Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2022/28

Advies nr. 2022/28 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de meerjarenbegroting 2023-2024, uitgebracht op 27/10/2022 na raadpleging van de leden van de NHRPH via e-mail op 24/10/2022.

Advies op initiatief van de NHRPH.

1. ADVIES BESTEMD

  • Voor opvolging aan mevrouw Karine Lalieux, Minister van Pensioenen en Maatschappelijke Integratie, belast met Personen met een handicap, Armoedebestrijding en Beliris
  • Ter informatie aan de Eerste Minister
  • Ter informatie aan Unia
  • Ter informatie aan het UNCRPD-coördinatiemechanisme
  • Ter informatie aan de federale ombudsman

2. ONDERWERP

De Federale regering bracht in oktober 2022 haar meerjarenbegroting 2023-2024 uit met enkele maatregelen die een impact hebben op personen met een handicap.

3. ANALYSE

De federale regering moet in haar meerjarenbegroting het budgettair tekort proberen wegwerken door middel van besparende maatregelen.

De volgende maatregelen zullen een impact hebben om het leven van personen met een handicap of hun naaste omgeving.

1. Fiscale hervorming

Er wordt een fiscale hervorming aangekondigd met als rode draad het verminderen van lasten op arbeid, de invoering zou deze legislatuur nog moeten aanvangen. De fiscaliteit moet neutraler worden wat de verschillende samenlevingsvormen betreft, eenvoudiger worden wat betreft het aantal codes en de inning en een meer rechtszeker kader bieden voor iedereen. De hervorming richt zich erop de koopkracht van gezinnen te verhogen door onder meer een verhoging van de belastingvrije som richting het niveau van het leefloon voor een alleenstaande, een versterking van de sociale en fiscale werkbonus en/of het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten, zonder daarbij de competitiviteit van de ondernemingen te verminderen.

2. Inperking van het tijdskrediet

Vanaf 01/01/2023 zullen de volgende aanpassingen omtrent het tijdskrediet gelden:

    1. Bij het voltijds tijdskrediet met motief ‘zorgen voor kind(eren) jonger dan 8 jaar’ zal de leeftijd worden verlaagd naar 5 jaar;
    2. Voor zowel het voltijdse als deeltijdse tijdskrediet met motief ‘zorgen voor kind(eren)’, zal de maximale duur 48 maanden worden i.p.v. 51 maanden;
    3. De maximale duur van de loopbaanonderbreking zal worden teruggebracht van 60 maanden naar 48 maanden voor het motief ‘zorgen voor kind(eren)’ en naar 51 maanden voor de overige motieven;
    4. De anciënniteitstoeslagen en de supplementen voor personen ouder dan 50 jaar op de onderbrekingsuitkeringen bij thematische verloven, het tijdskrediet en de loopbaanonderbreking, worden afgeschaft (nieuwe instroom).            

3. Besparingen op het spoor

    1. De totale kost voor Infrabel en de NMBS zal over de periode 2023-2032 1.970.000 kEUR bedragen. De NMBS en de spoornetbeheerder Infrabel krijgen ipv de beloofde 4 miljard euro extra voor de nieuwe beheersovereenkomsten de komende 10 jaar, ongeveer 2 miljard euro.
    2. Infrabel zal bij de Europese Investeringsbank een lening voor 1 miljard euro af kunnen sluiten met de eerste vijf jaar geen kapitaalterugbetalingen (mits goedkeuring door haar Raad van Bestuur, de regering en de EIB). De lening kan door Infrabel als een verworven financieringsbron vanaf 2025 beschouwd worden bij de verwezenlijking van haar bedrijfsplan en haar meerjareninvesteringsplan 2023-2032.

4. Onderbenutting van de gezondheidszorg

    1. Via een efficiëntie-oefening wordt er binnen en buiten de RIZIV-begrotingsdoelstelling gezondheidszorg bespaard ten belope van 120.000 kEUR in 2023 en 125.000 kEUR vanaf 2024.
    2. De groeinorm voor het bepalen van de begrotingsdoelstelling RIZIV wordt in 2024 eenmalig verlaagd tot 2% (van 2,5% naar 2%, vanaf 2025 terug 2,5%, maar het effect van de eenmalige verlaging op de massa is blijvend). De aanpassing van de groeinorm resulteert in een geraamde daling van de begrotingsdoelstelling met 169.000 kEUR. Hiervan wordt 94.000 kEUR in 2024 ingezet voor maatregelen die de gezondheid dienen.

5. Versterking Terug-naar-werk beleid

    1. Arbeidsparticipatietoeslag
      Er wordt een arbeidsparticipatietoeslag (APT) ingevoerd voor werknemers met gezondheidsproblemen die (nog) niet arbeidsongeschikt erkend zijn en die niet langer in staat zijn om volledig te werken zoals bepaald in hun contract, maar wel nog gedeeltelijk. Het gaat om werknemers waarvoor medisch is vastgesteld dat zonder aanpassing van het arbeidsduurregime een volledige uitval onvermijdelijk is. De aanpassing gebeurt op voorstel en bij finaal besluit van de behandelende en/of adviserende arts. De maatregel wordt ingevoerd als een pilootproject voor 2 jaar en zal na een grondige evaluatie en permanente monitoring, structureel geïmplementeerd worden. De kost van de evaluatie en de monitoring is vervat in de beheersbegroting van RIZIV. In deze evaluatie wordt onder meer onderzocht wat de kenmerken zijn van de doelgroep voor wie deze maatregel werd gebruikt en voor welke doelgroep ze het best werkt. Voor de opdrachtenbegroting van RIZIV is deze maatregel budgetneutraal gelet op het voorkomen van (uitkeringen bij) volledige uitval. Er zal onderzocht worden of een gelijkaardig systeem kan ingevoerd worden voor zelfstandigen.

    2. Premie voor aanwervingen van personen op invaliditeit in het kader van gedeeltelijke werkhervatting
      Vanaf 1 april 2023 wordt een premie ingevoerd voor de private en publieke werkgevers die een invalide persoon uit het stelsel werknemer of zelfstandigen aanwerven in het kader van de gedeeltelijke werkhervatting, o.b.v. een arbeidsovereenkomst met een duurtijd die minimaal overeenkomt met de duur van de toestemming vanwege de adviserend arts. Na drie maanden tewerkstelling ontvangen deze werkgevers een eenmalige premie van 1.000 euro, mits effectieve tewerkstelling. Twee jaar na de invoering wordt de maatregel geëvalueerd en herbekeken voor verlenging. Daarbij wordt er o.a. gemeten of er een impact is op het aantal gedeeltelijke werkhervattingen van invaliden, de duurtijd van hun tewerkstellingen en de verhouding tussen de kost van de toekenning van deze premie en de budgettaire opbrengst van deze tewerkstellingen.

    3. Financieringssysteem voor het inkopen van dienstverlening door personen waarvan de arbeidsovereenkomst werd verbroken wegens overmacht om medische redenen
      De huidige outplacement-maatregel gekoppeld aan de verbreking van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht, wordt vervangen door een verplichting voor de werkgever om voor elke verbreking op initiatief van de werkgever een bedrag van 1800 euro te storten in een TNW-fonds dat wordt beheerd door het RIZIV. Elke werknemer die werd ontslagen o.b.v. medische overmacht en elke langdurige arbeidsongeschikte werknemer kan een beroep doen op dit fonds voor een minimumbedrag van 1800 euro voor de inkoop van gespecialiseerde dienstverlening (mogelijks gedurende een te bepalen periode)  op maat van zijn/haar behoeften. De regering zal nagaan of er in redelijke overgangstermijnen moet worden voorzien.

    4. Specifieke focus in raamakkoorden TNW 2023/2024 tussen Riziv en de regionale diensten voor arbeidsbemiddeling
      - Inzetten op begeleiding naar werk van personen met mentale gezondheidsproblemen;
      - Actief deelnemen aan onderzoeksprojecten rond de functionele capaciteitenevaluatie van personen met musculoskeletale problemen en een chronische pijnproblematiek;
      - Sensibilisering van werkgevers om kansen te geven aan de doelgroep van arbeidsongeschikt erkende personen.
      - Inzetten op de begeleiding naar werk of een nieuwe activiteit van zelfstandigen die arbeidsongeschikt erkend zijn.

    5. Versterking tussenkomt per traject bij raamakkoorden Riziv en de Gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling en aanpassing van de doelstellingen
      De eenheidsprijs voor de TNW-trajecten die vanaf 1/01/2023 opgestart worden samen met de gewestelijke arbeidsbemiddelingsdiensten wordt vastgelegd op 4.800 euro met een jaarlijkse indexering. De doelstellingen voor de instroom in een traject worden bijgesteld op vraag van de betrokken regio’s en zullen netto toenemen met 1.800.

    6. Verhoging budget TNW-coördinatoren
      Het budget voor de TNW-coördinatoren wordt verhoogd zodat, vanaf juli 2023, 20 bijkomende coördinatoren kunnen worden aangeworven. Dit in combinatie met de aanwervingspremie van 1.000 euro en het toegankelijk maken van het TNW-fonds voor maatgerichte dienstverlening voor àlle invaliden zal tot een verhoging van het aantal gedeeltelijke werkhervattingen van invaliden leiden met 950 per jaar vanaf 2024.

6. Invoering van een nieuwe cumulregeling voor inkomsten uit arbeid voor langdurig werkzoekenden, leefloongerechtigden en begunstigden van IVT, rekening houdend met de specifieke stelsels

Het percentage/bedrag van de uitkering dat kan worden ingehouden hangt af van de duur van de werkweek/de ontvangen beroepsinkomsten. Er zal ook naar een oplossing worden gezocht voor IVT-gerechtigden die recht hebben op een IT en die deze bij een (tijdelijke) stopzetting van deze tewerkstelling dreigen te verliezen omwille van de sociale zekerheidsrechten die ze hebben opgebouwd. Om inactiviteitsvallen te vermijden, zal de cumulregeling voor de betrokken personen van toepassing zijn gedurende 24 maanden.
Voor de betrokken personen is voorzien in een uitzondering op de 1/3-regel over de minimale wekelijkse arbeidstijd voor deeltijdse werkers, namelijk dat indien de overeenkomst voorziet in een tewerkstellingsregime van minder dan 1/3e, de uren op minimaal een halve dag moeten worden geconcentreerd. De concrete modaliteiten hierover zullen worden vastgesteld na raadpleging van de sociale partners.
De werknemers die volledig werkloos waren, zullen worden gelijkgesteld, bij verlies van hun job, met voltijds werkende werknemers en zullen genieten van een volledige werkloosheidsuitkering.
Op fiscaal vlak stellen wij voor om, wanneer de persoon een werkloosheidsuitkering, een leefloon of een IVT ontvangt, de inkomsten uit de activiteit die volgt op deze terugkeer naar de arbeidsmarkt, te beschouwen als inkomsten uit arbeid die van het totale inkomen worden afgetrokken voor de bepaling van de belastingvermindering.

7. Ondersteunen van ondernemerschap bij personen met een handicap

Voor PMH die een IVT krijgen, worden de drempels weggenomen om zelfstandige in bijberoep (artikel 37) te worden zonder negatieve impact op hun sociale rechten op korte en lange termijn. In dit kader zal ook onderzocht worden hoe binnen de IVT-regeling de cumulregels met inkomen uit arbeid en dus deeltijds werken, aangepast kunnen worden. De maatregel zal voorgelegd worden aan de NHRPH en het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen. Tevens zal onderzocht worden of deze maatregel kan worden uitgebreid naar de rest van de arbeidsmarkt.

8. Sociaal tarief energiecrisis

De volgende zaken moeten ten laatste tegen 1 juli 2023 zijn gestart:

    • opzetten van een databank zodat de toekenning en beëindiging van het sociaal tarief sneller kan;
    • recht om sociaal tarief te weigeren;
    • problemen aanpakken met betrekking tot de continuïteit van bestaande contracten;
    • specifieke maatregelen uitwerken om het oneigenlijk gebruik van het sociaal tarief tegen te gaan;
    • prioritair: een premiesysteem, zo mogelijk op basis van werkelijk verbruik, uitwerken voor de gezinnen die recht hebben op sociaal tarief maar zich verwarmen via een collectieve verwarmingsinstallatie.

Daarnaast wordt gewerkt aan de hervorming van het sociaal tarief, met o.a. de volgende doelstellingen: de inactiviteitsvallen in kaart brengen en deze door een getrapt degressief systeem wegwerken, het aanpassen van de berekeningswijze, automatisch toekenning van het sociaal tarief, praktische toegang tot het recht op verhoogde tegemoetkoming, globaal beleid ten aanzien van mensen met een beperking (inclusief de casus van de gescheiden ouders), e.a. zodat dit in werking kan treden per 1 januari 2024.

9. Maatwerkbedrijven

Vanaf 1 januari 2023 zal de toepassing van de regels voor de mindervalide werknemers (categorie 3b) worden uitgebreid tot alle doelgroepwerknemers van de maatwerkbedrijven, mits we de garantie hebben dat de middelen die daardoor regionaal vrijkomen integraal worden geherinvesteerd in de sector van de maatwerkbedrijven.

4. ADVIES

Over de maatregelen hierboven opgenoemd, heeft de NHRPH de volgende bedenkingen:

1. Fiscale hervorming

Over de belastingvrije som: wie belastingen betaalt, houdt er meer van over. Men moet ten eerste al over een fiscaal inkomen beschikken. De belastingvrije som verhogen is bovendien gunstiger voor rijkere mensen in een progressief belastingstelsel.

Over de blauwdruk van een grondige fiscale hervorming zoals voorgesteld door de bevoegde minister Van Peteghem, bracht de NHRPH reeds een advies 2022-23 uit. In dat advies benadrukt de NHRPH nog enkele principes die in acht moeten worden genomen voor een (fiscale) hervorming:

    • de waardigheid van het leven van de PMH ondersteunen;
    • met inachtneming van hun autonomie en hun keuze van leven en woonplaats
    • hun deelname aan de samenleving op alle gebieden versterken.

De NHRPH herinnert er ook aan dat weinig PMH werken en derhalve niet kunnen genieten van de belastingvoordelen die verbonden zijn aan beroepsinkomsten.

2. Inperking van het tijdskrediet

Voor een voltijds werkend persoon bedraagt de vergoeding voor het voltijds tijdskrediet zo'n 700 euro per maand. Tijdskrediet opnemen  is dus bijna alleen mogelijk voor tweeverdieners of personen die de middelen hebben om een gezin te kunnen onderhouden met 700 EUR/maand. Nog enkele bedenkingen:

    • Gezien de crisis in de kinderopvang en de energiecrisis, is dit een maatregel die extreem ongelegen komt.
    • Tijdskrediet schrappen treft vooral vrouwen die mogelijks minder of niet meer kunnen gaan werken.
    • Nood aan voldoende hoge zorguitkeringen. Besparen in vergoeding 50-plussers met tijdskrediet die vaak krediet opnemen/loopbaanonderbreking opnemen om mantelzorg uit te oefenen.
    • Vrees dat harmonisering tijdskrediet en loopbaanonderbreking die de duur van loopbaanonderbreking voor zorg vermindert, ook de periode van loopbaanonderbreking voor zorg terug gelijk stelt met die van pensioen.

Meer fundamenteel herinnert de NHRPH eraan dat de zorg voor een kind of een familielid niet altijd een keuze is, maar een taak die aan de familie en vrienden wordt opgelegd omdat de goederen en diensten voor zorg en ondersteuning niet voldoende toegankelijk  zijn en evenmin zijn aangepast aan de behoeften van individuen en gezinnen. Bovendien houdt invaliditeit of ziekte niet op bij het volwassen worden. De NHRPH dringt er daarom ook op aan dat de regering de ondersteuningssystemen voor personen en gezinnen op alle gebieden van het leven (zorg, vervoer, werkgelegenheid, enz.) versterkt.

De NHRPH bracht ook een advies 2018-15 over het begrip “kind met een handicap” in verband met tijdskrediet, ouderschapsverlof en adoptieverlof en advies 2018-17 over de erkenning van de mantelzorger. 

3. Besparingen op het spoor

Ter herinnering: een groot aantal PMH heeft geen voertuig en is volledig afhankelijk van openbaar vervoer en taxi's. De nieuwe beheersovereenkomsten worden bedreigd door die 1 miljard minder, die uiterlijk op 1 januari moet ingaan. Sommige PMH maken gebruik van het openbaar vervoer om zich te verplaatsen, maar velen kunnen zich niet verplaatsen omdat het openbaar vervoer niet toegankelijk is voor hen. De NHRPH is bezorgd dat de besparingen zullen zorgen voor  hogere reiskosten voor de consument, een gebrekkigere dienstverlening (zowel qua vervoer als bijvoorbeeld nog minder personeel dat loketten bedient of aanwezig is om reizigers te helpen, meer automaten, nog meer inzetten op online informatie delen ipv op de stations zelfs, ticketverkoop enkel online,…), stations of voertuigen die niet of later toegankelijk(er) worden gemaakt voor o.a. PMH of minder mobiele mensen etc.

Over de toegankelijkheid van het treinverkeer voor PMH bracht de NHRPH meerdere adviezen uit: de Raad wil vooral het belang benadrukken van de laatste adviezen 2022-24 en 2021-18.

4. Onderbenutting van de gezondheidszorg

De NHRPH is bezorgd over de concrete gecombineerde effecten van het streven naar efficiëntie en de verlaging van de groeinorm in de gezondheidszorg. De NHRPH vreest dat deze dubbele maatregelen koste gaan van de toegankelijkheid van de gezondheidszorg, rekening houdend met o.a. de digitale kloof. Besparingen betekenen vaak minder personeel of vereisen een actievere houding van de patiënt wat niet altijd mogelijk is voor PMH.

5. Versterking Terug-naar-werk beleid

    • De NHRPH is enthousiast over de sancties en financiële prikkels die de werkgever er in principe toe aanzetten zich actief en concreet in te zetten voor de terugkeer van de werknemers op de arbeidsmarkt. De NHRPH wacht op de analyse van deze maatregel, die nuttig zou zijn een jaar na de inwerkingtreding van de maatregel. De NHRPH dringt erop aan dat in het kader van deze analyse de mogelijkheden van telewerk en flexibele werktijden speciale aandacht krijgen vanuit het oogpunt van mensen met een handicap die geconfronteerd worden met een langdurig en vaak dagelijks terugkerend zorgtraject en een slecht toegankelijke omgeving van het openbaar vervoer.
    • De NHRPH is verheugd te vernemen dat de back-to-work eenheden binnen de mutualiteiten zullen worden versterkt. Toch rijst de vraag naar de specifieke situatie van werknemers die naast hun ziekte een handicap hebben. Iemand met een handicap (visuele handicap, auditieve handicap, verstandelijke handicap, enz.) heeft behoefte aan ondersteuning die uitgebreider, intensiever en nauwlettender is dan die van een zogenaamd "valide" persoon. Zal de financiering van de mutualiteiten deze specifieke noden mogelijk maken? De NHRPH vreest dat moeilijkere gevallen inzake terugkeer naar het werk niet dezelfde aandacht krijgen.  

Voor meer informatie verwijst de NHRPH naar het recente advies 2021-31, waarin een aantal kwesties vanuit het perspectief van de verschillende actoren op het gebied van de terugkeer naar het werk worden gespecificeerd.

6. Invoering van een nieuwe cumulregeling voor inkomsten uit arbeid voor langdurig werkzoekenden, leefloongerechtigden en begunstigden van IVT

De NHRPH verwacht dat de maatregel inzake de cumulregeling van IVT’s en inkomen uit arbeid zo spoedig mogelijk aan hem wordt voorgelegd.

7. Ondersteunen van ondernemerschap bij personen met een handicap

De NHRPH verwacht dat de maatregel inzake de cumulregeling van IVT’s en inkomen uit arbeid zo spoedig mogelijk aan de hem wordt voorgelegd.

8. Sociaal tarief energiecrisis

De NHRPH is verheugd te lezen dat de huidige databanken zullen worden versterkt. Te veel mensen verliezen hun rechten, wanneer ze van leverancier veranderen, hun adresgegevens niet 100% overeenstemmen met het Rijksregister of wanneer ze hun voordelig contract verliezen door de automatische toekenning van het sociaal tarief. Voor deze groep mensen verwacht de NHRPH meer rechtszekerheid als een situatie wordt rechtgezet (herstel oude contract, oorspronkelijke startdatum recht). De NHRPH verwacht ook dat de sector prioriteit geeft aan de situatie van mensen die hun recht op het sociale tarief niet kunnen activeren omdat zij afhankelijk zijn van collectieve warmteproductie-installaties. In het kader van de algemene hervorming van het sociale tarief die op 01.01.2024 in voegen zal treden en die een groot aantal PSH betreft, vraagt de NHRPH om snel bij de beraadslagingen te worden betrokken.

9. Maatwerkbedrijven

De NHRPH heeft ook aandacht voor de wijze waarop de BTW-maatregelen op het maatwerk-personeel zullen worden toegepast. De NHRPHR vraagt om nu al op de hoogte te worden gehouden van de voorgenomen maatregelen; wachten op de opstelling van het ontwerp van het KB betekent het risico nemen dat de suggesties van de NHRPH niet meer kunnen worden geïntegreerd.

Dit advies van de NHRPH beperkt zich tot de hierboven besproken punten.