Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2015/19

Handicapplan

Advies nr. 2015/19 van de Nationale Hoge Raad voor personen met een handicap (NHRPH) over het “Actieplan Handicap”. Advies geformuleerd na overleg en goedkeuring door de leden via email.

 

Aanvrager

Advies verstrekt op hoogdringend verzoek van de Staatssecretaris voor Personen met een Handicap.

 

Onderwerp

Per email van 30 juni heeft de Staatssecretaris de NHRPH verzocht tegen begin juli een advies te geven over het ontwerp van nota aan de Ministerraad met als titel “Actieplan Handicap” over de uitvoering van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap. De Nederlandstalige documenten werden verstuurd op 30 juni, de Franstalige op 3 juli.

De raadpleging en goedkeuring van de leden van de plenaire vergadering gebeurde dan ook via email.

 

Analyse

De vraag om advies heeft betrekking op 4 documenten: een ontwerp van nota aan de Ministerraad, ontwerpen van fiches en voorbeelden van fiches. Deze documenten zouden er gekomen zijn naar aanleiding van de beslissing van de Ministerraad van 26 maart 2015 waarbij de Ministerraad zich ertoe geëngageerd heeft rekening te houden met de noden van de personen met daarbij een handicap en het handistreaming-principe te hanteren. De Staatssecretaris kreeg de opdracht een federaal actieplan “Handistreaming” uit te werken met voorstellen van concrete acties om de handicapdimensie in alle beleidsdomeinen ingang te doen vinden.

De Staatssecretaris laat weten dat zij dit engagement geconcretiseerd wil zien en wenst deze nieuwe documenten tijdens een volgende Ministerraad ter goedkeuring voor te leggen.

In haar inleidende nota vraagt zij elke minister en staatssecretaris om bij het opstellen van zijn of haar jaarlijkse beleidsnota het handistreaming-principe mee te nemen in minstens 2 beleidslijnen.

Hiertoe stelt de Staatssecretaris werkfiches voor die door de regeringsleden (bijlage 1) en de verantwoordelijken van de administraties (bijlage 2) zullen worden gebruikt.

De fiches van de ministers en staatssecretarissen zullen minstens 3 fasen omvatten: analyse van de uitdagingen en behoeften, analyse van de verschillende behandeling van personen zonder en personen met een handicap en de gevolgen daarvan, vastleggen van beleidsmaatregelen die de verschillen in behandeling mogelijks kunnen beperken of wegwerken.

De regeringsleden moeten ook gevolg geven aan de aanbevelingen van de VN-experten geformuleerd in het kader van de evaluatie van de Belgische uitvoering van het UNCRPD in 2014, en aan de gedachte-uitwisseling van het middenveld en het onafhankelijk mechanisme. Hiervoor kunnen zij rekenen op de ondersteuning van het coördinatiemechanisme dat de werkdocumenten moet opstellen om de regeringsleden te helpen bij de uitwerking van het UNCRPD. Een eerste lijst met prioriteiten moet tegen 15 december 2015 aan de staatssecretaris bevoegd voor personen met een handicap worden bezorgd.

De fiche “administratie” moet uitleggen hoe handistreaming in verschillende en uiteenlopende domeinen in rekening wordt gebracht, met name de statistieken en indicatoren, de principes inzake administratief beheer, de toekenning van subsidies, de organisatie van evenementen, de toegang tot informatica- en communicatiemiddelen voor personen met een handicap.

De inleidende nota herinnert tevens aan de rol en de opdrachten van de mechanismen van artikel 33 van het UNCRPD, ook op Belgisch federaal niveau.

Zij bepaalt hoe de opvolging en rapportering van de maatregelen moet gebeuren en bepaalt dat de Staatssecretaris voor personen met een handicap een stand van zaken moet geven:  

  • jaarlijks, in de loop van de maand maart, een overzicht van de twee beleidslijnen waarin de ministers en staatssecretarissen voor hun domein de handicapdimensie opgenomen hebben;
  • aan het einde van de legislatuur, een overzicht van de acties en maatregelen die de administratieve aanspreekpunten en het coördinatiemechanisme genomen hebben aan de hand van de “Fiche administratie”;
  • aan het einde van de legislatuur, een overzicht van de specifieke acties en maatregelen die elke minister en elke staatssecretaris, in functie van zijn of haar bevoegdheden, genomen heeft om uitvoering te geven aan het UNCRPD, aan de hand van de “Beleidsfiche” die als bijlage bij deze nota gevoegd is.
 

Advies

Over de vorm,

De NHRPH betreurt dat met hoogdringendheid een advies moet worden verstrekt over een dossier dat in feite de nodige tijd voor gedachte-uitwisseling en overleg vergt. Hoewel het om een belangrijk dossier gaat, zijn onderstaande opmerkingen dus niet noodzakelijk exhaustief.

De NHPRH kreeg in het verleden reeds de kans om tal van adviezen te verstrekken over de concrete uitvoering van het handistreaming-beginsel door de regeringen en administraties (cf. adviezen 2011/12, 2012/10 en 2014/03). De daarin opgenomen aanbevelingen blijven actueel.

Over de inhoud,

De nota aan de Ministerraad lijkt meer op een methodologische nota dan op een actieplan (zelfs al zou het om een eerste fase gaan, maar op het eerste zicht is de nota niet in die zin opgesteld).

Een actieplan moet immers concrete doelstellingen, deadlines, middelen, beoordelingscriteria enz. Bevatten.

Enerzijds zou het Actieplan Handicap doelstellingen moeten bevatten om tegemoet te komen aan de aanbevelingen die België in 2014 kreeg van de VN-experten voor. Wat de personen met een handicap, hun families en de verenigingen die hen vertegenwoordigen, verwachten, is dat zij concreet kunnen vaststellen wat de beleidsverantwoordelijken precies zullen doen met de 23 aanbevelingen van het Comité van de rechten van personen met een handicap.  Door uitsluitend 2 acties te vragen van elke minister loopt men het risico dat ze zich gaan vastklampen aan details, terwijl handicap structureel en continu aan bod moet komen in alle beleidsacties en –maatregelen

Het zogenaamde Actieplan Handicap moet dus de aanbevelingen vermelden die betrekking hebben op tenminste het federale niveau en concreet toelichten welke acties zullen worden uitgewerkt.

Daarnaast dient een jaarlijkse screening in Ministerraad te worden voorzien waaruit moet blijken welke stappen al dan niet ondernomen zijn.

Anderzijds moeten de ministers en staatssecretarissen zich ook formeel ertoe engageren de NHRPH te raadplegen voor wat hun beleidsdomein betreft, voor elke project, elke hervorming of bijsturing enz., die enigszins gevolgen kan hebben voor de personen met een handicap, en dit van bij het begin van de werkzaamheden / denkoefeningen. Het is belangrijk dat de NHRPH als volwaardige gesprekspartner kan optreden en de aanbevelingen kan geven over de richting van acties en beleidsmaatregelen. Tevens zou het nuttig zijn mocht de NHRPH de evolutie van de planning en de uitwerking kunnen opvolgen. Op papier zijn de intenties vaak lovenswaardig; waaraan het ontbreekt is de concrete uitvoering.

Tot slot is het ook cruciaal dat de acties elkaar ondersteunen en versterken. De betrokkenen en hun families verwachten geen halfbakken maatregelen maar een visionair beleid dat borg staat voor insluiting, levenskeuze, zelfstandigheid en waardigheid. We moeten voorkomen dat maatregelen versnipperd geraken door de verdeling van portefeuilles en we moeten komen tot een echt coherent, duurzaam en geïntegreerd beleid. Wat voor zin heeft het bv. om tewerkstelling te stimuleren wanneer er onvoldoende of geen toegankelijke vervoersmiddelen zijn? Hoe wil men mensen activeren door middel van “Back to work”-maatregelen wanneer de werkgevers geen dwingende tewerkstellingsmaatregel opgelegd krijgen? Met andere woorden, intradepartementale maatregelen kunnen nooit inclusief zijn zolang ze geen deel uitmaken van een globaal en duurzaam beleid.

Het gebruik van de fiches (bijlagen) is interessant omdat ze een analytische benadering mogelijk maken. Ze zijn resoluut oplossingsgericht. Ze dragen ook bij tot de noodzakelijke fase van een regelmatige beoordeling. Om al die redenen vindt de NHRPH deze fiches zeer interessante werkinstrumenten: zij structureren de gedachte-uitwisseling en het nemen van beslissingen.

 

Bezorgd

  • Ter informatie aan mevrouw Elke Sleurs, Staatssecretaris voor Personen met een beperking
  • Ter informatie aan het Interfederaal Gelijkekansencentrum;
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme.
 .
 .