Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2015/34

Advies Regie der Gebouwen

Advies nr. 2015/34 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het ontwerpdocument “Verplichtingen en aanbevelingen PBM”, opgesteld tijdens de plenaire vergadering van 16/11/2015.

 

Aanvrager

Advies op vraag van de Regie der Gebouwen in een brief van 23/04/2015.

 

Onderwerp

In België bestaan er heel wat voorschriften over de toegankelijkheid van openbare gebouwen en privé-gebouwen van openbaar nut. Toch blijkt steeds weer dat de toegankelijkheid veel te wensen over laat.

De Regie der Gebouwen (RvB) heeft daarom een project aangevat om – binnen haar bevoegdheid - de bestaande voorschriften voor nieuwbouw en renovatie te herbekijken, ook met het oog op een snelle haalbaarheid voor de gebouwen waarvoor ze verantwoordelijk is. Het document dat daaruit resulteert is na openbare aanbesteding beland bij de vzw Passe-Muraille voor een kritische herlezing.

De RvB vraagt de NHRPH om een advies uit te brengen over het voorlopige eindresultaat van die werkzaamheden, het document “Verplichtingen en aanbevelingen PBM” (Personen met een beperkte mobiliteit) van de heer Helson, architect bij RvB.

 

Analyse

De NHRPH feliciteert de auteur met zijn overzichtelijke samenvattende document. De NHRPH vindt veel goede ideeën en principes terug in de tekst, maar heeft ook een aantal opmerkingen.

Principes

Veel van de toegankelijkheidsproblemen zijn te wijten aan een gebrekkige opvolging en controle. De NHRPH apprecieert dan ook het punt 01.04: “Opvolging van het dossier op de werf en in het kader van het beheer van het bezette gebouw”:

Een van de grote problemen voor de toegankelijkheid van gebouwen voor PBM is een gebrek aan opvolging van dit punt op de werf en achteraf. Het komt immers niet zelden voor dat een gebouw dat perfect toegankelijk is in het aanvraagdossier voor de stedenbouwkundige vergunning dat in werkelijkheid en aan het eind van de werf niet langer is; (…)
Het behoort dus tot de taak van de ontwerper om tijdens het verloop van de werf alle nuttige controleprocedures te laten uitvoeren om dergelijke nalatigheden met discriminerende gevolgen te vermijden.

Meteen daarop volgt het punt 01.05 – Verplichtingen en aanbevelingen - dat ook zeer interessant is:

Gelet op de ervaringen in de gewesten, heeft een verplichting trouwens pas zin als er een vorm van controle bestaat en als er boetes worden opgelegd in geval van niet-naleving. De beheerder van elk dossier bij de Regie is daartoe verplicht om:

  • controles te verrichten op de naleving van deze voorschriften, zowel bij studies als op werven. Daartoe moet hij rekening houden met eventuele naar behoren gerechtvaardigde tegenindicaties;
  • en om boetes te voorzien in geval van niet-naleving, dit zowel in het bestek voor studies als in het bestek voor werken.
  • Rol vd NHRPH vs toegankelijkheidsbureaus

Inderdaad, zonder controle en bestraffing blijven normen al te vaak dode letter. Bovendien hoort de handicapsector betrokken te worden bij het beleid inzake handicap. Op federaal vlak is dat de NHRPH.

Ook het feit dat er wordt vertrokken van de reglementeringen van de deelstaten en dat die worden uitgebreid is positief. Vanzelfsprekend kan dit project alleen slagen als er telkens rekening wordt gehouden met de bevoegde overheid. In die context vraagt de NHRPH om ook het Besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap tot vastlegging van de bepalingen inzake toegankelijkheid van gesubsidieerde infrastructuren voor de gehandicapten van 12 juli 2007, zoals verschenen in het Belgisch Staatsblad van 22/11/2007, niet uit het oog te verliezen.

De NHRPH onderschrijft eveneens de visie betreffende beschermde gebouwen uit punt 01.07 – Beschermd erfgoed, p. 14:

Bij architecturaal en landschappelijk beschermd erfgoed moet bijzondere aandacht worden besteed aan een optimale toegankelijkheid voor zoveel mogelijk PBMD met diverse specifieke behoeften, en dit strikt in het kader van het concept voor redelijke aanpassing.

We willen de aandacht erop vestigen dat de vervulling van de collectieve plicht tot behoud van het beschermd erfgoed, als erfenis van een hele gemeenschap en niet alleen van een handvol deskundigen in conservatie, alleen zin heeft indien dit gebeurt met naleving van het basisrecht van elk individu om deel te nemen aan het culturele en sociale leven, conform de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens; te meer:

  • omdat de financiering gebeurt met openbare middelen
  • en/of wanneer het beschermde erfgoed een openbare functie krijgt die niet langer rechtstreeks verband houdt met het historisch statuut van het goed.

Terecht wordt vermeld dat toegankelijkheid ook ‘communicationeel’ moet zijn. Dit deel mag in het document verder worden uitgewerkt voor alle types van handicap. Ook sensibilisering van het personeel voor de omgang met mensen met een handicap hoort daarbij. Daarvoor verwijst de NHRPH naar de aanbevelingen 18 en 22 van de Slotopmerkingen betreffende het initiële verslag van België van het VN-Comité voor de rechten van de personen met een handicap.

De NHRPH vindt volledige autonomie zeer belangrijk, zoals ook blijkt uit zijn positienota inzake toegankelijkheid en mobiliteit:

« Personen met een handicap willen in de eerste plaats zelfstandig leven. De ideale aanpassingen zijn de aanpassingen die een maximale zelfstandigheid bieden. Daarbij moet wanneer nodig assistentie beschikbaar zijn. In afwachting daarvan moet gestreefd worden naar voorzieningen, hulpmiddelen, vormingen, ... die het personen met een handicap mogelijk maken zo zelfstandig mogelijk hun beslissingen te nemen en zich toegang te verschaffen tot de plaatsen, diensten, informatie, ... van hun keuze. »

Het volgende stuk ligt moeilijker voor de NHRPH:

02 - Toepassingsgebied
Pagina 24 – 02.02 – Zijn niet onderworpen aan de voorschriften van huidig document

“ ERG BELANGRIJK: Dit document bevat in principe enkel voorschriften die geen enkele bouwmeerkost met zich meebrengen. Toch is het mogelijk dat de specifieke projectcontext alsnog een incidentele bouwmeerkost teweegbrengt als gevolg van één of meerdere van deze voorschriften. Alleen in dat geval (wanneer er dus een bouwmeerkost dreigt) is het bewuste voorschrift (de bewuste voorschriften) niet van toepassing.”

Omdat het document ook veel regelgeving bevat, geeft dit citaat de indruk dat de regels alleen moeten worden toegepast als ze geen bouwmeerkost met zich meebrengen. Daar kan de NHRPH het vanzelfsprekend onmogelijk mee eens zijn. Het principe dat er moet gezocht worden naar maatregelen die de toegankelijkheid verhogen zonder een meerkost te betekenen is een zinvolle eerste stap. Voor de NHRPH mag het daar echter niet bij blijven.

In het kader van het principe van de redelijke aanpassingen zullen steeds de nodige maatregelen moeten worden getroffen, ook als die een meerkost met zich meebrengen.

De NHRPH verwijst daarbij ook naar het VN-verdrag inzake de rechten van de personen met een handicap en de aanbevelingen van de VN-experts naar aanleiding van het Belgisch rapport. In artikel 22 van deze laatste beveelt het Comité de Verdragspartij aan om een coherente strategie inzake toegankelijkheid uit te werken, met een nationaal plan en duidelijk becijferde doelstellingen op korte, middellange en lange termijn.

Heel belangrijk is dat er telkens met alle types van handicap wordt rekening gehouden.

Termen, uitdrukkingen en definities

Het document hanteert een reeks definities. Bij sommige had de NHRPH bedenkingen.

03 - Termen, uitdrukkingen en definities
Pagina 30: ‘blinde’ en pagina 34 ‘slechtziende’:

Deze definities zijn gefocust op één mogelijk aspect van een visuele beperking, nl. de gezichtsscherpte, en beperken zich betreft het visuele functioneren tot de toegankelijkheid van informatie. Binnen de context van dit document, namelijk ‘toegankelijkheid van infrastructuur’, is ook het vermogen tot ruimtelijke oriëntatie van groot belang. Belangrijk is daarom niet alleen de gezichtsscherpte, maar vooral ook het gezichtsveld. Het komt bijv. voor dat een persoon geschreven informatie kan lezen (zelfs zonder gebruik te moeten maken van enig optisch hulpmiddel), maar niet in staat is om zelfstandig een bepaalde locatie te vinden in een gebouw. Dergelijke persoon wordt eveneens beschouwd als ‘slechtziend’ of ‘blind’. Voor een correcte en volledige definiëring verwijzen we naar de definities en classificaties van ‘blindheid’ en ‘slechtziendheid’ van de Wereldgezondheidsorganisatie: www.who.int  

Pagina 31: ‘Assistentiehond’: De benaming “assistentiehond” is de verzamelnaam voor honden “die speciaal afgericht zijn voor de begeleiding en assistentie van” personen met een handicap, inclusief geleidehonden. Zie bijvoorbeeld de Belgian Assistance Dogs Federation: www.badf.be

Pagina 31: In de definitie van de podotactiele tegels het woord ‘wandelstok’ vervangen door ‘witte stok’.

Pagina 34: ‘Liplezen’: beter overal vervangen door ‘spraakafzien’. Beide termen worden overigens door elkaar gebruikt in de tekst.

Pagina 34: ‘Natuurlijke geleidelijn’ Een kleurcontrast volstaat enkel voor slechtziende personen; voor blinde personen moet er een duidelijk verschil in structuur zijn. Bij “kleur- of structuurcontrast” dient dus het woord “of” vervangen door het woord “en”. Beide zijn immers complementair.

Pagina 36: De definitie van dove personen is niet correct. Bijvoorbeeld: ‘een dove persoon die gebruik maakt van spraakafzien, dwz dat hij/zij de gebarentaal van zijn land beoefent’ is fout. Verder wordt gebarentaal ten onrechte gelijkgesteld aan spraakafzien. De NHRPH stelt voor dit stukje te vervangen door: ‘Bij een dove persoon ontbreekt het gehoor volledig. Een dove persoon kan hoorhulpmiddelen (zoals een cochleaire implantaat) gebruiken. Sommige dove personen communiceren in het Nederlands of Frans met behulp van hoorhulpmiddelen en spraakafzien. Andere dove personen communiceren met gebarentaal, zoals VGT en LSFB.’

Aanvullingen en correcties

01 – Voorafgaande opmerkingen & waarschuwingen
Pagina 11 – 01.02 – Verband met de geldende wetgeving
“Voor Vlaanderen: http://www.ejustice.just.fgov.be/wet/wet.htm”
Deze link leidt naar een lege zoekpagina.
Voorbeelden van betere links:

04 - Parkings/parkeerplaatsen
Pagina 40 – 04.04 – Signalisatie, communicatie & zichtbaarheid
Indien men bij een parkeergarage gebruik maakt van parlofoons, moeten die aangepast worden voor dove en slechthorende personen. Deze spraaksystemen vindt men vaak terug bij parkeergarages waar men gebruik maakt van slagbomen. Ook komen ze voor op betaalautomaten in diezelfde parkings. Een alternatief is tekstuele ondersteuning, zodat de bediende en de dove persoon via chat kort kunnen communiceren.

07 – Toegangen van gebouwen & nooduitgangen
Pagina 59 – 07.01 - Algemeen
“Een deur die wordt beschouwd als toegankelijk voor PBM is van het type zwaaideur of schuifdeur.”
Automatische ‘zwaaideuren’ kunnen een gevaar vormen voor blinde en slechtziende personen. Er zijn manieren om zwaaideuren veiliger te maken, maar automatisch openschuivende deuren genieten alleszins de voorkeur.
Idem voor: 14 – Deuren, Pagina 86 – 14.01 - Algemeen

Pagina 63 – 07.05 – Signalisatie & zichtbaarheid
Zorg ervoor dat de ingang gemakkelijk te vinden is met duidelijke bewegwijzering. Aan de ingangsdeur van het gebouw vermeldt men de openingstijden en contactgegevens van de dienst (ook e-mailadres en eventueel sms-nummer). Indien men zich moet aanmelden via een parlofoon, moet die aangepast worden voor dove en slechthorende mensen.

11. Liften
Pagina 79 – 11.04 – Bedieningen, signalisatie & zichtbaarheid
§4.1.4. (EN81-70 §5.4.4.3.) PICTOGRAMMEN IN DE LIFTCABINE
Het pictogram moet een verlicht symbool zijn. Er dienen twee oplichtende pictogrammen in de liftcabine te worden aangebracht om opgesloten personen te informeren over de status van de spreekverbinding. Het gele pictogram geeft aan dat er een telefoonverbinding met de alarmcentrale wordt gemaakt, het groene pictogram geeft aan dat er een spreekverbinding tot stand is gebracht is, d.w.z. de opgesloten persoon kan op dat moment met de operator in de alarmcentrale praten. Deze pictogrammen visualiseren de status van de spreekverbinding voor doven en slechthorenden.

Er is een toegankelijk alarmsysteem nodig in liften, ook voor slechthorende en dove personen, personen met een spraakstoornis, enz., Men kan de noodtelefoon ook uitrusten met een sms-functie, zodat een dove persoon via een tekstbericht de noodcentrale kan contacteren. Vaak is er immers geen gsm-ontvangst in liften.

16 – Balies & loketten
Pagina 94 – Algemeen
Als de bediening van de klanten gebeurt door middel van ‘afroeping’, wordt het bedieningstoestel duidelijk opgesteld. De oproep van de volgende klant wordt zowel visueel als auditief weergegeven.

Er moet wifi aanwezig zijn. Via wifi kunnen dove personen communiceren via afstandstolken wanneer zij dat nodig hebben. Bij voorkeur is het netwerk paswoordvrij. Indien niet, dan moet het paswoord duidelijk zichtbaar worden geafficheerd en vlot opvraagbaar zijn, ook voor mensen met een visuele handicap.

18 – Auditoria & gelijkaardige ruimten
Pagina 101, 104 – 18.01 - Algemeen
Naast de gebarentolk hoort er ook een schrijftolk te zijn. Voor een schrijftolk is er een extra projectiescherm nodig.

De ruimtes waarover sprake moeten ook toegankelijk zijn op het vlak van communicatie, ongeacht de handicap. Dat geldt zeker ook voor alle alarm- en waarschuwingssystemen en andere belangrijke informatie. Die moet zowel auditief als visueel en in een begrijpelijke taal worden aangeboden.

21 – Toiletten
Pagina 113 – Sanitaire toestellen
Aanbeveling voor (hang)urinoirs: Plaats afscheidingspanelen tussen de urinoirs. Deze moeten in visueel contrast zijn met de omgeving.

30 – Visuele contrasten
Pagina 138 – Algemeen
In de drie eerste alinea’s wordt telkens gesproken over “kleurcontrasten. Het woord “kleurcontrasten” wordt in deze context beter vervangen door het woord “luminantiecontrasten”. Een verschil in luminantie tussen twee kleuren is voor slechtziende personen immers belangrijker dan een verschil in kleur.

31 – Accessoires & diverse functionele uitrustingen
Pagina 142 – 31.01 - Algemeen
Er moet wifi aanwezig zijn. Via wifi kunnen doven communiceren via afstandstolken wanneer zij dat nodig hebben. Bij voorkeur is het netwerk paswoordvrij. Indien niet, dan moet het paswoord duidelijk zichtbaar worden geafficheerd en vlot opvraagbaar zijn, ook voor mensen met een visuele handicap.

34 – Signalisatie
Pagina 151 – 34.01 – Algemeen
Aanvullingen van aanbevelingen

Auditieve signalen zoals alarmen (bv brand en evacuatie) moeten behalve sonoor ook visueel worden weergegeven. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een ingebouwd flitssysteem, zwaailicht of leds.

Indien er auditieve informatie wordt gegeven, bijvoorbeeld via een video of omroepsysteem, moet dit omgezet worden naar geschreven taal. Bij video’s biedt ondertiteling een uitkomst. Voor omgeroepen informatie voorziet men displays of monitors voor de geschreven boodschap.

Pagina 154 – 34.5 – Uitzicht
Aanbeveling: De signalisatiedrager moet een vlak oppervlak hebben. Een gebogen oppervlak kan leiden tot een ongelijke weerkaatsing van de verlichting op het oppervlak, waardoor de leesbaarheid van de informatie voor slechtziende personen afneemt.

36 – Podotactiele stroken
In bepaalde gevallen zijn de regels in de Gewesten strenger dan de aangehaalde regels. Gelieve in voorkomend geval overal voor de strengste regels te kiezen. Uniformiteit en duidelijkheid zijn hierbij de sleutelwoorden.

 

Advies

Eerst en vooral wenst de NHRPH de opsteller en de Regie der Gebouwen te bedanken voor zijn werk. Dit kan een grote stap vooruit betekenen voor de toegankelijkheid voor personen met een handicap.

De NHRPH houdt aan het VN-verdrag inzake de rechten van de personen met een handicap en de wetten en reglementeringen inzake de redelijke aanpassingen. De NHRPH verwijst ook naar het VN-verdrag voor de nodige definities inzake handicap.

De NHRPH vindt het essentieel dat telkens aan alle types van handicap wordt gedacht: sensorieel, motorisch, verstandelijk, psychisch, …

De NHRPH is voorstander van duidelijke en haalbare voorschriften. De NHRPH heeft er dan ook geen probleem mee als regels worden herbekeken.

De NHRPH vindt het een zinvol idee om voorrang te geven aan maatregelen die geen meerkost betekenen, maar is tegelijk ook zeer op zijn hoede wanneer budgettaire redenen worden aangehaald om voorschriften niet na te leven of af te schaffen. Dat zou immers een zeer kwalijke tendens zijn, een excuus dat alle toegankelijkheidsnormen ondergraaft. Bij een bouw of renovatie mogen maatregelen die een meerkost betekenen niet worden weggelaten, want dan zal het gebouw niet volledig toegankelijk zijn. Latere ingrepen zouden overigens meer kosten en minder efficiënt zijn dan bij een oorspronkelijke inplanning. De NHRPH verwijst hier naar het wettelijk vastgelegde principe van de redelijke aanpassingen.

Bovendien heeft de overheid een voorbeeldfunctie. Openbare gebouwen horen integraal toegankelijk te zijn volgens de beste standaarden.

De NHRPH blijft beschikbaar voor het leveren van principiële adviezen.
Voor een verdere technische uitwerking vraagt de NHRPH om de technische structuren inzake toegankelijkheid (CAWaB, Enter) te raadplegen voor een gedetailleerde technische analyse.

 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan de Regie der Gebouwen;
  • Ter informatie aan de heer Jan Jambon, Minister belast met de Regie der Gebouwen;
  • Ter informatie aan mevrouw Elke Sleurs, Staatssecretaris voor Personen met een beperking;
  • Ter informatie aan de heer Charles Michel, Eerste Minister;
  • Ter informatie aan het Interfederaal Gelijkekansencentrum;
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme.
 .
 .