Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2018/31

Vrijwilligers

Advies nr. 2018/31 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het ontwerp van koninklijk besluit tot verhoging van het jaarlijkse kostenplafond, zoals bepaald in artikel 10, eerste lid van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van de vrijwilligers, voor bepaalde categorieën van vrijwilligers.

 

Aanvrager

Advies op initiatief van de NHRPH, uitgebracht bij hoogdringendheid na raadpleging van de leden via e-mail op 21 november 2018.

 

Onderwerp

Het ontwerp van koninklijk besluit voorziet in een verhoging van het jaarlijks forfaitair maximumbedrag voor bepaalde categorieën van vrijwilligers.

 

Analyse

Artikel 10 van de wet van 3 juli 2005 voorziet in een maximum van 24,73 euro per dag en 991,57 euro per jaar (exclusief index). Artikel 12 van de wet machtigt de Ministerraad om deze bedragen te verhogen voor specifieke categorieën van vrijwilligers, waaronder

  • dag- en nachttoezicht voor afhankelijke personen
  • niet-dringend vervoer van liggende patiënten.

Het kabinet van de Minister van Werk presenteerde het ontwerp tijdens de plenaire vergadering op 19 november 2018.

 

Advies

Het kabinet van de Minister heeft nooit het advies van de NHRPH gevraagd, hoewel het toepassingsgebied expliciet en direct betrekking heeft op de leefomstandigheden van zieken en personen met een handicap. De NHRPH herinnert aan de toezegging van de Ministerraad tijdens deze ambtstermijn om de NHRPH en de Staatssecretaris voor Personen met een Beperking te raadplegen en te betrekken bij het beleid en de maatregelen die van invloed kunnen zijn op de levensomstandigheden van personen met een handicap.

Rekening houdend met de informatie die hem tijdens de plenaire vergadering van 19 november werd verstrekt, is de NHRPH het volledig oneens met de voorgestelde wijzigingen in het ontwerp van koninklijk besluit.

Het principe van vrijwilligerswerk is van cruciaal belang voor de NHRPH: de NHRPH is van mening dat inzet en onbetaald werk de kern van het vrijwilligerswerk vormen. De vergoedingen uitgekeerd krachtens de vrijwilligerswet dienen ter dekking van de kosten van vrijwilligers en kunnen niet worden gebruikt om vrijwilligers te bezoldigen. Indien het forfaitaire bedrag ten gevolge van de aard van het vrijwilligerswerk wordt overschreden, dan is er nog steeds de mogelijkheid om de werkelijke kosten te vergoeden. Tegelijkertijd kan vrijwilligerswerk als zodanig geen ondersteuningsmodel worden, aangezien het niet steunt op een socialezekerheidskader.

Met betrekking tot de specifieke wijzigingen in het Koninklijk Besluit wil de NHRPH een aantal punten aan de orde stellen.

  • Op dit moment wordt dag- en nachttoezicht voornamelijk geboden door respijtdiensten beheerd door commerciële dienstverleners, ondersteunende diensten en ziekenfondsen. Er is voorzien in kwaliteitsgaranties met betrekking tot de ondersteuning door deze structuren. De NHRPH heeft geen garantie gekregen dat, wanneer deze toezichtdiensten door vrijwilligers buiten het kader van formele respijtdiensten worden aangeboden, de ondersteuning en zorg van gelijke kwaliteit zijn. Zijn deze vrijwilligers mantelzorgers erkend onder de wet van 12 mei 2014? Hebben ze een statuut met rechten en verantwoordelijkheden? Zijn ze geschoold? Zijn het assistenten in het kader van het PGB in Vlaanderen? In voorkomend geval, hoe verhouden de bepalingen met betrekking tot de onkosten en die met betrekking tot de arbeidsovereenkomst zich tot elkaar?
  • Vrijwilligers die diensten verlenen binnen verenigingen voor personen met een handicap of zieken vervoeren geen liggende patiënten. Patiënten liggend vervoeren vereist medische verantwoording en vaak een medische opvolging, ook tijdens het vervoer van de patiënt. Liggend vervoer (zelfs niet-dringend) is de facto een medisch vervoer dat professionele ondersteuning vereist, althans wat betreft de fysieke manipulatie van de patiënt. Deze ondersteuning gebeurt direct door een ziekenhuis of erkend zorgcentrum of indirect door middel van onderaanneming aan dienstverleners - commerciële bedrijven. Deze professionele vervoerders hebben een specifieke verantwoordelijkheid. Om al deze redenen begrijpt de NHRPH niet dat liggend vervoer kan worden toevertrouwd aan vrijwilligers die per definitie buiten een specifiek medisch of commercieel kader (onderaanneming dat aan een kader onderworpen is en voldoet aan professionele eisen) werken.
  • Deze bepaling geeft een concurrentievoordeel aan organisaties die in staat zijn om dit verhoogde forfaitaire tarief te betalen ten opzichte van organisaties die dit niet kunnen (aangezien het forfaitaire tarief een maximaal toegestaan tarief is). Leden van verenigingen van personen met een handicap die vrijwilliger zijn hebben vaak zelf een handicap en geen noemenswaardig inkomen. Zij zullen zelf niet van deze maatregel kunnen genieten.

Daarom is de NHRPH van mening dat

  • Liggend vervoer een werk is dat nooit door vrijwilligers kan worden gedaan;
  • Nacht-, en zeker dagtoezicht evenzeer een kwaliteitsvolle en soms professionele ondersteuning van de patiënt, de persoon met een handicap of de oudere vereist;
  • Het in alle gevallen belangrijk is om een duidelijk onderscheid (rol, competenties, verantwoordelijkheden) tussen de professional en de vrijwilliger te handhaven en niet te evolueren in de richting van een vermenging die uiteindelijk zowel de sociale zekerheid vermindert als de individuele bescherming verzwakt;
  • Deze maatregel duidelijk de ontmanteling van het aanbod van tegemoetkomingen van de sociale zekerheid verergert;
  • De opeenvolgende herzieningen van het algemene zorg- en ondersteuningskader (empowerment van de patiënt, erkenning van mantelzorgers, verplegingsprotocol, etc.) de Staat nooit kunnen ontslaan van zijn verplichting om te zorgen voor kwaliteitszorg en ondersteuning;
  • Deze maatregel een ernstige bedreiging vormt voor de verenigingssector, die met zijn financiële middelen niet in staat is om de forfaitaire bedragen en de vergoedingen in het kader van het vrijwilligerswerk te verhogen.

De NHRPH doet opnieuw de zorgwekkende vaststelling dat het "traditionele" kader van de sociale zekerheid (ziekenhuizen, ziekenfondsen en collectieve diensten in verband met sociale zekerheid en sociale bescherming) wegglijdt naar een diffuus lappendeken dat bestaat uit:

  • werknemers die hun arbeidstijd hebben ingekort om de facto verzorger te worden en wier sociale dekking is afgenomen of zelfs verdwenen,
  • mantelzorgers (met een soms onduidelijke status),
  • vrijwilligers die meer worden vergoed (onderhavig KB),
  • vrijwilligers die minder worden vergoed (basissysteem),
  • personen met een semi-agoraal statuut (500 euro/maand fiscaal aftrekbaar, zonder sociale bijdrage aan het stelsel van sociale solidariteit).

De in het koninklijk besluit voorgestelde maatregelen brengen het algemene zorg- en ondersteuningskader (sociale zekerheid) duidelijk in gevaar en dragen geleidelijk maar zeker bij tot het fenomeen van afkalving van de verantwoordelijkheid van de staat.

 

Bezorgd

  • voor opvolging aan de heer Kris Peeters, Minister van Werk;
  • voor opvolging aan mevrouw Maggie De Block, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid;
  • ter info aan mevrouw Zuhal Demir, Staatssecretaris voor Personen met een beperking;
  • ter info aan UNIA;
  • ter info aan het interfederaal coördinatiemechanisme.