Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2015/20

Parkeerbeleid

Advies nr. 2015/20 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het algemene parkeerbeleid binnen het kader van het beleid voor personen met een handicap. Advies geformuleerd op de plenaire vergadering van 21/09/2015.

 

Aanvrager

Advies verstrekt op verzoek van de Staatssecretaris voor Personen met een beperking.

 

Onderwerp

Net als in veel andere landen geldt in België dat de personen met een handicap die in het bezit zijn van een parkeerkaart voor personen met een handicap mogen parkeren op de voorbehouden plaatsen, aangeduid met het internationaal symbool voor de personen met een handicap (witte rolstoel op blauwe achtergrond) op de grond of op een verkeersbord, en in de blauwe zone, op voorwaarde dat ze hun parkeerkaart zichtbaar achter hun voorruit plaatsen.

Toch dringen zich al jaren een aantal problemen en aandachtspunten op, gaande van een ontoereikend aantal beschikbare voorbehouden plaatsen over het juiste gebruik van de kaart tot de controle op dit gebruik. Op vraag van mevrouw Sleurs, Staatssecretaris voor Personen met een beperking, stelt de NHRPH een algemeen advies op over het parkeerbeleid voor personen met een handicap in België.

 

Analyse

Parkeerplaatsen

In alle gemeentes bestaan er parkeerplaatsen die gereserveerd zijn voor personen met een handicap die in het bezit zijn van de speciale parkeerkaart. Helaas zijn het aantal plaatsen beperkt en komen er veel misbruiken voor, zodat de doelgroep vaak geen parkeerplaats vindt.

Het uitvoeringsbesluit (KB) van 9 mei 1977 bij de wet van 17 juli 1975 betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen, toegankelijk voor het publiek bevat alvast een lijst van gebouwen en voorzieningen, zowel openbaar als privé, waarvoor onder bepaalde voorwaarden parkeerruimte moet worden voorbehouden ten behoeve van mensen met een handicap, wanneer er een parking voorhanden is.

De ministeriële omzendbrief betreffende parkeerplaatsen, voorbehouden voor personen met een handicap van 25 april 2003 (http://www.wegcode.be/wetteksten/secties/omzendbrieven/mo-250403/1160-omzendbrief), die de richtlijnen van de omzendbrief van 3 april 2001 (http://www.wegcode.be/wetteksten/secties/omzendbrieven/mo-030401/1161-omzendbrief) actualiseert en aanvult, beveelt drie voorbehouden plaatsen voor 50 parkeerplaatsen aan voor parkeerterreinen waar veel parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Binnen hun bevoegdheidssfeer hebben de Gewesten ofwel de lijst bij dit koninklijk besluit overgenomen (Vlaams Gewest), ofwel licht gewijzigd of aangevuld (Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest).

In veel gemeentes kunnen personen met een handicap onbeperkt gratis parkeren op de gereserveerde plaatsen en in de blauwe zone als ze hun kaart goed zichtbaar achter de voorruit leggen. Andere gemeentes laten kaarthouders ook op die voorbehouden plaatsen betalen.

Soms is de toegestane parkeertijd beperkt (parkeerschijf, parkeermeter). Er zijn ook gemeentes die plaatsen voorbehouden voor de eigen inwoners met een handicap, vaak via bewonerskaarten.

Ten slotte gebeurt ook dat de voorbehouden plaatsen gelegen zijn op parkings die uitsluitend toegankelijk met een bewonerskaart, waardoor andere mensen met een parkeerkaart voor personen met aan handicap geen toegang hebben tot de voorbehouden plaatsen voorbehouden voor personen met een handicap.

De verschillende parkeervoorwaarden zijn niet overal even duidelijk aangegeven, zodat ook kaarthouders soms een parkeerboete krijgen uit onwetendheid. Bovendien wijzigen gemeentes af en toe hun beleid, wat het opstellen en actueel houden van een overzichtslijst van de parkeervoorwaarden per gemeente bemoeilijkt.

In principe is de politie bevoegd voor de controle van de voorbehouden parkeerplaatsen en het juiste gebruik van de parkeerkaart. Recent is echter bepaald dat die controle niet tot de kerntaken van de politie behoort. De NHRPH betreurt dit, want een actieve controle werpt vruchten af, zoals al bleek in Aarlen (zie advies 2009-21 voor meer info), West-Vlaanderen, Sint-Niklaas en elders. Ondertussen schakelen sommige gemeentes firma’s in voor de controle.

Nog minder duidelijk is de situatie op privéparkings die toegankelijk zijn voor het publiek, bijvoorbeeld bij warenhuizen en ziekenhuizen. Ook daar geldt dat er een verplicht aantal voor personen met een handicap voorbehouden plaatsen moeten beschikbaar zijn, net als op openbare parkings. De vraag of de politie foutparkeerders hier kan verbaliseren is niet eenvoudig te beantwoorden. Nochtans zegt de omzendbrief van 3 april 2001: “Het is passend die maatregelen te bekrachtigen door middel van een politieverordening of in het algemeen politiereglement van de gemeente (…). ((…) Bijgevolg zijn hier de politiestraffen van toepassing.).” De NHRPH is hier ook voorstander van, zoals te lezen is in advies 2000/13: “Anderzijds is de Raad er zich van bewust dat de repressieve instanties niet op eigen initiatief op de privé-parkings kunnen optreden. Nochtans wenst de raad dat de mogelijkheid zou onderzocht worden om de wetgeving in die zin te wijzigen dat er een uitzondering zou ingevoerd worden wat sommige privé-parkings betreft, zoals die van grote warenhuizen, klinieken, …”

Parkeerkaart

De regels voor het gebruik van de parkeerkaart zijn opgenomen in het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, artikel 25.14°, 27.4 en 27bis.

De NHRPH heeft in het verleden al geregeld adviezen inzake de speciale parkeerkaart uitgebracht. Enkele van de recentere zijn 2014/13, 2010/26 en 2009/12.

De parkeerkaart wordt enkel aan natuurlijke personen uitgereikt en is louter voor persoonlijk gebruik. Niet alle personen met een handicap krijgen de speciale kaart.

Toekenningsvoorwaarden

De toekenningsvoorwaarden zijn opgenomen in het Ministerieel Besluit van 07/05/1999 inzake de parkeerkaart voor mensen met een handicap.

Kort samengevat, je hebt recht op een parkeerkaart als:

  • je een blijvende invaliditeit hebt van 50% of meer (invaliditeit van de benen) of van 80% of meer (andere invaliditeit)
  • je oorlogsinvalide bent (burgerlijk of militair) met een invaliditeit van 50% of meer
  • je volledig verlamd bent aan de armen of beide armen werden geamputeerd
  • je gezondheidstoestand je zelfredzaamheid of je mobiliteit vermindert (Als je ouder bent dan 21 jaar: 12 punten of meer (zelfredzaamheid, omgekeerde schaal met maximum van 18 punten) of minstens 2 punten (mobiliteit, omgekeerde schaal met maximum van 3 punten). Als je jonger bent dan 21 jaar: 2 punten in de categorie "verplaatsing" of "mobiliteit en verplaatsing").
  • je toelating hebt van de adviserend geneesheer van het ziekenfonds om een mobiliteitshulpmiddel aan te kopen dat vermeld staat in deze lijst (https://handicap.fgov.be/sites/5030.fedimbo.belgium.be/files/explorer/nl/lijst-mobiliteitshulpmiddelen-liste-aides-a-la-mobilite.pdf)

Navraag bij de DG Personen met een handicap leerde ons dat meer dan 99% (!) van de kaarthouders 2 punten of meer op het criterium ‘mobiliteit’ scoorde, waarvan ongeveer 58% zonder aan 12 punten te komen in het andere criterium. De 2 punten zijn dus een doorslaggevende factor. De NHRPH vindt dat opmerkelijk, maar niet abnormaal, want de Raad beschouwt zware mobiliteitsproblemen als een essentieel criterium voor het recht op een parkeerkaart.

Eind september 2015 vervallen de speciale parkeerkaarten met beperkte geldigheid (10 jaar). Behalve die gevallen waar de handicap zelf van voorbijgaande aard is, hebben de kaarten in omloop vanaf 1 oktober 2015 een onbepaalde geldigheidsduur: in principe gaan ze dus levenslang mee. Dat is administratief gemakkelijker voor de kaarthouder: die hoeft geen nieuwe aanvraag te doen, geen nieuwe medische controle te ondergaan, hij of zij loopt niet het risico zonder kaart te vallen of een vervallen kaart te gebruiken, enz. Zeker voor mensen met een definitieve handicap of een progressief evoluerende aandoening is dat wenselijk. Hun toestand kan niet dusdanig wijzigen dat ze geen recht meer zouden hebben op de parkeerkaart.

Parkeerkaarten met een onbepaalde geldigheidsduur hebben wel een belangrijk nadeel. Bij overlijden van de houder wordt de kaart immers niet altijd aan de DG Personen met een handicap terugbezorgd zoals de regelgeving nochtans vereist. Niet zelden raakt de parkeerkaart bij overlijden zoek. Het gebeurt ook dat nabestaanden – die vanzelfsprekend geen recht hebben op die kaart – de kaart zelf gebruiken.

De overheid is op de hoogte van het probleem, maar organiseert geen systematische collecte van parkeerkaarten van overledenen. De gebruiksvoorwaarden van de kaart staan wel vermeld in een begeleidend schrijven bij aflevering van de kaart aan de rechthebbende, maar de nabestaanden hebben daar meestal geen weet van.

Enkele cijfers

In mei 2015 waren er volgens de DG Personen met een handicap 367.038 parkeerkaarten in omloop: 19.659 in het Brussels Gewest, 234.079 in Vlaanderen en 113.300 in Wallonië.

Uit volgende tabellen blijkt duidelijk dat het aantal aanvragen voor een parkeerkaart en ook het aantal toegekende kaarten in de drie Gewesten blijft toenemen.

AANVRAGENBrusselVlaanderenWalloniëDuitstalige
Gemeenschap
Totaal
20052.38628.55914.60845446.007
20062.77535.96016.41851555.668
20072.99438.34318.11560260.054
20083.20037.23419.17853860.150
20093.55240.18418.87463563.245
20103.50743.39018.98945566.341
20113.89143.95320.65171269.207
20123.84142.34820.32754167.057
20134.00648.61221.58473274.934
20144.60257.37524.91366487.554
 .
TOEGEKENDBrusselVlaanderenWalloniëDuitstalige
Gemeenschap
Totaal
20052.14623.55013.23438839.318
20062.23630.74012.88242446.282
20072.49033.51914.91357051.492
20082.41630.74915.99747249.634
20092.89034.72515.77259553.982
20102.85539.11116.59640458.966
20113.18036.31016.47867556.643
20123.02935.60516.31444355.391
20133.04040.84917.80365062.342
20143.50247.53819.61157171.222

In geval van overlijden van de titularis worden de nabestaanden geacht de kaart terug te sturen naar de DG Personen met een handicap. Dat gebeurt niet systematisch.

TERUGGESTUURDBrusselVlaanderenWalloniëDuitstalige
Gemeenschap
Totaal
2005502.81932773.203
20061704.6041.250206.044
20071115.832716156.674
20082136.7461.633368.628
20091465.7841.092247.046
20101536.052941267.172
20111577.817887138.874
201250814.3933.9796918.949
201361516.1714.6478921.522
201467514.6294.99010620.400

Volgens de DG Personen met een handicap zijn er tot op heden ongeveer 200.000 kaarten van overledenen nooit terugbezorgd.

Misbruiken

Regelmatig worden misbruiken vastgesteld:

  • op een voorbehouden plaats parkeren zonder kaart;
  • de kaart gebruiken zonder dat de kaarthouder wordt vervoerd;
  • een kaart gebruiken die niet meer geldig is;
  • de kaart van een overledene gebruiken;
  • een valse kaart gebruiken.

De boetes voor misbruiken zijn vrij hoog, maar – zoals gezegd – er is doorgaans veel te weinig controle en misbruiken worden maar zelden bestraft, zodat het ontradingseffect beperkt blijft.

 

Advies

Personen met een handicap hebben de voorbehouden parkeerplaatsen echt nodig als compensatie voor hun beperktere mobiliteit. Daarom is sensibilisering belangrijk, zowel bij de gemeentes als bij de politie en het ruime publiek.

De NHRPH vraagt dat de sector van de handicap steeds betrokken wordt bij het beleid wanneer dat een invloed heeft of kan hebben op het leven van personen met een handicap, zoals ook afgesproken is in het VN-verdrag inzake de rechten van de personen met een handicap. De NHRPH herinnert er ook aan dat de NHRPH op federaal vlak de officiële vertegenwoordiger is van de sector van de handicap.

Parkeerplaatsen

De wegcode is federale materie, maar de Gewesten zijn bevoegd voor aanvullende wetgeving inzake wegverkeer. De NHRPH wenst dat de verschillende Gewesten en het federale niveau in onderling overleg tot een consensus komen over de regels betreffende het parkeerbeleid, in het kader van een interministeriële conferentie (IMC) of via een andere weg. Na goedkeuring kunnen de besluiten dan - bijvoorbeeld - in de wegcode worden opgenomen.

De NHRPH betreurt dat de controle van de voorbehouden parkeerplaatsen en het juiste gebruik van de parkeerkaart geen prioriteit meer is voor de politie. Als we willen dat personen met een handicap vlot kunnen parkeren, dan blijven controle en bestraffing noodzakelijk. De NHRPH vraagt dan ook met aandrang aan de Minister van Veiligheid en Binnenlandse zaken om terug te komen op deze beleidsbeslissing en om het aantal controles op te drijven.

Ook op privéparkings bij warenhuizen, hospitalen, enz. worden voorbehouden plaatsen voor kaarthouders ingericht. De NHRPH dringt er wel op aan dat er naar uniformiteit wordt gestreefd bij het aanleggen van parkeerplaatsen. Er zijn gevallen bekend van afwijkende maten en vormen (!) bij individuele voorbehouden parkeerplaatsen, voornamelijk op privéparkings. Personen met een handicap willen een parkeerplaats, niet het verdomhoekje! Ook hier dringt sensibilisering zich op, bijvoorbeeld via flyers voor de klanten en bezoekers.

De NHRPH betreurt dat de regels voor parkeren met een kaart verschillen van gemeente tot gemeente. Het is voor personen met een handicap niet evident om te weten of ze met hun kaart gratis mogen parkeren in de blauwe zone en op de voorbehouden plaatsen of niet. De NHRPH wenst uniformiteit: idealiter in alle gemeentes en steden gratis en – voor de doelgroep - onbeperkt in de tijd parkeren met de kaart in de blauwe zone en op de voorbehouden plaatsen. België kan een voorbeeld nemen aan Frankrijk, waar kaarthouders tot 12 uur lang gratis kunnen parkeren op alle openbare parkeerplaatsen, jammer genoeg wel met uitzondering van privéparkings.

Parkeerkaart

De NHRPH is voorstander van een vlotte aanvraagprocedure voor de parkeerkaart. Overbodige administratieve procedures en medische onderzoeken – bijvoorbeeld bij gezondheidssituaties die niet in goede zin kunnen evolueren – moeten worden vermeden.

Wel heeft de NHRPH enige reserves bij een automatische uitreiking aan rechthebbenden die misschien geen behoefte aan zo’n kaart hebben. Het is niet de bedoeling het aantal kaarten in omloop onnodig te vermeerderen. De overheid moet de persoon met een handicap goed informeren over zijn of haar recht, maar die moet zelf duidelijk aangeven dat hij of zij een kaart wenst.

Voor de kaarthouder is een kaart met een onbepaalde geldigheidsduur –zoals nu in omloop – het gemakkelijkst. Een kaart met een bepaalde geldigheidsduur heeft het voordeel dat ze minder gemakkelijk na overlijden van de rechthebbende kan worden misbruikt. In het verleden schaarde de NHRPH zich met enige tegenzin achter de parkeerkaart voor een onbeperkte duur, wetende dat het risico op misbruik reëel was. De DG Personen met een handicap moet in de eerste plaats duidelijke instructies verschaffen over het gebruik van de kaart. In geval van overlijden van de rechthebbende moet de overheid de kaart trachten op te vragen of op een andere manier uit circulatie te nemen. In zijn advies 2005/03 schreef de NHRPH al :

Voor de leden van de Raad zou de ideale oplossing hierin bestaan dat de parkeerkaarten voor een beperkte duur zouden uitgereikt worden en vervolgens automatisch door de administratie zouden vernieuwd worden zonder dat de persoon met een handicap hiervoor een aanvraag moet indienen. Zij maken een onderscheid tussen enerzijds de duur van het recht op gereserveerd parkeren (beperkte duur voor sommige aandoeningen en onbeperkte duur voor andere ) en anderzijds de geldigheidsduur van de parkeerkaart die beperkt zou moeten zijn om beter te kunnen gecontroleerd blijven.

Ondertussen bestaan er nieuwe technische mogelijkheden om het risico op misbruik te beperken. Via de Kruispuntbank kan de DG op de hoogte blijven van de overlijdens van alle personen die ooit een speciale parkeerkaart kregen. Zo nodig kan de DG via het bestuur van de stad of gemeente waar de overledene gedomicilieerd was een contactadres krijgen waar ze de parkeerkaart kan terugvragen.

Behalve een collecte van kaarten – die niet altijd het gewenste resultaat heeft – zijn er dus ook technische oplossingen mogelijk om misbruik tegen te gaan: een vlot af te lezen barcode of chip in de kaart, een jaarlijks aan te brengen kleurstrip met hologram of QR die elk jaar een andere kleur heeft (automatisch verzonden aan de levende gebruikers), … vergemakkelijken de controle. Er moet wel over worden gewaakt dat die aanpassingen het gebruik van de kaart door de titularis niet bemoeilijken.

Belangrijker dan de vraag of een kaart met bepaalde of onbepaalde geldigheidsduur wordt toegekend is de kwestie van de controle. De NHRPH is van mening dat strengere en frequentere controles noodzakelijk zijn en blijven als aanvulling op sensibilisering.

In principe is de NHRPH voorstander van alle maatregelen bij het ontwerp van de kaart die misbruik tegengaan, zoals het huidige hologram (om kopiëren/vervalsen te bemoeilijken), een barcode of QR (voor snelle controle in de cloud), enz.

Zoals reeds gezegd in zijn advies 2004/05 blijft de NHRPH een voorstander van het uitsluitend toekennen van de parkeerkaart aan natuurlijke personen die aan de toekenningsvoorwaarden voldoen. De NHRPH is tegen het toekennen van kaarten aan instellingen, vervoersdiensten, enz. :

Het geven van een parkeerkaart aan voorzieningen en/of vervoersdiensten van personen met een handicap kan alleen maar aanleiding geven tot misbruik. Wanneer deze diensten over een parkeerkaart beschikken, bestaat er geen grond meer om de persoonlijke kaart van de persoon met een handicap mee te nemen. Het gevolg daarvan is dat op momenten dat deze persoon met het busje van de voorziening of de vervoersdienst wordt vervoerd, zijn parkeerkaart door ‘anderen’ kan worden gebruikt.

De NHRPH herhaalt ook dat de kaart niet aan een nummerplaat of voertuig mag worden gekoppeld. Dat zou de bewegingsvrijheid van de persoon te zeer hinderen. De kaart is gelinkt aan de persoon, niet aan het voertuig.

 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan mevrouw Elke Sleurs, Staatssecretaris voor Personen met een beperking;
  • Voor opvolging aan mevrouw Jacqueline Galant, Minister van Mobiliteit;
  • Voor opvolging aan de heer Jan Jambon, Minister van Veiligheid en Binnenlandse zaken;
  • Ter informatie aan de heer Charles Michel, Eerste Minister;
  • Ter informatie aan het Interfederaal Gelijkekansencentrum;
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme.
 .
 .