Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2015/22

Sociaal tarief internet - telefoon

Advies nr. 2015/22 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het sociale tarief voor internet, vaste en mobiele telefonie, opgesteld tijdens de plenaire vergadering van 21/09/2015.

 

Aanvrager

Advies op aanvraag van de Staatssecretaris voor Personen met een beperking tijdens het Bureau van 06/07/2015.

 

Onderwerp

Heel wat personen met een handicap en ook anderen komen in aanmerking voor het sociaal tarief voor internet, vaste en mobiele telefonie. Zij kunnen dat aanvragen als ze voldoen aan de voorwaarden en als ze een abonnement hebben of nemen. In de praktijk maakt maar een klein deel van de doelgroep gebruik van het sociaal tarief. De vraag rijst of het sociaal tarief in zijn huidige vorm moet worden behouden.

 

Analyse

De NHRPH verkiest een toereikend basisinkomen voor personen met een handicap boven sociale tarieven als alternatief voor het wegwerken van de meerkosten die een handicap met zich meebrengt. In afwachting daarvan vindt de NHRPH het positief dat er een sociaal tarief bestaat voor kwetsbare groepen, zoals personen met een handicap, die aan de toekenningsvoorwaarden voldoen.

Toch zijn er een aantal aandachtspunten.

  • Niet alle aanbieders van openbare elektronische-communicatienetwerken bieden een sociaal tarief aan. Enkel de grootste zijn dat van overheidswege verplicht: momenteel zijn dat Proximus, Base, Mobistar, Scarlet, Telenet en VOO.
  • De geïnteresseerde klant moet het sociale tarief voor internet, vaste en mobiele telefonie zelf aanvragen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het sociale tarief voor gas en elektriciteit dat automatisch wordt toegekend aan de rechthebbenden.
  • Voorlopig zijn sociale tarieven enkel mogelijk bij het aangaan van een abonnement, maar een abonnement is niet voor iedereen de beste optie. Bij mensen met een laag verbruik is een herlaadkaart soms interessanter. Vaak bieden operatoren producten aan die interessanter kunnen zijn voor een bepaalde persoon dan een abonnement met sociaal tarief: groepstarieven, bundels, combinaties …
  • Voor een persoon met een handicap is het niet altijd eenvoudig om een weg te vinden doorheen alle bestaande sociale voordelen, ook voor andere producten en diensten, en dan de beste keuze te maken.
  • Momenteel kan per huishouden/adres slechts één persoon genieten van het sociaal tarief. Dat is een probleem voor huishoudens met meer dan één persoon met een handicap.
  • Aangezien die persoon maar van één sociaal tarief kan genieten, zal die moeten kiezen: een abonnement op vaste telefonie OF mobiele telefonie OF internet, al dan niet mobiel.
  • Veel mensen weten niet dat er een sociaal tarief bestaat voor vaste telefonie, mobiele telefonie, vast internet en mobiel internet, wat ook blijkt uit de lage aanvraagcijfers.

De cijfers in verband met de sociale tarieven spreken inderdaad boekdelen. Op dinsdag 28/04/2015 deelde de heer Alexander De Croo, Minister van Telecommunicatie, in zijn antwoord op een parlementaire vraag mee dat er eind 2014 305.913 begunstigden van het sociaal tarief waren, waarvan 92,72 % voor vaste telefonie, 5,86 % voor mobiele telefonie en 1,42 % voor internet. Voor mobiele telefonie gaat het over 17 912 abonnementen.

Het procentuele verschil tussen het aantal begunstigden voor vaste telefonie enerzijds en voor mobiele telefonie en internet anderzijds is frappant.

De NHRPH weet al langer dat voor een aanzienlijk deel van de personen met een handicap de stap naar het internet groot blijft. Dat heeft uiteraard veel te maken met de gebrekkige toegankelijkheid van veel sites, ook al laat de technologie steeds meer toe. Het feit dat de operatoren de informatie (voorwaarden, prijzen, …) over de sociale tarieven voornamelijk via hun website verspreiden, maakt het er voor internetschuwe mensen niet gemakkelijker op.

De lage score voor mobiele telefonie kan verbazen, maar daarbij mag men niet vergeten dat mensen die in aanmerking komen voor het sociaal tarief maar één sociaal tarief kunnen genieten per huishouden: een abonnement op vaste telefonie of mobiele telefonie of internet. Traditiegetrouw kiezen velen voor de vertrouwde vaste telefoon die vlot door het hele huishouden kan worden gebruikt. Die keuze betekent geenszins dat die gebruikers niet beschikken over mobiele telefonie of internet.

In het huidige regeerakkoord staat over de sociale tarieven (3.3.4):

De bestaande sociale tarieven in het kader van energie, telecom en mobiliteit zullen worden geëvalueerd met oog op een verbetering. Waar mogelijk zullen de sociale tarieven automatisch worden toegekend.

De NHRPH merkt hier wel bij op dat een automatische toekenning niet in conflict mag komen met de keuzevrijheid van de rechthebbende.

De sociale tarieven worden geregeld door de wet van 10/07/2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie, ook wet Telecom genoemd. Die regels gelden voor alle aanbieders van openbare elektronische-communicatienetwerken die in België actief zijn.

Het Hof (Derde kamer) verklaart voor recht:

Richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (universeledienstrichtlijn), zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009, moet aldus worden uitgelegd dat de bijzondere tarieven en de financieringsregeling waarin respectievelijk de artikelen 9 en 13, lid 1, onder b), van deze richtlijn voorzien, van toepassing zijn op internetabonnementsdiensten die een internetaansluiting op een vaste locatie vereisen, maar niet op mobielecommunicatiediensten, daaronder begrepen abonnementsdiensten voor mobiel internet. Indien laatstgenoemde diensten op het nationale grondgebied algemeen beschikbaar worden gesteld als „aanvullende verplichte diensten” in de zin van artikel 32 van richtlijn 2002/22, zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/136, mag de financiering ervan in het kader van het nationale recht niet worden verzekerd door middel van een mechanisme waaraan specifieke ondernemingen moeten deelnemen.

Dat betekent dus dat de overheid de operatoren geen verplichting mag opleggen om een fonds voor sociale tarieven voor mobiel internet en mobiele telefonie te stijven – zoals nu gebeurt -, aangezien diensten die geen vaste locatie veronderstellen niet onder de universeledienstrichtlijn van de EU vallen. Vaste telefonie en abonnementen voor vast internet vallen wel onder de universeledienstrichtlijn.

Als de overheid geen veroordeling door het Hof wil oplopen, zal de overheid de wet van 10/07/2012 moeten aanpassen. Dat is een ideaal moment om haar zwakke plekken weg te werken. De NHRPH suggereert om dat in overleg met het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT) en de NHRPH te doen.

Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de Europese Commissie om de drie jaar een onderzoek uitvoert naar de noodzaak om de omvang van de universele dienstverlening te herzien. Mogelijk komt er in de toekomst meer aandacht voor mobiele telefonie en mobiel internet op dat vlak.

 

Advies

De NHRPH betreurt dat hij niet van in het begin bij de discussie is betrokken geweest, terwijl dit toch een federale materie is die de personen met een handicap rechtstreeks aanbelangt.

In zijn adviezen 2000/10 en 2000/11 sprak de NHRPH zich al positief uit over een sociaal tarief voor gsm-gebruikers met een handicap. Vertaald naar vandaag blijft de NHRPH voorstander van een sociaal tarief internet, vaste en mobiele telefonie voor personen met een handicap.

Idealiter, indien iedere persoon met een handicap over een toereikend basisinkomen kon beschikken, zouden de sociale tarieven overbodig zijn. Dat is echter nog lang niet het geval. Daarom pleit de NHRPH voor een rationalisering van de sociale tarieven.

Om het sociaal tarief voor internet, vaste en mobiele telefonie tot een succes te maken:

  • moeten de tarieven lager zijn dan het laagste gewone tarief voor een vergelijkbare bundel;
  • moeten de personen met een handicap op de hoogte zijn van het bestaan van het tarief en moet het aanvraagformulier voor het sociale tarief voor internet, vaste en mobiele telefonie standaard bij de erkenningsformulieren van de handicap worden gevoegd;
  • mag de keuzevrijheid van de rechthebbenden niet worden geschaad;
  • moeten de nationale regelgevingen betreffende telecommunicatie op Europees vlak worden geharmoniseerd. Met het arrest van het Europese Hof van Justitie in het achterhoofd stelt de NHRPH voor dat de overheid zelf een fonds stijft voor de sociale tarieven van mobiele telefonie en mobiel internet;
  • moet het sociaal tarief in de wet worden ingeschreven zoals al het geval is voor gas en elektriciteit, en volgens dezelfde modaliteiten, zodat de situatie overzichtelijk wordt. Het BIPT kan daarbij een regulerende rol spelen;
  • moet het sociaal tarief gekoppeld worden aan de persoon met een handicap, en niet aan het huishouden of adres;
  • moet een persoon kunnen genieten van sociale tarieven voor verschillende aangeboden diensten: vaste telefonie, vast internet, mobiele telefonie en mobiel internet;
  • moet het aanbod van sociale tarieven geregeld getoetst worden aan de technologische evolutie en het marktaanbod;
  • moet er een helder overzicht van de geldende sociale tarieven komt, vlot toegankelijk en begrijpelijk voor iedereen. Websites met deze informatie moeten het AnySurferlabel verdienen.
 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan mevrouw Elke Sleurs, Staatssecretaris voor Personen met een beperking;
  • Voor opvolging aan de heer Alexander De Croo, Minister van Telecommunicatie;
  • Ter informatie aan de heer Charles Michel, Eerste Minister;
  • Ter informatie aan het BIPT;
  • Ter informatie aan het Interfederaal Gelijkekansencentrum;
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme.
 .
 .