Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2018/25

Dringende adviezen

Advies nr. 2018/25 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de term "urgentie" voor een verzoek om advies, uitgebracht tijdens de plenaire vergadering van 18 juni 2018

 

Aanvrager

Advies op initiatief van de NHRPH

 

Onderwerp

Steeds vaker wordt een dringend advies van de NHRPH gevraagd. Hierdoor wordt het werk van de NHRPH moeilijker en wellicht minder effectief. Het lijkt daarom noodzakelijk de term "urgentie" te verduidelijken.

 

Analyse

Artikel 4 van het koninklijk besluit van 9 juli 1981 tot oprichting van een Nationale Hoge Raad voor personen met een handicap bepaalt in § 2:

"De adviezen moeten doorgestuurd worden binnen de drie maanden, in dringende gevallen binnen de maand.

Indien het advies niet wordt verstrekt binnen de gestelde termijn, kan de Minister beslissen.”

De NHRPH heeft maandelijks een plenaire vergadering. De naleving van het in het koninklijk besluit vastgestelde termijn maakt een serene en doeltreffende voorbereiding van de adviezen mogelijk, meer bepaald dankzij een uitvoerige bespreking in de plenaire vergadering.

De NHRPH is er zich echter van bewust dat in bepaalde situaties kortere termijnen nodig zijn en is er steeds mee akkoord gegaan in deze uitzonderlijke gevallen de vastgestelde termijnen te verkorten en zijn leden elektronisch te raadplegen.

Er mag niet uit het oog verloren worden hoe een advies tot stand komt:

  • Na ontvangst van het verzoek voert het secretariaat een juridische analyse van het probleem uit en, indien nodig, opzoeking van documentatie en analyse van de literatuur.
  • Op basis van deze eerste studie houden de leden van de NHRPH een denkoefening, die als basis zal dienen voor het advies.
  • Het secretariaat stelt op basis van de denkoefening van de leden een definitief ontwerp van advies op.
  • De leden keuren de inhoud van het advies goed, na eventuele aanpassingen.

Het is dus moeilijk, vooral bij een complexe analyse, het hele proces in een paar dagen af te ronden.

Bovendien is een discussie door alle leden altijd rijker dan individuele bedenkingen. Een van de sterktes van de NHRPH is trouwens net dat de 20 leden, afkomstig uit verschillende verenigingen van personen met een handicap en representatief voor de hele handicapsector, hun krachten kunnen bundelen.

Er wordt evenwel vastgesteld dat de uitzondering de laatste tijd steeds vaker de regel lijkt te worden, en dat de NHRPH steeds meer gevraagd wordt zeer snel, soms zelfs binnen de week, adviezen uit te brengen.

Bovendien valt dit zeer ongelegen, aangezien een aantal secretariaatsmedewerkers het team verlaten hebben of de komende maanden zullen verlaten (overplaatsingen, pensioneringen, ...) zonder zekerheid dat zij zullen worden vervangen (cf. advies 2018/04).

Bovendien nemen sommige leden van de NHRPH ontslag (om beroepsredenen ingevolge een andere aanstelling). Op 30/11/2017 werd om hun vervanging gevraagd, maar die is nog steeds niet gebeurd.

De NHRPH acht het dan ook noodzakelijk vast te leggen in welke omstandigheden hij ermee instemt:

  • af te wijken van de bepalingen van het koninklijk besluit van 9 juli 1981;
  • en sneller dan de bij het KB vastgestelde termijn advies uit te brengen.
 

Advies

De NHRPH herinnert er in de eerste plaats aan dat urgentie de uitzondering moet blijven, en niet de regel mag worden.

Uit de huidige werkwijze blijkt dat ministers die het advies van de NHRPH vragen, artikel 4.3 van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap niet altijd voldoende naleven: "Bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van wetgeving en beleid tot uitvoering van dit Verdrag en bij andere besluitvormingsprocessen betreffende aangelegenheden die betrekking hebben op personen met een handicap, plegen de Staten die Partij zijn nauw overleg met personen met een handicap, met inbegrip van kinderen met een handicap, en betrekken hen daar via hun representatieve organisaties actief bij."

Indien de NHRPH eerder bij de processen betrokken zou zijn, zouden de genoemde problemen wellicht minder vaak voorkomen.

Wanneer een minister dringend een advies vraagt, moet hij tevens aantonen dat hij niet anders kon dan het advies dringend te vragen.

En in dit geval moet de NHRPH de motivering van de urgentie evalueren.

De NHRPH kan alleen een dringend advies geven indien het secretariaat over voldoende personeelsleden hiervoor beschikt.

Indien het secretariaat van de NHRPH en het BDF niet uit ten minste 5 personen bestaat, zal de urgentie niet worden aanvaard.

Om snel te kunnen werken, moet de NHRPH ook voltallig zijn. Zoals opgemerkt in de analyse, levert de discussie over de inhoud van een advies mogelijk minder op bij een elektronische raadpleging dan bij een plenaire vergadering, en ook zeker wanneer er minder leden zijn die hun mening kunnen geven.

 

Bezorgd

  • Ter opvolging aan mevrouw Zuhal Demir, Staatssecretaris voor Personen met een beperking
  • Ter informatie aan de heer Charles Michel, Eerste Minister
  • Ter informatie aan Unia
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme
 .
 .