Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2018/14

Verdrag van Marrakesh

Advies nr. 2018/14 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het ontwerp van wet tot omzetting in Belgisch recht van de richtlijn 2017/1564/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2017 inzake bepaalde toegestane vormen van gebruik van bepaalde werken en ander materiaal die door het auteursrecht en naburige rechten beschermd zijn ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, en tot wijziging van richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij

 

Aanvrager

Advies op verzoek van de heer Kris Peeters, Minister van Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel

 

Onderwerp

Het wetsontwerp zet een richtlijn om ter uitvoering van de verplichtingen waaraan de lidstaten van de Europese Unie moeten voldoen krachtens het Verdrag van Marrakesh van 27 juni 2013 inzake toegang tot gepubliceerde werken voor personen die blind of visueel gehandicapt zijn of anderszins een leeshandicap hebben, hierna 'Verdrag van Marrakesh' genoemd.

 

Analyse

Het Verdrag van Marrakesh heeft tot doel de beschikbaarheid en grensoverschrijdende uitwisseling van bepaalde werken en ander beschermd materiaal in toegankelijke vorm te verbeteren voor personen die blind of visueel gehandicapt zijn of anderszins een leeshandicap hebben.

Richtlijn 2017/1564 legt de lidstaten op te voorzien in uitzonderingen op of beperkingen van het auteursrecht en de naburige rechten ten behoeve van de vervaardiging en verspreiding van exemplaren van bepaalde werken en ander beschermd materiaal in toegankelijke vorm en ten behoeve van de grensoverschrijdende uitwisseling van die exemplaren. Exemplaren in toegankelijke vorm die in een lidstaat vervaardigd zijn, moeten beschikbaar zijn in alle lidstaten, zodat een grotere beschikbaarheid ervan op de gehele interne markt gegarandeerd wordt.

Deze uitzonderingen betreffen personen

a) die blind zijn;

b) met een visuele handicap die niet zodanig gecorrigeerd kan worden dat het gezichtsvermogen wezenlijk gelijkwaardig wordt aan dat van een persoon zonder die handicap en die daardoor niet in staat zijn in dezelfde mate gedrukte werken te lezen als een persoon zonder die handicap;

c) met een waarnemings- of leeshandicap die daardoor niet in staat zijn in wezenlijk dezelfde mate gedrukte werken te lezen als een persoon zonder een dergelijke handicap of dergelijke moeilijkheden;

d) die ten gevolge van een fysieke handicap niet in staat zijn een boek vast te houden of te hanteren, de ogen correct te focussen of hun ogen zo te bewegen dat lezen mogelijk wordt. ,

De term 'werk' omvat elke drager in de vorm van een boek, dagblad, krant, tijdschrift of ander soort geschrift, notaties met inbegrip van bladmuziek en daarmee samenhangende illustraties, op om het even welke drager, met inbegrip van audioformaten, zoals audioboeken en digitale formaten.

Het exemplaar in toegankelijke vorm is een exemplaar in een alternatieve vorm opdat de begunstigde even eenvoudig en gemakkelijk toegang tot het werk krijgt als een persoon zonder handicap of genoemde moeilijkheden. Tot deze toegankelijke formaten behoren bijvoorbeeld brailleschrift, grootletterdruk, aangepaste e-boeken, audioboeken en radioprogramma's.

De entiteiten die gemachtigd zijn om werken in een toegankelijk formaat te reproduceren, zijn entiteiten die door een lidstaat van de Europese Unie gemachtigd of erkend zijn om zonder winstoogmerk onderwijs, opleiding, aangepast lezen of toegang tot informatie aan begunstigden te bieden. Deze term omvat tevens openbare instellingen of organisaties zonder winstoogmerk die begunstigden dezelfde diensten aanbieden als een van hun hoofdactiviteiten, institutionele verplichtingen of in het kader van hun taken van openbaar belang. Voorbeelden hiervan zijn bibliotheken, onderwijsinstellingen en andere non-profitorganisaties.

Het wetsontwerp neemt grotendeels over wat in de Europese richtlijn vastgelegd is. Aldus worden wijzigingen aangebracht in het Wetboek van economisch recht, boeken I en XI.

De Minister heeft voorgesteld bijkomende uitzonderingen op het auteursrecht en naburige rechten toe te voegen met betrekking tot:

  • de rechten voor uitvoerders en vertolkers, producenten en omroeporganisaties waarvan de werken op een toegankelijke drager ontwikkeld zijn;
  • de rechten op computerprogramma's en databanken.

De wet treedt in werking op 18 oktober 2018.

 

Advies

De NHRPH stelt het op prijs dat de Minister om advies vraagt. Het verzoek komt evenwel laat, aangezien de werkvergaderingen over de reikwijdte en de inhoud van de wet grotendeels afgerond zijn en de tekst nu de wetgevingsprocedure moet doorlopen om tegen de deadline van 18 oktober 2018 in werking te treden. Desalniettemin hoopt de NHRPH ten zeerste dat de Minister de volgende aanbevelingen in zijn eindversie zal meenemen.

Voorts vraagt de Raad de Minister voor toekomstige teksten binnen zijn bevoegdheden die betrekking kunnen hebben op personen met een handicap, niet alleen het door België bekrachtigde Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, maar ook de beslissing van de Ministerraad van 26 maart 2015 – dus de NHRPH van meet af aan te raadplegen – toe te passen. Op die manier kunnen passende maatregelen getroffen worden met kennis van de behoeften van de personen met een handicap.

Over de inhoud van het wetsontwerp wil de NHRPH een aantal opmerkingen en verzoeken formuleren.

  1. Dit is een grote stap voorwaarts voor miljoenen personen met een visuele handicap of die problemen ervaren bij het lezen van traditionele dragers. Ter herinnering: momenteel is nog geen 5 % van de gepubliceerde werken voor hen toegankelijk.

    Onder druk van de uitgevers voorziet de richtlijn in de mogelijkheid de uitgevers een vergoeding toe te kennen, mits het bewijs van schade wordt geleverd. De NHRPH wijst op de reeds hoge productiekosten voor werken die de organisaties van blinde en slechtziende personen en bibliotheken in aangepast formaten omzetten. Indien de andere EU-lidstaten op grote schaal 'belastingen op toegankelijke boeken' zouden heffen, zou het positieve effect van toegang tot cultuur en onderwijs voor miljoenen personen ernstig belemmerd kunnen worden. Bovendien vindt de NHRPH dat er geen winstderving is, aangezien de distributie van werken in aangepast formaat geen schade toebrengt aan de houders van rechten. In België heeft het wetsontwerp niet in deze mogelijkheid voorzien. De NHRPH legt hierop de nadruk en vraagt deze keuze te handhaven: het komt de toegang tot onderwijs en cultuur voor iedereen ten goede. Toegankelijkheid van werken is ook een kwaliteitsgarantie voor alle huidige en toekomstige consumenten!
  1. Voor de begunstigden van de uitzonderingen vraagt de NHRPH dat personen met dyslexie of andere leerstoornissen aan artikel 2 c) toegevoegd worden. Dyslexie en leerstoornissen zijn in de richtlijn opgenomen, maar ontbreken in het wetsontwerp. Personen met dyslexie of leerstoornissen ervaren leesproblemen en zijn daardoor niet in staat in dezelfde mate gedrukte werken te lezen als een persoon zonder die handicap of moeilijkheden. Worden deze personen niet opgenomen in het wetsontwerp, dan zou dit de facto leiden tot discriminatie tussen personen met een handicap zelf, aangezien ze vergelijkbare behoeften hebben.

  2. Wat het materieel toepassingsgebied van toegankelijke dragers betreft: streaming wordt niet als dusdanig vermeld in de uitzonderingen. Gezien de technische ontwikkelingen op het gebied van informatie en onderricht is het van essentieel belang dat dit instrument expliciet wordt vermeld. De NHRPH vraagt deze uitzondering uitdrukkelijk in de wet op te nemen, opdat elke in deze regelgeving erkende entiteit boeken in streamingformaat ter beschikking kan stellen zonder risico op boetes.

  3. De NHRPH vestigt ook de aandacht op het feit dat niet alle reeds gecommercialiseerde boeken in toegankelijk formaat (bijv. audioboeken) werkelijk volledig toegankelijk zijn. Daarom moeten de voorziene uitzonderingen ook mogelijk zijn voor publicaties die dateren van vóór 18 oktober 2018.

  4. Met betrekking tot de evaluatie van de wet tegen 2023 vraagt de NHRPH de Minister actief en regelmatig betrokken te worden bij de verdere werkzaamheden.
 

Bezorgd

  • Ter opvolging aan de heer Kris Peeters, Minister van Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel
  • Ter informatie aan de heer Charles Michel, Eerste Minister
  • Ter informatie aan mevrouw Zuhal Demir, Staatssecretaris voor Personen met een beperking
  • Ter informatie aan Unia
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme
 .
Adviezen
 .