Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2017/16

Algemeen beleidsnota Zuhal Demir

Advies nr. 2017/16 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de Algemene Beleidsnota voor 2018 van mevrouw Zuhal Demir, Staatssecretaris voor Personen met een beperking, uitgebracht op 10/11/2017 na een elektronische raadpleging van de plenaire vergadering, rekening houdend met het tijdschema van de parlementaire werkzaamheden

 

Aanvrager

Advies op verzoek van de Staatssecretaris voor Personen met een beperking, mevrouw Zuhal Demir, per mail geformuleerd op 20 oktober 2017

 

Onderwerp

De Staatssecretaris voor Gelijke Kansen, Wetenschapsbeleid, Armoedebestrijding, Grootstedenbeleid en Personen met een beperking zal op 14 november haar beleidsnota voor 2018 voorstellen aan de Kamer. De tekst staat op de website van de Kamer (http://www.diekammer.be/flwb/pdf/54/2708/54K2708018.pdf).

 

Analyse

De NHRPH heeft de delen 'armoedebestrijding' en 'personen met een handicap' geanalyseerd.

De Staatssecretaris herneemt in grote lijnen de prioriteiten die ze in april al heeft uiteengezet (zie advies 2017-06).

Voor het deel 'armoedebestrijding' wijst zij met name op de gerealiseerde verhoging van de sociale uitkeringen met 9 % onder de regering-Michel, en de wil om deze verder op te trekken tot de armoededrempel. Zij onderstreept ook de realiteit van de non take-up van rechten.

Voor het deel 'personen met een handicap' herinnert de Staatssecretaris eraan dat zij zich, overeenkomstig de aanbevelingen van de VN-deskundigen, zal concentreren op de maatregelen die de zelfredzaamheid van personen met een handicap en hun sociale inclusie ontwikkelen. Zij maakt van toegang tot werk voor personen met een handicap die ertoe in staat zijn haar strijdpunt. Zo belast ze een werkgroep met de taak om te onderzoeken hoe de tegemoetkomingen voor personen met een handicap (voornamelijk inkomensvervangende tegemoetkomingen (IVT)) en de inkomsten uit werk van personen die willen werken, het best op elkaar worden afgestemd. Zij zal ook het begrip 'verlies van verdienvermogen' herzien, waarnaar wordt verwezen in de wet van 27 februari 1987. Zij zal bekijken wat de nieuwe tewerkstellingsmogelijkheden in het federaal openbaar ambt zijn en hoe de privébedrijven aantrekkelijker gemaakt kunnen worden voor personen met een handicap.

Voorts zal zij misbruik van parkeerkaarten en 'sociaal toerisme' in het tegemoetkomingsstelsel bestrijden (ontwerp tot herziening van de wet van 27 februari 1987 – herziening van de verblijfsvoorwaarden).

Aangezien de toegankelijkheid van de diensten van de DG Personen met een handicap (DG PH) sterk te wensen overlaat, blijft zij zich inzetten voor een terugkeer naar de normale gang van zaken, onder andere door extern personeel in dienst te nemen en haar producten elektronisch toegankelijk te maken.

Zij dringt bij de hele regering aan op maatregelen om een 'handicapplan' te kunnen opstellen.

 

Advies

De NHRPH neemt nota van de raadpleging door de Staatssecretaris in verband met haar ontwerpbeleidsnota. Jammer genoeg komt deze raadpleging rijkelijk laat. Om terdege rekening te kunnen houden met het denkwerk van de NHRPH had dit van bij het begin van de denkoefening moeten gebeuren. De NHRPH herinnert eraan dat het UNCRPD, dat België in 2009 geratificeerd heeft, raadpleging en betrokkenheid (art. 4.3) vereist; deze begrippen gaan uiteraard verder dan een gewone kennisgeving 'ter informatie'. De NHRPH herinnert ook aan de toezegging die mevrouw Demir op 13 april jongstleden voor de Kamer heeft gedaan toen zij haar mandaat opnam: "In het bijzonder zal het beleid worden afgestemd met de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap", maar ook aan haar verbintenis van 19 juni, toen zij tijdens haar ontmoeting met de leden van de NHRPH het volgende onderstreepte: "de Raad beschikt over de kennis, een ontmoeting is altijd mogelijk". Een participatief beleid vereist een spontane, tijdige en daadwerkelijke betrokkenheid van de NHRPH om het beleid en de maatregelen uit te stippelen die de zelfredzaamheid en de deelname van personen met een handicap aan het maatschappelijk leven bevorderen.

Wat de inhoud betreft, herinnert de NHRPH aan zijn advies 2017-06, waarvan de inhoud niet werd geïntegreerd of zelfs maar vermeld in de huidige beleidsoverwegingen van de Staatssecretaris. Dit advies blijft dus actueel. Ter herinnering: de NHPRH wees op:

  • zijn legitimiteit in het politieke denk- en besluitvormingsproces in domeinen die een link met handicap hebben;
  • de dringende noodzaak om een echt interfederaal handicapplan uit te werken;
  • de voortrekkersrol die de Staatssecretaris in het federale handistreamingbeleid moet vervullen;
  • de noodzaak om de diensten van de Directie Generaal Personen met een handicap (DG PH) te verbeteren;
  • de noodzaak om de tewerkstelling van personen met een handicap in de privé- en de overheidssector te bevorderen;
  • de noodzaak om frauduleus gebruik van parkeerkaarten te bestrijden;
  • de noodzaak om de rechten meer te automatiseren, maar met behoud van de toegang tot de (sociale) diensten van de DG PH;
  • de absolute noodzaak om de IVT op te trekken tot het niveau van de armoededrempel;
  • de noodzaak om een ambitieuze tekst van de richtlijn European Accessibility Act te steunen;
  • de noodzaak om de toegankelijkheid van de NMBS-diensten in het bijzonder en de toegankelijkheid van de openbare websites te ondersteunen (uitvoering van de Europese richtlijn);
  • de noodzaak om de oprichting van een nationaal mensenrechtenmechanisme te ondersteunen waarin de handicapdimensie geïntegreerd is;
  • de noodzaak om de uitvoering en opvolging van het UNCRPD te versterken;
  • de noodzaak om een correcte analyse te maken van de profielen van de Europese aanvragers van een tegemoetkoming;
  • de noodzaak om bij te dragen tot de handicapdossiers van mevrouw De Block: mantelzorgers, hervorming van het KB 78, en 'back to work'.

De NHRPH wil ook de nadruk leggen op zeer grote en actuele bezorgdheden die, ondanks voortdurende herinneringen, geen antwoord vinden in de langverwachte noodzakelijke beleidsmaatregelen.

1. België heeft het UNCRPD meer dan 8 jaar geleden geratificeerd. Ons land heeft zich ertoe verbonden een beleid te voeren dat resoluut gericht is op het ondersteunen van de zelfredzaamheid van personen met een handicap en hun inclusie in het maatschappelijk leven. In 2014 hebben de deskundigen van de Verenigde Naties duidelijke en precieze maatregelen aan België meegedeeld om deze doelstellingen te bereiken, in een logica van mainstreaming van de handicap. Deze nota had de basis moeten vormen van een echt interfederaal actieplan. Acht jaar later heeft de federale regering het verwachte gezamenlijke en brede actieplan voor een grotere zelfredzaamheid en inclusie van personen met een handicap nog steeds niet uitgewerkt. In verschillende federale aangelegenheden werd dus gewoonweg voorbijgegaan aan de noden van personen met een handicap (cf. adviezen 2015-19 en 2016-14). De NHRPH herinnert ook aan zijn advies 2015-02 waarin hij de mogelijkheden van een concrete handistreaming onderzocht.

2. Op het vlak van tewerkstelling vormt de arbeidsmarkt het echte probleem. De werkgevers dragen daar deels de verantwoordelijkheid voor: er is concurrentie op de arbeidsmarkt, en een persoon met een handicap, met dezelfde capaciteiten als een persoon zonder handicap, maakt veelal geen kans. Veel werkgevers zijn niet overtuigd van de meerwaarde van inclusie van personen met een handicap en zijn dus geen vragende partij. Zodoende ondermijnen de angst en vooroordelen van de werkgevers het 'back to work'-plan van Minister De Block. Meer fundamenteel verwijst de NHRPH naar zijn advies 2017-01, waarin een concreet en gedetailleerd mechanisme wordt voorgesteld om ook de werkgevers van de privésector te responsabiliseren:

  • om personen met een handicap aan te werven;
  • om personen met een handicap aan de slag te houden.

De NHRPH wil nogmaals wijzen op de toenemende inconsistentie van de maatregelen tussen de overheidsniveaus onderling, maar ook binnen eenzelfde niveau. Hij herinnert eraan dat bepaalde personen met een handicap tijdelijk in het stelsel van inschakelingsuitkeringen kunnen blijven, maar deze beslissingen kunnen pas een positief effect hebben indien de verschillende bestuursniveaus ondertussen structurele beslissingen nemen om hen te begeleiden bij de tewerkstelling.

De NHRPH wijst nogmaals op de beperkte reikwijdte van de sociale clausules. Door bepaalde artikelen van een over het geheel genomen bemoedigende wet te herwerken, zou de wetgever een echt middel voor economische dynamiek kunnen ontwikkelen (cf. advies 2016-03 ).

Niet alle personen met een handicap kunnen werken: voor die mensen zijn tegemoetkomingen voor personen met een handicap vaak hun enige bron van inkomsten. De NHRPH juicht het voornemen van de Staatssecretaris om deze tot de armoededrempel op te trekken toe. Hij vraagt evenwel concrete duidelijkheid, aangezien de communicatie van de Staatssecretaris zelf dubbelzinnig is: eerst kondigt zij aan een begrotingsenvelop voor 2018 te krijgen, om dan enkele dagen later te melden dat deze envelop wordt afgeschaft.

3. Als men écht de IVT wil cumuleren met de inkomsten uit arbeid, dan pakt men het dossier verkeerd aan. Naar de geest van de wet van 27/02/1987 is de IVT een vorm van bestaansminimum, bedoeld voor personen met een handicap die niet genoeg inkomsten kunnen verwerven, terwijl de integratietegemoetkoming (IT) bedoeld is om te compenseren voor de handicap. De NHRPH verwijst naar de resultaten van de werkzaamheden waartoe hij heeft bijgedragen tijdens de vorige regering, bevindingen die overigens actueel zijn gebleven.

Voor personen met een handicap die in staat zijn te werken, is het essentieel dat het tegemoetkomingsstelsel wordt herzien om de IT en de afgeleide rechten te behouden, omdat de extra kosten die voortvloeien uit de handicap zeer concreet en vaak blijvend zijn. Er werden reeds maatregelen genomen om personen met een handicap aan te moedigen om te gaan werken, maar het geheel van de reglementering is te complex geworden en niet erg ‘leesbaar’.

4. Het is ook verontrustend dat fraudebestrijding een van de topbezorgdheden van de Staatssecretaris is. Fraude is een realiteit die weliswaar bestreden moet worden, maar die ook in de juiste proporties moet worden gezien (de NHRPH is ervan overtuigd dat we hier niet meteen met een bedreiging voor de goede werking van een stelsel te maken hebben, zoals de Staatssecretaris in de pers liet uitschijnen). Het bestaan van fraude mag geen excuus zijn voor het uitblijven van structurele, noodzakelijke en langverwachte hervormingen van het tegemoetkomingsstelsel. In zijn advies 2017-06 vroeg de NHRPH naar de cijfers waarop de Staatssecretaris zich gebaseerd heeft voor de op zijn minst stigmatiserende opmerkingen en de schokkende conclusies inzake fraude.

5. De NHRPH erkent het nut van elektronisch toegankelijke diensten en dossiers. Tegelijkertijd herinnert hij aan het nut van de sociale diensten van de administraties, terwijl deze steeds schaarser worden en de administraties fysiek steeds minder toegankelijk worden (bijvoorbeeld onvoldoende sociale zitdagen van de DG PH in vergelijking met de vraag van de gemeenten en de personen met een handicap zelf). Wat de 'non take-up' (niet-activering van bestaande rechten door wettelijk aangewezen rechthebbenden) betreft, zal de thans veelbesproken 'nudging' (waarbij de overheid het laatste zetje geeft om een breder proces op gang te brengen) pas doeltreffend zijn indien er voldoende maatschappelijk assistenten opnieuw ten volle beschikbaar worden gesteld. Deze "horen" immers de algemene noden van de personen en gezinnen, en helpen hen de weg te vinden in de onbegrijpelijke Belgische administratieve doolhof die het resultaat is van de opeenvolgende hervormingen. Hiertoe zal een informaticasysteem – hoe performant ook – nooit in staat zijn.

De NHRPH wijst erop dat het probleem van de DG PH verder gaat dan het gebruik van de software in kwestie; er is ook een probleem met de organisatie van het werk. De NHRPH heeft meermaals zijn bezorgdheid geuit (cf. onder andere advies 2017-03), een bezorgdheid die blijft groeien naarmate de behandelingstermijnen de pan uit swingen (cf. advies 2017-13).

 

Bezorgd

  • Ter opvolging aan de volksvertegenwoordigers van de Kamer
  • Ter opvolging aan mevrouw Zuhal Demir, Staatssecretaris voor Personen met een beperking
  • Ter informatie aan de heer Charles Michel, Eerste Minister
  • Ter informatie aan UNIA
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme
 .
 .