Advies 2026/09
Het secretariaat van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) kampt momenteel met een aanzienlijk personeelstekort.
Het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid heeft op 9 mei 2025 beslist dat er geen vervanging komt voor medewerkers die niet langer voor het secretariaat werken.
Dit maakt het voor de NHRPH erg moeilijk om zijn opdracht als adviesorgaan naar behoren uit te voeren. Concreet betekent dit dat de NHRPH de voorziene termijnen voor het afleveren van zijn adviezen noodgedwongen moet verlengen.
Advies nr. 2026/09 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de problematiek van mantelzorgers, uitgebracht tijdens de plenaire vergadering van 16/03/2026.
Advies op initiatief van de NHRPH.
1. ADVIES BESTEMD
- Ter opvolging aan de heer Rob Beenders, minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een Handicap en Gelijke Kansen
- Ter opvolging aan de heer Frank Vandenbroucke, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met de bestrijding van armoede
- Ter opvolging van de heer David Clarinval, vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Landbouw
- Ter info aan de heer Bart De Wever, eerste minister
- Ter info aan de Belgische politieke partijen, via hun onderzoekscentra
- Ter info aan Unia
- Ter info aan het Coördinatiemechanisme van het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap
- Ter info aan de federale ombudsman
- Ter info aan de Belgische verenigingen van mantelzorgers
2. ONDERWERP
De hervorming van de werkloosheidsuitkering en de beperking van de duur ervan heeft het lot van mantelzorgers terug onder de aandacht gebracht. De verenigingen die hen vertegenwoordigen hebben aan de alarmbel getrokken naar aanleiding van de drie aangekondigde golven van uitsluiting van de werkloosheidsverzekering. De partijen die deel uitmaken van het Belgische politieke landschap hebben meerdere voorstellen op tafel gelegd, gaande van de flexibilisering van de thematisch verloven tot de invoering van een volwaardig sociaal en juridisch statuut voor mantelzorgers.
De vraag is of de goedgekeurde maatregelen tegemoetkomen aan de reële behoeften van mantelzorgers.
3. ANALYSE
In de afgelopen tien jaar heeft de NHRPH een positienota en drie adviezen (2021-14, 2021-21 en 2025-20) aan de situatie van mantelzorgers gewijd. De bevindingen, conclusies en aanbevelingen daarin zijn over het algemeen nog steeds actueel.
A. Mantelzorg: een grote verscheidenheid aan situaties
Volgens de cijfers van Sciensano voor 2023-2024 vervult 13,3 % van de inwoners van België van 15 jaar en ouder de rol van mantelzorger door wekelijks informele hulp te bieden aan iemand uit de naaste omgeving. Achter dit percentage gaat het dagelijks leven schuil van maar liefst 1,34 miljoen Belgen. 11,7% van de bevolking besteedt hier minstens 20 uur per week aan. 6,5% van deze mantelzorgers is jonger dan 25 jaar. Mantelzorg is bovendien gendergerelateerd: volgens een Europese studie zijn 85% van de mantelzorgers vrouwen tussen 35 en 64 jaar[1].
Daarnaast zijn er nog de jongeren onder de 15 jaar, die in geen enkel officieel onderzoek ooit zijn geteld. Een studie van de Universiteit van Luik en de Christelijke Mutualiteit over middelbare scholen in de provincie Luik geeft echter aan dat zij gemiddeld 1 op de 5 leerlingen vertegenwoordigen[2]. Een Franse studie[3] heeft het aantal betrokken studenten in het hoger onderwijs bevestigd. We kunnen dus schatten dat er nog eens 220.000 jongeren bijkomen bij de cijfers van Sciensano, waardoor het totale aantal mantelzorgers op 700.000 komt in Wallonië, 150.000 in Brussel en 1,2 miljoen in Vlaanderen, ofwel meer dan 2 miljoen inwoners in totaal voor het hele land[4].
De term ‘mantelzorger’ dekt onmiskenbaar een veelheid aan verschillende situaties. Deze grote diversiteit kan een belangrijke hindernis lijken bij het uitwerken van een specifiek ondersteuningssysteem voor deze mensen die, uit genegenheid, morele verantwoordelijkheid of plichtsbesef, meer of minder talrijke maar altijd essentiële zorgtaken op zich nemen ten behoeve van een lid van hun gezin, hun familie of hun vriendenkring. En inderdaad, de noden van een mantelzorger die boodschappen doet voor een familielid dat door herstel aan de woning gekluisterd is, zullen anders zijn dan die van een mantelzorger die omgaat met het toenemende verlies aan zelfredzaamheid van een bejaarde ouder. De situatie van een mantelzorger die een naaste met terminale kanker begeleidt, is evenmin dezelfde als die van een mantelzorger die dagelijks zorgt voor een naaste met een grote zorgbehoefte.
Deze grote diversiteit kan echter worden benaderd aan de hand van twee hoofdcriteria die de geboden hulp kenmerken:
- de frequentie: incidenteel of intensief
- de duur: kortstondig of langdurig.
Door deze twee criteria te combineren, krijgen we vier mantelzorgprofielen:
|
Kortstondige incidentele zorg |
Kortstondige intensieve zorg |
|
Langdurige incidentele zorg |
Langdurige intensieve zorg |
Deze profielen omvatten weliswaar verschillende zorgsituaties, maar ze zijn vergelijkbaar wat betreft de aard van de inzet en de noden van de mantelzorgers. De volgende voorbeelden zijn niet exhaustief:
|
Kortstondige incidentele zorg Familielid of naaste opgenomen in het ziekenhuis Familielid of naaste is herstellende |
Kortstondige intensieve zorg Familielid of naaste in de terminale fase van een ernstige ziekte Palliatieve zorg |
|
Langdurige incidentele zorg Bejaarde ouder met verminderende zelfredzaamheid |
Langdurige intensieve zorg Handicap Chronische ziekte Zwaar hulpbehoevend familielid of naaste Veranderlijke en wisselende gezondheidstoestand |
B. Het huidige ondersteuningssysteem voor mantelzorgers
Aan de hand van de matrix met de vier bovenstaande profielen kunnen de bestaande ondersteuningsmaatregelen voor mantelzorgers worden geanalyseerd en vergeleken met hun noden:
|
Kortstondige incidentele zorg Langdurige incidentele zorg Mantelzorgverlof (5 dagen/jaar, betaald) |
Kortstondige intensieve zorg Recht op aanpassing van de arbeidsvoorwaarden voor max. 12 maanden:
Mantelzorgverlof, hetzij voltijds (6 maanden, waarvan 3 maanden per patiënt) of deeltijds of 1/5 (12 maanden) via een erkenning door het ziekenfonds die sociale rechten opent
Verlof voor medische bijstand van max. 12 maanden/patiënt of halftijds gedurende 24 maanden (48 maanden voor een alleenstaande werknemer die mantelzorg verstrekt aan een kind van max. 16 jaar)
Voor werklozen: vrijstelling van het zoeken naar werk in geval van erkenning door het ziekenfonds voor:
|
|
Langdurige intensieve zorg Respijtdiensten … en ? |
Het bestaande systeem, dat de voorkeur geeft aan tijdelijke regelingen, biedt geen duurzame oplossing voor mantelzorgers die zich intensief en langdurig inzetten voor de begeleiding en/of informele verzorging van een naaste.
C. Wet-Lanjri: aanpassing van het bestaande systeem
De wet-Lanjri, die eind februari 2026 door de Commissie Sociale Zaken is aangenomen, tracht een antwoord te bieden op de verontwaardiging die bij het maatschappelijk middenveld en in de pers is ontstaan door de uitsluiting van mantelzorgers van een werkloosheidsuitkering. Deze mantelzorgers, in het bijzonder degenen die intensieve langdurige zorg verlenen, worden door de beperking van de werkloosheidsuitkering gedwongen om bij hun OCMW een leefloon aan te vragen, waarop ze mogelijk geen recht hebben als ze samenwonen, en om werk te gaan zoeken, terwijl ze door hun situatie als mantelzorger juist niet inzetbaar zijn.
Aan de hand van de matrix met de 4 mantelzorgprofielen kunnen we de verbeteringen van de wet-Lanjri in kaart brengen:
|
Kortstondige incidentele zorg Geen wijziging |
Kortstondige intensieve zorg Mantelzorgverlof (via erkenning die sociale rechten opent):
|
|
Langdurige incidentele zorg Geen wijziging |
Langdurige intensieve zorg Geen wijziging |
De wet-Lanjri voorziet in een grotere flexibiliteit van thematische verloven en richt zich op de situatie van mantelzorgers die geconfronteerd worden met intensieve en in de tijd beperkte zorg. De verbetering betreft werknemers in loondienst. Hoe zit het met ambtenaren en zelfstandigen? Bovendien biedt het wetsontwerp geen oplossing voor mantelzorgers die intensief en langdurig instaan voor de begeleiding en/of verzorging van een naaste.
D. Amendement op de hervorming van de werkloosheidsuitkering ten gunste van mantelzorgers
Op 26 februari 2026 hebben de Commissie Sociale Zaken en vervolgens de Kamer amendementen aangenomen om de uitsluiting van langdurig werkloze mantelzorgers van de werkloosheidsuitkering tijdelijk op te schorten. De maatregel voorziet in een snelle procedure met terugwerkende kracht tot 31 december 2025.
Het amendement is uitsluitend bedoeld voor werkzoekenden die door de RVA of hun ziekenfonds zijn erkend en geconfronteerd worden met de ziekte van een gezinslid, eventueel in palliatieve zorg, of met de handicap van een kind jonger dan 21 jaar of van een ander gezinslid. In de eerste drie gevallen blijven de criteria voor de vrijstelling van beschikbaarheid die in 2015 door de RVA is ingevoerd, van toepassing. In het 4de geval moet men bovendien erkend zijn als mantelzorger met sociale rechten afgegeven door het ziekenfonds krachtens de wet van 2014, herzien in 2019 en van kracht sinds september 2020. De vrijstelling van het zoeken naar werk en de hogere tegemoetkoming zijn tijdelijk, beperkt tot maximaal 12 maanden.
|
Kortstondige incidentele zorg Geen wijziging |
Kortstondige intensieve zorg Vrijstelling voor werklozen die door het ziekenfonds als mantelzorger zijn erkend:
|
|
Langdurige incidentele zorg Geen wijziging |
Langdurige incidentele zorg Geen wijziging |
Het amendement voorkomt tijdelijk, namelijk voor de duur van maximaal 12 maanden, uitsluiting van de werkloosheidsuitkering. Maar het biedt geen duurzame oplossing voor werkzoekenden die intensieve en langdurige mantelzorg verstrekken. De zorg voor een kind met een handicap jonger dan 21 jaar houdt immers niet op na 12 maanden, net zomin als die ophoudt wanneer het kind de leeftijd van 21 jaar bereikt of voor elke andere persoon ouder dan 21 jaar met een handicap.
E. Men kiest er niet voor om mantelzorger te zijn wanneer de Staat zijn verantwoordelijkheden niet nakomt
Een ongeval, een ernstige ziekte of een handicap zijn onvoorspelbare gebeurtenissen waar niemand voor kiest, noch voor zichzelf, noch voor zijn naasten. Geconfronteerd met de onvermijdelijke tegenslagen van het leven, vertrouwt iedereen op zijn naasten en op de beschikbare sociale diensten. Die diensten moeten dan wel aangepast, toereikend, financieel betaalbaar en geografisch toegankelijk zijn.
Het tekort aan plaatsen in verzorgingstehuizen, opvangvoorzieningen, het bijzonder onderwijs, aangepaste kinderdagverblijven, enz. en het gebrek aan diverse vormen van thuiszorg is echter schrijnend. Zo wijst een recente studie van het KCE erop dat de mogelijkheden die aan gezinnen worden geboden op het vlak van palliatieve zorg ontoereikend zijn en dat deze situatie onvermijdelijk moet worden gecompenseerd door naasten/mantelzorgers, die hierdoor uitgeput raken. Naar aanleiding van deze vaststelling beveelt het KCE aan dat “naasten, vooral wanneer zij een mantelzorgrol op zich nemen, bijzondere aandacht moeten krijgen: zij hebben hun eigen voorkeuren en noden, en bij gebrek aan adequate ondersteuning lopen zij het risico uitgeput te geraken.” (p. 26).
Bij gebrek aan voldoende en aangepaste diensten is mantelzorger worden vaak de laatste uitweg in een ernstige en/of urgente situatie. Deze zorg kan op korte of lange termijn onverenigbaar blijken met een baan: “hoe kun je beschikbaar zijn voor werk als je dagelijks leven wordt bepaald door aanwezigheid en toezicht, zorg, noodsituaties en afspraken die onmisbaar zijn voor de gezondheid en het leven van de geholpen naaste?[5]” Wanneer alle kortetermijn-verlofregelingen zijn uitgeput, rest de mantelzorger niets anders dan zijn of haar baan geheel of gedeeltelijk op te offeren om de dierbare die zorg nodig heeft, niet in de steek te laten. Deze laatste uitweg heeft zware gevolgen voor de huidige financiële middelen van de mantelzorger, maar weegt ook op zijn of haar toekomstige middelen door hem of haar te beletten pensioenrechten op te bouwen. Daardoor loopt de betrokkene op korte en lange termijn het risico op onzekerheid en zelfs armoede en materiële ontbering.
F. Het specifieke geval van ouders van een kind met een handicap
Binnen de groep van mantelzorgers nemen ouders van een kind met een handicap een bijzondere plaats in. Net als andere mantelzorgers hebben zij niet gekozen voor de gezondheidsproblemen van hun kind. De handicap van hun kind dwingt hen echter al heel vroeg in hun professionele loopbaan om hun job aan te passen aan de gezondheidsnoden van hun kind. Net als andere mantelzorgers worden ze geconfronteerd met een gebrek aan gespecialiseerde diensten en voorzieningen:
- Wordt hun kind opgevangen in het reguliere onderwijs? Zo ja, is dat voltijds mogelijk? Als het deeltijds is, zijn er dan opvangvoorzieningen beschikbaar zodat de ouders tegelijkertijd kunnen werken?
- Heeft hun kind veeleer behoefte aan bijzonder onderwijs?
- Bevindt zich een dergelijke instelling op redelijke afstand van de woonplaats?
- Zo ja, zijn er plaatsen beschikbaar in deze instelling?
- Zijn er buitenschoolse opvangvoorzieningen die zijn aangepast aan de handicap van hun kind?
- Wat zijn de zorgnoden van hun kind en, daaruit volgend, hoeveel medische en niet-medische afspraken moeten tijdens de week worden nagekomen?
- Hoelang is de wachttijd voor toegang tot de voorzieningen die het kind nodig heeft? En hoelang duurt het om over te stappen wanneer de gezondheidstoestand en behoeften van het kind veranderen?
- Zijn alle 'neen'-antwoorden op bovenstaande vragen, die gecompenseerd moeten worden, verenigbaar met het behouden van een job? Voltijds? Deeltijds? Op korte termijn? Op lange termijn? Zijn de thematische verloven toereikend?
De vader of moeder die zijn of haar job geheel of gedeeltelijk opgeeft, brengt zijn of haar financiële bestaanszekerheid in gevaar in geval van echtscheiding of overlijden van de andere ouder, en ondermijnt zijn of haar pensioenrechten des te meer naarmate deze beslissing aan het begin van de loopbaan wordt genomen en de handicap geen einddatum heeft. Met de aangekondigde pensioenhervorming zou het kunnen dat een dergelijke ouder een aanzienlijk aantal jaren gaat hebben die “niet meetellen”, zelfs wanneer er wel dagen zijn gewerkt, maar onvoldoende. En volgens de huidige wetgeving zal deze ouder, als hij of zij een gemengde loopbaan heeft met jaren als ambtenaar, waarschijnlijk niet in aanmerking komen voor het minimumpensioen. Door de afschaffing van het “gezinspensioen” zullen de hoge kosten van de beslissing genomen aan het begin van het ouderschap bovendien niet meer worden verzacht door de solidariteit binnen het ouderpaar. Het risico op armoede op korte, middellange en lange termijn is alomtegenwoordig.
G. Ook de actoren op het terrein in de gezondheidszorg roepen op tot een (her)waardering van mantelzorger
In het kader van de lopende debatten over de toekomst van de gezondheidszorg in België werd in 2022 het idee gelanceerd om een interfederaal Plan “Geïntegreerde zorg” op te zetten. Met het oog op de uitwerking van dit plan werd datzelfde jaar een studie uitgevoerd, getiteld We care. In deze studie, waaraan de Katholieke Universiteit Leuven, de Vrije Universiteit Brussel, KPMG en WhoCares? hebben meegewerkt, werd met name het woord gegeven aan actoren uit de gezondheidszorg. Zij benadrukken onder meer wat volgt:
- "het informeel netwerk [van mantelzorgers is] in grote mate mee bepalend voor het vermogen/de capaciteit van ons Belgisch zorg- en welzijnssysteem”,
- "[dit komt doordat] ons zorgsysteem niet over voldoende middelen en zorgcapaciteit beschikt om alle zorg professioneel op te nemen",
- "door de epidemiologische verandering naar meer en meer chronische ziekten en multimorbiditeit, zal […] de bijdrage van het informeel netwerk [van mantelzorgers] sterk blijven toenemen".
Op basis van deze vaststellingen vragen de actoren in de gezondheidszorg om:
- "het informeel netwerk [van mantelzorgers] te beschouwen als complementair aan het netwerk van professionals",
- "de informele zorg die door mantelzorgers wordt verleend, structureel in het [gezondheidszorg]systeem in te kantelen".
Daartoe roepen de actoren in de gezondheidszorg de overheid op om mantelzorgers te ondersteunen met actieve maatregelen, zoals:
- de tijd die aan mantelzorg wordt besteed, te laten meetellen voor de berekening van het pensioen
- de beschikbare verloven uit te breiden
- mantelzorgers te helpen om een goed evenwicht te vinden tussen hun sociaal en hun professioneel leven.
[1] BIRTHA Madgi et HOLM Kathrin, “Être aidant en Europe aujourd’hui – Étude sur les besoins et les défis rencontrés par les aidants familiaux en Europe”, COFACE, Bruxelles, 2017, p. 7. Cité dans : D’ORTENZIO Anissa, LAHAYE Laudine, STULTJENS Éléonore, VIERENDEEL Florence “Aidant·e·s proches : tour d’horizon dans une perspective de genre” Etude FPS, 2021, URL: https://www.soralia.be/wp-content/uploads/2021/10/Etude2021_Aidants_Proche.pdf
[2] “Jeunes et aidants-proches : des chiffres pour témoignages”, 2023, Mutualité Chrétienne & ULiège.
[3] https://hal.science/hal-03976798v1/file/CAMPUS-CARE%20Prez%20webinaire%20VF%20pour%20diffusion.pdf
[4] https://wallonie.aidants-proches.be/le-nombre-daidants-proches-reste-eleve-en-wallonie/
[5] Odette TODO, Exclusion du chômage des aidantes et aidants proches : un véritable drame social, analyse Esenca 2026, online te raadplegen: Aidants-proches-Interpellation-publique-23012026.pdf
4. ADVIES
De NHRPH is verheugd dat de situatie van de mantelzorger (opnieuw) een politieke prioriteit wordt en verwelkomt de inspanningen van iedereen, zowel politieke partijen als het maatschappelijk middenveld, om passende oplossingen te vinden. De NHRPH wijst er echter op dat de aangebrachte oplossingen moeten aansluiten bij de concrete en reële behoeften van mantelzorgers en niet mogen blijven steken bij een pleister op een houten been.
Mantelzorger worden moet een echte keuze zijn: de Staat moet zijn verantwoordelijkheid nemen en ervoor zorgen dat er voldoende en gevarieerde oplossingen bestaan om deze keuze mogelijk te maken, maar ook om mantelzorgers in staat te stellen een waardig leven te leiden, zonder hun eigen gezondheid in gevaar te brengen door uitputting, en zonder financieel te worden afgestraft – ook op de lange termijn – vanwege hun inzet.
De zorgverlening is momenteel transversaal georganiseerd naargelang de aard van de interventies: schematisch gezien zijn er tegemoetkomingen en sociale diensten op federaal niveau en is er ondersteuning op het niveau van de deelgebieden. Deze onderverdeling mag zich niet tegen de betrokkene keren. En als dit advies soms verder gaat dan het strikte federale kader, dan is dat ook omdat er gewezen dient te worden op de noodzaak van oplossingen die moeten worden bedacht in verschillende levensdomeinen en op alle bevoegdheidsniveaus.
- De NHRPH vraagt dat de statuutkwestie globaal wordt benaderd, zowel binnen de federale regering als op interfederaal niveau.
- Er is dringend nood aan een interfederaal plan voor mantelzorgers.
Zie het UNCRPD-verslag 2024 en de aanbevelingen van het Comité aan België, en in het bijzonder aanbeveling 39 a), namelijk: “Een effectieve de-institutionaliseringsstrategie uitdenken en uitvoeren, met tijdschema's, doelstellingen, financiering en toezicht, die voorziet in verschillende vormen van huisvesting om personen met een handicap een echte keuze te geven over hoe en waar te wonen, en ervoor zorgt dat diensten in de maatschappij beschikbaar zijn …”
In dit kader vraagt de NHRPH dat de voorgestelde oplossingen worden herzien in functie van de situatie en de noden van de 4 profielen van mantelzorgers.
A. Voor intensieve zorg
Voor situaties waarin de beroepsloopbaan (of gelijkgesteld) geheel of gedeeltelijk, definitief of tijdelijk, moet worden onderbroken of aangepast, moeten mantelzorgers niet alleen worden ondersteund door begeleidende maatregelen, maar ook naar behoren worden beschermd, zodat de professionele en sociale gevolgen van hun keuze niet nadelig voor hen zijn, zowel tijdens de periode van hun keuze als op de langere termijn.
Deze bescherming omvat, voor alle mantelzorgers – werknemers of gelijkgesteld – die intensieve mantelzorg verstrekken:
- Een onvoorwaardelijk recht op een periode van opschorting van de beroepsactiviteiten, ongeacht de sociale sector: werknemer in loondienst, zelfstandige, werknemer in de publieke sector, arbeidsongeschikte werknemer, werkloze
- Ontslagbescherming
- Een (gratis) gelijkstelling met werkperiodes voor de rechten op kinderbijslag, werkloosheid, gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheid en de berekening van pensioenen
- Een bevoorrechte toegang tot alle loopbaanaanpassingen en -onderbrekingen voor alle werknemers (publieke en private sector)
- Uitbreiding van het tijdskrediet tot de vastgestelde duur van de situatie van grote zorgbehoevendheid
- Een belastingvoordeel voor mantelzorgers die inkomensverlies lijden
- De NHRPH vraagt concreet, binnen het kader van de federale bevoegdheden:
-
- Wat betreft mantelzorgers die niet bij de sociale zekerheid zijn aangesloten: toegang tot een fatsoenlijk inkomen gedurende de periode van mantelzorgverstrekking;
- Wat betreft loopbaanonderbrekingen:
- Voor werkende mantelzorgers die geconfronteerd worden met een zware (en/of langdurige) zorgsituatie, blijkt het huidige loopbaanonderbrekingssysteem (privaat-publiek) ontoereikend om aan hun behoeften te voldoen. Voor deze groep moet het huidige systeem worden uitgebreid en moet voor deze periodes het principe van een fatsoenlijke uitkering worden ingevoerd, zodat zij een waardig leven kunnen leiden.
- De bestaande maatregelen zijn interessant, maar ontoereikend en niet afgestemd op de levenssituatie van alle mantelzorgers; er moet worden nagedacht over de invoering van een specifieke en voldoende flexibele loopbaanonderbrekingsregeling voor de mantelzorger, met ontslagbescherming. Deze moet lang genoeg duren om de mantelzorger in staat te stellen continue en duurzame mantelzorg te verstrekken, in functie van de noden.
- Wat geneeskundige verzorging en uitkeringen betreft:
- Het principe van de continuïteit van de zorgdekking voor de mantelzorger in de regelgeving opnemen. De mantelzorger moet rechten hebben op basis van zijn laatste eigen statuut.
- De mantelzorger die zijn beroepsactiviteit beëindigt, vrijstellen van de wachttijd voor het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
- De beoordeling van de arbeidsongeschiktheid door de adviserend geneesheer: de functie van mantelzorger kan niet worden beschouwd als gelijkwaardig aan de geschiktheid om het werk te hervatten.
- Wat de thuiszorg betreft: een aanzienlijke uitbreiding van de respijtzorg en andere ondersteuning bij het dagelijks leven, aangeboden door het RIZIV
- Wat de werkloosheidssector betreft:
- De gevolgen van een mantelzorgsituatie opnemen in de regelgeving, zodat de dekking van de sociale zekerheid blijft lopen als men mantelzorger is.
- Om in aanmerking te komen een werkloosheidsuitkering moet de werknemer een wachttijd doorlopen met een aantal gewerkte dagen binnen een referentieperiode; de mantelzorger is niet inactief en zou vanzelfsprekend gebruik moeten kunnen maken van het begrip “onmogelijkheid te werken als gevolg van overmacht”. De regelgeving zou expliciet moeten bepalen dat de referentieperiode wordt verlengd met het aantal dagen dat de mantelzorgperiode omvat (door het principe van gelijkstelling).
- Vrijstelling van de wachttijd (behoud van het recht op uitkering): gezien de arbeidsongeschiktheid wegens overmacht, zou de thans voorziene periode van één jaar moeten worden verlengd met het aantal dagen dat de periode van mantelzorg omvat.
- Toekenning van een werkloosheidsuitkering aan de mantelzorger die zijn baan juist in zijn hoedanigheid van mantelzorger opzegt, voor zover deze situatie is ingegaan vóór de kennisgeving van zijn ontslag.
- De wettelijke bepalingen met betrekking tot het opgeven van een baan niet van toepassing laten zijn wanneer de werknemer zich kan beroepen op het uitoefenen van een activiteit als mantelzorger wanneer hij een beroepsactiviteit beëindigt en een werkloosheidsuitkering aanvraagt. Dit is al het geval in de regelgeving voor andere situaties (bijvoorbeeld de werknemer die zijn activiteiten gedurende ten minste zes jaar heeft stopgezet om een kind groot te brengen). De Trampoline-maatregel, die toelaat om eenmaal in de loopbaan na vrijwillig ontslag een werkloosheidsuitkering te ontvangen om professioneel een nieuwe start te maken, moet beschikbaar blijven voor dit zuiver professionele doel. Het is noodzakelijk:
- dat er een activeringsvrijstelling wordt voorzien tijdens de periode waarin mantelzorg nodig is (zonder gespecificeerde beperking in de tijd).
- dat de mantelzorger aan het einde van de periode van noodzakelijke zorg het bewijs levert dat zijn vorige werkgever niet bereid is hem opnieuw in dienst te nemen.
- Wat de pensioensector betreft:
- Voor de berekening van het pensioen moet de mantelzorgperiode worden gelijkgesteld. Dit moet voor alle werknemers mogelijk zijn.
- Wat de fiscale sector betreft:
- Invoering van een belastingvoordeel voor werknemers of gelijkgestelden die een aanpassing van hun loopbaan aanvragen als mantelzorger in een situatie die intensieve zorg vergt.
B. Voor incidentele mantelzorgers
De NHRPH beveelt de volgende concrete maatregelen aan:
- Wat betreft het thematisch verlof:
- Dit moet flexibel en gemakkelijk aanpasbaar zijn. Het moet mogelijk zijn om het verlof op te splitsen in hele of halve dagen. Het is bijvoorbeeld niet nodig om een week vrijaf te nemen op het werk om een ouder te begeleiden bij een ziekenhuisonderzoek.
- Wat betreft de sector geneeskundige verzorging en uitkeringen:
- Het combineren van periodes van arbeidsongeschiktheid of zwangerschapsverlof met de activiteit van mantelzorger, met instemming van de behandelende arts en op voorwaarde dat de adviserende arts verklaart dat de gezondheidstoestand de uitoefening van deze activiteit toelaat.
- Indien de geholpen persoon dit wenst en met instemming van de mantelzorger(s), de identiteit van de mantelzorger(s) die de patiënt bijstaat/-staan opnemen in het globaal medisch dossier.
- De ontwikkeling van begeleiding intensiveren naar gelang de noden van patiënten en mantelzorgers en formele chronische zorgdiensten financieel toegankelijker maken voor de zorgbehoevende.
C. Voor iedereen: behoefte aan informatie, verzekering en bescherming tegen discriminatie
De NHRPH adviseert om ervoor te zorgen dat steun- en zorgaanvragen van mantelzorgers worden begeleid en dat mantelzorgers informatie krijgen over thuiszorg en alle bestaande regelingen in het kader van georganiseerde thuisbegeleiding (verstrekken van informatie, advies, ondersteuning en bemiddeling, zodat mantelzorgers maximaal gebruik kunnen maken van de bestaande rechten en regelingen en om maximale toegang tot zorg te bieden).
Bovendien moet de wetgeving voorzien in een dekking voor burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijk letsel, waarbij de bescherming moet worden uitgebreid tot de gevolgen van ongevallen die zich voordoen in het kader van de mantelzorg, en die in het bijzonder de gederfde inkomsten dekt in geval van blijvende arbeidsongeschiktheid. De mantelzorger moet gedekt zijn voor de risico's die hij loopt of aan derden toebrengt in het kader van zijn mantelzorgactiviteiten.
Ten slotte vraagt de NHRPH dat het beginsel van redelijke aanpassingen door associatie wordt opgenomen in de Belgische federale en regionale wetgeving. Op 11 september 2025 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-38/24 Bervidi immers bevestigd dat het beginsel van non-discriminatie op het gebied van tewerkstelling en arbeid, zoals vastgelegd in Richtlijn 2000/78/EG tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep ook indirecte discriminatie “door associatie” op grond van een handicap omvat, en dit ten gunste van werknemers die zelf geen handicap hebben, maar die essentiële bijstand verlenen aan hun kind of naaste met een handicap.
Het Hof heeft eraan herinnerd dat deze interpretatie kadert binnen verschillende internationale en Europese teksten waarin het beginsel van non-discriminatie en de bescherming van personen met een handicap zijn vastgelegd. Het Hof baseert zich met name op het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (artikel 21 inzake non-discriminatie, artikel 24 inzake de rechten van het kind, artikel 26 inzake de integratie van personen met een handicap) en op het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (artikelen 2, 5 en 7).
Bijgevolg heeft het Hof verduidelijkt dat de werkgever verplicht is redelijke aanpassingen door te voeren om de mantelzorger in staat te stellen zijn beroepsactiviteit te combineren met zijn rol als mantelzorger, voor zover deze maatregelen geen onevenredige last met zich meebrengen. Deze aanpassingen kunnen bijvoorbeeld een aanpassing van de werktijden of een herplaatsing (verandering van functie) omvatten.[1]
Vandaag voorziet het Belgische recht niet uitdrukkelijk in het recht op redelijke aanpassingen voor mantelzorgers die zelf geen handicap hebben. Alleen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft dit recht duidelijk in zijn juridisch kader opgenomen. Dit gebrek aan erkenning op federaal niveau en in de andere deelgebieden leidt tot:
- rechtsonzekerheid voor werkgevers, die geen duidelijk kader hebben om op verzoeken om redelijke aanpassingen in te gaan;
- ongelijke bescherming voor werknemers die mantelzorg verstrekken, ondanks de Europese erkenning van hun rechten door het Hof.
Unia benadrukt dit ook in haar advies 389: “Door een betere combinatie van het persoonlijk leven met het sociale leven van de mantelzorger (zowel op professioneel als op schoolgebied, enz.) mogelijk te maken, kunnen redelijke aanpassingen door associatie ongetwijfeld bijdragen tot een grotere inclusie van personen met een handicap.”
D. Er moet een geschikte oplossing kunnen worden geboden voor intensieve langdurige zorg
De NHRPH constateert met bezorgdheid dat er geen enkele regeling bestaat ter ondersteuning van mantelzorgers die zich intensief en langdurig inzetten voor de begeleiding en/of informele zorg voor een naaste. Noch de wet-Lanjri, noch de wijzigingen in de hervorming van de werkloosheidsuitkering bieden een oplossing voor deze situatie.
In werkelijkheid was werkloosheid, toen deze nog onbeperkt in de tijd was, de enige praktische oplossing voor deze intensieve langdurige mantelzorgers. Werkloosheidsuitkeringen zijn weliswaar niet bedoeld om mantelzorgers te ondersteunen, maar tot voor kort waren zij de enige beschikbare oplossing die min of meer tegemoetkwam aan de logistieke en financiële behoeften van deze mantelzorgers op korte en lange termijn, namelijk:
- vrijgesteld zijn van arbeid om zich te kunnen wijden aan een naaste die ernstig en langdurig door ziekte of een handicap is getroffen;
- beschikken over financiële middelen, hoe bescheiden ook, om de zorgkosten van deze naaste te kunnen dragen;
- zijn rechten op een toekomstig pensioen behouden.
Ook het leefloon biedt geen oplossing voor deze mantelzorgers:
- samenwonenden zijn hiervan uitgesloten
- het is gekoppeld aan het zoeken naar werk
- het vermindert de inkomsten aanzienlijk
- het biedt geen mogelijkheid om pensioenrechten op te bouwen.
Volgens de NHRPH is het noodzakelijk dat de nieuw aan te nemen maatregelen op zijn minst de huidige leemte opvullen met een regeling ter ondersteuning van mantelzorgers die zich inzetten voor intensieve langdurige zorg.
Met het oog op een duurzame oplossing pleit de NHRPH ervoor dat aan mantelzorgers die langdurige intensieve zorg verlenen een sociaal en juridisch statuut wordt toegekend, dat recht geeft op aangepast verlof, sociale bescherming, een fatsoenlijk inkomen en een toereikend pensioen.
Dit statuut moet worden toegekend aan mantelzorgers, ongeacht of zij al dan niet bij de sociale zekerheid zijn aangesloten. De NHRPH beveelt in dit verband aan dat intensieve langdurige mantelzorg wordt gelijkgesteld met een job, zodat zij dezelfde sociale rechten opent als een job: recht op een vergoeding die ten minste gelijk is aan het minimumloon, recht op een werkloosheidsuitkering wanneer de mantelzorg eindigt, en recht op pensioen.
E. In het algemeen
De NHRPH pleit ervoor dat de IMC Handicap mantelzorg op de agenda zet, zodat de federale Staat en de Gewesten en Gemeenschappen zich kunnen coördineren in een gezamenlijke benadering van mantelzorg en kunnen voorkomen dat de ondersteuning van mantelzorgers verschilt naargelang de woonplaats.
Bovendien is het belangrijk dat geen enkele ondersteunings- beschermingsmaatregel voor mantelzorgers, inclusief het behoud van sociale rechten, voor de overheid een voorwendsel mag zijn om niet structureel te voorzien in professionele zorg en diensten die beantwoorden aan de noden van alle hulpbehoevende personen en van de mantelzorgers zelf.
[1] Deze jurisprudentie sluit aan bij het arrest-Coleman (C-303/06), waarin reeds directe discriminatie door associatie werd erkend.