Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2016/14

Actieplannen Handistreaming

Advies nr. 2016-14 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) betreffende de coördinatie Handistreaming naar aanleiding van de beslissing van de Ministerraad van 27 maart 2015, geformuleerd tijdens de plenaire zitting van 19 september 2016.

 

Aanvrager

Advies gegeven op initiatief van de NHRPH.

 

Onderwerp

Op 15 juli 2016 keurde de Ministerraad een door de Staatssecretaris voor Personen met een handicap voorgestelde nota goed met als titel “Coördinatie Handistreaming naar aanleiding van de beslissing van de Ministerraad van 27 maart 2015”.

Bij toepassing van de Handistreaming-strategie bevat deze nota voor elk lid van de federale regering een lijst met minstens twee acties om de handicap-dimensie in het federale beleid te integreren en te versterken.

 

Analyse

Ter herinnering: op 27 maart 2015 keurde de Ministerraad een eerste reeks maatregelen goed ter uitvoering van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap: handhaving van de aanstelling van administratieve en beleidsmedewerkers, integratie van het handistreaming-principe in de instrumenten voor strategische planning en inspraak van / medewerking met het middenveld. Tevens werd de presentatie van een federaal actieplan Handistreaming aangekondigd waarin concrete acties zouden worden voorgesteld “om de dimensie handicap in de verschillende beleidsdomeinen te integreren, onder meer gebaseerd op de voormelde opmerkingen en aanbevelingen van het VN-Comité.”

Eind juni 2015 formuleerde de NHRPH op dringende vraag van de Staatssecretaris voor personen met een handicap een gematigd en niet-exhaustief advies (nr. 2015-19) met betrekking tot een ontwerp van nota voor de Ministerraad houdende een actieplan Handicap voor de uitvoering van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Gezien het nogal methodologisch karakter van het voorgestelde plan heeft de NHRPH gewezen op de risico’s verbonden aan enerzijds de vermelding van een minimum aantal te ondernemen acties, en anderzijds de strikte scheiding van de maatregelen. Tevens werd van de leden van de federale regering een formeel engagement gevraagd om de NHRPH te raadplegen bij elke beleidsmaatregel en het voorgestelde werkinstrument (fiches) ter ondersteuning van een analytische aanpak goed te keuren.

In haar algemene beleidsnota van 4 november 2015 verwijst de Staatssecretaris voor personen met een handicap naar “mijn federaal actieplan Handicap” dat “in concrete acties zal voorzien … opgebouwd rond twee assen :

  • enerzijds, via acties en transversale doelstellingen, die, vertrekkend vanuit het principe van “Handistreaming”, waarborgen dat de dimensie handicap effectief geïntegreerd wordt in de verschillende beleidsdomeinen. Om tot een dergelijke integratie te komen, moet elke minister en staatssecretaris elk jaar over de dimensie handicap rapporteren in ten minste twee beleidslijnen .
  • anderzijds, via specifieke maatregelen en doelstellingen – die uitvoering geven aan de bepalingen van het UNCRPD, de bemerkingen van het middenveld en het onafhankelijk mechanisme (ingevoerd ten gevolge van het eerste Belgisch rapport over de toepassing van het UNCRPD), - en de aanbevelingen van het Comité van de VN geformuleerd bij het onderzoek van het eerste Belgisch rapport. Om de bepalingen van het UNCRPD te concretiseren, moet elke minister of staatssecretaris, binnen zijn bevoegdheden en de budgettaire mogelijkheden, de noodzakelijke specifieke maatregelen nemen, rekening houdend met de bepalingen van het UNCRPD, de bemerkingen van het middenveld en het onafhankelijk mechanisme, alsook van de aanbevelingen en de observaties van het Comité van de VN.” 

Zij heeft zich ertoe geëngageerd dit plan in 2016 te zullen uitvoeren in samenwerking met alle betrokken actoren, in het bijzonder met het middenveld.

Dit advies gaat over de beslissing van de Ministerraad van 15 juli 2016, die:

  • een lijst goedkeurt waarin minstens twee initiatieven en doelstellingen worden opgesomd voor elk regeringslid in het kader van Handistreaming ;
  • de Staatssecretaris voor personen met een handicap belast met de opvolging in samenwerking met de leden van de regering en de betrokken administraties en hierover jaarlijks verslag uit te brengen aan de Ministerraad.
 

Advies

Tot haar verbijstering stelt de NHRPH vast dat de beslissing geheel in strijd is met de beginstelen van het hierboven genoemde VN-Verdrag en dat, ondanks de vele verklaringen van de Staatssecretaris voor personen met een handicap (met name in het kader van haar algemene beleidsnota’s van 2014 en 2015) aangenomen bij de Ministerraad van 27 maart 2015 (punt 5/) het middenveld en meer specifiek de NHRPH niet werd geconsulteerd of zelfs maar geïnformeerd over de inhoud van deze nota, ook niet voor ze ter goedkeuring aan de Ministerraad van 15 juli 2016 werd voorgelegd. De geloofwaardigheid van een samenwerking gebaseerd op wederzijds vertrouwen dreigt hierdoor in de toekomst in het gedrang te worden gebracht.

De NHPRH is bijzonder onthutst over de reikwijdte van deze lijst van acties. Ten eerste stelt ze zich vragen bij de plaats die deze lijst inneemt in de context van het federaal actieplan aangekondigd in zowel de nota aan de Ministerraad van 27 maart 2015 als in de algemene beleidsnota van de Staatssecretaris voor personen met een handicap van 4 november 2015. Volgens de NHRPH beantwoordt de lijst zoals voorgesteld niet aan de gangbare definitie van een actieplan. Zij bevat niet de minste informatie over problemen en/of moeilijkheden waarvoor concrete acties worden voorgesteld, noch een relevantie/efficiëntie-analyse van de voorgestelde acties om specifieke doelstellingen te realiseren, niets over de specifieke identificatie van de verantwoordelijken en de andere actoren, de te besteden budgettaire en andere middelen, de termijnen (begin- en einddatum), of de te valideren slaagcriteria. Ten tweede kan de titel van het document zelf tot verwarring leiden: ‘coördinatie Handistreaming’ als onderwerp van de nota aan de Ministerraad, ‘acties’ in de titel van het bijgevoegde document en ‘initiatieven en doelstellingen’ in het persbericht. Waarover gaat het nu eigenlijk?

De actielijst somt voor elk lid van de federale regering minimaal twee acties op. De NHPRH merkt evenwel op dat niet voor alle bevoegdheden van de verschillende ministers en staatssecretarissen minstens twee acties worden opgesomd (Landbouw, Leefmilieu, de Post, …). Zoals de NHRPH reeds aanstipte in zijn advies 2015-19 herinneren we eraan dat wij niet echt voorstander zijn van een minimale resultaatsverbintenis : handistreaming moet in eerste instantie beschouwd worden als een denkproces dat structureel, systematisch en voortdurend dient te worden uitgevoerd bij elke denkoefening in het kader van de ontwikkeling van beleidsmaatregelen, acties, enz., in alle bevoegdheidsdomeinen van de federale regering. Volgens de NHRPH moet men zich niet beperken tot een lijst van acties waarbij rekening zal worden gehouden met de handicapdimensie en bepaalde resultaten kunnen worden nagestreefd. De Handicapdimensie moet spontaan in aanmerking worden genomen, en dit van bij de aanvang van elke voorbereidende reflectie. Hierbij dient het middenveld inspraak te krijgen, zoals bepaald bij het Verdrag van de Verenigde Naties.

De NHRPH stelt een grote ongelijkheid vast wat betreft de inhoud van de voorgestelde lijst: sommige acties worden geformuleerd op operationeel niveau en zijn dus gemakkelijk te vertalen naar concrete acties (bv.: “2. De vermelding van het al dan niet hebben van een handicap in het kader van de registratie van gegevens in de Algemene nationale gegevensbank (ANG - zowel bij daders als bij slachtoffers”). Andere acties gaan eerder over een beleidsrichting en zijn niet echt duidelijk (bv.:” De integratie van de handicapdimensie in de ontwikkeling van concrete initiatieven met alle bevoegde overheden, maar binnen de grenzen van de eigen bevoegdheid, om tot een analyse en een coherente strategie te komen.).

Door dit gebrek aan inhoudelijke eenvormigheid is het moeilijk de echte reikwijdte van deze lijst en de door de regering nagestreefde doelstelling(en) te vatten.

Al deze acties worden genomen met het oog op één strategische doelstelling, namelijk de integratie en versterking van de handicapdimensie in het federaal beleid. De NHRPH betreurt dat deze strategische doelstelling niet wordt opgesplitst in operationele SMART-doelstellingen (d.w.z. specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden). Tevens maakt de Raad zich zorgen over de wijze waarop de Staatssecretaris de opvolging zal waarborgen zonder gedetailleerdere gegevens en zonder kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren.

Tot slot vestigt de Raad de aandacht op het ongepaste gebruik van de term « personen met een beperking » in het Nederlands. Hij vraagt alle leden van de regering de juiste benaming te gebruiken bij de formulering van hun acties en beleidsmaatregelen die te maken hebben met handicap.  

De NHRPH besluit dat deze lijst meer weg heeft van een aanvullende intentieverklaring bij de algemene beleidsnota’s van de verschillende regeringsleden, op enkele uitzonderingen na, en op korte termijn geen concrete invoering van het handistreaming-principe toelaat. De Raad vraagt om dringend een echt federaal actieplan inzake handicap voor te stellen. Hij is bezorgd over het feit dat er geen enkele uitdrukkelijke verwijzing is naar de aanbevelingen van het Comité van de VN en van de Menseenrechtencommissaris van de Raad van Europa (http://bdf.belgium.be/nl/newsletter/de-commissaris-voor-de-rechten-van-de-mens-zet-de-belgischte-regeringen-onder-druk.html) en naar de bijdragen van de administraties die ook de beleidscellen ondersteunen. Hij vraagt dat deze gegevens ook in het actieplan worden opgenomen om tot een samenhangend geheel te komen. Daarnaast moet er een opvolging en rapportage komen op basis van betrouwbare en meetbare indicatoren.

 

Bezorgd

  • Ter opvolging aan mevrouw Elke Sleurs, Staatssecretaris voor personen met een handicap;
  • Ter informatie aan de heer Charles Michel, Eerste Minister;
  • Ter informatie aan de heer Johan Van Overtveldt, Minister van Financiën;
  • Ter informatie aan UNIA;
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme.
 .
 .