Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2018/33

Prijs van de arbeid

Advies nr. 2018-33 van de Nationale Hoge Raad voor personen met een handicap (NHRPH) over de huidige regelgeving met betrekking tot de cumulatie van arbeidsinkomsten en de IVT.

 

Aanvrager

Advies uitgebracht op verzoek van mevrouw Demir op 19 november 2018. Advies uitgebracht na een elektronische raadpleging van de plenaire vergadering van 23 november.

 

Onderwerp

De Staatssecretaris wenst de huidige cumulatieregel van het Koninklijk Besluit van 06.02.1987, zoals gewijzigd, te herzien: artikel 9 bis, §1, 2° bepaalt

 Voor de berekening van de inkomensvervangende tegemoetkoming wordt geen rekening gehouden met:

 1° …

2°  het inkomen verworven uit werkelijk gepresteerde arbeid door de persoon met een handicap wordt vrijgesteld : voor 50 pct. voor de schijf van 0 EUR tot 3.551,77 EUR en voor 25 pct. voor de schijf van 3.551,78 EUR tot 5.327,65 EUR. Deze bedragen zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 103,14 van de consumptieprijzen (basis 1996 = 100).

 

Analyse

De huidige regelgeving moedigt personen met een handicap niet aan om te werken, omdat voor de berekening van de inkomensvervangende tegemoetkoming (ARR) rekening wordt gehouden met elke verdiende euro.

13,8% van de personen met een handicap die in de tegemoetkomingsregeling van 27 februari 1987 zijn erkend, werken in het kader van een arbeidsovereenkomst; 50% van deze mensen heeft een zeer laag inkomen.

De Staatssecretaris stelt een  maatregel “Prijs van de arbeid” voor, d.w.z. een vrijstelling van 100% op de schijf van het arbeidsinkomen van 0 tot 4.876 euro en een vrijstelling van 50% op de schijf van 4.876 tot 7.314 euro.

Volgens de analyses van het Kabinet zouden 7.403 mensen hun IVT zien toenemen; 3.402 extra mensen die momenteel zijn uitgesloten, zouden waarschijnlijk van deze nieuwe regeling genieten.

 

Advies

De NHRPH is zeer tevreden over dit initiatief, omdat het een belangrijke stap is in de bestrijding van armoede en sociale insluiting van personen met een handicap. De NHRPHR gaf eerder zijn volledige steun aan het principe (zij het volgens andere modaliteiten, namelijk een meer geleidelijke graduatie van de schijven), dat al vermeld werd in de algemene hervorming voorgesteld door de Staatssecretaris voor personen met een beperking onder de vorige regering (2013).

Deze maatregel maakt tevens deel uit van een algemeen harmonisatie- en vereenvoudigingskader dat ook gehanteerd wordt bij de gedeeltelijke cumulatie van arbeidsinkomsten en uitkeringen van het ziekenfonds.

De NHRPH herinnert eraan dat er nog steeds een ingrijpende hervorming nodig is op het gebied van maatschappelijke veranderingen (de basiswet tot vaststelling van de tegemoetkomingen is meer dan 40 jaar oud en de opeenvolgende hervormingen hebben het kader ingewikkelder onsamenhangender gemaakt). Alle verenigingen van personen met een handicap en de NHRPH blijven hierop aandringen. Ter herinnering: in advies 2013-19 werden 7 basisbeginselen voor de hervorming van het systeem herhaald:

  • Versterking van de ondersteuning van integratie
  • Evaluatie van de handicap
  • Strijd tegen de armoede
  • Strijd tegen tewerkstellingsvallen
  • Integratietegemoetkoming en bijkomende kosten
  • Administratieve vereenvoudiging
  • Bepalen en aanrekening van de inkomsten

De NHRPH wijst er ook op dat deze steun om mensen weer aan het werk te krijgen ook een tegenhanger moet hebben in termen van de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de werkgevers. De NHRPH herinnert eraan dat

  • De tewerkstelling van personen met een handicap bij de federale overheid in de loop der jaren gedaald is tot slechts 1,37%, terwijl de wet een tewerkstellingsquotum van 3% oplegt - zie het laatste BCAPH-verslag 2017 (bevindingen en aanbevelingen);
  • Er zijn geen bindende maatregelen in de private sector; werkgevers blijven terughoudend om mensen met een handicap in dienst te nemen omdat zij eerst naar hun handicap kijken en dan pas naar hun vaardigheden. De NHRPH herinnert eraan dat we verder moeten gaan dan sensibilisering en werkelijke maatregelen ontwikkelen;
  • Op vlak van tewerkstelling van personen met een handicap is België de slechtste leerling van de EU, met een geschatte arbeidsparticipatie (2013) van personen met een handicap van 40% (gemiddeld 47,3%). De arbeidsparticipatie van mensen zonder handicap bedroeg 66,9%. https://ec.europa.eu/eurostat/documents/2995521/6181592/3-02122014-BP-EN.pdf/aefdf716-f420-448f-8cba-893e90e6b460

De NHRPH merkt op dat het "terughalen" van de nieuwe begunstigden niet automatisch zal gebeuren en dat de personen een nieuwe aanvraag zullen moeten indienen. Daarom vraagt de NHRPH dat wanneer de maatregel inzake de "prijs van de arbeid” in werking treedt, dit duidelijk moet worden gecommuniceerd zodat de personen met een handicap snel worden bereikt en van de maatregel kunnen genieten.

 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan de heer Peeters, Minister voor personen met een handicap;
  • Ter info aan de heer Charles Michel, Eerste Minister;
  • Ter info aan UNIA;
  • Ter info aan het Interfederaal Coördinatiemechanisme.