Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2017/10

Identiteitskaart

Advies nr. 2017-10 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het inscannen van vingerafdrukken in de Belgische identiteitskaarten, uitgebracht tijdens de plenaire zitting van 18 september 2017.

 

Aanvrager

Advies op initiatief van de NHRPH.

 

Onderwerp

De buitengewone Ministerraad die heeft plaatsgehad op 14 mei 2017 heeft een aantal beslissingen op het vlak van veiligheid en justitie getroffen. Volgens de informatie in de pers werden financiële middelen ter beschikking gesteld om 28 maatregelen uit te voeren, waaronder het inscannen van vingerafdrukken in de chip van de elektronische identiteitskaart vanaf 2019. Er wordt niet overwogen een database met vingerafdrukken samen te stellen, gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Het is de bedoeling de strijd tegen identiteitsfraude op te voeren.

 

Analyse

Ter herinnering: de digitale of elektronische identiteitskaart (eID) wordt afgeleverd aan iedere Belg ouder dan 12 jaar. Men moet ze verplicht in zijn bezit hebben vanaf de leeftijd van 15 jaar op straffe van strafrechtelijke sancties (boetes van 26 tot 500 euro).

Met de eID is het mogelijk zich te identificeren door zijn identiteit, zijn nationaliteit, zijn leeftijd te bewijzen en zich binnen de Europese Unie te verplaatsen. Daarnaast biedt het inbrengen van een elektronische chip in de kaart ook andere voordelen: zich elektronisch authenticeren, elektronisch ondertekenen, zijn belastingaangifte indienen, administratieve documenten bekomen, …

Ze is 10 jaar geldig (met uitzondering van personen ouder dan 75 jaar voor wie de geldigheidsduur 30 jaar bedraagt).

Thans gebeurt de afleveringsprocedure voor de kaart ingevolge een uitreiking, een hernieuwing en ook een vervanging in twee stappen: eerst gaat de persoon met een aantal documenten (waaronder een reglementaire foto) in EIGEN PERSOON naar zijn gemeentebestuur om zijn aanvraag in te dienen en ze te ondertekenen. Sommige gemeenten voorzien in een bijzondere procedure (personeelslid van het gemeentebestuur verplaatst zich naar de woonplaats) voor personen die zich om medische redenen niet kunnen verplaatsen.

Bij de tweede stap gaat de persoon (of de persoon die een volmacht heeft) naar het gemeentebestuur om de kaart te activeren en ze af te halen.

Voor het inscannen van vingerafdrukken in de chip van de identiteitskaart moet de persoon zich naar zijn gemeentebestuur begeven. Deze verplaatsing in eigen persoon is evenwel niet mogelijk voor een aantal personen met een handicap.

 

Advies

De NHRPH formuleert hierover een advies op initiatief bij wijze van ‘voorzorgsmaatregel’. Aangezien de politieke beslissing om vingerafdrukken in de chip van de identiteitskaarten in te scannen werd genomen en dat ze vanaf 1 januari 2019 zal moeten worden toegepast, beschikt de administratie over iets minder dan anderhalf jaar om de maatregel uit te werken (wetteksten en verordenende teksten, omzendbrieven, voorlichting voor de gemeenten en de burgers, technische aanpassingen, …).

Hij zou de aandacht in het bijzonder willen vestigen op de situatie van personen met beperkte mobiliteit (bv.: langdurig gehospitaliseerde personen, geïnterneerden in psychiatrische ziekenhuizen, ouderen in rusthuizen, …) die zich definitief of tijdelijk langdurig niet in eigen persoon naar het gemeentebestuur kunnen verplaatsen.

Thans gebeurt het inscannen van de vingerafdrukken voor paspoorten door middel van zware apparatuur. Sommige leden van de NHRPH hebben onlangs kennis gehad van een gelijkaardige probleemsituatie in de praktijk bij het hernieuwen van een verblijfskaart. De NHRPH en de FOD Binnenlandse Zaken hebben hierover e-mails uitgewisseld in de loop van januari 2017.

Opdat alle burgers op voet van gelijkheid in orde kunnen zijn wat betreft het bezit van de identiteitskaart, enerzijds, en opdat zij kunnen genieten van de voordelen van een eID, anderzijds, vraagt de NHRPH om nu reeds akte te nemen van de verschillende situaties die zich in de praktijk zouden kunnen voordoen en ze aandachtig te onderzoeken en om alle relevante oplossingen (bijvoorbeeld draagbare toestellen) na te gaan, zodat ze kunnen worden toegepast op 1 januari 2019.

 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan de heer Jan Jambon, Minister van Binnenlandse Zaken;
  • Ter info aan mevrouw Zuhal Demir, Staatssecretaris voor personen met een beperking;
  • Ter info aan de heer Charles Michel, Eerste Minister;
  • Ter info aan UNIA;
  • Ter info aan het interfederaal coördinatiemechanisme.
 .
 .