Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2015/30

Beheerscontracten NMBS

Advies nr. 2015/30 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de toekomstige beheerscontracten van de NMBS-Group, uitgebracht tijdens de plenaire vergadering van 19 oktober 2015.

 

Aanvrager

Advies op eigen initiatief.

 

Onderwerp

De onderhandelingen voor de nieuwe beheerscontracten lopen al een tijdje (zie advies 2014/08), maar er lijkt beweging in de zaak te komen. Aangezien die beheerscontracten het spoorwegbeleid voor meerdere jaren gaan bepalen, is het nu bij uitstek het moment om in die beheerscontracten extra aandacht te hebben voor universele toegankelijkheid en personen met een handicap. De NHRPH brengt daarom dit advies uit, met daarin aandacht voor 7 prioriteiten die de NHRPH heeft voorgesteld tijdens de stakeholders vergadering op het Kabinet van de Minister van Mobiliteit op maandag 28 september 2015.

 

Analyse

De NHRPH vraagt om bij het opstellen van de beheerscontracten, die toch het beleid van de Belgische spoorwegen gedurende de volgende jaren zullen sturen, nadrukkelijk rekening te houden met de personen met een handicap. Het is erg belangrijk dat daarbij grondig over toegankelijkheid voor allen wordt gedacht. Daarvoor verwijst de NHRPH ook naar een aantal documenten en principes die aan de basis liggen van zijn filosofie en werking.

De NHRPH verwijst in de eerste plaats naar het VN-verdrag inzake de rechten van de personen met een handicap dat door België is geratificeerd. Toegankelijkheid is zelfs een van de grondbeginselen van het Verdrag (zie artikel 3) en er is dan ook een heel artikel aan gewijd (artikel 9). Artikel 20 is hier ook essentieel: dat behandelt de mobiliteit.

Het Verdrag vraagt dat de personen met een handicap transversaal worden betrokken bij beslissingen die hun aangaan, van de denkoefening over het uitwerken tot de aflevering en evaluatie.

In artikel 3 worden naast toegankelijkheid o.a. de volgende grondbeginselen aangehaald:

  • a. Respect voor de inherente waardigheid, persoonlijke autonomie, met inbegrip van de vrijheid zelf keuzes te maken en de onafhankelijkheid van personen;
  • c. Volledige en daadwerkelijke participatie in, en opname in de samenleving;
  • e. Gelijke kansen

Artikel 4, Algemene verplichtingen, stelt in punt 3:

Bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van wetgeving en beleid tot uitvoering van dit Verdrag en bij andere besluitvormingsprocessen betreffende aangelegenheden die betrekking hebben op personen met een handicap, plegen de Staten die Partij zijn nauw overleg met personen met een handicap, met inbegrip van kinderen met een handicap, en betrekken hen daar via hun representatieve organisaties actief bij.

Het principe van de transversaliteit, het rekening houden met en het betrekken van personen met een handicap bij elke stap van de beslissingname, uitvoering en controle loopt als een rode draad doorheen het Verdrag.

De NHRPH is de representatieve organisatie van personen met een handicap in België op federaal vlak en vervult zo de rol die in artikel 4, punt 3 van het Verdrag is beschreven. De NHRPH vertegenwoordigt alle personen met een handicap, ongeacht het type van handicap, en streeft naar een volwaardige integratie van personen met een handicap in de maatschappij. De leden zijn allemaal mensen met expertise in het domein van de handicap. De NHRPH rekent er dan ook op dat zijn adviezen de aandacht krijgen die ze verdienen. De NHRPH wenst dan ook dat artikel 46 (Overleg) van het Beheerscontract 2008-2012 wordt behouden:

De Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap is, voor het overleg met de NMBS, de enige gesprekspartner die optreedt als vertegenwoordiger van de verschillende groeperingen en verenigingen die zich inzetten voor de minder mobiele reizigers.

Voor zijn visie/principes op het vlak van toegankelijkheid en mobiliteit verwijst de NHRPH ook naar zijn Positienota Toegankelijkheid en mobiliteit voor personen met een handicap van 29/01/2013

 

Advies

De NHRPH wil een aantal concrete punten extra in de verf zetten. Deze punten heeft de NHRPH ook voorgesteld op een stakeholders ontmoeting bij Minister Galant op maandag 28 september 2015.

1. Budget

De NHRPH begrijpt dat de NMBS moet bezuinigen en dat dat niet vanzelfsprekend is in het licht van de recente herstructurering, waarbij de NMBS een aantal taken en verantwoordelijkheden heeft overgenomen van Infrabel. Toch vraagt de NHRPH om niet te besparen op de PBM die voor hun mobiliteit meer nog dan anderen afhankelijk zijn van het openbaar vervoer.

De NHRPH wijst erop dat het inplannen van toegankelijkheid voor allen van bij het begin goedkoper en efficiënter is dan achteraf de gebreken weg te werken.

Verder betreurt de NHRPH dat sommige renovatiewerkzaamheden stil liggen wegens gebrek aan middelen. De NHRPH vraagt de Minister van Mobiliteit om erop toe te zien dat de besparingen bij de NMBS niet ten koste van de toegankelijkheid voor allen verlopen.

2. Toegankelijkheid

Dat brengt ons meteen bij een tweede prioriteit: toegankelijkheid voor allen, reeds aangehaald als artikel 9 van het VN-verdrag inzake de personen met een handicap.

De NMBS houdt bij haar renovatiewerken reeds rekening met toegankelijkheid, ook als die infrastructuren voorheen onvoldoende toegankelijk waren. De NHRPH dringt eropaan dat die lijn wordt aangehouden.

Maar toegankelijkheid gaat verder dan dat. Voor de NHRPH moet het einddoel zijn dat alle stations, treinhaltes, passagierstreinen, voor het publiek toegankelijke infrastructuren, stationsomgevingen, ICT en andere faciliteiten (reservatie, informatie, vervoerbewijzen kopen, …) die met het spoorverkeer in België te maken hebben volledig toegankelijk zijn voor iedereen. Waar dat niet het geval is, moet snelle assistentie voorhanden zijn.

In zijn advies 2015/06 betreurt de NHRPH dan ook dat de NMBS haar assistentieaanbod heeft verminderd. De NMBS heeft een lijst opgesteld van 131 stations en haltes waarvoor de assistentie - mits tijdige aanvraag – wordt gegarandeerd aan allen, en dat 7 dagen op 7, van de eerste tot de laatste trein. In de stations en haltes die NIET op de lijst van 131 stations en haltes staan wordt er enkel assistentie verleend aan PBM die zich zonder rolstoel of met een plooibare rolstoel kunnen verplaatsen, en dat volgens de beschikbaarheid van de mobiele ‘B for You’-assistentieploegen van de regio. In drukkere regio’s kunnen de ploegen de vraag niet altijd aan.

De NHRPH vraagt de NMBS met aandrang om niet te besparen op toegankelijkheid en assistentie en vraagt de bevoegde Ministers om de NMBS voldoende middelen te geven voor het toegankelijk maken van meer stations en haltes en om voldoende assistentie te organiseren voor alle regio’s. De NMBS werkt al jaren aan het toegankelijker maken van haar infrastructuur. Het zou onaanvaardbaar zijn dat alle inspanningen van de laatste jaren door besparingen teniet worden gedaan.

De NHRPH maakt ook gebruik van deze gelegenheid om nogmaals te vragen om de regels en termijnen voor het aanvragen van assistentie te versoepelen, een regel die de NHRPH al lang een doorn in het oog is. Zolang die regel van kracht is, kunnen personen met een handicap niet echt vrij reizen.

Ondertussen heeft de NMBS een voorstel gedaan om de assistentietermijn te verminderen tot minimaal 3 uur op voorhand voor reizen tussen twee stations uit een lijst van 18, op voorwaarde dat er geen overstap nodig is en de aanvraag telefonisch gebeurt. In zijn advies 2015/27 erkent de NHRPH dat dit een stap in de goede richting is, maar betreurt de NHRPH ook dat de versoepeling enkel geldt voor reizen tussen de 18 stations uit de lijst en dat reizen met overstap ook niet in aanmerking komen voor een reservatie van minimum 3 uren op voorhand. Ook het feit dat de versoepelde regel enkel wordt toegepast na telefonische aanvraag is teleurstellend. Die voorwaarden hollen de versoepeling deels uit.

Voor de NHRPH blijft het de bedoeling dat PBM en personen met een handicap op dezelfde manier kunnen reizen als anderen. Het einddoel blijft een volledig toegankelijk spoorverkeer en steeds beschikbare assistentie op eenvoudige vraag ter plaatse, in alle stations en haltes.

3. Communicatie

Ook personen met een handicap hebben recht op snelle en betrouwbare informatie wanneer ze de trein nemen.

Heel belangrijk – maar het gebeurt nog niet systematisch – is actuele en begrijpelijke informatie die voor iedereen toegankelijk is, zowel in stations en op perrons als op de trein. Personen met een zintuiglijke handicap lopen immers een ernstig risico om bepaalde mededelingen te missen. Een persoon met een zware visuele handicap merkt de perronwijzigingen op de schermen niet op en een dove of slechthorende persoon hoort de omgeroepen informatie niet. De NHRPH wenst dus dat alle info op zijn minst visueel en auditief wordt meegedeeld in stations, perrons en op de trein. De technologie biedt steeds meer mogelijkheden op dit vlak, zoals speciale ‘apps’ voor PBM, geluidsbakens, gps, enz.

Tot slot wordt het hoog tijd dat de website van de NMBS wordt aangepast en onderhouden volgens de regels van AnySurfer.

4. Boordtarief

Sinds 1 februari 2015 is bij het Belgische spoorverkeer het zogenaamde boordtarief van kracht. Wie de trein neemt zonder geldig vervoersbewijs, moet een ticket op de trein kopen bij de treinbegeleider. Dit ‘boordtarief’ is steeds €7 duurder dan hetzelfde vervoersbewijs dat vooraf zou zijn gekocht.

De NHRPH wil dat personen met een handicap voor wie de alternatieven voor aankoop aan het loket onvoldoende toegankelijk zijn ook op de trein nog een ticket kunnen kopen zonder een supplement te moeten betalen. De NHRPH heeft zijn standpunt uiteengezet in zijn perscommuniqué van 05/02/2015 en in zijn advies 2015/21, waarin hij ook een oplossing voorstelt.

5. Uniformiteit

De infrastructuur en het rollend materieel bij de NMBS zijn erg divers. Dat is een erfenis van het verleden: treinstellen hebben doorgaans een lange levensduur en in de loop der jaren zijn verschillende modellen in gebruik genomen. De meeste haltes en stations dateren van voor de huidige normen, zodat perronhoogtes ook kunnen verschillen.

De NHRPH vraagt dat er grondig werk wordt gemaakt van de uniformiteit. Zo denken we aan treinen en ingebedde perrons die op elkaar zijn afgesteld, zodat een rolstoelgebruiker veilig en op eigen kracht de trein kan inrijden, eventueel via een geautomatiseerde uitklaphelling van de trein.

Ook voor de inrichting van stations en omgeving is uniformiteit aangewezen. Zo zou een PBM – bijvoorbeeld een blinde reiziger – zich vlotter kunnen oriënteren in een station dat hem nog onbekend is wanneer de inrichting en structuur vergelijkbaar zijn. Hij of zij weet dan waar het toegankelijk loket te vinden is, waar de infozuil en de liften zich bevinden, waar je assistentie kunt krijgen, waar de toegankelijke toiletten zijn, …

De NHRPH beseft dat dit een werk van lange adem is. Bovendien moet dat gebeuren in overleg met andere betrokken actoren: de andere aanbieders van openbaar vervoer, de stad of gemeente, de sector van de handicap (de NHRPH) en andere stakeholders, … Er is een masterplan voor de toekomst nodig waarin wordt gestreefd naar uniformiteit en toegankelijkheid voor iedereen.

6. Revalor

In overleg met het middenveld, waaronder de NHRPH, heeft de NMBS in 2009 een uitgebreide technische toegankelijkheidshandleiding opgesteld, Revalor genaamd, voor infrastructuurwerken bij de spoorwegen. Die handleiding bevat een schat aan technische informatie (materialen, dimensies, enz.) om stations, haltes en omgeving toegankelijk te maken voor iedereen.

Revalor toont zich nog dagelijks een nuttig instrument, maar het was niet mogelijk om vooraf alle mogelijke situaties te voorzien. Wanneer een situatie buiten de norm van Revalor dreigt te vallen – bijvoorbeeld omdat er onvoldoende ruimte is voor de Revalor-oplossing of omdat het om een beschermd monument gaat -, vraagt de NMBS een advies aan de NHRPH. Op die manier zijn al oplossingen gevonden voor een aantal minder frequente situaties.

De huidige versie van Revalor dateert van 2009. Een update – die ook de nieuwe inzichten zal bevatten - dringt zich op. De NHRPH vraagt dat daar spoedig werk van wordt gemaakt, in overleg met de sector. De NHRPH zal dan een advies uitbrengen over de nieuwe versie.  

7. Sensibilisering

Zowel bij de NMBS, haar personeel als bij het publiek blijft er een nood aan sensibilisering bestaan. Er is al een lange weg afgelegd, maar soms worden personen met een handicap nog te veel gezien als die lastige, kleine doelgroep waarvoor dure extra voorzieningen moeten worden geïnstalleerd. Personen met een handicap willen gewoon op dezelfde manier deelnemen aan het maatschappelijk leven als anderen. Vlot gebruik maken van het spoorverkeer is daar een belangrijk onderdeel van.

Daarom blijft het noodzakelijk om de personen met een handicap – alle types van handicap! – via de NHRPH te betrekken bij het bedenken, ontwikkelen en uitwerken van projecten om de toegankelijkheid te verzekeren van bij de start. Een transversale aanpak is immers efficiënter en vaak zelfs goedkoper dan latere aanpassingen voor toegankelijkheid.

 

Bezorgd

  • Ter opvolging aan mevrouw Jacqueline Galant, Minister van Mobiliteit;
  • Ter informatie aan de FOD Mobiliteit en Vervoer
  • Ter informatie aan mevrouw Elke Sleurs, Staatssecretaris voor personen met een beperking;
  • Ter informatie aan de heer Charles Michel, Premier;
  • Ter informatie aan het Interfederaal Gelijkekansencentrum;
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme.
 .
 .