieningen aanvragen als hij of zij noodzakelijk acht.
- De -2/-1-regel hervormen om te komen tot een inkomen op basis van actuele gegevens of een inkomen per kwartaal.
- In een flexibele cumulatieregeling IVT/loon voorzien. In geval van hospitalisatie of herval mag de persoon met een handicap niet plots zonder inkomen komen te zitten. De IVT moet onmiddellijk beschikbaar zijn indien de persoon geen aanspraak kan maken op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een werkloosheidsuitkering.
Budget en beleid
- Personen met een handicap de autonomie en de middelen waarborgen om te kiezen waar ze wonen, met wie, waar en wanneer ze werken en voor wie.
- De budgettaire simulaties publiceren voordat de visienota wordt afgerond.
- Geen hervorming zonder extra budgettaire middelen.
- Parallel werken aan het federaal actieplan Handicap teneinde ook de inclusie in andere beleidsdomeinen te realiseren. Solidariteit is een taak die alle overheidsniveaus moeten vervullen.
- Interfederale samenwerking moet verplicht worden verankerd.
Kortom,
De NHRPH erkent dat de visienota aanzet tot reflectie, maar stelt vast dat het document niet voldoende garanties biedt om de rechten op autonomie en inclusie, levenskwaliteit en bestaanszekerheid voor personen met een handicap te waarborgen.
De NHRPH zal geen enkel beleid aanvaarden dat het terugschroeven van rechten inhoudt. Indien de budgettaire context geen verbetering van de financiële situatie van alle personen met een handicap toelaat, dan mag de hervorming van de wet van 1987 nu niet worden aangevat.
De NHRPH wijst op de verantwoordelijkheid van de Staat om geen enkel risico te nemen waardoor personen met een handicap het weinige waarover ze momenteel beschikken om van te leven, zouden kunnen verliezen.
Zonder duidelijke definities, zonder extra middelen, zonder structurele participatie en zonder het behouden van niet-onderhandelbare principes kan deze hervorming niet in overeenstemming worden gebracht met de verplichtingen van België krachtens de UNCRPD.
De NHRPH vraagt de minister om een volledig herwerkte versie voor te leggen, waarin alle voormelde voorwaarden zijn opgenomen.