Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2015/17

Nationaal Hervormingsprogramma (NHP) en Nationaal Sociaal Rapport (NSR)

Advies nr. 2015/17 betreffende het Nationaal Hervormingsprogramma (NHP) 2015 en het Nationaal Sociaal Rapport (NSR) 2015. Advies van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH), geformuleerd tijdens de plenaire zitting van 15 juni 2015.

 

Aanvrager

Advies van de NHRPH op eigen initiatief.

 

Onderwerp

In het kader van de Europese Economische Strategie van Lissabon verbindt elke lidstaat zich ertoe de Europese Unie een inventaris te bezorgen van de realisaties en projecten die tegemoetkomen aan de aanbevelingen van de Europese Unie. Op basis van dit verslag worden nieuwe aanbevelingen geformuleerd, maar ook sancties aan de lidstaten opgelegd.

 

Analyse

Het NHP 2015 beantwoordt voornamelijk aan de volgende aanbevelingen: hervorming van het fiscaal stelsel, acties met betrekking tot de concurrentiekracht, acties betreffende de uitstoot van broeikasgassen.

Net NSR 2015 omvat maatregelen op vlak van sociale insluiting, pensioenen, volksgezondheid, sociale bescherming en langdurige geneeskundige verzorging.

 

Advies

1. Het NHP

De NHRPH:

  • neemt akte van dit document
  • is verwonderd over de nagenoeg totale afwezigheid van antwoorden op de uitdagingen inzake de insluiting van personen met een beperking in alle domeinen van het leven.
  • herinnert eraan dat België het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap heeft bekrachtigd en dat ons land zich heeft geëngageerd om dit verdrag concreet uit te voeren. België is ook verplicht in te gaan op de aanbevelingen van het Comité van experten bij de VN.
  • vraagt dan ook een actieplan Handicap op te stellen, naar analogie met het Actieplan Armoede

De NHRPH wil ook wijzen op een aantal van zijn bekommernissen. Zij worden in de loop van deze nota uiteengezet.

Tewerkstelling van oudere werknemers – pagina’s 8 en 9, 3.2.1 tot 3.2.3: de NHRPH herinnert eraan dat langer werken moeilijk haalbaar is voor heel wat personen met een handicap (PH); er zou in tegendeel beter een regeling worden uitgewerkt voor hun loopbaaneinde.

Onderwijs -  Punten 3.3.2, 3.4.5 en 4.3: de overwegingen inzake vroegtijdig schoolverlaten en de onaangepastheid van de opleidingen aan de vraag op de arbeidsmarkt gelden uiteraard ook voor PH (en zelfs meer dan voor andere jongeren). Het percentage schoolverlaters bij jonge personen met een handicap is aanzienlijk. Dit is een gevolg van o.m. het gebrek aan redelijke aanpassingen van de lokalen en lessen, het gebrek aan aangepaste vervoersmiddelen of gewoonweg omdat sommige jongeren op schooldagen geen toegang hebben tot de verzorging waarop ze in feite recht hebben. Dit is onaanvaardbaar!

Bovendien wordt hen op basis van hun handicap nog te vaak voorgesteld niet-kwalificerende opleiding te volgen die niet beantwoorden aan de vraag op de arbeidsmarkt.

Hiervoor moet dringend een oplossing worden gevonden. Helaas bevat het NHP geen enkele specifieke maatregel voor de begeleiding van kinderen en jongvolwassenen met een beperking. Met het oog op het volgende NHP moet nu al, samen met de betrokken personen met een beperking, onderzocht worden welke maatregelen noodzakelijk zijn. De NHRPH herinnert bovendien aan zijn vraag naar inclusiever onderwijs. Ook dit zal helpen het vroegtijdige schoolverlaten te beperken. Dit betekent niet dat het gespecialiseerde onderwijs moet worden afgeschaft, maar dat het gewone onderwijs moet worden aangepast aan de noden van personen met een handicap, en dat de betrokkenen de keuze tussen beide moeten hebben.

Arbeidsmarkt en tewerkstellingsdoelstellingen

Pagina’s 11 en  21

De regeringen hebben het in eerste instantie over maatregelen voor werklozen en migranten. Wanneer het gaat om kwetsbare groepen wordt vreemd genoeg niets gezegd over PH. Tussen “valide” en “invalide personen” is er nochtans ook een verschil van 20%. Afhankelijk van de bronnen en de gebruikte parameters varieert de tewerkstelling van PH in België tussen de 35 en de 47%. Dit ligt onder het Europese gemiddelde.

Enkel in Hongarije (23,7%) en Ierland (29,8%) is de tewerkstellingsgraad bij personen met een beperking nog lager. De hoogste percentages vinden we in Zweden (66,2%) en Luxemburg (62,5%).

In een recente studie wijst Eurostat erop dat hetgeen zich voordoet op de arbeidsmarkt ook kan worden vastgesteld met betrekking tot de toegang tot onderwijs. Wat betreft levenslang leren was het percentage bij personen met een beperking in 2011 lager dan bij personen zonder beperking tussen 25 en 64 jaar, en dit in alle EU-lidstaten waarvoor cijfers bestaan.

Eurostat heeft zich ook gebogen over het risico op armoede en sociale uitsluiting bij personen met een handicap voor het jaar 2013. België is koploper in de Europese Unie, want 34,3% van de personen met een handicap (tegenover 16,6% van de personen zonder handicap) lopen dit risico. Dit is een verschil van 17,7%.  Enkel Bulgarije doet nog slechter, met een verschil van 19,6 punten en een dramatisch hoog percentage van 63,7% wat betreft armoederisico bij personen met een beperking. Italië is, met een verschil van 4,4 punten, het Europese land waar de handicapsituatie de minste impact heeft op het risico om in de armoede  verzeild te raken.

Ter herinnering: in haar Strategie 2020 heeft Europa een doelstelling vastgelegd voor een hogere tewerkstelling van alle PH die ten gevolge van hun handicap worden uitgesloten van de arbeidsmarkt.

CONCLUSIE: er is nood aan een becijferde doelstelling voor de tewerkstelling van PH die momenteel worden uitgesloten van de arbeidsmarkt, zoals dit reeds bestaat voor andere kwetsbare groepen!

Actieve insluiting van mensen ver van de arbeidsmarkt. Punt 4.5.3. Pagina 33.

Hier lezen we: “De Federale Regering zal met alle betrokken actoren de drempels om te werken voor personen met een werkloosheids-, arbeidsongeschiktheids-of sociale bijstandsuitkering zoveel mogelijk wegwerken.”. Dit moet absoluut ook gebeuren voor PH, ongeacht de oorzaak van de beperking of de regeling waaronder de betrokkene ressorteert. Ter herinnering: meer dan 150.000 personen jonger dan 65 zijn als PH erkend en ontvangen een tegemoetkoming voor personen met een PH. Zij krijgen weinig of geen trajectbegeleiding voor tewerkstelling of vorming.

De NHRPH benadrukt echter dat activering niet voor alle personen met een beperking soelaas biedt. Wie niet in aanmerking komt voor activering mag ook niet worden gepenaliseerd en moet tegemoetkomingen ontvangen die hem of haar een waardig leven en de nodige verzorging waarborgen!

Sociale insluiting<:em> – Punt 4.5

Pagina 32: “Er is geen trend in de richting van de doelstelling om het aantal mensen met een risico op armoede of sociale uitsluiting tegen 2020 (EU-SILC 2018) met 380.000 te doen dalen ten opzichte van 2010 (EU-SILC 2008).”

Wat een vaststelling! Het houdt geen steek de verantwoordelijkheid hiervoor af te schuiven op de crisis. En dan nog! We moeten alles doen om dit cijfer tegen 2020 terug te dringen, en wel vanaf nu, ook door rekening te houden met de noden van de PH!

De sociale bescherming van de bevolking verzekeren - Punt 4.5.1

Pagina 32. Het regeerakkoord voorziet een geleidelijke verhoging van de bijstandsuitkeringen en de minimumuitkeringen van de sociale zekerheid tot de Europese armoedegrens. Uit alle studies blijkt dat de tegemoetkomingen voor PH niet volstaan om de bijkomende kosten ten gevolge van de handicap te dekken en om een waardig en zelfstandig leven te leiden. Momenteel ligt bij de Staatssecretaris bevoegd voor personen met een beperking een ontwerptekst voor de hervorming van de tegemoetkomingen voor PH op tafel die de steun kreeg van de NHRPH; gelet op de toenemende armoede bij PH wordt het tijd dat deze hervorming wordt doorgevoerd.

Pagina 33. “De tegemoetkoming voor de hulp aan bejaarden werd geregionaliseerd en wordt aangepast. Bij de tussenkomst zal voortaan rekening gehouden worden met de behoeften en de prestaties, en er zal gekeken worden naar de afhankelijkheidssituatie. Op basis daarvan zal geleidelijk aan een ‘zelfstandigheidsdekking’ voor alle ouderen worden ingevoerd.”

De NHRPH trekt aan de alarmbel: indien de zelfstandigheidsdekking voor alle ouderen gebeurt met de huidige budgetten voor de THB, worden de oudere PH het slachtoffer van deze maatregel.

Inadequate huisvesting bestrijden – punt 4.5.4, Pagina 34. “Er werden inspanningen geleverd om de huisvestingsoplossingen te diversifiëren, in overeenstemming met het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Wat de opvang van ouderen en personen met een handicap betreft, zet de Regering in eerste instantie in op formules die de zelfstandigheid bevorderen; residentiële diensten zijn voorbehouden voor de meest afhankelijke mensen.”.

De NHRPH benadrukt uitdrukkelijk zijn standpunt over de vrije keuze van verblijfplaats in functie van de meest adequate situatie en de noden van de betrokken persoon met een handicap. De zelfstandigheidsdoelstelling veronderstelt noodzakelijkerwijs een versterking en diversifiëring van de thuisdiensten voor PH.

Loremipsum dolor sit amet consectetur adipiscing elit. Mauris tellus mauris, consequat non tempus ac, iaculis at metus. Aliquam non augue id orci varius accumsan. Pellentesque et nisi nisi, vel dignissim nisl. Sed molestie, neque ut facilisis viverra, urna urna tempus est, imperdiet ornare libero mi sed eros. Donec vitae augue ligula, vel accumsan odio. Sed nec turpis ligula, a dapibus lectus. Nulla facilisi. Pellentesque aliquet mauris vitae arcu placerat accumsan. Integer sit amet dui non eros imperdiet aliquet vel

2. Het NSR

De NHRPH neemt akte van de 4 aanbevelingen van de Europese Unie voor België:

  • Begrotingsaanpassing 0.6%
  • Fiscale hervorming om de belasting op arbeid te verminderen
  • Hervorming van de arbeidsmarkt en de beperking van de tewerkstellingsvallen
  • Verhoging van het concurrentievermogen

De NHRPH betreurt ten stelligste de afwezigheid van een aanbeveling met betrekking tot de 5de pijler van de Strategie 2020 betreffende de armoedebestrijding, in het bijzonder de vermindering van het aantal kwetsbare personen in België. Eind 2014 bedroeg het aantal personen in deze situatie in België 2.286.000, terwijl dat in 2008 nog 2.194.000 was (pagina 3 van het NSR). De initiële doelstelling om 380.000 personen uit de armoede te helpen zou dus moeten worden opgetrokken tot 472.000. De NHRPH vreest dat er van deze kwantitatieve doelstelling inzake armoedebestrijding zonder duidelijke en expliciete target op beleidsvlak gewoonweg niets terecht zal komen.

 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan de heer Charles Michel, Eerste Minister;
  • Ter informatie aan mevrouw Elke Sleurs, Staatssecretaris voor Personen met een Beperking;
  • Ter informatie aan de heer Willy Borsus, Minister van Maatschappelijke Integratie
  • Ter informatie aan het Interfederaal Centrum voor de gelijkheid van kansen
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme
 .
 .