Advies 2025/07
Advies nr. 2025/07 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de ontwerpaanbevelingen van het project "Chronisch (Zwaar) Zieke Jongeren, uitgevoerd door de Hogeschool PXL - expertisecentrum Zorginnovatie in samenwerking met Esperity in opdracht van de FOD - Sociale Zekerheid.
Advies op initiatief van de NHRPH, uitgebracht tijdens de zitting van 17 maart 2025.
1. ADVIES BESTEMD
- Voor opvolging aan de Hogeschool PXL - expertisecentrum Zorginnovatie en Esperity
- Voor opvolging aan mevrouw Julie Clément, DG Personen met een handicap
- Voor opvolging aan de heer Rob Beenders, Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen.
- Ter info aan Unia
- Ter info aan het Coördinatiemechanisme van de UNCRPD
- Ter info aan de federale ombudsman
2. ONDERWERP
In augustus 2024 heeft de FOD Sociale Zekerheid de Hogeschool PXL opdracht gegeven om in samenwerking met Esperity een onderzoek uit te voeren naar de begeleidende maatregelen die nodig zijn voor chronisch zieke jongeren die regelmatige en soms zware zorg nodig hebben, maar tegelijkertijd een actief leven willen aanvatten, met name op het gebied van opleiding en werk. De consultant heeft op 12 maart 2025 een ontwerp van aanbevelingen ingediend.
3. ANALYSE
Na verschillende maanden van onderzoek (enquêtes, werkgroepen en vergaderingen) en met de deelname van talrijke verenigingen in het veld en belanghebbenden (instanties, ziekenfondsen, ...) formuleerden de consultant en aantal aanbevelingen:
- Verbetering van de toegang van jongeren tot sociale rechten door gecentraliseerde informatie en proactieve begeleiding
- Herziening van de koppeling tussen inkomen en toegang tot sociale rechten voor jongeren met chronische ziekten
- Verbeteren van de consistentie en communicatie bij de beoordeling van de zelfredzaamheid voor aanvragen van inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) en de integratietegemoetkoming (IT)
- Versterking van de rol van de ziekenfondsen bij de ondersteuning van jongeren met een chronische ziekte
- Verbetering van de samenwerking tussen instanties en overheden
- Scholen en universiteiten sensibiliseren voor ondersteunende maatregelen voor studenten met chronische ziekten en stigmatisering tegengaan
- Betere ondersteuning en gelijke kansen voor studenten met een chronische ziekte in het hoger onderwijs
- Tewerkstellingskansen op maat bieden aan jongeren met een chronische ziekte
- Progressieve werkhervatting en financiële steun voor alle jongeren met een chronische ziekte
- Inclusieve werkplekken en ondersteuning voor werkgevers
- Bescherming tegen discriminatie bij sollicitaties en tewerkstelling
4. ADVIES
Over het geheel van de aanbevelingen,
De NHRPH neemt kennis van het brede spectrum aan aanbevelingen en de vereiste actie op een groot aantal gebieden:
- toegang tot informatie,
- de huidige regelgeving betreffende de erkenning en beoordeling van zelfredzaamheid,
- de rol en organisatie van de belanghebbenden en de noodzakelijke onderlinge samenwerking,
- rekening houden met de ziekte in de huidige kaders van onderwijs, werkgelegenheid en aanwerving, milieu en toegankelijkheid.
De NHRPH benadrukt de noodzaak van een multifocale aanpak van de begeleiding van jongeren met een chronische ziekte, omdat een jongvolwassene in staat stellen om met succes een opleidings- en tewerkstellingstraject te volgen een kwestie van levenskeuze en inclusie is die veel verder gaat dan alleen de kwestie van het levensonderhoud en de toegang tot inkomen, terwijl die kwestie uiteraard ook inbegrepen is.
De NHRPH herinnert ook aan een andere studie over de non-take-up met betrekking tot de diensten van de DG Personen met een handicap, die zich momenteel in de fase van de impactanalyse bevindt en waarvan het eindverslag op 26 maart 2025 wordt verwacht. Uit dit onderzoek komen zeer gelijkaardige bevindingen naar voren: gebrek aan kennis van rechten, versnipperde informatie, gevoel van uitsluiting, mentale belasting door repetitieve procedures, enz.
Achter de bevindingen gaat een zeer sterk signaal schuil van een oproep tot actie voor de komende jaren, bij de DG Personen met een handicap maar ook bij de andere vermelde stakeholders, op federaal niveau of in de deelgebieden. Een politieke en administratieve planning op federaal niveau is noodzakelijk, vergezeld van concrete middelen en regelmatige evaluaties. Het is aan de bevoegde federale ministers om samen te werken en ook de deelgebieden te betrekken via de IMC Handicap en de IMC Tewerkstelling.
Over bepaalde specifieke aanbevelingen,
Aanbeveling 1: Verbeteren van toegang tot sociale rechten voor jongeren door gecentraliseerde informatie en proactieve begeleiding.
- De eerste suggestie is een centraal informatieportaal te ontwikkelen dat alle relevante sociale rechten en ondersteuningsmaatregelen samenbrengt, met duidelijk gestructureerde en toegankelijke informatie vanuit verschillende bronnen zoals sociale zekerheid, gezondheidsfondsen en overheidsinstanties zou hiertoe een oplossing kunnen zijn.
De NHRPH wijst erop dat deze aanbeveling in overeenstemming is met de conclusies van de IMC Handicap van 5 december 2023:
-
-
- De IMC Handicap heeft de WG Tewerkstelling en de bevoegde overheden belast met de taak om alle obstakels in kaart te brengen waarmee personen met een handicap geconfronteerd worden op het vlak van tewerkstelling. Het doel is om een gedetailleerde lijst op te stellen van de belemmeringen die men ondervindt, zodat passende maatregelen kunnen worden genomen om ze te overwinnen, met het oog op het garanderen van een eerlijke toegang tot de arbeidsmarkt voor personen met een handicap.
- De leden van de IMC Handicap vragen de WG Tewerkstelling en de betrokken administraties om een repertorium aan te leggen van goede praktijken bij de verschillende administratieve niveaus om werknemers met een handicap effectief te integreren in de publieke sector. De WG moet de beste aanpak vinden om deze goede praktijken te verspreiden en bekend te maken.
- De IMC Handicap draagt de WG Werkgelegenheid en de betrokken administraties op om een exhaustieve lijst samen te stellen van de hulp en andere maatregelen ter ondersteuning van de werkgelegenheid die beschikbaar zijn voor personen met een handicap en werkgevers, in alle openbare en private bedrijven. De WG wordt gevraagd op zoek te gaan naar de beste manier om deze informatie/gegevens te delen en te publiceren, zodat alle betrokkenen, werknemers zowel als werkgevers, er gemakkelijker voordeel uit kunnen halen.
-
De NHRPH herinnert in dit verband ook aan opmerking 57 van de VN-experten aan België:
Het Comité beveelt aan dat de Staat die partij is, in nauw overleg met en met actieve betrokkenheid van personen met een handicap, via hun vertegenwoordigende organisaties, op alle federale bestuursniveaus toegankelijke informatie verstrekt over de beschikbare maatregelen met betrekking tot de terugkeer naar regulier werk, over redelijke aanpassingen, beschikbare uitkeringen, en over verenigingen die gespecialiseerd zijn in specifieke werkgebieden, en structurele maatregelen neemt om een effectieve samenwerking te waarborgen tussen alle entiteiten die betrokken zijn bij de ondersteuning van personen met een handicap op de arbeidsmarkt.
De NHRPH merkt op dat in het ontwerp van aanbevelingen meteen ook de haalbaarheid van de maatregel ter discussie wordt gesteld:
… moet de haalbaarheid en kosten-batenanalyse zorgvuldig worden overwogen. Het creëren van een nieuw platform dat voor één specifieke doelgroep bedoeld is, kan kostenintensief en moeilijk te implementeren zijn. Een meer haalbare benadering is het verbeteren van de bestaande infrastructuur, zodat mensen uit diverse doelgroepen, zoals jongeren, ouderen, mensen met een handicap en andere kwetsbare groepen, gemakkelijker toegang hebben tot de benodigde informatie. Dit kan bijvoorbeeld door het optimaliseren van de huidige digitale platforms en het samenbrengen van informatie vanuit verschillende bronnen.
De NHRPH is van mening dat het verslag hiermee de maatregel bij voorbaat een fatale slag toebrengt. De vraag naar de haalbaarheid van een maatregel is veeleer een zaak van de politiek, die deze moet beoordelen in het licht van haar eigen doelstellingen en de middelen die zij ervoor uittrekt of zal uittrekken.
In dit verband wijst de NHRPH erop dat alle Belgische regeringen tegen 2030 een werkgelegenheidsgraad van 80% willen bereiken, wat neerkomt op 636.000 extra werknemers. De HRW (pagina 20) merkt op dat de werkgelegenheidskloof tussen mensen met en zonder handicap of ziekte momenteel 33,1% bedraagt en dat deze moet worden teruggebracht tot 24,5%.
De NHRPH herinnert aan de conclusies over handicaps van het diversiteitsrapport 2024 van de FOD WASO; deze conclusies geven aan dat de uitdaging aanzienlijk is:
De werkzaamheidsgraad van personen met een handicap is laag – ook wanneer ze geen tegemoetkoming voor personen met een handicap ontvangen en wanneer ze een diploma hoger onderwijs hebben – en hun werkloosheids- en inactiviteitsgraden liggen hoog. Zeker die laatste blijft toenemen met de leeftijd. Wanneer ze werken, werken personen met een beperking minder vaak voltijds. Bovendien zijn we er het afgelopen decennium niet in geslaagd hun arbeidsparticipatie structureel te verbeteren, en dat geldt voor quasi alle sectoren, de overheid inbegrepen.
In 2024 identificeerde de Koning Boudewijnstichting (KBS) zelf het gebrek aan informatie bij kandidaat-werknemers en werkgevers als een van de belemmeringen voor tewerkstelling, en deed een reeks aanbevelingen, waarvan de eerste aanbeveling aan de Staat (pagina 35) was dat er betere informatie dient te worden verstrekt aan personen met een handicap en hun naasten om hen te helpen navigeren doorheen de institutionele lasagne ... (tegemoetkomingen, begeleiding, enz.) en dat bedrijven beter dienen te worden geïnformeerd over steunmaatregelen.
De NHRPH dringt er daarom sterk op aan dat volledige, duidelijke en geïntegreerde informatie een hoge en absolute prioriteit krijgt. Momenteel stelt de NHRPH vast dat de informatie versnipperd is, wat leidt tot verwarring, verlies van informatie en van rechten, en soms zelfs tot averechtse effecten voor de kandidaat-werknemers en de werkgevers. De toegang tot correcte en geïntegreerde informatie brengt een basiskost met zich mee, maar de voordelen zijn veelvoudig, zowel voor de betrokkene als voor de werkgever en uiteindelijk ook voor de sociale zekerheid in haar geheel. De overheid, die de prioriteit verdedigt om grote aantallen mensen terug aan het werk te krijgen, heeft ook de verantwoordelijkheid om alle belanghebbenden daartoe de nodige middelen en instrumenten te bieden.
- Een andere suggestie is de rol van de ziekenfondsen versterken: het idee is om hen een begeleidende rol te laten spelen via een vaste contactpersoon.
De NHRPH vestigt ook de aandacht op de verenigingen voor personen met een handicap of verenigingen die personen met een handicap ondersteunen op de arbeidsmarkt: deze verenigingen hebben echte expertise die moet worden gebruikt.
Aanbeveling 8: Tewerkstellingskansen op maat aanbieden: dit omvat het aanmoedigen van job coaching, het voorzien in een centraal contactpunt en het bevorderen van hybride werkregelingen en telewerk.
De NHRPH is van mening dat een hybride benadering van telewerk wenselijk is: veel mensen zouden een baan kunnen aanvaarden die grotendeels van thuis uit kan worden gedaan, waardoor periodes van zorg en rust wegens ziekte of handicap flexibeler kunnen worden gecombineerd. We herinneren eraan dat ook het openbaar vervoer nog steeds onvoldoende toegankelijk is, waardoor werkdagen nog vermoeiender en ingewikkelder worden.
De NHRPH benadrukt ook de noodzaak om nieuwkomers op de werkplaats te begeleiden. Job coaching zoals het nu bestaat is ontoereikend, gefragmenteerd en zeer vaak onregelmatig om de betrokkene effectieve ondersteuning op lange termijn te bieden. Er is ook behoefte aan een serieuze, structurele versterking van de synergieën tussen bestaande administratieve en verenigingsmaatregelen: sommige verenigingen hebben gespecialiseerde begeleidingsdiensten ontwikkeld. Deze diensten zouden veel beter ondersteund moeten worden, zodat ze kunnen samenwerken met de administratieve structuren, die vaak een bredere opdracht hebben. Het is essentieel om de specialisatie te behouden, daar werknemers met chronische ziekten of handicaps uiteenlopende noden hebben. Het is deze koppeling die op lange termijn professioneel succes waarborgt en de werkgever geruststelt over de mogelijkheid om personen met een handicap in het algemeen in dienst te nemen.
De NHRPH benadrukt ook het belang van initiatieven zoals "duo for a job", met een grote mate aan vertrouwen tussen jongeren en hun coach: de NHRPH verdedigt het idee omdeze coaching uit te breiden naar personen met chronische ziekten en handicaps.
Aanbeveling 9: Introductie van het idee van geleidelijke tewerkstelling: het idee bestaat erin om een passend sociaal statuut te creëren en tijdelijke bijstand te verlenen tijdens perioden van onderbreking, een formule van tijdelijke opschortingsperioden in te voeren, van verminderde uren zonder verlies van verworven rechten. Het idee is ook om een systeem van sociale bescherming te creëren dat financiële steun biedt aan jongeren die geen werkervaring of socialezekerheidsrechten hebben kunnen opbouwen.
De NHRPH staat volledig achter deze aanpak: het huidige statuut van de werknemer die gebonden is aan een overeenkomst met bindende prestaties staat haaks op de concrete gevolgen van chronische ziekte of handicap voor het dagelijkse leven. Momenteel moeten deze mensen vaak buiten hun wil om stoppen met werken, en wanneer ze toch werken, zijn de gevolgen van een terugval dramatisch op financieel vlak (verlies van tegemoetkomingen onder de wet van 27 februari 1987). Bij twijfel stoppen mensen met werken. Een statuut dat het mogelijk maakt werk en tegemoetkomingen te combineren tijdens dagen van ziekteverlof zou beschermend zijn voor de werknemer en geruststellend voor de werkgever (geen gewaarborgd loon). Dit aspect zou moeten worden herzien in het kader van de hervorming van wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen.
Aanbeveling 10: Inclusieve werkplekken en ondersteuning van werkgevers - de kwestie van redelijke aanpassingen.
De NHRPH herinnert ook aan de richtsnoeren van de Raad van de Europese Unie van 2023 die elke Staat als volgt moet toepassen:
(...) de oprichting van een gemeenschappelijk fonds voor redelijke aanpassingen dat door de werkgevers wordt gefinancierd en beveelt aan dat naleving van de relevante internationale verdragen een voorwaarde is voor de toekenning van stimulansen voor staatssteun.
De NHRPH vestigt ook de aandacht op het rapport van de HRW (blz. 20), dat de verplichting benadrukt om de nodige maatregelen te nemen (redelijke aanpassingen op het werk, begeleiding, enz.) om de doelstelling te bereiken om de tewerkstellingskloof tussen personen met een handicap en andere werknemers te verkleinen.
Tot slot vestigt de NHRPH de aandacht op de waarschuwingen van de FOD WASO in zijn Diversiteitsrapport 2024, waarvan sommige bijzonder relevant zijn in het kader van dit advies:
p. 362: Wel is het belangrijk voor ogen te houden dat daarbij vaak niet alleen gezondheidsfactoren, maar ook andere elementen een rol spelen, zodat een geïntegreerde aanpak nodig is, die vertrekt vanuit een sterk en een goed multidimensionaal preventiebeleid. Daarbij moet ook aan een trajectperspectief worden gedacht: wie ondanks een drempel toch een baan aanvaardt, moet ook weten wat er zal gebeuren indien de drempel problematischer wordt – als het medische probleem bijvoorbeeld verergert. Zijn minder werkuren, verdere aanpassingen, … dan mogelijk?
p. 363: onze systemen zijn zo ingewikkeld dat de gebruikers ze niet meer begrijpen – en dan werkt de incentive niet.
Ook aan de belemmeringen die maken dat mensen niet of niet meer op zoek gaan naar een baan, moet worden gewerkt. Weten dat de hulp die we beschreven beschikbaar is, gaat daar natuurlijk aan bijdragen.
Onduidelijke financiële incentives … maken dat zeer moeilijk en leiden tot een keuze voor het zekere boven het onzekere.
… [Ervoor zorgen dat uitkeringen] niet abrupt wegvallen zodra iemand een baan aanneemt, zou een logische stap moeten zijn.
… als het recht op een uitkering niet terug kan worden opgenomen als de (re)integratie in de arbeidsmarkt mislukt, zullen sommigen het risico niet nemen. Factoren die de beschikbaarheid beperken, zoals onvoldoende of onbetrouwbaar openbaar vervoer, te dure of niet vlot toegankelijke kinderopvang of een gebrek aan huisvesting (probeer als dakloze maar eens een baan te vinden) moeten ook worden aangepakt. Ook alle vormen van stereotypen moeten daarbij bestreden worden. Dat begint vanzelfsprekend in het onderwijs, maar het eindigt daar niet. En tenslotte – uiteraard – moet er voor wie niet (meer) kan werken gezorgd worden.