Advies 2026/02
Het secretariaat van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) kampt momenteel met een aanzienlijk personeelstekort.
Het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid heeft op 9 mei 2025 beslist dat er geen vervanging komt voor medewerkers die niet langer voor het secretariaat werken.
Dit maakt het voor de NHRPH erg moeilijk om zijn opdracht als adviesorgaan naar behoren uit te voeren. Concreet betekent dit dat de NHRPH de voorziene termijnen voor het afleveren van zijn adviezen noodgedwongen moet verlengen.
Advies nr. 2026/02 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de hervorming van het sociaal internetaanbod.
Uitgebracht tijdens de plenaire zitting van 19/01/2026.
Advies op initiatief van de NHRPH.
.
1. ADVIES BESTEMD
- Voor opvolging aan de Dienst Sociaal internetaanbod, Afdeling Telecom & Post, AD Economische Reglementering van de FOD Economie
- Voor opvolging aan de heer David Clarinval, vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Landbouw
- Voor opvolging aan mevrouw Vanessa Matz, minister van Modernisering van de Overheid, belast met Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, het Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid
- Voor opvolging aan de heer Rob Beenders, minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen
- Ter informatie aan de heer Frank Vandenbroucke, Vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding
- Ter informatie aan de heer Bart De Wever, eerste minister
- Ter informatie aan Unia
- Ter informatie aan het UNCRPD-coördinatiemechanisme
- Ter informatie aan de federale ombudsman
- Ter informatie aan de Ombudsdienst voor Telecommunicatie
- Ter informatie aan de Consumentenombudsdienst
2. ONDERWERP
In België bestaat er een sociaal internetaanbod, een gunstig tarief voor vast internet. In het kader van de openbare raadpleging over de hervorming van het sociaal internetaanbod heeft de FOD Economie een aanvullende analyse over de non-take-up van het recht op het sociaal internettarief opgesteld en verspreid. De openbare raadpleging liep tot 30/11/2025. De NHRPH heeft zijn leden bevraagd over het thema en wil toch nog enkele aanbevelingen en opmerkingen overmaken.
3. ANALYSE
A. Bevindingen van de studie
“De hervorming van maart 2024 heeft een nieuw regelgevend kader ingevoerd, het zogenaamde sociaal internetaanbod (SIA), dat bepaalt dat de drie operatoren met een vast netwerk in België een dienst moeten aanbieden voor toegang tot een vaste verbinding onder de volgende voorwaarden:
- een downloadsnelheid van minstens 30 Mbps;
- een uploadsnelheid van minstens 4 Mbps;
- een minimumvolume van 150 GB per maand;
- een korting van 50% op de installatiekosten.”
Dit betekent dat operatoren zonder vast netwerk – bijvoorbeeld Orange - in België geen sociaal internetaanbod moeten aanbieden. In het geval van Orange is dat des te opmerkelijker, aangezien VOO sinds oktober 2010 in handen is van Orange Belgium.
“Ter herinnering: rekening houdend met de technische minimumdrempels die zijn vastgelegd in het koninklijk besluit van 20 september 2023, bieden de telecomoperatoren het sociaal internetaanbod aan in de volgende vormen:
- Proximus biedt een internetverbinding aan met 30 Mbps en 150 GB;
- Telenet biedt 100 Mbps en 150 GB;
- VOO biedt 75 Mbps en 500 GB.
Het take-uppercentage van die specifieke producten blijft echter uiterst beperkt: 21.697 begunstigden, ofwel 4% van de ongeveer 550.000 personen met een sociaal statuut dat hen recht geeft op dit aanbod, maken er daadwerkelijk gebruik van. Dat take-uppercentage moet worden genuanceerd, aangezien kan worden aangenomen dat binnen eenzelfde huishouden meerdere personen aan de voorwaarde van sociaal statuut voldoen. Hoe dan ook, in de onrealistische hypothese dat elke potentiële rechthebbende deel uitmaakt van een huishouden samen met een ander potentiële rechthebbende, zou het basiscijfer door twee moeten worden gedeeld, wat in extremis een take-uppercentage van 8% zou betekenen.
Die structurele kloof tussen het beschikbare recht en de effectieve take-up roept vragen op over zowel de opzet van de regeling als de concrete voorwaarden voor de activering en het gebruik ervan. Het doel van deze analyse is dan ook de volgende zaken te onderzoeken:
- de doeltreffendheid van de momenteel vastgelegde technische drempels (snelheid van 30 Mbps, volume van 150 GB);
- de geschiktheid van deze voorwaarden voor gedifferentieerde gebruikersprofielen (huishoudens met kinderen, ouderen, blinden of slechtzienden);
- en de mogelijkheid om het toepassingsgebied van de wettelijke verplichtingen uit te breiden (bv. vaste telefonie voor ouderen, mobiel aanbod aangepast aan personen met een visuele handicap).
Het uiteindelijke doel is om analyse-elementen aan te reiken die inzicht geven in de oorzaken van het take-uppercentage, zodat de capaciteit van het SIA kan worden verbeterd om beter in te spelen op de essentiële digitale behoeften van zijn potentiële begunstigden.”
De studie is zeer interessant en bevestigt ook een aantal bevindingen van de NHRPH:
- Het sociaal tarief wordt algemeen als ontoereikend beschouwd voor een normaal gebruik. (Volgens de studie hoeft dit niet zo te zijn, aangezien de mogelijkheid bestaat om bij bepaalde operatoren toegang te krijgen tot een aanbod van 500 GB.)
- De veelheid aan opties, tarieven, bundels, profielen, sociale situaties en – meestal tijdelijke - promoties maken het moeilijk om de ideale keuze te maken om tegemoet te komen aan de eigen noden. Dit geldt ook voor maatschappelijk assistenten, mantelzorgers, bewindvoerders enz.
- Klassieke telecombundels worden vaak als competitiever beschouwd dan een afzonderlijk sociaal aanbod, vooral wanneer ze mobiele telefonie, televisie en internet omvatten. (De studie spreekt dat overigens tegen: “In werkelijkheid is het afsluiten van één enkel bundel financieel niet het voordeligst”.)
De enorme non-take-up van het sociaal internetaanbod (meer dan 90%) en de hardnekkige digitale kloof zijn des te verontrustender omdat digitale technologie steeds vaker onvermijdelijk wordt om toegang te krijgen tot rechten, informatie of essentiële diensten. Nochtans is een evenwaardige en toegankelijk niet-digitaal alternatief een verplichting en een noodzaak.
B. Aanbevelingen uit de studie
- Verhoging van de minimumdrempels
“Er wordt hoofdzakelijk aanbevolen om de instellingen van het systeem aan te passen door de technische drempels voor snelheid en volume te verhogen, om het voordeel dat de begunstigde er uithaalt te vergroten en zo automatisch te leiden tot een stijging van het take-uppercentage. […]
Ten slotte moet de vermindering van de installatiekosten met 50% worden herzien. Momenteel is het gebruikelijk dat de installatie kosteloos is of dat er commerciële promoties gelden. Het feit dat een kwetsbare groep een hoog bedrag moet betalen in verhouding tot hun maandbudget, maakt dit aanbod veel minder aantrekkelijk dan een gelijkwaardig commercieel aanbod van betere kwaliteit, waarvan de hogere maandelijkse kost regelmatig wordt gecompenseerd door het ontbreken van instapkosten.”
- De hindernissen tussen aanvrager en operator verminderen
“Elk door de gebruiker gebruikt kanaal moet een directe activering van het sociaal aanbod mogelijk maken, zonder doorverwijzing. Dankzij het computersysteem van de overheid kan onmiddellijk worden gecontroleerd of iemand in aanmerking komt, waardoor het technisch mogelijk is om onmiddellijk een contract af te sluiten, ongeacht het gebruikte kanaal”.
- Activering van het recht via eerstelijnswerkers
Door de eerstelijnswerkers te informeren en te motiveren kunnen de rechthebbenden vlotter de meest geschikte formule vinden. Bovendien kunnen ook de eerstelijnswerkers baat hebben bij een efficiënte digitale connectie met hun publiek.
C. Bedenkingen van de NHRPH
De NHRPH wijst erop dat de internetbehoeften van personen met een handicap onderling enorm kunnen verschillen, volgens leeftijd, handicap, enz. Een standaard sociaal tarief is dus niet altijd de juiste keuze. Enkele voorbeelden:
- Dove personen die online in gebarentaal communiceren hebben meer bandbreedte nodig.
- Blinde personen met leesapparatuur moeten zich vaak door lange gesproken teksten werken om te vinden wat ze zoeken. Dat vraagt tijd en bandbreedte.
- De behoeften van frequente internetgebruikers liggen hoger dan die van mensen die maar sporadisch online gaan.
4. ADVIES
De NHRPH is van mening dat de non-take-up van het sociaal tarief moet worden aangepakt. De NHRPH kan zich vinden in de aanbevelingen van de studie (zie 3.B), maar wenst zelf ook enkele aanbevelingen te formuleren.
A. Beter een sociaal forfait dat een sociaal tarief
- Aangezien een standaard sociaal tarief voor veel personen met een handicap niet de beste oplossing is, pleit de NHRPH voor een sociaal forfait, een bedrag dat wordt toegekend voor toegang tot internet en eventuele aanverwante diensten zoals televisie, online en vaste telefonie.
- Met dat bedrag zouden personen met een handicap zelf kunnen kiezen welke formule voor hen de beste is bij de operator van hun keuze, en dit bij voorkeur ook bij andere operatoren dan de 3 operatoren met een vast netwerk in België (Proximus, Telenet en VOO).
- Dat forfaitbedrag moet worden geïndexeerd.
B. Simulatoren
- Er bestaan veel verschillende formules, bundels enz. Het is niet eenvoudig om de meest geschikte formule te kiezen. Degelijke, neutrale simulatoren zijn dus van belang.
- Promoties van operatoren zijn vaak van tijdelijke duur en dus niet altijd de interessantste oplossing op langere termijn.
- Maak simulaties mogelijk voor verschillende periodes en voor de langere termijn.
- Er moet in het bijzonder aandacht zijn voor nieuwe gebruikers die nog niet weten wat er bestaat en wat de mogelijkheden zijn.
C. Adviesvraag
- De NHRPH ontving de analyse in het kader van een openbare raadpleging van de sector.
- De NHRPH had een specifieke adviesvraag aan zijn adres geapprecieerd. Op die manier had de NHRPH sneller en efficiënter kunnen antwoorden.
D. Niet-digitaal alternatief
- De NHRPH maakt van de gelegenheid gebruik om de digitale kloof in herinnering te brengen.
- Het toekennen van een sociaal forfait ontheft de overheid GEENSZINS van het voorzien van een valabel en kosteloos niet-digitaal alternatief. De overheid moet voor al haar diensten een valabel en kosteloos niet-digitaal alternatief voorzien.
- Een menselijk contactpunt is een noodzaak.