Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2015/13

Werk openbare ambt

Advies nr. 2015/13 inzake de wijziging van artikel 1,1° van het koninklijk besluit van 6 oktober 2005 houdende diverse maatregelen met betrekking tot de vergelijkende aanwervingsprocedure en met betrekking tot de stage. Advies van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH), geformuleerd tijdens de plenaire vergadering van 18 mei 2015.

 

Aanvrager

Advies geformuleerd op vraag van mevrouw Elke Sleurs in een e-mailbericht van 2 maart 2015.

 

Onderwerp

De Staatssecretaris stelt voor de definitie van de handicap in artikel 1, 1° van voormeld besluit te wijzigen. Zij stelt de volgende tekst voor:

Artikel 1, 1° van het koninklijk besluit van 6 oktober 2005 houdende diverse maatregelen met betrekking tot de vergelijkende aanwervingsselectie en met betrekking tot de stage wordt als dusdanig uitgelegd dat onder persoon met een handicap tevens het begrip arbeidshandicap valt, zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008, betreffende de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap. Deze is als volgt: “elk langdurig en belangrijk probleem van deelname aan het arbeidsleven dat te wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en persoonlijke en externe factoren."

 

Analyse

  • Het koninklijk besluit van 5 MAART 2007 tot organisatie van de werving van personen met een handicap in sommige federale overheidsdiensten bepaalt het volgende:

“Artikel 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk, wordt onder persoon met een handicap verstaan:

1° de persoon als dusdanig ingeschreven bij het “Agence wallonne pour l'Intégration des Personnes handicapées”, bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, voorheen het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap, bij de “Service bruxellois francophone des Personnes handicapées” of bij de “Dienststelle für Personen mit Behinderung”;

2° de persoon die een inkomensvervangende tegemoetkoming of een integratietegemoetkoming geniet op basis van de wet van 27 februari 1987 houdende tegemoetkomingen aan personen met een handicap;

3° de persoon die in het bezit is van een attest afgeleverd door de Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en fiscale voordelen;

4° het slachtoffer van een arbeidsongeval of van een beroepsziekte die het bewijs kan voorleggen van een blijvende arbeidsongeschiktheid van ten minste 66 % afgeleverd door het Fonds voor Arbeidsongevallen, door het Fonds voor Beroepsziekten of de bevoegde geneeskundige dienst in het kader van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector of in een gelijkwaardig stelsel;

5° het slachtoffer van een ongeval van gemeen recht dat het bewijs kan voorleggen van een blijvende ongeschiktheid van ten minste 66% naar aanleiding van een gerechtelijke beslissing;

6° de persoon die in het bezit is van een attest van blijvende invaliditeitserkenning afgeleverd door zijn verzekeringsinstelling of door het RIZIV. De wijziging heeft betrekking op het concept zelf van persoon met een handicap dat zou worden uitgebreid tot “arbeidshandicap” letterlijk vertaald door “handicap au travail”.

  • In 2013 werd het volgende daaraan toegevoegd: het opnemen van het VOP-attest (steun van de VDAB) in de criteria voor het erkennen van personen die in aanmerking kunnen worden genomen voor de tewerkstellingsgraad van personen met een handicap.
  • Het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, door België in 2009 bekrachtigd, bepaalt in artikel 1 dat personen met een handicap personen zijn met langdurige fysieke, mentale, verstandelijke of zintuiglijke beperkingen die in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving.
 

Advies

Voor de NHRPH blijft het VN-concept DE referentie op alle gebieden: hij is van mening dat de definitie niet moet worden uitgebreid en afgezwakt. Men moet zich daarentegen de vraag stellen waarom “personen met een arbeidshandicap” niet in de bestaande opsomming voorkomen. Hij is van mening dat men beter kan uitgaan van de lijst met bestaande erkenningen, door ze voor Vlaanderen te beperken tot de VOP. Zodoende wordt perfect aangesloten bij het advies van de BCAPH van 28 oktober 2013, dat wijst op de gevaren van het uitbreiden van de reglementering tot andere personen.

Hij vestigt opnieuw de aandacht op het belang om werklozen tot werk aan te trekken en ieder deelgebied ertoe aan te sporen op zijn niveau maatregelen tot aanmoediging en begeleiding te treffen, waardoor personen met een handicap toegang tot een duurzame, kwaliteitsvolle betrekking kunnen krijgen.

 

Bezorgd

  • aan mevrouw Elke Sleurs, Staatssecretaris voor Personen met een beperking
  • aan de heer Steven Vandeput, Minister van Ambtenarenzaken
  • Ter info aan het Interfederaal Gelijkekansencentrum;
  • Ter info aan het interfederaal coördinatiemechanisme
 .
 .