Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2018/29

Beleidsnota handicap

Advies nr. 2018/29 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de algemene beleidsnota (ABN) 2019 – ‘Personen met een handicap’ van mevrouw Zuhal Demir, Staatssecretaris voor Personen met een beperking, uitgebracht tijdens de plenaire vergadering van 19 november 2018.

 

Aanvrager

Advies uitgebracht op verzoek van de Staatssecretaris (15 oktober 2018).

 

Onderwerp

De Staatssecretaris voor Gelijke Kansen, Wetenschapsbeleid, Armoedebestrijding, Grootstedenbeleid en Personen met een beperking heeft haar beleidsnota voor 2019 ingediend bij de Kamer. Zij heeft de NHRPH gevraagd tijdens de plenaire vergadering van 15 oktober een advies over het deel "handicap" uit te brengen.

 

Analyse

Het deel "handicap" is onderverdeeld in verschillende doelstellingen:

  • Naar een inclusief en participatief beleid voor personen met een handicap
  • Een nieuwe kijk op handicap:
    • Het VN-Verdrag: evolutie van een medisch naar een sociaal model van handicap. De Staatssecretaris dringt aan op het verwezenlijken van de paradigmaverschuiving van het UNCRPD.
  • Inclusie, autonomie en participatieve integratie als beleidspijlers. De Staatssecretaris licht toe wat de basis van haar beleid is: meer autonomie en inclusie, de meest kwetsbaren in onze samenleving ondersteunen, inactiviteitsvallen en tewerkstellingsdrempels verminderen, participatieve integratie bevorderen.
    • Een uniforme interpretatie van het 1/3e verdienvermogen (omzendbrief)
    • De zelfredzaamheid van personen met een handicap beter in kaart brengen (studie KUL en ULB)
  • Samenwerkingsovereenkomsten met de Gemeenschappen voor overname van de verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een handicap en hulp aan bejaarden
  • Werking van de Directie-generaal Personen met een handicap:
    • werkbezoek aan de Commissie Sociale Zaken;
    • actieplan;
    • een performant ICT-systeem en een performant personeelsbestand;
    • een onafhankelijke en ontegensprekelijke audit.
  • Handicap en werk:
    • maatschappelijke effecten en belang van werk;
    • werken met een handicap bij de federale overheid.
  • Handicap en armoede:
    • hogere tegemoetkomingen.
  • Handicap en samenleving :
    • European Disability Card;
    • European Accessibility Act;
    • handistreaming (balans en regelgevingsimpactanalyse - RIA);
    • implementatie VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap;
    • “niets over ons, zonder ons”: de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap.
  • Handicap en integrale toegankelijkheid:
    • misbruik kan niet door de beugel (parkeerkaarten);
    • toegankelijk openbaar treinvervoer;
    • toegankelijke musea;
    • toegankelijke overheidswebsites.
 

Advies

De NHRPH merkt op dat de Staatssecretaris haar beleidsnota in de ontwerpfase ter raadpleging voorlegt en vindt het positief dat de raadpleging plaatsvindt voordat de definitieve tekst wordt ingediend. Met het oog op een participatieve raadpleging vanaf het begin van de denkoefening (cf. artikel 4.3 van het UNCRPD) vraagt de NHRPH om in de toekomst nog vroeger te worden geraadpleegd, op zijn minst voor de visie en de krachtlijnen.

 

Wat de inhoud betreft, herinnert de NHRPH aan bovengenoemd advies (2017-06). De Staatssecretaris heeft rekening gehouden met een aantal punten, waarvoor de NHRPH de Staatssecretaris bedankt. Andere punten werden niet onderzocht, hoewel ze toch dringend zijn. Ter herinnering: de NHRPH wees in het bijzonder op:

  • de noodzaak om een echt interfederaal handicapplan uit te werken;
  • de noodzaak om de dienstverlening van de Directie-generaal Personen met een handicap (DG HAN) te verbeteren;
  • de noodzaak om werkgelegenheid voor mensen met een handicap ook in de privésector te bevorderen;
  • de noodzaak om de rechten meer te automatiseren, met behoud van de toegang tot de (maatschappelijke) diensten van de DG HAN;
  • de noodzaak om de ambitieuze tekst van de richtlijn European Accessibility Act te steunen;
  • de noodzaak om de oprichting van een nationaal mensenrechtenmechanisme te ondersteunen waarin de handicapdimensie geïntegreerd is;
  • de noodzaak om de uitvoering en opvolging van het UNCRPD te versterken;
  • de noodzaak om bij te dragen tot de handicapdossiers van mevrouw De Block, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid: mantelzorgers, hervorming van het KB 78, en 'back to work'.

De NHRPH had het op prijs gesteld dat deze punten de nodige aandacht gekregen hadden en er concreet gevolg aan gegeven werd.

Voor de punten die in de beleidsnota voor 2019 in aanmerking genomen zijn, wil de NHRPH het volgende meegeven:

  • de zelfredzaamheid van personen met een handicap beter in kaart brengen: de NHPRH is verbaasd te vernemen dat de studie zich in de eindfase bevindt. Hij wijst erop dat hij deelneemt aan het stuurcomité van dit project en dat de onderzoekers op de laatste vergadering in juli 2018 gezegd hebben dat zij voor de slotconclusies opnieuw contact zouden opnemen met de NHRPH. Dit is nog niet gebeurd.
  • werking van de DG HAN: al meer dan drie jaar komt de NHRPH regelmatig samen met de Directeur-generaal en geeft de Raad advies over de werking van DG HAN en de reikwijdte van de projecten met betrekking tot de behoeften van personen met een handicap (cf. adviezen 2016-08, 2017-13, 2018-08, 2018-21). Tot voor kort was ‘DG HAN’ een maandelijks agendapunt op de vergadering met het kabinet. Op de laatste plenaire vergadering heeft het kabinet aangekondigd slechts om de drie maanden aan de NHRPH te rapporteren. De NHRPH begrijpt volkomen dat de DG HAN zich in een moeilijke situatie bevindt en dat er tijd nodig is om de situatie te analyseren en de gevolgen van de veranderingen in de processen te integreren. De NHRPH blijft evenwel bezorgd over de nog steeds zeer lange behandelingstermijn voor dossiers en over de aanzienlijk verminderde toegankelijkheid van de dienstverlening (onder andere afschaffing van de informatieloketten, beperking van de telefonische toegang in het bijzonder). Volgens de Staatssecretaris zelf in haar ABN is de ontwikkeling licht positief.

Tegelijkertijd neemt de NHRPH nota van de vastbeslotenheid van de Staatssecretaris om de saneringswerkzaamheden van DG HAN voort te zetten en zowel op de assen "efficiënte ICT" als "efficiënt personeel" in te zetten. M.b.t. de processen "ICT" en "personeel" herinnert de NHRPH aan:

  • het belang van ondersteunend personeel omdat deze aanpassingen al enkele jaren aan de gang zijn;
  • ook het belang van het raadplegen van gebruikers en het regelmatig evalueren van de beoogde pistes en maatregelen;
  • de digitale kloof die niet mag worden onderschat (doeltreffende sociale ondersteuning, gemakkelijk te begrijpen en in te vullen formulieren, etc.): voor veel mensen met een handicap is het internet een instrument voor raadpleging en informatie, maar niet zozeer voor het beheer van hun dossiers; ziekenfondsen en OCMW's moeten ook de middelen krijgen om mensen met een handicap te ondersteunen.
  • Belang van tewerkstelling: de NHRPH brengt een aantal essentiële aspecten in herinnering:
    • België is het land in de Europese Unie met de laagste participatiegraad voor mensen met een handicap. Werkgevers focussen vaak meer op de moeilijkheden van een persoon met een handicap om te werken dan op zijn of haar capaciteiten en mogelijkheden. De NHRPH wacht ook op informatie van het kabinet-De Block over de slagingsgraad van back-to-workmaatregelen.
    • Niet alle mensen met een handicap zijn in staat om te werken. Het activeringsbeleid mag niet tegen hen worden gebruikt.
    • De aanwerving in federale departementen is bevroren en Selor heeft moeite om kandidaten met een handicap aan te werven (zie BCAPH-verslag 2017).
    • De opleiding van jongeren met een handicap komt vaak onvoldoende tegemoet aan de eisen van de arbeidsmarkt
  • Handicap en armoede: Ondanks de verbeteringen die de Staatssecretaris heeft doorgevoerd, blijven de tegemoetkomingen onder de armoedegrens. Armoede is vaak een realiteit voor mensen met een handicap (zie armoedeverslag 2018); in de aanbevelingen van de Handilab-studie wordt gehamerd op de ontoereikende bescherming van de tegemoetkomingen voor personen met een handicap. Naast de hervormingspunten van de Staatssecretaris dringt de NHRPH ook aan op het ontwerp voor een grondige hervorming van de wet inzake de tegemoetkomingen voor personen met een handicap van de vorige regering, dat in de ogen van de NHRPH nog steeds relevant is, omdat dit project een echt instrument was in de strijd tegen armoede (met name) - zie advies 2013-19.
  • De European Accessibility Act (EAA-richtlijn): de NHRPH en het BDF hebben deze ontwerprichtlijn voluit gesteund, want deze richtlijn is van essentieel belang om de participatie van mensen met een handicap in de samenleving te versterken, zodat zij toegang hebben tot toegankelijkere diensten en producten. De NHRPH en het BDF hebben alarm geslagen omdat het oorspronkelijke ontwerp werd uitgehold en het transport, de bebouwde omgeving, micro-ondernemingen, noodoproepdiensten, enz. in de recentste versies werden uitgesloten. De NHRPH en het BDF hebben eraan herinnerd dat het toegankelijk maken van de markt ook een kans is voor de economische ontwikkeling van de Europese Unie, omdat toegankelijkheid betrekking heeft op alle mensen met een handicap en ook op andere mensen met beperkte mobiliteit. De richtlijn is op 8 november jongstleden aangenomen: de tekst van deze overeenkomst is nog niet bekend, maar we weten dat deze niet de reikwijdte zal hebben die de NHRPH had gehoopt. De NHRPH hoopt dat België veel verder zal gaan dan de minimumnormen/doelstellingen van de richtlijn.
  • Handistreaming: De Staatssecretaris trok een aantal interessante conclusies uit het in 2015 gelanceerde federale actieplan Handistreaming. Om de praktische reikwijdte van handistreaming te versterken, plant ze 3 acties op federaal overheidsniveau:
  1. automatische reflectie over de impact van alle beleidsmaatregelen op het leven van personen met een handicap;
  2. toepassing van de "Regulatory Impact Analysis" (RIA) voor dossiers die het voorwerp uitmaken van een beslissing van de Ministerraad;
  3. optimalisering van de bilaterale contacten tussen administratieve contactpunten en strategische eenheden.

De NHRPH staat ook goedkeurend tegenover de wens van de Staatssecretaris om zich niet neer te leggen bij een mislukking in dit dossier en om vooruitgang te boeken bij de concrete uitvoering van handistreaming. De NHRPH is van mening dat de voorstellen 1. en 3. in de goede richting gaan, maar dat voorstel 2. veel te laat komt in het besluitvormingsproces.

De NHRPH heeft talrijke adviezen uitgebracht over zijn verwachtingen en aanbevelingen, zie met name het laatste samenvattende advies 2018-16, en wil nogmaals een deel van dit advies benadrukken:

De NHRPH acht het essentieel dat de hele regering goed op de hoogte is van:

  • prioriteiten van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap;
  • personen die getroffen zijn door een of meerdere lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of cognitieve beperking(en) en de gevolgen daarvan voor hun leven en hun integratie in de samenleving;
  • de bestaansreden van de NHRPH en de noodzaak om de NHRPH te raadplegen, gezien zijn kennis op dit gebied;
  • indicatoren die nodig zijn om het effect van de genomen maatregelen zo spoedig mogelijk te beoordelen.

De NHRPH is van mening dat de bovengenoemde prioriteiten en aandachtspunten als leidraad moeten dienen voor de rapportage: aan de hand van de vragen en aandachtspunten die in de vragenlijst aan bod komen, moet het mogelijk zijn om snel maar zeker de werkzaamheden op elk beleidsdomein te evalueren en een leidraad op te stellen voor toekomstige beleidsactiviteiten.

De NHPRH dringt ook aan op een eenvoudig en snel gebruik van de vragenlijst in het kader van de rapportage. De NHRPH beveelt een structuur aan op basis van een SMART-schema en eenvoudige vragen:

  • Welk beleid/welke actie is nodig om welke uitdaging het hoofd te bieden?
  • Op wie is het beleid/de actie gericht?
  • Wanneer zou de beleidsmaatregel/actie van toepassing zijn (tijdschema en stappen)?
  • Welke middelen zijn nodig voor de beleidsmaatregel/actie (technisch, budgettair, ...)
  • Vereist de beleidsmaatregel/actie externe toelichting over de behoeften van mensen met een handicap?

Een dergelijke vragenlijst zou dan ook als beheersinstrument kunnen dienen, namelijk als "knipperlicht handicap" binnen elk kabinet én ongeacht de maatregelen die worden ontwikkeld (handicapspecifiek of algemeen). De vragenlijst zou gemakkelijk kunnen worden vertaald naar een “10-puntencharter" dat wordt toegepast op elke beleidsmaatregel die het kabinet neemt.

Het contactpunt handicap en de dossierbeheerder moeten zich van bij de aanvang van de reflectie afvragen of de maatregel die zij plannen te ontwikkelen bijzondere aandachtspunten vereist om tegemoet te komen aan de verwachtingen van de personen met een handicap. De NHRPH zou vanaf dat moment uiteraard voor elke vraag ter beschikking staan.

"Niets over ons zonder ons": de Nationale Hoge Raad voor personen met een handicap. De NHRPH waardeert dat er regelmatig vergaderingen met het kabinet plaatsvinden. Tegelijkertijd zou de Raad graag een doorlopende samenwerking en uitwisseling zien voor elk project dat betrekking heeft op personen met een handicap, van de eerste momenten van redactie tot de uiteindelijke redactie van de teksten. Deze manier van werken wordt verdedigd door de UNCRPD en zou door de gehele federale regering moeten worden aangenomen. Het is een manier van werken die voldoende personeel vereist en de NHRPH trekt hier opnieuw aan de alarmbel. Sinds het advies 2018-04 is de situatie nog verslechterd: het team telt nu slechts 5 mensen en de 2 collega’s die op pensioen gingen werden niet vervangen. Verzoeken van publieke en private actoren komen van alle kanten: dit is een teken van toenemende bezorgdheid over de inclusie van mensen met een handicap; tegelijkertijd vreest het secretariaat dat het binnenkort niet langer in staat zal zijn om nog kwaliteitswerk te garanderen, kwantitatief noch kwalitatief. De NHRPH hoopt nu dat er snel een oplossing wordt gevonden om het secretariaat te versterken.

  • Misbruik van parkeerkaarten kan niet worden getolereerd: de NHRPH is blij te horen dat het proefproject dat in 4 gemeenten in het land is uitgevoerd, overtuigende resultaten heeft opgeleverd over het nut van de controles. De NHRPH is altijd van mening geweest dat het niet de wettelijke voorwaarden voor de erkenning van de parkeerkaart waren die problemen opleverden, maar veeleer de omstandigheden waarin bepaalde kaarten worden gebruikt. Om dezelfde reden is de NHRPH van mening dat de verstrenging van strafrechtelijke sancties de evolutie naar een "juist gebruik van de kaart door de juiste personen" zal versterken.
  • Toegankelijk openbaar vervoer per trein

De NHRPH deelt de bekommernis van de Staatssecretaris voor een toegankelijk spoorverkeer. De NHRPH onderschrijft ook de aangehaalde prioriteit van een uniforme en unieke perronhoogte. Zonder die unieke perronhoogte kunnen er geen aangepaste treinen worden gebouwd en blijven treinen nog decennia moeilijk toegankelijk voor rolstoelgebruikers. De NHRPH ijvert al enige jaren voor een unieke perronhoogte en aangepaste treinen (zie adviezen 2017-09, 2017-06, 2016-16, 2015-30). Het is een zeer groot project dat een langetermijnplanning vereist. Deze planning moet dan ook in de nieuwe beheersovereenkomst worden opgenomen.

Voor de nieuwe beheersovereenkomst verwijst de NHRPH naar zijn advies 2015-30 waarin hij prioriteiten opsomde die een plaats verdienen in het beheerscontract, waaronder:

  • een werkbaar budget voor de NMBS
  • universele toegankelijkheid
  • toegankelijke en begrijpelijke communicatie, zowel visueel als auditief, op de trein, op het perron en in en rond het station (zie ook het advies over de aankondiging van de uitstapzijde: 2018-05), een punt dat de Staatssecretaris ook aanhaalt in haar beleidsnota
  • aanpassing van het boordtarief
  • uniformiteit van structuur, materiaal enz.
  • sensibilisering van personeel en passagiers
  • assistentie (zie ook de adviezen over de assistentietermijnen en de stations waar assistentie wordt aangeboden: 2017-11, 2015-06,

2015-27)

De NHRPH hoopt dat de Staatssecretaris aan al deze punten zal werken met de heer Bellot, Minister van Mobiliteit.

In art. 46 van de vorige beheersovereenkomst (2008-2012) staat het volgende:

De Nationale Hoge Raad voor Personen met een handicap is, voor het overleg met de NMBS, de enige gesprekspartner die optreedt als vertegenwoordiger van de verschillende groeperingen en verenigingen die zich inzetten voor de minder mobiele reizigers.

 

De NHRPH stelt zijn samenwerking en overleg met de NMBS op prijs en wenst dan ook dat dit artikel ook in de volgende beheersovereenkomst zal staan.

  • Toegankelijkheid van de overheidssites: de NHRPH waardeert het initiatief van het aanvullend KB om te zorgen voor het toezicht op en de controle van de toepassing van de richtlijn. De Raad herinnert ook aan zijn advies 2017-14, waarin ook het toepassingsgebied van de richtlijn, de behoeften van personen met een handicap, enz. worden benadrukt.
 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan mevrouw Zuhal Demir, Staatssecretaris voor Personen met een beperking
  • Ter informatie aan de heer Charles Michel, Eerste Minister
  • Ter informatie aan Unia
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme