Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2015/21

Boordtarief

Advies nr. 2015/21 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het boordtarief bij treinreizen, opgesteld tijdens de plenaire vergadering van 21/09/2015.

 

Aanvrager

Advies op vraag van de Minister van Mobiliteit en de Staatssecretaris voor Personen met een beperking (brief van 23/07/2015).

 

Onderwerp

Sinds 1 februari 2015 is bij het Belgische spoorverkeer het zogenaamde boordtarief van kracht. Wie de trein neemt zonder geldig vervoersbewijs, moet een ticket op de trein kopen bij de treinbegeleider. Dit ‘boordtarief’ is steeds €7 duurder dan hetzelfde vervoersbewijs dat vooraf zou zijn gekocht.

Ook wie voor het instappen aan de treinbegeleider meedeelt dat hij of zij nog geen vervoersbewijs heeft, zal het volle boordtarief moeten betalen. Dat geldt zonder onderscheid voor iedereen, ook wanneer de loketten gesloten zijn. (De enige uitzondering zou zijn dat de automaten in een onbemande halte buiten werking zouden zijn, wat in principe automatisch wordt meegedeeld aan de treinbegeleider. In de praktijk blijkt dat althans voorlopig niet altijd het geval.) De NMBS redeneert dat er voldoende alternatieven voorhanden zijn voor de loketten, namelijk de verdeelautomaten en de verkoop online vooraf, om het duurdere boordtarief te vermijden.

 

Analyse

De NMBS heeft deze regel ingevoerd om de werklast van de treinbegeleiders te verminderen. Voorheen volstond het voor de reiziger om de treinbegeleider voor het instappen te melden dat hij of zij geen ticket had kunnen kopen. Dat leidde soms tot discussies met personen zonder geldig vervoersbewijs. Die beweerden dan dat ze de begeleider wel op de hoogte hadden gebracht op afstand (via een hand- of hoofdbeweging bijvoorbeeld) of dat de treinbegeleider niet te bespeuren was. Als reactie op meerdere incidenten met verbaal en zelfs fysiek geweld tegen treinbegeleiders besloot de NMBS alle discussies te voorkomen met een uniek boordtarief voor alle reizigers die zich zonder geldig vervoerbewijs op de trein bevinden.

De NHRPH heeft begrip voor de beweegredenen van de NMBS en apprecieert het bestaan van alternatieven voor de aankoop aan het loket, maar kan niet akkoord gaan met het absolute karakter van deze procedure.

Bepaalde groepen van mensen hebben in de praktijk die keuzemogelijkheden niet. De NHRPH denkt daarbij o.a. aan ouderen, personen met een verstandelijke handicap, enz. voor wie de digitale kloof heel reëel is.

Ook de automaten zijn en blijven onvoldoende toegankelijk voor bepaalde groepen, ondanks het bestaan van een hotline voor directe telefonische assistentie aan de automaat (zie advies 2014/09 over de ticketautomaten).

De NHRPH denkt daarbij o.a. aan:

  • personen met een progressieve degeneratieve aandoening (MS, ALS, bepaalde kankers, Alzheimer, …)
  • personen met een verstandelijke handicap
  • mensen die lijden aan spasmen
  • personen met een ernstige psychische aandoening
  • Personen met een zware of meervoudige zintuiglijke handicap
  • personen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis (autisme, Asperger, La Tourette, schizofrenie…)

Deze lijst is niet exhaustief of definitief. In de toekomst kan de doelgroep worden verfijnd. We denken daarbij bijvoorbeeld aan dove senioren en andere personen met een sensoriële of andere handicap die wegens hun handicap moeite hebben met gesproken of geschreven taal.

Tijdens zijn contacten met de NMBS had de NHRPH niet de indruk dat de er veel begrip was voor deze kwetsbare groepen. De NHRPH kreeg zelfs de vraag hoe mensen die niet online of via de ticketautomaat een ticket kunnen kopen, nog in staat waren om zich autonoom op straat te begeven…

Om al die redenen is het een discriminatie om van de personen in kwestie het boordtarief te eisen. Ook het Interfederaal Gelijkekansencentrum heeft zich in die zin uitgesproken tegen het boordtarief.

Voor de personen in kwestie is het boordtarief een stap achteruit op het vlak van mobiliteit en participatie aan het maatschappelijk leven. Ook mensen met een ernstige handicap moeten de kans hebben zo zelfstandig mogelijk te leven en te reizen, waar nodig met assistentie en redelijke aanpassingen.

 

Advies

De NHRPH herhaalt wat hij zei in zijn perscommuniqué van 05/02/2015: de NHRPH wil dat personen met een handicap voor wie de alternatieven voor aankoop aan het loket onvoldoende toegankelijk zijn ook op de trein nog een ticket kunnen kopen zonder een supplement te moeten betalen.

Er is een rol voor de overheid weggelegd om eventuele minimumcriteria (ernst van de aandoening, punten voor mobiliteit, handicap en zelfredzaamheid, IQ, …) vast te leggen.

Op grond van de anti-discriminatiewet van 10 mei 2007 en het VN-verdrag inzake de rechten van de personen met een handicap vraagt de NHRPH de invoering van redelijke aanpassingen die het de doelgroep mogelijk maken zelfstandig te reizen.

Een mogelijke oplossing is een speciale persoonlijke kaart voor de doelgroep. Zo bestaan er nu ook al kaarten voor blinden, gratis begeleiders, enz. Mits de juiste software kan het ticketapparaat van de treinbegeleider het lokettarief automatisch aanrekenen na het lezen van de kaart. De criteria voor de speciale parkeerkaart kunnen een inspiratiebron zijn voor het bepalen van de criteria van deze kaart.

De NHRPH vraagt niet dat alle personen die in aanmerking komen automatisch een kaart zouden krijgen. De persoon die zo’n kaart nodig heeft en er aanspraak op kan maken, kan ze aanvragen. Op vertoon van de persoonlijke geldige speciale parkeerkaart moet een persoon met een handicap die nieuwe kaart kunnen verkrijgen, want wie recht heeft op een parkeerkaart zou sowieso recht moeten hebben op het lokettarief.

De NHRPH beschouwt dit advies als een eerste etappe. De doelgroep kan later nog worden verfijnd.

 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan mevrouw Jacqueline Galant, Minister van Mobiliteit;
  • Voor opvolging aan mevrouw Elke Sleurs, Staatssecretaris voor Personen met een beperking;
  • Voor opvolging aan de heer Jo Cornu, hoofd NMBS;
  • Ter informatie aan het Interfederaal Gelijkekansencentrum;
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme.
 .
 .