Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2016/16

Nationaal Uitvoeringsplan NMBS

Advies nr. 2016/16 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het nationale uitvoeringsplan “Toegankelijkheid” van de NMBS tot uitvoering van artikel 8 van de Europese verordening  nr. 1300/2014 van 18 november 2014 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit betreffende de toegankelijkheid van het spoorwegsysteem voor gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit, besproken tijdens de plenaire zitting van de NHRPH van 17/10/2016 na een presentatie door de NMBS en daarna wegens hoogdringendheid via bevraging per mail goedgekeurd op 21/10/2016.

 

Aanvrager

Advies op vraag van de NMBS (30/09/2016).

 

Onderwerp

De Europese verordening nr. 1300/2014 van 18 november 2014 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit (TSI) betreffende de toegankelijkheid van het spoorwegsysteem voor gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit, artikel 8, legt elke lidstaat de verplichting op om een “nationaal uitvoeringsplan” op te stellen. Dit nationaal uitvoeringsplan “Toegankelijkheid” dient te worden opgesteld op basis van bestaande nationale plannen – waaronder het plan toegankelijkheid van de NMBS, Infrabel en de voormalige NMBS Holding in uitvoering van de respectievelijke beheerscontracten – en de inventaris van de voorzieningen.

De lidstaten dienen hun nationaal uitvoeringsplan in te dienen bij de Europese Commissie vóór 01/01/2017. Die zal op grond van een vergelijkend overzicht en in samenwerking met een Europees adviesorgaan gemeenschappelijke prioriteiten en criteria bepalen voor de verdere uitvoering van de TSI. Op grond daarvan zullen de lidstaten dan later hun nationaal uitvoeringsplan moeten herzien.

Het NMBS-plan toegankelijkheid met als titel “Bijdrage van NMBS aan het Nationaal Uitvoeringsplan voor de PBM TSI” werd op maandag 26/09/2016 door het Directiecomité goedgekeurd. Op vraag van de FOD Mobiliteit legt de NMBS het document voor aan de NHRPH voor advies.

 

Analyse

Algemeen

De NHRPH apprecieert dat de NMBS zich ambitieus toont in haar uitvoeringsplan. Om een voorbeeld te geven: bovenop de huidige 19 volledig toegankelijke stations komen er tegen eind 2020 20 extra stations die volledig toegankelijk zijn conform de recentste aangenomen criteria en 60 tegen eind 2026. De NHRPH zal de NMBS zo nodig aan dit engagement herinneren.

Wel maakt de NHRPH zich zorgen over volgende zin (hoofdstuk 4, p. 13): “De realisatie ervan zal afhankelijk zijn van het meerjareninvesteringsplan en de budgetten.” De NHRPH wil in geen geval dat het uitvoeringsplan in de praktijk enkel een intentieverklaring zal blijken en zal de evolutie (beheerscontracten, meerjareninvesteringscontracten, enz.) met argusogen volgen. De NHRPH is immers van mening dat er niet kan worden bespaard op de rug van de personen met een handicap. De NHRPH is wel bereid om de NMBS te steunen in haar toegankelijkheidsplannen en indien nodig te lobbyen bij de bevoegde federale ministers en staatssecretarissen om de nodige middelen te voorzien voor een toegankelijk spoorverkeer.

De NHRPH apprecieert dat er rekening is gehouden met adviezen en zijn positienota “Toegankelijkheid en mobiliteit voor personen met een handicap” van december 2015 en dat de definitie van handicap is gebaseerd op de definitie van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap:

Onder „personen met een handicap of personen met beperkte mobiliteit” wordt elke persoon verstaan met een permanente of tijdelijke fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperking die hem, in wisselwerking met diverse drempels, kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met andere reizigers gebruik te maken van vervoersdiensten of van wie de mobiliteit bij het gebruiken van vervoersdiensten is beperkt door zijn leeftijd. (VERORDENING (EU) Nr. 1300/2014 van de Commissie van 18 november 2014 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit betreffende de toegankelijkheid van het spoorwegsysteem in de Unie voor gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit) 

Voor de context inzake regelgeving op internationaal niveau (p. 6 van het Uitvoeringsplan) verwijst de NHRPH ook nog naar:

Streven naar stiptheid komt uiteraard iedereen ten goede, maar de NHRPH wenst hier wel een kanttekening te maken. Zolang het Belgische spoorverkeer niet volledig toegankelijk is voor iedereen, zal assistentie nodig blijven. Als er in de planning niet terdege rekening wordt gehouden met assistentie kan dat al eens ten koste gaan van de stiptheid. De NHRPH wil niet dat in dat geval de persoon met een handicap met de vinger wordt gewezen door personeel of passagiers. Sensibilisering blijft nodig.

De NMBS bezorgde de NHRPH enkele voorlopige inventarissen van de stations, het rollend materieel en de bedrijfsvoorschriften. Die documenten waren zeer interessant. De NHRPH wenst op de hoogte te blijven van de evolutie van die inventarissen.

De NHRPH vraagt wel dat het doelgroepenbeleid (met o.a. de verschillende types van handicap) uitgebreider in het Nationaal Uitvoeringsplan aan bod komt en zeker niet wordt ‘verbannen’ naar de inventarissen of andere bijlagen. De ervaring leert immers dat het basisdocument steeds meer slagkracht heeft dan de bijlagen…

Uniformiteit

De NHRPH deelt de bekommernis over het streven naar uniformiteit in het Belgische spoorverkeer, zowel voor infrastructuur als rollend materieel. Voor personen met een handicap is het belangrijk te weten waar het toegankelijk loket te vinden is, waar de infozuil en de liften zich bevinden, waar je assistentie kunt krijgen, waar de toegankelijke toiletten zijn, waar de openingsknop van de treindeur zich bevindt, …

Belangrijk daarbij is om rekening te houden met de Waalse, Vlaamse  en Brusselse regelgevingen, met het oog op de standaardisering voor alle Belgische stations. Overleg en samenwerking met de overheden en vervoersmaatschappijen (MIVB/STIB, TEC, De Lijn, taxi’s, …) op federaal, gemeenschaps-, gewest- en de lokaal niveau is dus essentieel. 

De NHRPH stelt vast dat er eindelijk werk wordt gemaakt van een stappenplan om perrons en materieel op elkaar af te stellen. In België zijn er 3 verschillende perronhoogtes, wat een goede afstemming van het rollende materiaal aan de perrons onmogelijk maakt. De NHRPH vraagt al enige tijd dat er grondig werk wordt gemaakt van treinen en – bij voorkeur ingebedde - perrons die op elkaar zijn afgesteld, zodat bijvoorbeeld een blinde of een rolstoelgebruiker veilig en op eigen kracht de trein kunnen betreden, eventueel via een geautomatiseerde uitklaphelling van de trein. Zwitserland is een goed praktijkvoorbeeld. De erfenis van het verleden zal niet in enkele jaren weggewerkt zijn, maar een stappenplan biedt een perspectief. Nochtans maakt de NHRPH zich zorgen. In het Uitvoeringsplan lezen we immers:

In de periode 2016-2020 zullen een aantal stations met perronverhogingen (76 cm of 55 cm) uitgerust worden. Deze planning is opgenomen in bijlage 4. Volgens deze plannen zullen 28 extra stations over 100 % verhoogde perrons beschikken. (…) Doelstelling perronverhogingen na 2020: Vanaf 2021 zal NMBS een ambitieus plan nastreven opdat er gemiddeld 10 stations per jaar worden uitgerust. NMBS verwacht dus dat tussen 2021 en 2026 60 extra stations zullen conform zijn aan de aangenomen criteria.

Elders lezen we: “(standaardperronhoogte 76 cm t.o.v. het spoor; 55 cm zo de standaard technisch niet mogelijk is)”.

Ook volgende zin doet de wenkbrauwen fronsen (hoofdstuk 4 A. Instaphulpmiddelen bij perrons, p17): “Het feit dat geen enkel van de laadhellingen volledig TSI conform is, vormt geen probleem en is ook niet mogelijk, aangezien de combinatie treinen-perrons waarbij ze gebruikt worden niet TSI-conform is.

De NHRPH vindt dat wel degelijk een probleem en vraagt dat er een langetermijnplanning komt met één perronhoogte (76 cm) en met daaraan aangepaste treinen, laadplatformen, enz. Zoals de NHRPH al aangaf in zijn perscommuniqué van 22/12/2015, wenst de NHRPH dat er gekozen wordt voor één enkele standaard, niet voor 2. Gezien de lange levensduur van treinstellen en de hoge kostprijs van werkzaamheden aan perrons hypothekeert zo’n dubbele standaard de toegankelijkheid van treinen voor minstens 30 à 40 jaar!

Assistentie

De NHRPH betreurt ook dat steeds meer haltes en stations onbemand zijn (zie advies 2015/06) en dat (bemande) loketten verdwijnen. Dat komt de toegankelijkheid niet ten goede, zeker niet voor personen met een beperkte mobiliteit (PBM) en personen met een handicap. In de meeste gevallen moet assistentie minimaal 24 uur op voorhand worden aangevraagd (3u enkel mogelijk tussen 18 stations voor reizen zonder overstap). De B for You-teams kunnen niet overal de assistentievraag aan. Bovendien biedt de NMBS niet in elk station en elke halte assistentie. De NHRPH blijft pleiten voor assistentie in alle stations en haltes, en zo goed als zonder reservatietermijn.

De NHRPH is het niet volledig eens met de stelling dat er voor de evaluatie van een toegankelijk station een ticketautomaat aanwezig moet zijn. Hoewel de NHRPH geen tegenstander is van ticketautomaten als bijkomende service, wijst de NHRPH nogmaals op de onvolledige toegankelijkheid van de ticketautomaten, zelfs na de invoering van de hotline. Het bestaan van alternatieven voor loketverkoop is positief, maar de NHRPH blijft de voorkeur geven aan toegankelijke bemande loketten. Bepaalde kwetsbare groepen zoals – bijvoorbeeld – personen met een verstandelijke handicap hebben menselijke hulp nodig bij de aankoop van een ticket. Zie ook advies 2014/19.

Informatie

De NHRPH is verheugd te lezen dat de NMBS alles in het werk zal stellen “om in de treinen de slechtziende en slechthorende reizigers te informeren over de vertragingen, de wijzigingen van het aantal haltes of van de aansluitingen, en dit zowel via omgeroepen berichten als via realtime aanduiding op de informatieschermen van het hiermee uitgeruste materieel.”

Daarbij aansluitend is de NHRPH ook blij te vernemen dat het reizigersinformatiesysteem EMMA, tegen begin 2018 in (bijna) alle stations en haltes van het Belgische spoorwegnet zal zijn geïnstalleerd.

Actuele en universeel toegankelijke informatie in een eenvoudige en begrijpelijke taal zijn een must voor iedereen, in het bijzonder voor personen met een zintuiglijke handicap, zoals blinden en slechtzienden en doven en slechthorenden. De NHRPH vraagt al langer dat alle omgeroepen informatie ook duidelijk op de schermen wordt getoond en omgekeerd, zowel in stations, op perrons als in de trein, en niet alleen voor de ‘gewone’ aankondigingen (aankomst en vertrek, volgende haltes, plaats van de toegankelijke wagon in het treinstel, …), maar ook - en vooral - bij onvoorziene omstandigheden en wijzigingen. Op een perron zijn dat bijvoorbeeld vertragingen en spoorwijzigingen. In de trein kan het gaan om een onverwachte halte (en de reden en de verwachte duur), een beperking van de reisroute, een vertraging en de gevolgen voor de overstap, de kant waar de deuren zullen openen (interessant voor blinden en slechtzienden), enz. Daarbij aansluitend moeten ook brand- en evacuatiealarmen niet alleen sonoor, maar ook visueel worden weergegeven in stations, op perrons en in treinen.

De NHRPH wenst dat er in de toekomst gratis wifi is voor iedereen in stations en op de trein, ongeacht het abonnement van de reiziger. Iedereen heeft daar baat bij, maar personen met een zintuiglijke handicap nog meer. Ze hebben dan toegang tot specifiek apps die hulp bieden bij het reizen. Doven en slechthorenden kunnen dan een beroep doen op afstandstolken online. Interessante apps voor het treinreizen mogen altijd meegedeeld worden. Er zijn nog niet veel gebruiksvriendelijke en betrouwbare apps over intermodaliteit die toegankelijk zijn voor allen. De NHRPH dringt aan op overleg tussen de verschillende aanbieders van openbaar vervoer voor de ontwikkeling van betrouwbare en toegankelijke apps voor intermodaal verkeer.

Van zijn achterban hoort de NHRPH geregeld dat klachten die worden ingediend bij de klantendienst van de NMBS vaak niet (ten gronde) worden behandeld. Er is natuurlijk nog de Ombudsdienst voor de Treinreizigers, maar niet iedereen zet die stap. Een betere opvolging van de klachten door de klachtendienst is nodig.

Toegankelijkheid

De NHRPH wil niets minder dan toegankelijkheid voor allen, verwijzend naar artikel 9 van het VN-verdrag inzake de personen met een handicap. Toegankelijkheid betreft: de infrastructuren en omgeving, het rollend materieel, de informatie, de website en apps van de NMBS, enz.

Tegenwoordig houdt de NMBS bij haar renovatiewerken rekening met toegankelijkheid, ook als die infrastructuren voorheen onvoldoende toegankelijk waren. De NHRPH dringt erop aan dat die lijn wordt aangehouden.

In het algemeen is er in het Nationaal Uitvoeringsplan relatief weinig aandacht voor mensen met een zintuiglijke handicap. De NHRPH schaart zich dan ook achter het advies van Expertisecel toegankelijkheid van Blindenzorg Licht en Liefde vzw van 11/10/2016: “Ontwerp ‘Bijdrage van de NMBS aan het Nationaal Uitvoeringsplan voor de PBM TSI’” en herneemt hier dat advies, inclusief verwijzingen naar de titels en pagina’s van de ontwerptekst van het Nationaal Uitvoeringsplan: 

3. Huidige situatie

3.A. Overzicht van de inventarissen: stations

3.A.1) Elementen nodig voor de evaluatie van een toegankelijk station

Algemeen: (p. 9)

Toe te voegen:

  • Menselijke assistentie
  • Beveiliging van trappen met waarschuwingsstroken, contrastmarkeringen en leuningen
  • Beveiliging van roltrappen met waarschuwingsstroken en verlichting
  • Toegankelijke pictogrammen en bewegwijzering
  • Toegankelijke toiletten 

Stationsgebouw: (p. 9)

  • Geleidelijnen:

Toe te voegen:

o Assistentiezuil

o Bus, tram, metro, taxi

Perrons: (p. 9)

  • Geleidelijnen:

Toevoegen aan geleidelijnen: “waarschuwingsstroken en artificiële oriëntatiepunten”. Desgewenst kan ook de verzamelnaam ‘podotactiele aanpassingen’ gebruikt worden.

3.A.2) Elementen nuttig voor informatie naar de klanten en optimalisatie van de eigen dienstverlening:

Toe te voegen:

  • Multisensorieel plan (plattegrond) voor personen met een zintuiglijke handicap, zeker in grotere stations
  • Parkeerplaatsen voor personen met een handicap (p. 10)

Toe te voegen:

o Zo dicht mogelijk bij de toegang van het stationsgebouw en/of de perrons.

3.B. Overzicht van de inventarissen: rollend materieel

De 2e alinea betreft de vermelde “tabellen in bijlage 2” (p. 11):

Toe te voegen:

  • drukknoppen buitenkant trein (openen deur) in contrasterende kleur
  • bewegwijzering in de treinstellen naar toiletten in contrasterende kleur en reliëf 

Bemerking: Toiletten met een elektronisch sluitingsmechanisme zijn niet toegankelijk voor blinde en slechtziende personen. Dit is niet opgenomen in de tabel.

3.C. Overzicht van de inventarissen: bedrijfsvoorschriften

Bedrijfsvoorschriften voor de stations (p. 11)

  • Revalor moet de norm blijven.
  • Bemerking betreffende de actualisering van Revalor in 2017: hiervoor moet het advies van de NHRPH en experts worden ingewonnen.

4. Definitie van een strategie

4.A. Stations  

Verbetering van de toegankelijkheid voor PBM: bouwprojecten (p. 13)

Vanwege het grote belang voor de veiligheid en toegankelijkheid van blinde en slechtziende reizigers zijn volgende elementen te specifiëren betreffende de standaardisering van stations:

- Contrastmarkeringen op trappen

- Contrastmarkeringen op glazen deurpanelen en wanden (bijv. van liften, sassen en schuilhuisjes op perrons)

- De technische specificaties van podotactiele materialen, conform aan de Waalse en Brusselse regelgevingen, doch ook voor toepassingen op het Vlaamse grondgebied, met het oog op de standaardisering voor alle Belgische stations.

Terminologie

Tot slot nog enkele terminologieopmerkingen:

  • In navolging van het VN-verdrag inzake de rechten van de personen met een handicap verkiest de NHRPH de termen ‘handicap’ en ‘persoon met een handicap/personne handicapée’ boven ‘gehandicapte, ‘mindervalide’, ‘persoon met een beperking’, enz. ‘
  • ‘Persoon met een beperkte mobiliteit’ (PBM) is een geschikte term, maar het onderscheid tussen de – deels overlappende – termen ‘persoon met een beperkte mobiliteit’ en ‘persoon met een handicap’ verdient enige aandacht. Een persoon met een beperkte mobiliteit is iedereen die op een gegeven moment – om welke reden dan ook – een beperkte mobiliteit heeft: ouderen, zwangere vrouwen, personen met een kinderwagen, reizigers met veel bagage, iemand met een been of arm in het gips, enz. Ook personen met een handicap, vooral een fysieke handicap, kunnen hieronder vallen: denk maar aan rolstoelgebruikers. Personen met een zintuiglijke, verstandelijke, mentale, … handicap vallen daar niet noodzakelijk onder, al zal hun handicap – in een weinig toegankelijke omgeving – indirect wel de mobiliteit beperken.
  • Ook worden de termen ‘blinde’, ‘slechtziende’, ‘dove’, ‘slechthorende’ wat slordig gebruikt. De voorkeur gaat naar de termen ‘blinden en slechtzienden’ en ‘doven en slechthorenden’, tenzij de context specifiek om een andere term vraagt (voorbeeld: visueel contrast is nuttig voor slechtzienden, maar niet voor blinden). Ruimer kunnen ook ‘personen met een visuele handicap’ en ‘personen met een auditieve handicap’ als term worden gebruikt.
  • De benaming “blindengeleidelijnen” dient vervangen door “geleidelijnen”. Er dient een consequente lijn doorgetrokken m.b.t. de gebruikte terminologie. Het door elkaar gebruiken van verschillende termen leidt tot verwarring en kan in de praktijk ook leiden tot foutieve toepassingen.
    • Ofwel noemt men de podotactiele aanpassingen met de naam van hun podotactiele eigenschap, zijnde: ‘ribbellijnen’, ‘noppen’ en ‘verende oppervlakken’ of gebruikt men de verzamelnaam hiervoor, zijnde ‘podotactiele materialen’. (Het woord “tegels” wordt hierbij best achterwege gelaten aangezien er ook losse ribbellijnen en losse noppen bestaan die niet zijn geïntegreerd in een tegel.)
    • Ofwel noemt men de podotactiele aanpassingen met de naam van hun betekenis voor de eindgebruikers, zijnde ‘geleidelijnen’, ‘waarschuwingsstroken’ en ‘artificiële oriëntatievlakken’.
 

Advies

Ook al vindt de NHRPH dat het Nationaal Uitvoeringsplan in het algemeen een stap in de goede richting is en dat het document heel wat goede punten bevat, toch heeft de NHRPH een hele reeks opmerkingen, verbeterpunten, aanbevelingen, eisen en suggesties, zoals blijkt uit de analyse hierboven. De NHRPH vraagt met aandrang om rekening te houden met alle punten die zijn aangehaald in de analyse van dit advies, met inbegrip van de aangehaalde adviezen en de positienota over toegankelijkheid en mobiliteit. De NHRPH blijft beschikbaar voor advies en verdere uitleg.

De NHRPH vraagt om er alles aan te doen om te voorkomen dat beleidsbeslissingen en/of budgetbeperkingen ten koste gaan van de personen met een handicap.

De NHRPH blijft achter zijn positienota en zijn adviezen staan, in het bijzonder de adviezen 2015/30 en 2014/08 over de toekomstige beheerscontracten van de NHRPH en vraagt de NMBS dan ook om er blijvend rekening mee te houden.

Uniformiteit en universele toegankelijkheid, ook op het vlak van communicatie, blijven de doelstelling. Bij vernieuwingswerken en nieuwe aankopen moet daar terdege rekening mee worden gehouden. Dat geldt ook voor assistentie aan PMH die in alle stations en haltes en zonder reservatietermijn moet kunnen worden aangeboden.

Het blijft van belang om de sector te betrekken. Op federaal niveau is dat de NHRPH die de personen met een handicap van België vertegenwoordigt op federaal vlak.

Voor het uitwerken van technische analyses en oplossingen in overeenkomst met Revalor vraagt de NHRPH de NMBS om de technische structuren inzake toegankelijkheid (CAWaB, Enter) te raadplegen voor een gedetailleerde technische analyse.

De NHRPH wenst ook opvolging en feedback, zowel wat zijn adviezen als de beslissingen en werken betreft.

 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan de NMBS;
  • Voor opvolging aan de FOD Mobiliteit en Vervoer;
  • Ter informatie aan de heer François Bellot, Minister van Mobiliteit;
  • Ter informatie aan mevrouw Elke Sleurs, Staatssecretaris voor Personen met een beperking;
  • Ter informatie aan UNIA;
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme.
 .
 .