Advies 2025/32
Het secretariaat van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) kampt momenteel met een aanzienlijk personeelstekort.
Het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid heeft op 9 mei jongstleden beslist dat er geen vervanging komt voor medewerkers die niet langer voor het secretariaat werken.
Dit maakt het voor de NHRPH erg moeilijk om zijn opdracht als adviesorgaan naar behoren uit te voeren. Concreet betekent dit dat de NHRPH de voorziene termijnen voor het afleveren van zijn adviezen noodgedwongen moet verlengen.
Advies nr. 2025/32 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het voorontwerp van wet tot wijziging van de wet van 19 juli 2018 inzake toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties en van de wet van 4 mei 2016 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie.
Uitgebracht na raadpleging van de leden van de NHRPH per e-mail van 12/12/2025.
Advies op vraag van mevrouw Vanessa Matz, Minister van Modernisering van de Overheid, belast met Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, het Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid in haar brief van 07/11/2025, na hierom te zijn verzocht door de Ministerraad op 17/10/2025.
1. ADVIES BESTEMD
- Voor opvolging aan mevrouw Vanessa Matz, Minister van Modernisering van de Overheid, belast met Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, het Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid
- Voor opvolging aan de heer Rob Beenders, minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen
- Voor opvolging aan de heer Vincent Van Peteghem, vice-eersteminister en minister van Begroting, belast met Administratieve Vereenvoudiging
- Voor opvolging aan de heer Frank Vandenbroucke, Vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding
- Ter informatie aan de heer Bart De Wever, eerste minister
- Ter informatie aan Unia
- Ter informatie aan het UNCRPD-coördinatiemechanisme
- Ter informatie aan de federale ombudsman
2. ONDERWERP
De Minister vraagt het advies van de NHRPH over het voorontwerp van wet tot wijziging van de wet van 19 juli 2018 inzake toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties en van de wet van 4 mei 2016 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie.
3. ANALYSE
A. Algemeen kader
In de beschrijvende fiche van de geïntegreerde impactanalyse staat:
Het wetsontwerp heeft tot doel de verplichting van overheidsinstanties om een niet-digitaal kanaal aan te bieden, wettelijk vast te leggen. Het gaat hier niet om een nieuwe verplichting, aangezien deze verplichting een toepassing is van het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van gelijke toegang tot openbare diensten, die deel uitmaken van de beginselen van behoorlijke bestuur, waarin wordt bepaald dat alle gebruikers van een openbare dienst die zich in dezelfde situatie bevinden, gelijk moeten worden behandeld. Ze voorkomen dat een burger gedwongen wordt om alleen via een digitaal kanaal toegang te krijgen tot openbare diensten en daardoor gediscrimineerd wordt.
Art. 2. In het opschrift van de wet van 19 juli 2018 inzake toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties worden de woorden “en de beschikbaarheid van overheidsinstanties via niet-digitale kanalen” toegevoegd.
Volgens de memorie van toelichting:
Dit artikel wijzigt het opschrift van de wet van 19 juli 2018 inzake toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties om te verduidelijken dat de wet ook betrekking heeft op de beschikbaarheid van instellingen in de publieke sector via niet-digitale kanalen.
De term "beschikbaarheid" heeft de voorkeur boven de term "toegankelijkheid" omdat laatstgenoemde in de wet is gedefinieerd in artikel 3.9 en zich specifiek richt op websites en mobiele applicaties. Deze definitie komt uit de Europese richtlijn die door de wet werd omgezet, en kan daarom niet worden gewijzigd.
De NHRPH vindt de formulering van de memorie van toelichting verwarrend en heeft hier vragen en bedenkingen bij.
- Is de term ‘beschikbaarheid’ werkelijk te verkiezen boven ‘toegankelijkheid’?
- Welke van de twee termen richt zich specifiek op websites en mobiele applicaties?
- Zelfs als een term in de wet is gedefinieerd, kan die wet worden aangepast.
- Een Europese richtlijn stelt een minimumtoepassing voor, maar landen hebben het recht om verder te gaan.
Nog volgens de memorie van toelichting zal er nu dus staan: “Wet inzake toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties en de beschikbaarheid van overheidsinstanties via niet-digitale kanalen”.
Op de website van de Belgische overheid lezen we:
De ministerraad keurt op voorstel van de minister belast met Digitalisering, Vanessa Matz, een voorontwerp van wet goed dat alle federale overheidsdiensten verplicht om minimaal één niet-digitaal communicatiemiddel zonder meerkost [voor de gebruikers] in te voeren waarmee burgers met de overheid kunnen communiceren en administratieve procedures kunnen uitvoeren.
Het gaat om de verankering van dit principe in de wet, niet om een nieuwe verplichting. Deze verplichting is immers een toepassing van het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van gelijke toegang tot openbare diensten. De maatregel voorkomt dat een burger gedwongen wordt om alleen via een digitaal kanaal toegang te krijgen tot openbare diensten en daardoor gediscrimineerd wordt.
Er is ook voorzien dat de overheidsdiensten, naast het behoud van ten minste één niet-digitaal kanaal, hun doelgroep begeleiden bij het uitvoeren van onlineprocedures.
Ten slotte wordt er een controle ingesteld om na te gaan of de verplichting daadwerkelijk wordt nageleefd.
Voor een goed begrip vermelden wij hier nog het artikel 7 van de oorspronkelijke wet van 19 juli 2018. Dit artikel handelt over de toegankelijkheidsverklaring en wordt niet geviseerd in het voorliggende voorontwerp van wet:
Art. 7.§ 1. De overheidsinstanties verstrekken een gedetailleerde, alomvattende en duidelijke toegankelijkheidsverklaring over de conformiteit van hun websites en mobiele applicaties met deze wet, en werken die verklaring regelmatig bij. Zij voorzien eveneens voor elke website en mobiele applicatie in een feedbackmechanisme dat elke persoon in staat stelt bij de betrokken overheidsinstantie melding te maken van eventuele niet-naleving op haar website of mobiele applicatie van de in artikel 5 bedoelde toegankelijkheidseisen, en om uitgesloten informatie op te vragen. De overheidsinstanties geven binnen een redelijke termijn een adequaat antwoord op de melding of het verzoek, en communiceren via het feedbackmechanisme hoe lang deze termijn maximaal kan bedragen.
§ 2. Voor websites wordt de toegankelijkheidsverklaring verstrekt in een toegankelijk formaat, waarbij gebruik wordt gemaakt van de in Richtlijn (EU) 2016/2102 bedoelde modeltoegankelijkheidsverklaring, en wordt zij op de desbetreffende website gepubliceerd.
Voor mobiele applicaties wordt de toegankelijkheidsverklaring verstrekt in een toegankelijk formaat, waarbij gebruik wordt gemaakt van de in Richtlijn (EU) 2016/2102 bedoelde modeltoegankelijkheidsverklaring, en is zij beschikbaar op de website van de overheidsinstantie die de betrokken mobiele applicatie heeft ontwikkeld, of samen met andere informatie die bij het downloaden van de applicatie beschikbaar is.
De verklaring omvat de volgende elementen:
-
- een toelichting over de delen van de inhoud die niet toegankelijk zijn, de redenen daarvoor, en in voorkomend geval, de toegankelijke alternatieven waarin is voorzien;
- een beschrijving van, en een link naar, het in paragraaf 1 bedoelde feedbackmechanisme;
- een link naar een handhavingsprocedure zoals beschreven in artikel 8, die kan worden toegepast in geval van een onbevredigend antwoord op de melding of het verzoek.
In de nota van 16/10/2025 aan de Ministerraad geeft de minister nog volgende informatie:
In het kader van zijn controleopdracht met betrekking tot de digitale toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties van openbare diensten, zoals bepaald in de huidige wet, voert de FOD Beleid en Ondersteuning de controles uit en brengt hij verslag uit.
Er is gekozen ervoor dat de FOD Beleid en Ondersteuning controleert of er ten minste één niet-digitaal kanaal aanwezig is voor communicatie en voor het uitvoeren van administratieve procedures, zoals vermeld in de toegankelijkheidsverklaring.
In dit verband wordt voorgesteld om binnen de FOD Beleid en Ondersteuning een speciaal team op te richten, dat zich aansluit bij het team dat reeds de digitale toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van de federale overheidsdiensten controleert, maar met een specifieke taak die een aanvulling vormt op de huidige controles.
De precieze controlevoorwaarden zullen worden vastgelegd in een koninklijk uitvoeringsbesluit.
B. Inhoud van de artikels van het voorontwerp
- Artikel 4
In dezelfde wet [van 19 juli 2018] wordt een artikel 8/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 8/1. §1. Met inachtneming van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en onverminderd andersluidende bepalingen in of krachtens de wet, voorzien de overheidsinstanties voor natuurlijke personen ten minste één mogelijkheid om te communiceren en om administratieve procedures te realiseren op een andere manier dan via websites en mobiele applicaties, zonder dat dit extra kosten voor de gebruiker met zich meebrengt.
§ 2. De overheidsinstanties passen hun mogelijkheden aan op basis van hun diensten, hun administratieve procedures en hun doelgroep, en informeren de natuurlijke personen hierover in de toegankelijkheidsverklaring bedoeld in artikel 7.”
- Artikel 5
In artikel 8 §5 van de wet van 19 juli 2018 gaat het over “opleidingsprogramma's in verband met de toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties, ten behoeve van relevante belanghebbenden, waaronder het personeel van overheidsinstanties, die ontworpen zijn om hen op te leiden om de toegankelijke inhoud van websites en mobiele applicaties te maken, te beheren en bij te werken.”
Het voorliggende voorontwerp van wet bepaalt:
In dezelfde wet [van 19 juli 2018] wordt een artikel 8/2 ingevoegd, luidende:
“Art. 8/2. De overheidsinstanties zorgen ervoor dat zij ondersteuning bieden die is afgestemd op hun diensten en hun doelgroep, zodat communicatie met overheidsinstanties of het uitvoeren van administratieve procedures via websites en mobiele applicaties mogelijk wordt.”
C. Impact
De NHRPH vraagt al jaren dat de overheid systematisch niet-digitale alternatieven zou aanbieden in de contacten tussen haar diensten en het publiek, in het bijzonder naar de groepen toe voor wie de digitalisering vaak een uitdaging is, zoals – maar niet uitsluitend – personen met een handicap. Volgens de memorie van toelichting gaat het om 40% van de Belgische bevolking. De groep van de personen met een handicap is oververtegenwoordigd in dit percentage. Hoewel de digitalisering zeker mogelijkheden biedt, ook voor sommige personen met een handicap, kan ze ook een bron van uitsluiting zijn. De NHRPH heeft al in tal van adviezen gewezen op de digitale kloof en vraagt al vele jaren om steeds een toegankelijk niet-digitaal alternatief aan te bieden.
Uit de geïntegreerde impactanalyse van 02/09/2025 onthoudt de NHRPH vooral:
- Kansarmoedebestrijding – positieve impact
Het ontwerp heeft tot doel natuurlijke personen een niet-digitale toegang tot de overheid te garanderen en zo de digitale kloof te verkleinen. Personen die met een digitale kloof worden geconfronteerd, zullen namelijk contact kunnen blijven opnemen met de federale overheidsdiensten en hun procedures op niet-digitale wijze kunnen afhandelen.
Bovendien wil het project overheidsinstanties verplichten om ondersteuning te bieden aan burgers die wel gebruik willen maken van digitale hulpmiddelen, maar daarbij begeleiding nodig hebben.
- Gelijke kansen en sociale cohesie – positieve impact
Het wetsontwerp heeft tot doel een niet-digitaal kanaal te garanderen om contact op te nemen met de federale overheidsdiensten. Het doel is ervoor te zorgen dat natuurlijke personen niet verplicht worden om digitale hulpmiddelen te gebruiken om contact op te nemen met de federale overheidsdiensten en dus niet worden gediscrimineerd op basis van hun computervaardigheden, hun vermogen om computerapparatuur aan te schaffen, enz.
- Kmo’s – Er is een negatieve impact
Het wetsontwerp heeft geen betrekking op rechtspersonen. Rechtspersonen zijn verplicht om digitaal te communiceren met de federale overheidsdiensten. Dit kan dus een negatieve impact hebben op bedrijven met beperkte digitale vaardigheden.
Als voorbeelden van niet-digitale kanalen vermeldt de minister in de memorie van toelichting telefoondienst, een contactpunt per post en fysieke onthaalpunten.
Opmerking: de maatregel is beperkt tot natuurlijke personen. Volgens de memorie van toelichting: Deze maatregel is beperkt tot natuurlijke personen. Verschillende wetten sluiten namelijk al vandaag de dag personen met een ondernemingsnummer uit van de mogelijkheid om andere kanalen dan digitale kanalen te gebruiken. (…) De Raad van State heeft niet vastgesteld dat er sprake is van discriminatie, aangezien dit onderscheid is gebaseerd op een objectief criterium, namelijk het al dan niet bezit van een ondernemingsnummer. (…) Een natuurlijke persoon die ook een ondernemingsnummer heeft, moet zich daarom bewust zijn van de context waarin hij of zij met een overheidsinstantie interageert.
Overigens is het overgrote deel van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties van België nog steeds niet conform de Europese Richtlijn 2016/2102, zoals blijkt uit het Rapport over de digitale toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties van het Koninkrijk België – 2024:
Het percentage niet-conforme websites is gedaald van 76% in 2021 tot 72% in de nieuwe periode [2022-2024]. Dit is een zeer kleine verbetering.
4. ADVIES
A. Algemeen kader
- Hoewel de NHRPH het waardeert dat zijn advies wordt gevraagd, zoals bepaald in het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, vraagt de NHRPH zich af in welke mate er nog rekening zal kunnen worden gehouden met zijn advies, aangezien de Ministerraad het voorontwerp al heeft goedgekeurd op 17/10/2025.
-
- Gelieve steeds tijdig het advies van de NHRPH in te winnen, nl. in het begin van de beleidsgesprekken en bij het opstellen van de teksten, wanneer die nog terdege kunnen worden bijgestuurd. Niets over ons zonder ons!
B. Voorontwerp
- Artikel 4
-
- De NHRPH vindt het vanzelfsprekend dat overheidsdiensten de aangehaalde niet-digitale alternatieven - telefoondienst, een contactpunt per post en fysieke onthaalpunten – verplicht alle drie tegelijk en zonder meerkosten voor de burger aanbieden - en niet minimaal één.
- Een fysiek loket met degelijk opgeleid personeel dat kennis heeft van omgang met personen met een handicap: gebarentaal, begeleiding, begrip voor de handicap enz.
- Een gratis telefoonnummer met een menselijk contact. Het gratis telefoonnummer moet ook bereikbaar via een gebarentolkendienst op afstand.
Opgelet: keuzemenu’s met nummerkeuze of spraakbevestiging zijn niet altijd toegankelijk. - Een postadres met goede en snelle opvolging van de correspondentie.
- De 3 niet-digitale alternatieven moeten onafhankelijk van elkaar kunnen worden gebruikt, zonder dat ze naar elkaar doorverwijzen.
- De NHRPH wijst in het bijzonder op het belang van kanalen met direct intermenselijk contact, zoals telefonisch contact en een fysiek menselijk onthaal (met opgeleid personeel), waarbij ook moet worden gedacht aan gebarentaal en eenvoudig taalgebruik. Die kanalen zijn doorgaans veel toegankelijker, directer, sneller en interactiever dan briefwisseling.
- Bij de digitale opties benadrukt de NHRPH het belang van een vlotte correspondentie per e-mail en het belang van toegankelijke onlineformulieren.
- De NHRPH vindt artikel 4 §2 (De overheidsinstanties passen hun mogelijkheden aan op basis van hun diensten, hun administratieve procedures en hun doelgroep) te vrijblijvend en meent dat overheidsinstanties hun mogelijkheden in de eerste plaats moeten aanpassen aan de doelgroep. Als de overheidsdiensten en hun administratieve procedures niet toegankelijk zijn, moeten ze daar werk van maken!
- De NHRPH betreurt dat de maatregel is beperkt tot natuurlijke personen, aangezien het een extra obstakel creëert voor ondernemers met een handicap en andere ondernemers die digitaal minder sterk staan. Dit punt kwam ook aan bod in de geïntegreerde impactanalyse (zie hoger).
- De NHRPH vindt het vanzelfsprekend dat overheidsdiensten de aangehaalde niet-digitale alternatieven - telefoondienst, een contactpunt per post en fysieke onthaalpunten – verplicht alle drie tegelijk en zonder meerkosten voor de burger aanbieden - en niet minimaal één.
- Artikel 5
Artikel 5 gaat over opleidingsprogramma's in verband met de toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties voor de doelgroep, nl. het publiek dat moeite heeft met het digitale niveau.
-
- Hoewel de NHRPH de mogelijke waarde van digitale kanalen erkent – nogmaals: steeds naast een niet-digitaal alternatief – en van opleidingen, moeten de digitale kanalen integraal toegankelijk zijn voor iedereen. Het kan dus ook niet de bedoeling zijn dat de toegang tot de overheid afhankelijk is van bijv. het volgen van een opleiding.
- De kosten van eventuele opleidingen, bijv. begeleiding bij het gebruik van de smartphone, mogen niet voor rekening van de persoon met een handicap
- Er moet dringend werk worden gemaakt van het toegankelijk maken van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties in België: zij moeten minimaal voldoen aan de Europese Richtlijn 2016/2102. Momenteel is een minderheid van de websites en applicaties conform.
- België mag ambitieuzer zijn in de uitvoering van de richtlijn. De richtlijn is een minimumnorm. En zelfs die wordt niet gehaald…
- Artikel 6
Artikel 8 van de wet van 19 juli 2018 handelt over het controleorgaan en de controlemodaliteiten. Artikel 6 van het voorliggende voorontwerp van wet voegt hier o.a. wat volgt aan toe: “Iedereen kan een inbreuk op de verplichtingen van artikel 8/1 onder de aandacht van de controle-instantie brengen.”
-
- De NHRPH waardeert de aanvulling, maar wijst erop dat het succes van deze toevoegingen afhangt van de efficiëntie van de controle-instantie en de mogelijkheid van concrete sancties bij niet-naleving.
- Welke middelen krijgt de controle-instantie voor deze opdracht, gezien het feit dat het voorontwerp begrotingsneutraal zou zijn?
- Zijn er sancties voorzien? Zo ja: welke? Of blijft het bij louter rapportage en eventueel opvolging?
- De NHRPH dringt aan op de oprichting van een controle-instantie die voldoende middelen heeft om haar controletaak efficiënt uit te oefenen, de toegankelijkheid af te dwingen en zo nodig remediërende sancties op te leggen.
- De NHRPH vraagt om een strikt koninklijk uitvoeringsbesluit waarin de precieze controlevoorwaarden helder en ambitieus worden vastgelegd, zonder uitzonderingen of achterpoortjes.
- De NHRPH waardeert de aanvulling, maar wijst erop dat het succes van deze toevoegingen afhangt van de efficiëntie van de controle-instantie en de mogelijkheid van concrete sancties bij niet-naleving.