Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2016/06

Verslag armoedesteunpunt

Advies nr. 2016/06 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het Tweejaarlijkse Verslag 2014-2015 van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting, geformuleerd tijdens de plenaire zitting van 21 maart 2016.

 

Aanvrager

Advies op initiatief van de NHRPH.

 

Onderwerp

Het achtste tweejaarlijkse verslag van het Steunpunt tot bestrijding van armoede staat in het teken van de rol van de publieke diensten in de strijd tegen armoede. http://www.belgium.be/nl/nieuws/2016/publieke_diensten_en_armoede_verslag_2014_2015

 

Analyse

Het Steunpunt tot bestrijding van armoede heeft onderzocht in welke mate de publieke diensten bijdragen aan het garanderen van de effectiviteit van de fundamentele rechten van iedereen, mensen in grote armoede inbegrepen. Regelmatig wordt ingegaan op de situatie van personen met een handicap en zieken.

Dit verslag heeft een participatieve grondslag met zeer verschillende doelgroepen:  de verschillende verenigingen op het terrein en de diensten die zich met armoede bezighouden, maar ook publieke en private structuren waarvan de hoofdopdracht niet noodzakelijk verband houdt met de strijd tegen armoede en uitsluiting.

De opstellers van het verslag hebben de nodige tijd genomen om informatie en getuigenissen te verzamelen: in de loop van 18 maanden vonden 34 vergaderingen plaats.

Een beperkt aantal onderzoeksdomeinen werden grondig bestudeerd:  toegang tot justitie, cultuur, gezondheid, tewerkstelling, energie en water, en kinderopvang. Al deze domeinen werden uitgewerkt, rekening houdend met de noden en de verwachtingen van de bevolking ten aanzien van de publieke diensten.

Tot slot bevat het verslag zeer duidelijke en concrete aanbevelingen.

 

Advies

De NHRPH onderstreept de participatieve aanpak, waardoor de dagelijkse behoeften van de betrokkenen opnieuw op de voorgrond komen te staan. Worden de aanbevelingen opgevolgd, dan zal dit tot tastbare resultaten leiden.

De Raad beklemtoont ook het professionalisme van de aanpak : dankzij de bundeling van informatie op lange termijn en de volledige behandeling ervan konden niet alleen geïntegreerde aanbevelingen worden geformuleerd die beantwoorden aan de behoeften van alle personen in armoede, maar wordt het ook mogelijk het aantal mensen die in de armoede terechtkomen, te beperken. Deze aanbevelingen kwamen bovendien tot stand met de hulp van publieke en private structuren waarvan de hoofdopdracht niet noodzakelijk verband houdt met armoede en uitsluiting.

De Raad is opgezet met de wijze waarop de uitwisselingen en de aanbevelingen zijn opgetekend, want steeds wordt uitgegaan van de nood aan een optimale doeltreffendheid van de rechten van de betrokkenen.

Het verslag wijst op de huidige aanpak, waarbij alles beperkt wordt tot het internet en de automatische toekenning van rechten. Er wordt geïnsisteerd op de begeleiding van personen in hun levensloop maar ook op de nood aan buurtdiensten om zo snel en nabij mogelijk in te spelen op de verwachtingen van de betrokkenen.

De NHRPH wijst nog eens op de vicieuze cirkel van ziekte/handicap en armoede//uitsluiting: armoede voedt ziekte en handicap; ziekte en handicap werken armoede in de hand en maken armoedesituaties erger. Dit aspect wordt in het verslag zeer goed toegelicht en geïllustreerd.

Ter herinnering: België heeft zich in 2010 geëngageerd om tegen 2020 380.000 personen uit de armoede te halen (zie http://ec.europa.eu/europe2020/pdf/nrp/nrp_belgium_nl.pdf p. 36: België heeft als ambitie dat tegen 2020 380.000 mensen minder geconfronteerd worden met het risico op armoede en sociale uitsluiting, ten opzichte van het referentiejaar (2008).)

In 2013 leefden 2.286.000 personen in armoede of sociale uitsluiting  (zie NHP 2015 Tabel 6, p. 32:

http://ec.europa.eu/europe2020/pdf/csr2015/nrp2015_belgium_fr.pdf)

Het verslag zelf geeft toe (p. 32: Er is geen trend in de richting van de doelstelling om het aantal mensen met een risico op armoede of sociale uitsluiting tegen 2020 (EU-SILC 2018) met 380.000 te doen dalen ten opzichte van 2010 (EU-SILC 2008).) dat we nog nergens staan wat betreft de doelstellingen van de Europese Strategie Armoedebestrijding.

De crisis mag niet als excuus worden ingeroepen om meer dan 1 op 5 burgers hun waardigheid en de toegang tot de meest elementaire rechten te ontnemen.

De NHRPH gaat ervan uit dat de maatregelen voor een economische relance en voor wedertewerkstelling genomen zijn en verder de aandacht zullen krijgen die verschillende regeringen eraan willen schenken. Tegelijk meent de Raad dat de economische relance en wedertewerkstelling ook via andere sociale maatregelen moeten worden aangepakt, en wel om twee redenen. Ten eerste zijn er tal van personen die geen werk (meer) vinden, en zij moeten kunnen terugvallen op actieve en degelijke publieke diensten en aangepaste begeleidingsmaatregelen. Ten tweede biedt tewerkstelling niet steeds een garantie op een waardig leven en leiden sommige werkende personen en hun gezin een onzeker bestaan. Van cruciaal belang is dat alle, al dan niet werkende, personen hun basisrechten kunnen genieten, perspectief hebben op beterschap en dat hen minstens een stabiele levensstandaard wordt geboden die hen in staat stelt waardig te leven.

Tevens herinneren wij eraan dat België nog steeds geen nationaal, en zelfs geen federaal plan armoedebestrijding heeft. Dit betekent dat er tot op vandaag geen visie, geen doelstelling, geen planning en geen middelen zijn.

Het verslag 2014-2015 van het Steunpunt tot bestrijding van armoede en sociale uitsluiting heeft de grote verdienste dat het concrete en noodzakelijke maatregelen naar voren schuift. Het stelt mechanismen voor die aan de noden tegemoetkomen. De NHRPH stipt aan dat dit verslag ook beantwoordt aan de verwachtingen en uitdagingen van de publieke en private structuren waarvan de hoofdopdracht niet noodzakelijk verband houdt met de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting.

Daarbij komt nog dat de aanbevelingen, onder de hoofding “bestaansonzekerheid en uitsluiting” de grote verdienste hebben dat ze de facto betrekking hebben op de hele bevolking, want ze maken het mogelijk kwetsbare bevolkingsgroepen dichter bij de publieke diensten te brengen en andersom. Zij zorgen er ook voor dat er geen nieuwe personen in de armoede terechtkomen. Tot slot waarborgen ze dat alle burgers hun rechten kunnen genieten gedurende hun hele levensloop. Dit verslag is een bron van informatie en van onschatbare waarde voor het beleid.

De NHRPH doet een duidelijke oproep aan alle beleidsniveaus : er moet zo snel mogelijk werk worden gemaakt van een geïntegreerd beleid en van coherente en duidelijke maatregelen om de armoede in België terug te dringen en de Europese doelstellingen tegen 2020 te halen. Het verslag van het Steunpunt tot bestrijding van armoede biedt een uitstekende basis om een antwoord te bieden op de vragen van de burgers en de publieke diensten.

 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan de heer Charles Michel, Eerste Minister;
  • Voor opvolging aan mevrouw Elke Sleurs, Staatssecretaris voor Personen met een Handicap;
  • Ter info aan UNIA, Interfederaal Gelijkekansencentrum;
  • Ter info aan het Interfederaal Coördinatiemechanisme.
 .
 .