Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2018/28

Uitvoering UNCRPD

Advies nr. 2018/28 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het verslag dat de Staatssecretaris voor Personen met een beperking in de Ministerraad zal uitbrengen over de uitvoering van het VN-Verdrag inzake de rechten van de personen met een handicap (UNCRPD), uitgebracht tijdens de plenaire vergadering van 18 juni 2018

 

Aanvrager

Advies op verzoek van mevrouw Zuhal Demir, Staatssecretaris voor Personen met een beperking, bij mail van 28 mei 2018

 

Onderwerp

In het kader van het 2e en 3e verslag (gezamenlijke verslagen) van België aan het VN-Comité van deskundigen inzake de rechten van personen met een handicap zal de Staatssecretaris voor Personen met een beperking verslag uitbrengen aan de Ministerraad over de uitvoering van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

 

Analyse

Artikel 35, § 1 van het Verdrag (UNCRPD) bepaalt: "Elke Staat die Partij is dient, binnen twee jaar nadat dit Verdrag voor de desbetreffende Staat die Partij is in werking is getreden, (...) een uitgebreid rapport in bij het Comité over de maatregelen die zijn genomen om zijn verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag na te komen, alsmede over de vooruitgang die is geboekt in dat verband."

Artikel 35, § 2 voegt hieraan toe: "Daarna brengen de Staten die Partij zijn ten minste eenmaal per vier jaar een vervolgrapport uit en voorts wanneer het Comité daarom verzoekt.”

België heeft het Verdrag goedgekeurd op 2 juli 2009, en zijn eerste verslag in juli 2011 ingediend. Het VN-Comité van deskundigen heeft dit in 2014 bestudeerd.

Het Comité heeft zijn aanbevelingen op 3 oktober 2014 aan België bezorgd (cf. http://bdf.belgium.be/nl/thema-s/vn-aanbevelingen.html).

In artikel 53 voegt het eraan toe: "53. Het Comité vraagt aan de Verdragspartij om zijn tweede en derde periodieke verslag ten laatste op 2 augustus 2019 als één enkel document in te dienen en daarin informatie te verstrekken over de uitvoering van deze slotopmerkingen."

De nota die de Staatssecretaris voor Personen met een beperking zal voorleggen aan de Ministerraad kadert dus in de voorbereiding van het tweede en derde verslag.

Het aan de NHRPH gerichte verzoek om advies bevat de nota aan de Ministerraad niet, waardoor het onmogelijk is zich erover uit te spreken.

Het verzoek om advies gaat vergezeld van een tabel met vier kolommen die opgesteld is door het interfederaal coördinatiemechanisme:

  • aanbevelingen van de VN-deskundigen in 2014,
  • verwijzing naar de handistreamingfiches opgesteld door het coördinatiemechanisme (cf. advies 2018/16 van de NHRPH),
  • ondernomen acties,
  • korte analyse.

De inhoud van deze tabel zal dus de kern van dit advies vormen. Het is niet de bedoeling deze maatregel per maatregel te analyseren en te evalueren hoe overwogen wordt elke aanbeveling uit te voeren, maar om de methode en de algemene aanpak te bestuderen.

 

Advies

Reeds in 2017 heeft de NHRPH met het Belgian Disability Forum (cf. http://bdf.belgium.be/nl/thema-s/tussentijdse-evaluatie.html) erop aangedrongen dat de Belgische Staat de nodige maatregelen zou nemen om de aanbevelingen van de deskundigen op te volgen, gezien de teleurstellende vaststelling van toen.

Uit de tabel blijkt dat de bevindingen helaas dezelfde gebleven zijn. In veel gevallen staat er "geen informatie beschikbaar over eventuele acties op federaal niveau". Zonder over alle informatie te beschikken die tot deze conclusies heeft geleid, kan de NHRPH dan ook alleen maar concluderen dat het interfederaal coördinatiemechanisme niet de nodige informatie van de verschillende betrokken ministers en administraties heeft kunnen verkrijgen. Dit lijkt te bevestigen dat slechts weinigen van hen zich bewust lijken te zijn van het feit dat er bij alle beleidsbeslissingen, en niet alleen in het beleid dat specifiek op personen met een handicap gericht is, absoluut rekening moet worden gehouden met handicap. Dit toont op zijn minst aan dat het verzamelen van informatie moeilijk, tijdrovend en moeizaam is en dat het interfederaal coördinatiemechanisme de verschillende kabinetten proactiever moet begeleiden, om hen te sensibiliseren en ieders rol duidelijk te maken.

Een andere vaststelling waarop de NHRPH reeds meermaals heeft gewezen, is het gebrek aan duidelijkheid tussen de verschillende initiatieven: handistreamingbeleid, federaal actieplan, actieplan van de staatssecretaris, ... Afhankelijk van tijd en plaats wordt de ene of de andere term gebruikt. Wat handistreaming betreft, verwijst de NHRPH meer bepaald naar zijn adviezen 2016/14 en 2018/16. De tabel bij dit verzoek verwijst naar het federale actieplan, dat evenwel nog niet voorgelegd werd aan de NHRPH. En dan is er nog het actieplan van de Staatssecretaris, waarvan sprake in de voorbereiding van haar algemene beleidsnota in het Parlement (cf. advies 2017/16).

De NHRPH merkt ook op dat in de kolom "ondernomen acties" soms beslissingen worden genoemd die werden genomen voordat de VN-deskundigen hun aanbevelingen hadden geformuleerd. Het zijn dus niet noodzakelijk concrete antwoorden op hun aanbevelingen.

De NHRPH wijst er ook op dat, wanneer in de tabel staat dat niet aan de aanbevelingen is voldaan , niet wordt toegelicht wat in de toekomst wordt overwogen om eraan te voldoen. Dit zou echter in een actieplan moeten staan, met concrete maatregelen, tijdschema's, evaluaties, ...

De NHRPH wijst vooral op een essentieel element dat duidelijk uit de tabel naar voren komt. Naast de aanbevelingen staat er heel veel "behoort niet tot de federale bevoegdheid". Nochtans zijn de aanbevelingen van de deskundigen gericht aan de Belgische Staat als geheel, en niet aan elk van de deelgebieden afzonderlijk.

Wanneer het Comité van deskundigen (aanbeveling nr. 6) "de Verdragspartij aanbeveelt om een harmoniseringsproces op te starten teneinde zijn volledige nationale wetgeving aan te passen aan de verplichtingen van het Verdrag, om een plan met betrekking tot personen met een handicap goed te keuren en uit te voeren (...)", verwijst het naar alle wetgevingen, zowel de federale als van de deelgebieden, en het genoemde actieplan is een interfederaal actieplan. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor toegankelijkheid (zie aanbeveling nr. 22), wanneer het Comité de Verdragspartij aanbeveelt om een coherente strategie inzake toegankelijkheid uit te werken, met een nationaal plan en duidelijk becijferde doelstellingen op korte, middellange en lange termijn." 

De NHRPH heeft er begrip voor dat de federale regering begint met een eerste oefening voor haar eigen bevoegdheden. Maar daarna moeten zeker alle middelen worden ingezet, alle voorzieningen van alle deelgebieden in werking worden gesteld, om tot een alomvattend en samenhangend werk te komen. Deze verschillende instrumenten bestaan, bijvoorbeeld interministeriële conferenties, maar "sluimeren" al jaren wat handicap betreft.

Als er geen politieke wil wordt opgebracht om dit gezamenlijke werk op gang te brengen, dreigen personen met een handicap door de versplintering van bevoegdheden in de vergeetput van de maatschappij te blijven.

Tot slot herinnert de NHRPH eraan dat 2019 al voor de deur staat, en dat het dus hoog tijd voor actie is.

 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan mevrouw Zuhal Demir, Staatssecretaris voor Personen met een beperking
  • Ter informatie aan de heer Charles Michel, Eerste Minister
  • Ter informatie aan Unia
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme
 .
Adviezen
 .