Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2014/08

Beheerscontracten van de NMBS-Group

Advies nr. 2014/08 over de toekomstige beheerscontracten van de NMBS-Group. Advies van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH), uitgebracht tijdens de zitting van 17/03/2014.

 

Aanvrager

Advies op eigen initiatief.

 

Onderwerp

Nu de vroegere NMBS weer een nieuwe, tweeledige structuur krijgt, zal de overheid ook nieuwe beheerscontracten onderhandelen met de verschillende maatschappijen. Aangezien die beheerscontracten het spoorwegbeleid voor meerdere jaren gaan bepalen, is het nu bij uitstek het moment om in die beheerscontracten extra aandacht te hebben voor universele toegankelijkheid en personen met een handicap (PH).

 

Analyse

De FOD Mobiliteit & Vervoer is nauw betrokken bij de onderhandelingen van de nieuwe beheerscontracten. Op initiatief van de FOD Mobiliteit & Vervoer nam de NHRPH deel aan een werkgroep waaraan behalve de FOD Mobiliteit & Vervoer ook CAWaB deelnam. Die werkgroep nam een aanvang in de eerste helft van 2012. Tijdens de vergaderingen stelde de werkgroep een lijst van punten op die ze prioritair vindt voor de beheerscontracten van de maatschappijen van de NMBS inzake universele toegankelijkheid en inzake een beleid voor personen met een handicap (PH) en personen met een beperkte mobiliteit (PBM). De NHRPH verdedigde er ook zijn principes uit zijn positienota :

Voor de NHRPH moet het de bedoeling zijn dat het geleverde werk zijn weerslag heeft op de beheerscontracten ten voordele van de personen met een handicap en de personen met een beperkte mobiliteit.

 

Advies

De NHRPH vraagt om bij het opstellen van de beheerscontracten, die toch het beleid van de Belgische spoorwegen gedurende jaren zullen sturen, nadrukkelijk rekening te houden met de personen met een handicap. Het is erg belangrijk dat daarbij grondig over toegankelijkheid voor allen wordt gedacht.

VN-verdrag

De NHRPH verwijst in de eerste plaats naar het VN-verdrag inzake de rechten van de personen met een handicap dat door België is geratificeerd. Toegankelijkheid is zelfs een van de grondbeginselen van het Verdrag (zie artikel 3) en er is dan ook een heel artikel aan gewijd (artikel 9). Artikel 20 is hier ook essentieel: dat behandelt de mobiliteit.

Het Verdrag vraagt dat de personen met een handicap transversaal worden betrokken bij beslissingen die hun aangaan, van de denkoefening over het uitwerken tot de aflevering en evaluatie.

In artikel 3 worden naast toegankelijkheid o.a. de volgende grondbeginselen aangehaald:

a. Respect voor de inherente waardigheid, persoonlijke autonomie, met inbegrip van de vrijheid zelf keuzes te maken en de onafhankelijkheid van personen;
c. Volledige en daadwerkelijke participatie in, en opname in de samenleving;
e. Gelijke kansen

Artikel 4, Algemene verplichtingen, stelt in punt 3:

Bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van wetgeving en beleid tot uitvoering van dit Verdrag en bij andere besluitvormingsprocessen betreffende aangelegenheden die betrekking hebben op personen met een handicap, plegen de Staten die Partij zijn nauw overleg met personen met een handicap, met inbegrip van kinderen met een handicap, en betrekken hen daar via hun representatieve organisaties actief bij.

Het principe van de transversaliteit, het rekening houden met en het betrekken van personen met een handicap bij elke stap van de beslissingname, uitvoering en controle loopt als een rode draad doorheen het Verdrag.

Rol van de NHRPH

De NHRPH is de representatieve organisatie van personen met een handicap in België op federaal vlak en vervult zo de rol die in artikel 4, punt 3 van het Verdrag is beschreven. De NHRPH vertegenwoordigt alle personen met een handicap, ongeacht het type van handicap, en streeft naar een volwaardige integratie van PH in de maatschappij. De leden zijn allemaal mensen met expertise in het domein van de handicap. De NHRPH rekent er dan ook op dat zijn adviezen de aandacht krijgen die ze verdienen.

Voor zijn visie/principes op het vlak van toegankelijkheid en mobiliteit verwijst de NHRPH naar zijn Positienota Toegankelijkheid en mobiliteit voor personen met een handicap van 29/01/2013.

Een van die principes is de verdere sensibilisering van de NMBS en haar personeel zelf. Nog te vaak worden PH gezien als die lastige, kleine doelgroep waarvoor dure extra voorzieningen moeten worden geïnstalleerd. Het is inderdaad wenselijk de personen met een handicap – alle types van handicap! – via de NHRPH te betrekken bij het ontwikkelen van nieuw rollend materiaal om toegankelijkheid te verzekeren van bij de start. Een transversale aanpak is immers efficiënter en vaak zelfs goedkoper dan latere aanpassingen voor toegankelijkheid. Dat geldt op alle vlakken. Een voorbeeldje: een aantal mensen met een auditieve handicap waren recent gechoqueerd door een affiche uit een campagne rond wellevendheid in treinen en stations. Op de bewuste affiche had iemand een banaan doorheen zijn oren, met daarop een walkman. De affiche wou reizigers aansporen hun muziek niet te luid te zetten, zodat de anderen er geen last van hebben. Als er bij het ontwikkelen van de campagne aan de PH was gedacht, dan was er niemand beledigd geweest. De NHRPH gelooft graag dat het niet de bedoeling was van iemand te kwetsen, maar met sensibilisering en een transversale benadering was dat niet gebeurd.

De NHRPH wenst ook dat er rekening wordt gehouden met de principes die hij tijdens de werkgroep bij de FOD Mobiliteit en Vervoer heeft verdedigd. Van de vergaderingen van deze werkgroep bestaat er een uitgebreid en gedetailleerd werkdocument bij de FOD Mobiliteit & Vervoer waarop verder kan worden gebouwd. Dat document is de vrucht van de samenwerking van de FOD Mobiliteit & Vervoer, de NHRPH en CAWaB. Het document is een concrete benadering van de overeengekomen principes waaronder die van de positienota, toegepast op het Belgische spoorverkeer. De NHRPH vraagt met aandrang dat dit document mee zal spelen bij de onderhandeling van de nieuwe beheerscontracten.

De NHRPH maakt ook gebruik van deze gelegenheid om nogmaals te vragen om eindelijk eens de 24-urenregel voor het aanvragen van assistentie te versoepelen, een regel die de NHRPH al lang een doorn in het oog is. Zolang die regel van kracht is, kunnen personen met een handicap niet echt vrij reizen.

 

Bezorgd

  • Ter opvolging aan de heer Jean-Pascal Labille, Minister van Overheidsbedrijven
  • Ter opvolging aan de heer Melchior Wathelet, Staatssecretaris voor Mobliteit
  • Ter info aan de FOD Mobiliteit en Vervoer
  • Ter info aan de heer Philippe Courard, Staatssecretaris voor personen met een handicap;
  • Ter info aan het Interfederaal Gelijkekansencentrum;
  • Ter info aan het interfederaal coördinatiemechanisme.
 .
 .