Advies 2026/11
Advies nr. 2025/11 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het wetsvoorstel van 11 maart tot wijziging van het oud Burgerlijk Wetboek ter rechtzetting van een ongewenste en onevenredige uitwerking van de wet van 28 maart 2023 ‘houdende diverse wijzigingen inzake verkiezingen’ op het stemrecht van personen met een mentale en/of psychische handicap, uitgebracht tijdens de plenaire vergadering van 18 mei 2026.
Advies uitgebracht op verzoek van de voorzitter van de Kamercommissie Justitie van 21 april 2026.
Lees de samenvatting van het advies
1. ADVIES BESTEMD
- Voor opvolging aan de voorzitter van de Kamercommissie Justitie
- Ter informatie aan mevrouw Annelies Verlinden, minister van Justitie
- Ter informatie aan de heer Rob Beenders, minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen
- Ter informatie aan de heer Bart De Wever, eerste minister
- Ter informatie aan Unia
- Ter informatie aan het UNCRPD-coördinatiemechanisme
- Ter informatie aan de federale ombudsman
2. ONDERWERP
Het wetsvoorstel strekt tot opheffing van de verplichting voor de vrederechters om wanneer zij in het raam van een bewindregeling een beschermingsmaatregel uitspreken, stelselmatig te oordelen of de betrokkene bekwaam is zijn politieke rechten uit te oefenen.
3. ANALYSE
A. Huidige tekst
De wet van 28 maart 2023 ‘houdende diverse wijzigingen inzake verkiezingen’, door de Kamer aangenomen op de 16de van diezelfde maand, behelst namelijk de wijziging van artikel 492/1 van het oud Burgerlijk Wetboek en van de lijst van bekwaamheden waarover de vrederechter verplicht moet oordelen bij onderbewindstelling, bedoeld bij artikel 8 van de Grondwet (nieuw 15° in paragraaf 1, derde lid).
De lijst, ingevoerd bij de wet van 17 maart 2013 waarbij artikel 492/1 werd ingevoegd in het oud Burgerlijk Wetboek, heeft als opzet dat de rechter een beschermingsstatuut op maat kan opleggen dat de werkelijke bekwaamheden van elke onder bewind gestelde persoon in acht neemt.
B. Averechtse effecten van de huidige tekst
De auteurs van het voorstel stellen vast dat de vrederechter zeer vaak handelingsonbekwaamheid voor de gehele lijst uitspreekt.
Deze ambtshalve boordeling heeft – op onevenredige wijze en haaks op de bedoelingen van de wetgever – tot gevolg dat onder bewind gestelde personen met een mentale en/of psychische handicap nagenoeg altijd hun stemrecht verliezen.
C. Nieuw voorstel
Gelet op de onverenigbaarheid van de bestaande tekst met de UNCRPD, art. 29 en de Belgische grondwet, artikel 22 ter, maar ook met de toepassing ervan door de rechterlijke macht, vragen de auteurs van het voorstel, waarbij ze in het bijzonder verwijzen naar de adviezen van de NHRPH en Unia, om de opheffing van 15° van het derde lid van paragraaf 1 van artikel 492/1.
4. ADVIES
A. Een fundamenteel en onvervreemdbaar recht
De NHRPH deelt de analyse van de indieners en stemt volledig in met het voorstel tot opheffing van 15°, § 1, derde lid in artikel 492/1 van het oud Burgerlijk Wetboek.
De NHRPH vestigt de aandacht overigens op het feit dat het stemrecht een fundamenteel recht is dat verbonden is met de idee van burgerschap zelf en dat onvervreemdbaar is: dit betekent dat iedereen, ongeacht zijn of haar handicap, hetzelfde recht heeft als elke andere burger en dat zijn of haar mening een legitiem onderdeel is van de algemene wil. Personen met een handicap worden bovendien rechtstreeks geraakt door elk overheidsbeleid (gezondheid, toegankelijkheid, tewerkstelling, vrijetijdsbesteding, enz.). Door hen de mogelijkheid te bieden om te stemmen, wordt gewaarborgd dat hun specifieke belangen in iedere regelgeving vertegenwoordigd zijn.
Alleen een strafrechtelijke beslissing kan de politieke rechten van iemand ontnemen, niet omdat deze persoon een handicap heeft, maar omdat hij of zij een ernstig misdrijf of delict heeft gepleegd, dat bestraft kan worden met het intrekken van het stemrecht (corruptie, fraude, terrorisme, verlies van nationaliteit).
- De NHRPH vraagt dat wordt voorzien in een absoluut verbod voor de vrederechter om personen met een handicap hun stemrecht te ontnemen.
B. Een recht dat voor de verkiezingen van 2029 moet gelden voor alle personen met een handicap
Rekening houdend met de redenering in punt A moet worden bepaald dat het ontnemen van het stemrecht waartoe de vrederechters beslisten, wordt vernietigd zonder dat een corrigerende beslissing nodig is, en dat de bij de FOD Binnenlandse Zaken gemelde ontzeggingen van het stemrecht worden opgeheven, zodat alle personen met een handicap daadwerkelijk hun oproep voor de komende verkiezingen ontvangen.
- De NHRPH vraagt om de onmiddellijke toepassing van de wet op alle dossiers waarin een beslissing tot het ontnemen van het stemrecht werd genomen of hangende is.