Ga naar de inhoud

Samenvatting van het advies 2026/11: Stemrecht

Op verzoek van de voorzitter van de Kamercommissie Justitie

Onderwerp:

Het wetsvoorstel van 11 maart tot wijziging van het oud Burgerlijk Wetboek ter rechtzetting van een ongewenste en onevenredige uitwerking van de wet van 28 maart 2023 ‘houdende diverse wijzigingen inzake verkiezingen’ op het stemrecht van personen met een mentale en/of psychische handicap

Standpunt van de NHRPH:

  • Volledige steun voor de noodzaak om een afkeurenswaardige praktijk te beëindigen. De huidige wetgeving leidt tot een vrijwel algemene en onevenredige ontzegging van het stemrecht aan personen met een verstandelijke of psychische handicap: dit is volledig in strijd met de tekst van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.
  • Onvervreemdbaar recht. Het stemrecht is een grondrecht dat verbonden is aan het burgerschap. Alleen op grond van een zware strafrechtelijke veroordeling kan iemand dit recht worden ontnomen.

Eisen van de NHRPH:

  • Absoluut verbod: De vrederechter mag een persoon in geen geval het stemrecht ontnemen op grond van zijn of haar handicap.
  • Onmiddellijke toepassing: De toekomstige wet moet worden toegepast op alle lopende of afgeronde zaken waarin tot ontzegging van het stemrecht is besloten.
  • Automatisch herstel: Eerdere ontzeggingen moeten automatisch ongedaan worden gemaakt, zonder administratieve procedure, om te garanderen dat elke persoon met een handicap wordt opgeroepen voor de verkiezingen van 2029.

Lees het volledige advies