Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2015/33

Tegemoetkomingen PMH

Advies nr. 2015/33 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over twee voorstellen tot wijziging van de wetgeving inzake de tegemoetkomingen aan personen met een handicap tijdens de plenaire zitting van 16 november 2015

 

Aanvrager

Advies op vraag van de Staatssecretaris voor Personen met een beperking

 

Onderwerp

Voorstellen:

  • een wetsontwerp tot aanvulling van artikel 2, § 1 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
  • een ontwerp van koninklijk besluit tot vervanging van artikel 9ter, § 4, van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming.
 

Analyse

Het eerste voorstel is bedoeld om te voorkomen dat de inkomensvervangende tegemoetkoming voor eenzelfde periode gecumuleerd wordt met het leefloon of de inkomensgarantie voor ouderen (IGO).

Het tweede voorstel beoogt een stabiel leefloon te garanderen voor personen met een handicap die actief zijn op de arbeidsmarkt, maar het ongeluk hebben om het over een bepaalde periode wat moeilijker te hebben en hierdoor minder inkomsten uit arbeid weten te halen en meer inkomsten uit vervangingsinkomsten hebben. Hierdoor wordt ook een drempel weggenomen die mensen met een handicap ertoe kunnen bewegen om niet beroepsactief te gaan zijn, uit vrees om terug te vallen op een onstabiele integratietegemoetkoming en bijgevolg terecht te komen in een onstabiele inkomenssituatie.

Concreet worden de bedragen als volgt gewijzigd:

  • er moeten arbeidsinkomsten aanwezig zijn om de verhoogde vrijstelling op de vervangingsinkomsten te kunnen toepassen. Er werd hiervoor gekozen voor een laagdrempelig niet-geïndexeerd bedrag van 2.000 euro belastbare arbeidsinkomsten per jaar (geïndexeerd bedrag: 2.639 euro);
  • als er arbeidsinkomsten aanwezig zijn, dan kan de vrijstelling op vervangingsinkomsten oplopen tot 14.354,13 euro (niet-geïndexeerd bedrag, of 18.940,27 euro geïndexeerd bedrag), zijnde het verschil tussen het nominaal bedrag van de arbeidsvrijstelling van 16.354,13 euro (niet-geïndexeerd, of 21.579,27 euro geïndexeerd bedrag) en de minimaal toegepaste arbeidsvrijstelling, die 2.000 euro (niet-geïndexeerd bedrag, of 2.639 euro geïndexeerd bedrag) bedraagt.
 

Advies

De Raad benadrukt het ongepaste gebruik van de term “personen met een beperking” in de onderhavige vraag om advies. Het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap gebruikt trouwens de term “personen met een handicap”, en de Raad wil u eens te meer vragen deze te gebruiken in uw mededelingen en officiële documenten.

De Raad betreurt dat de voorstellen die hem worden voorgelegd, in dit concrete geval maar ook meer in het algemeen, geen informatie bevatten over het geschatte aantal personen met een handicap dat door de voorgestelde maatregelen zullen worden getroffen, noch over de budgettaire impact ervan.

Deze vraag om advies omvat twee voorstellen tot wijziging van de huidige regelgeving: de Raad is gekant tegen het eerste voorstel betreffende een algemeen verbod op cumulatie, en staat gunstig tegenover het tweede voorstel inzake een aanpassing van de maximumbedragen.

Voor het eerste voorstel:

De NHRPH vestigt de aandacht op het feit dat de huidige wettelijke bepalingen reeds voorzien in regels voor cumulatie van de inkomensvervangende tegemoetkoming met de IGO en/of het leefloon.

Ter herinnering: de regeling voor tegemoetkomingen aan personen met een handicap is een residuaire regeling ten opzichte van de betaling van de andere socialezekerheidsuitkeringen. Bijgevolg wordt rekening gehouden met de IGO om het bedrag te berekenen dat als inkomensvervangende tegemoetkoming toegekend kan worden.

Overigens wordt de inkomensvervangende tegemoetkoming anders berekend dan de inkomensgarantie voor ouderen. Wordt deze cumulatie bij wet verboden, dan zou de inkomensvervangende tegemoetkoming in bepaalde gevallen geweigerd worden en zouden sommigen moeten rondkomen met een inkomensgarantie voor ouderen van enkele euro's.

Voor de cumulatie van de inkomensvervangende tegemoetkoming en het leefloon bepaalt artikel 16 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie dat alle bestaansmiddelen, met inbegrip van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, in aanmerking komen bij het berekenen van het recht op leefloon. Er bestaat dus reeds een cumulatieregel voor beide regelingen.

Cumulatie van de inkomensvervangende tegemoetkoming met de IGO en/of het leefloon volledig verbieden terwijl er reeds cumulatieregels bestaan, leidt in bepaalde gevallen alleen maar tot een lager inkomen voor personen met een handicap.

De NHRPH kan dus niet akkoord gaan met het voorstel, dat op het vlak van armoedebestrijding een stap terug betekent, en geeft bijgevolg een ongunstig advies.

Het voorstel tot wijziging van de wetgeving is weliswaar bedoeld om misbruik te voorkomen (sommigen krijgen twee uitkeringen zonder dit te melden), maar toch vindt de NHRPH dat hiervoor andere middelen bestaan, onder andere elektronische gegevensstromen tussen administraties.

Wat het tweede voorstel betreft:

Op basis van zijn berekeningen stelt de Raad vast dat het voorstel de beoogde doelstelling bereikt, en dus grote schommelingen van het leefloon volgens de aard van het inkomen van de persoon met een handicap vermijdt. Over dit voorstel geeft de Raad dus een volledig gunstig advies.

Tegelijk benadrukt de Raad dat dit voorstel niet alle situaties regelt waarmee personen met een handicap worden geconfronteerd (bijvoorbeeld: ouder wordende personen met een handicap die niet in staat zijn te blijven werken) en dat een globalere hervorming van het systeem nodig blijft.

 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan mevrouw Elke Sleurs, Staatssecretaris voor Personen met een beperking;
  • Ter informatie aan de heer Charles Michel, Eerste Minister;
  • Ter informatie aan de heer Johan Van Overtveldt, Minister van Financiën;
  • Ter informatie aan de heer André Gubbels, Directeur-generaal van de Directie-generaal Personen met een handicap, FOD Sociale Zekerheid;
  • Ter informatie aan het Interfederaal Gelijkekansencentrum;
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme.
 .
 .