Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2014/07

Verpleegkundige handelingen

Advies nr. 2014/07 over het ontwerp van protocolakkoord betreffende de relatie tussen beroepsbeoefenaars die in de sector voor personen met een handicap werkzaam zijn en de beoefenaars van gezondheidszorgberoepen. Het betreft de versie “Projet – jan 2014 – Oplossing 5 bis-Solution 5 bis”. Advies van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) uitgebracht tijdens de zitting van 17/02/2014.

 

Aanvrager

Advies op eigen initiatief.

 

Onderwerp

Deze versie van het ontwerp van protocol werd aan de NHRPH bezorgd na een eerste onderhoud met het kabinet van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.

 

Analyse

De leden van de NHRPH vestigen de aandacht op volgende punten:

Punt 8: de ondertekenende partijen engageren zich om inspanningen te vragen aan de opleiding en het aannemen van permanente opleiding;

Punt 9: een universitaire studie zal in de komende maanden uitgevoerd worden door de federale overheid, in samenwerking met (in het Nederlands: federale entiteiten die dit protocol ondertekenen – in het Frans: les Entités fédérées signataires).
Op basis van de resultaten van deze studie zal dit protocol opnieuw geëvalueerd worden.

 

Advies

Huidig advies moet beschouwd worden als een toevoeging aan het advies 2014/06 betreffende het ontwerp van protocolakkoord, andere versie.
Dit eerste advies blijft voor het overige integraal behouden.

In punt 8 gaan de ondertekenende partijen een engagement aan betreffende de opleidingen.
De leden van de NHRPH merken op dat geen enkele minister bevoegd voor onderwijs dit protocol mee zal ondertekenen.
Zij stellen zich bijgevolg de vraag hoe de ondertekenende partijen dit engagement zullen nakomen, en hoe dit zal gefinancierd worden.

Punt 9 voert een nieuw element in: een universitaire studie zal de problemen evalueren die ondervonden worden om aan de personen met een handicap een optimale gezondheidszorg te verzekeren. Daarbij zal getracht worden een zo verscheiden mogelijk publiek te benaderen.
Op basis van de resultaten van de studie zal het protocol opnieuw geëvalueerd worden.

Eerste opmerking hierbij vanwege de NHRPH: aan het doel van de studie toevoegen dat deze gebeurt met aandacht voor zowel de kwaliteit van de zorg als voor de levenskwaliteit van de gebruiker.

De leden van de NHRPH merken op dat in het protocol geen tijdslimiet bepaald is, noch wat betreft de uitvoering van de studie, noch wat betreft de evaluatie van het protocol.
Dit is onaanvaardbaar: het protocol treedt immers in werking op de dag van de ondertekening ervan (art.12), het moet intussen duidelijk zijn dat de sector van de personen met een handicap zeer wantrouwig is wat betreft de concrete uitvoering ervan. De personen met een handicap kunnen niet aan hun lot worden overgelaten als er daadwerkelijk problemen worden vastgesteld om hun een optimale gezondheidszorg te verzekeren.
In dat verband merken de leden ook op dat deze studie in feite veel te laat komt: in een logische volgorde worden eerst de problemen in kaart gebracht en worden vervolgens oplossingen voor die problemen gezocht. Nu lijkt het alsof de efficiëntie van een bepaalde oplossing getest wordt op een groep personen die algemeen als kwetsbaar worden omschreven.

De leden van de NHRPH eisen bijgevolg dat in beide gevallen een tijdslimiet wordt bepaald, die strikt wordt nageleefd. Zij stellen voor dat een tijdslimiet van 1 jaar wordt gehanteerd.
Zij vragen daarbij ook bijzondere aandacht voor de diensten zelfstandig wonen: het zijn vooral zij die problemen hebben met de uitvoering van het protocol.

Het is ook moeilijk te aanvaarden dat het vooral de personen met een handicap zijn, die een actief leven hebben opgebouwd, die getroffen worden door de nefaste gevolgen van het voor alles en nog wat, gelijk waar, gelijk wanneer een beroep te moeten doen op een verplegende.

De leden van de NHRPH vragen, op de meest nabije wijze, bij de studie betrokken te worden.

Tijdens de besprekingen op het kabinet van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is met stelligheid beweerd dat de uitvoering van dit protocol voor de personen met een handicap geen kosten meebrengt.

De leden van de NHRPH trekken dit in twijfel.

  • Uit de bijgevoegde nota van het kabinet blijkt dat de voorbereiding van de geneesmiddelen, een piste is waaraan gewerkt wordt. De medicatie wordt per individu door de apotheker voorbereid: de leden van de NHRPH zijn van mening dat de apotheker dit niet gratis kan doen, en dat dit niet kan opgenomen worden in de algemene werkingskosten van de instellingen, met andere woorden ten laste komt van de persoon met een handicap.
  • Zij twijfelen er ook sterk aan dat alle handelingen van verpleegkundigen zonder remgeld voor de betrokkenen zullen opgenomen zijn of worden in de nomenclatuur, te beginnen met handelingen die meerdere malen per dag/nacht moeten herhaald worden.

Volgens dezelfde nota wordt ook nagegaan hoe de facturatie van het toilet maken dat bestempeld kan worden als behorende tot het comfort (enkel als gevolg van de afhankelijkheid), kan herzien worden. Hiervoor zal het KB nr. 78 moeten aangepast worden. Hierdoor zou tijd vrij komen voor de verpleegsters om verpleegkundige handelingen van een andere aard te verrichten.
Zal de facturatie ten laste van de gewesten vallen?

verpleegkundigen moet verzekerd worden, vragen de leden van de NHRPH zich af of dit praktisch mogelijk is?
Wat als de verplegende geen oplossing vindt om de continuïteit van de zorgen te verzekeren? Welk verhaal heeft de persoon met een handicap? Hoe kan hij zijn recht op zorg afdwingen?

Bovendien kan men zich terecht afvragen of dit van de ene dag op de andere wel kan veranderen? Er zou minstens een overgangsperiode moeten gecreëerd worden om dit in werkelijkheid te kunnen waarmaken.

Hoe zal er in die tussentijd gereageerd worden?
Het antwoord op al deze vragen luidt: dat is de verantwoordelijkheid van de zorgverstrekkers.

De leden van de NHRPH vragen zich af of dit niet een te eenvoudige oplossing is. Worden de problemen niet doorgeschoven naar een groep die niet kan beantwoorden aan die eisen? Is er voldoende verplegend personeel om op gelijk welk tijdstip, gelijk waar zorgen te komen verlenen aan personen die hierom vragen? Het resultaat voor de persoon met een handicap, zelfs als aan zijn oproep gevolg kan gegeven worden, is een sterke medicalisering van zijn leven.

Een fundamentele oplossing zien de leden van de NHRPH in een gerichte aanpassing van het KB nr. 78.
Zij betreuren dat dit voorstel zonder meer wordt afgewezen.

Er blijven fundamentele onduidelijkheden, de studie zou die moeten aanduiden.
Er blijkt uit dit protocol vooral onbegrip voor de situatie van de persoon met een handicap, en vooral voor zijn streven naar een kwaliteitsvol leven.

De NHRPH vraagt dat dit protocol pas wordt uitgevoerd, als op voorliggende vragen en bedenkingen antwoorden worden gevonden en dit in samenspraak en overleg met mensen met een handicap, hun vertegenwoordigers, ouders en familie en alle betrokkenen van het terrein: zij kennen de dagelijkse realiteit van personen met een handicap. Alleen op die manier kan een voor alle partijen aanvaarbare oplossing uit de bus komen.

 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan mevrouw Laurette Onkelinx, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid;
  • Ter info aan de heer Philippe Courard, Staatssecretaris voor personen met een handicap
  • Ter info aan het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding;
  • Ter info aan het interfederaal coördinatiemechanisme.
 .
 .