Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2021/16


Advies nr. 2021/16 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het voorontwerp van het federaal plan voor duurzame ontwikkeling (FPDO) dat aan de bevolking werd voorgelegd via een openbare raadpleging van 9 april tot 8 juni 2021

Advies op initiatief van de NHRPH.

1. ONDERWERP

De Interdepartementale Commissie voor duurzame ontwikkeling heeft een voorontwerp van het federaal plan voor duurzame ontwikkeling opgesteld, dat openbaar kan worden geraadpleegd van 9 april tot 8 juni 2021.

2. ANALYSE

Het federaal plan voor duurzame ontwikkeling (FPDO) bevat acties en maatregelen die op federaal niveau moeten worden genomen om de komende vijf jaar te voldoen aan de internationale en Europese verplichtingen en aan de doelstellingen van de federale strategische langetermijnvisie voor duurzame ontwikkeling.

Het FPDO wordt in vier fasen uitgewerkt:

  • eerste fase: uitwerking van het voorontwerp door de Interdepartementale Commissie voor duurzame ontwikkeling en medewerking van deskundigen van verschillende federale administraties;
  • tweede fase: elektronische raadpleging en advies van de Federale Raad voor duurzame ontwikkeling over dit voorontwerp;
  • derde fase: feedback van de raadpleging en aanpassing van de ontwerptekst + verzending naar de federale regering;
  • vierde fase: goedkeuring van het FPDO door de federale regering.

De federale administraties ondersteunen de acties van het FPDO. De volledige cyclus van het plan zal in theorie op het einde van de regeerperiode worden afgesloten. De Interdepartementale Commissie voor duurzame ontwikkeling (ICDO) bereidt het FPDO voor, coördineert de uitvoering ervan en zorgt voor de opvolging ervan. Tijdens de cyclus brengt de Federale Raad voor duurzame ontwikkeling (FRDO), het orgaan dat het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigt, adviezen uit over het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling. Tegelijkertijd evalueert de taskforce Duurzame Ontwikkeling van het Federaal Planbureau het plan en publiceert het om de twee jaar prospectieve en evaluatieverslagen.
Op het einde van de cyclus publiceert de ICDO een afsluitend verslag van het FPDO, het ‘verslag van de leden’, waarin wordt geschetst hoe het staat met de uitvoering van de acties van het plan.

Er zijn vier richtlijnen, die bedoeld zijn voor de federale en programmatorische overheidsdiensten:

  1. actie ondernemen om duurzame ontwikkeling centraal in het federale beleid te verankeren,
  2. zorgen voor beleidscoherentie,
  3. de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) bekendmaken en praktische tools voor de implementatie ervan voorstellen,
  4. de voorbeeldrol van de federale Staat versterken.

Er zijn interdepartementale acties gepland om deze richtlijnen uit te voeren. Ze zullen worden verwezenlijkt dankzij samenwerkingen tussen federale overheidsdiensten (FOD’s), en soms andere federale instellingen:

  • het leave no one behind-principe toepassen, d.w.z. niemand achterlaten;
  • de weerbaarheid (veerkracht) tegen risico's versterken;
  • de Belgische economie hervormen;
  • het mobiliteitsmodel veranderen;
  • de transformatie financieren;
  • bijdragen aan de SDG’s op het internationale toneel.

Hier vindt u meer details over elke richtlijn en interdepartementale actie.

3. ADVIES

De NHRPH verheugt zich over dit voorontwerp en dringt erop aan het toekomstige FPDO een gecoördineerd en geïntegreerd interfederaal plan wordt.

In het voorontwerp wordt blijk gegeven van bereidheid om transversaal werk te maken van de inclusie van personen met een handicap (PMH’s). Er worden verschillende positieve aspecten voor personen met een handicap genoemd. De NHRPH wenst deze te onderstrepen, maar ook aan te vullen en de aandacht te vestigen op wat niet wordt vermeld, maar niettemin bepalend is voor inclusie en daadwerkelijke toegang tot rechten. Het is belangrijk dat handicapgerelateerde uitdagingen van bij de uitwerking van dit plan goed in kaart worden gebracht, zodat er rekening mee kan worden gehouden bij het uitwerken van de interdepartementale acties.

  1. De NHRPH benadrukt verschillende elementen bij de prioriteiten en richtlijnen van het plan:
    • Het leave no one behind-principe. Maar al te vaak wordt in het beleid en de maatregelen voorbijgegaan aan kwetsbare groepen, onder wie de PMH’s. Het Belgische herstelplan dat onlangs bij de Europese Commissie werd ingediend, is hier een voorbeeld van: bij heel wat maatregelen werd geen rekening gehouden met de behoeften van PMH’s (advies 2021-09). Men moet zich steeds afvragen of de maatregel ook toegankelijk zal zijn voor PMH’s. Anders gezegd: zullen PMH’s ook gebruik kunnen maken van dit project? Zijn hier specifieke aanpassingen voor nodig?
    • Het principe van veerkracht in onze sociale, economische, medische, ... werkwijzen. Er dient aan herinnerd dat de COVID-19-gezondheidscrisis de reeds bestaande situaties inzake toegang tot goederen en diensten heeft verergerd (advies 2020-09). ‘Niet te weten’ of ‘niet te meten’ mogen in de toekomst niet meer als excuus worden gebruikt: er moeten nu al nieuwe mechanismen en processen worden gecreëerd om te allen tijde – crisis of niet – kwaliteitsvolle goederen en diensten aan alle PMH’s en hun gezinnen te bieden.
    • De transformatie van de Belgische economie “die onder meer zal worden bereikt door de ontwikkeling van duurzame economische modellen, zoals de circulaire economie, de functionaliteitseconomie, de sociale economie en de samenwerkingseconomie”. De NHRPH herinnert aan het belang van de rol van maatwerkbedrijven, waar een groot deel van de PMH’s zijn tewerkgesteld: het is van fundamenteel belang overheidsopdrachten voor maatwerkbedrijven open te stellen door onder meer de bodemprijs voor toegang te verlagen (andere aanbevelingen in het advies 2016-03). Voorts moeten systematisch ambitieuze sociale clausules worden opgenomen en toegepast. Tot slot herinnert de NHRPH eraan dat België kan rekenen op de nieuwe richtlijn European Accessibility Act om zijn economie te transformeren en nieuwe niches van goederen en diensten te creëren die voor iedereen toegankelijk zijn (news BDF EAA).
    • Het veranderen van het mobiliteitsmodel: het openbaar vervoer kan pas weer in de gratie van de bevolking komen indien het voor zo veel mogelijk personen toegankelijk wordt. Momenteel kunnen PMH’s en PBM’s (personen met beperkte mobiliteit) doorgaans niet gemakkelijk de trein nemen wegens diverse toegankelijkheidsobstakels (cf. de ‘NMBS-adviezen’ van de NHRPH). Er is nog geen doeltreffende programmering van de toegankelijkheid van stations en treinen, met duidelijke en bindende indicatoren. Het huidige ontwerp van openbaredienstcontract van de NMBS is niet duidelijk over het toegankelijkheidsaspect (advies wordt voorbereid): dit ontwerp wordt geacht de komende tien jaar te bestrijken. De NHRPH vraagt dat artikel 9 van het UNCRPD en de ambitie van de onlangs in de Kamer aangenomen resolutie worden nageleefd.
    • De financiering van de transformatie: nogmaals, elke burger moet de veranderingen in het FPDO in zijn dagelijks leven kunnen ‘voelen’. Toegankelijkheid kan niet worden afgedwongen, het moet tot stand komen: er moet worden voorzien in bepaalde aanpassingen, en bepaalde technische, administratieve, financiële, ... belemmeringen moeten uit de weg worden geruimd. Anders zullen PMH’s en hun gezinnen de boot missen en aan hun lot worden overgelaten.
  1. Voor de interdepartementale acties wijst de NHRPH op verschillende passages in het voorontwerp waar PMH’s als doelgroep worden genoemd. Het betreft:
    • de integratie van PMH’s in het diversiteitskader,
    • de diversiteit bij aanwerving in het openbaar ambt en het te behalen quotum van 3 %,
    • de structurele verbintenis voor de aanwerving van PMH's,
    • de toegankelijkheid van opleidingen voor PMH’s,
    • de coaching met redelijke aanpassingen voor PMH’s,
    • het niet gebruiken van rechten,
    • de monitoring van gegevens: gender en handicap.

Er zijn dus geen acties gepland in het kader van de klimaatcrisis, de Europese Green Deal (en andere Europese klimaatbeleidslijnen), e-commerce, de circulaire economie, de digitale omgeving en mobiliteit.
De NHRPH vraagt ook te voorzien in acties in die domeinen om PMH’s concreet te sensibiliseren, te informeren en te betrekken. Hierover werden verschillende adviezen uitgebracht, met name het advies over het algemene regeringsprogramma (advies 2020-21) en het specifiekere advies over de handicapprioriteiten (advies 2020-25).

  1. Over specifiekere acties

A. Niemand achterlaten (blz. 33 tot 36 van het voorontwerp)

    • Wat het principe van leave no one behind betreft, acht de NHRPH een transversale en interdepartementale actie essentieel die gepaard gaat met een maximale activering van het gebruik van rechten. In zijn advies 2018/09 onderstreept de NHRPH dat het verschijnsel van non take-up alle burgers en alle gebieden van het leven raakt. Steeds meer PMH's hebben moeite om toegang te krijgen tot hun sociale rechten: het is nog steeds niet mogelijk om met digitalisering de potentiële begunstigden te identificeren die onder de IT-radar blijven. Helaas neemt dit fenomeen elk jaar verder toe.
      De NHRPH moedigt bijvoorbeeld de oprichting aan van advocatenkantoren met multidisciplinaire teams (met sociale werkers die een goede kennis hebben van het middenveld) . Volgens de NHRPH kan een precieze manier van werken met PMH’s worden vastgelegd in een handvest (gebarentaal beschikbaar stellen; wetteksten herschrijven met de easy-readmethode (duidelijke en eenvoudige taal), mogelijkheid om teksten in braille aan te passen).
      De oprichting van een nationaal contactpunt (blz. 35) in de vorm van een elektronisch justitieplatform om zo veel mogelijk burgers te helpen hun sociale rechten te doen gelden, is een interessant maar om twee redenen onvolledig idee:
      1. Niet iedereen heeft toegang tot digitale technologie en er moet alternatieve begeleiding worden voorzien.
      2. Er moet koste wat kost worden nagedacht over de toegankelijkheid van dit contactpunt voor PMH’s op verschillende niveaus: toegang tot gebarentaal, toegang voor blinde en/of slechtziende personen – vooral voor de lokale fysieke contactpunten die in 2022 zijn gepland (blz. 36). Toegankelijke gebouwen moeten een prioriteit zijn; voorlopig zijn de meeste vredegerechten niet toegankelijk. Ook moet worden bepaald of dit uniek loket enkel op federaal niveau actief zal zijn of dat het een geïnterconnecteerd netwerk wordt. De NHRPH herinnert eraan dat het idee van een uniek loket reeds meer dan 40 jaar bestaat en dat het de hoogste tijd is om er een echte inhoud aan te geven.
    • De NHRPH ijvert reeds jaren voor een sociale uitkering boven de armoedegrens. De NHRPH wacht dan ook de beoordeling van de verhoging voor bepaalde bedragen af (blz. 37 tot 49). De NHRPH vraagt te worden betrokken bij de denkoefening van een inkomensafhankelijke progressieve sociale bijstand voor personen (die niet meer afhankelijk is van het statuut). Voorts herinnert de NHRPH aan zijn positienota over de sociale voorzieningen.

B. Zorgen voor optimale werkomstandigheden voor iedereen (blz. 38)

    • Op het vlak van tewerkstelling is het belangrijk het werkkader voor PMH's te herzien. Zij willen immers behoorlijk werk vinden om in hun persoonlijke en gezinsbehoeften te voorzien. Teneinde de huidige arbeidsstatuten (blz. 41) tegen eind 2022 in één enkel kader te kunnen omzetten, herinnert de NHRPH eraan dat de huidige sociale dekking van werkende PMH's soms zeer onzeker is. Het unieke kader moet absoluut de gelegenheid zijn om een einde te maken aan de huidige discriminatie van PMH’s die stageovereenkomsten aaneenrijgen (advies 2018-20). De NHRPH herinnert ook eraan dat PMH's aanpassingen nodig hebben om hun activiteiten uit te oefenen. De afvlakking waartoe het unieke (en ook automatische) kader dreigt te leiden, mag geen excuus zijn om redelijke aanpassingen af te schaffen. Wat het veralgemenen van telewerk betreft, moeten uiteraard procedures worden uitgewerkt om snel alle nodige aanpassingen in de woningen van PMH’s uit te voeren. Niettemin is begeleiding nodig bij telewerk, in het bijzonder voor PMH’s, om eenzaamheid te voorkomen. De NHRPH dringt erop aan redelijke aanpassingen zeer ruim te interpreteren (advies 2021/07).
    • De NHRPH dringt aan op een optimale begeleiding van PMH’s tijdens het volledige aanwervingsproces bij het federaal openbaar ambt. De NHRPH vraagt dat rekening wordt gehouden met elke handicap met het oog op toegankelijkere opleidingen en aanwervingen voor PMH’s.
    • In het Lumen-aanbod van de FOD Beleid en Ondersteuning (BOSA) (blz. 29 tot 30) zullen gebarentaal en de easy-readmethode (eenvoudige en duidelijke taal) worden gebruikt. Dat is een uitstekend initiatief voor zowel de interne werking van de organisaties als om de burger dichter bij de Staat te brengen.
    • De NHRPH onderstreept dat het belangrijk is rekening te houden met de handicapdimensie in de toekomstige studie die de POD Wetenschapsbeleid (Belspo) zal financieren (blz. 42) en waarin de negatieve en positieve impact van verschillende telewerkvormen zal worden beoordeeld. PMH's hebben bijzondere behoeften om hun werk te kunnen uitvoeren. Daarmee moet rekening worden gehouden. Hoe zullen de PMH's worden geraadpleegd?
    • Als lid van de BCAPH (Begeleidingscommissie voor de aanwerving van personen met een handicap in het federaal openbaar ambt) dringt de NHRPH erop aan zo snel mogelijk maatregelen te treffen om de vereiste 3 % PMH’s aan te werven in het federaal openbaar ambt. Uit het laatste jaarverslag van de BCAPH blijkt dat we hier nog ver van verwijderd zijn (1,22 % in 2019). De NHRPH herinnert aan zijn nota over tewerkstelling.

C. Bouwen aan een grotere sociale cohesie (blz. 42)

    • De NHRPH wenst te benadrukken dat vrouwen met een handicap zeer vaak het slachtoffer zijn van een dubbele discriminatie. De NHRPH vraagt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan vrouwen en meisjes met een handicap tijdens het eerste seminarie in 2022 om de FOD’s te sensibiliseren (blz. 44) en bij het opstellen van het handvest.
    • De NHRPH juicht het monitoren van gegevens toe en vraagt dat het criterium handicap systematisch in de nationale gegevens wordt opgenomen.
    • De NHRPH vraagt al jaren om de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming (IVT/IT) op te trekken tot boven de armoedegrens. De NHRPH kan het interdepartementale gedetailleerde plan (blz. 49) over hoe en binnen welk tijdskader de minima kunnen worden opgetrokken richting de Europese armoedegrens, dat de FOD Sociale Zekerheid en de POD Maatschappelijke Integratie voor 2022 hebben voorgesteld, alleen maar toejuichen.
    • Door de recente bepaling over de prijs van de liefde (advies 2020/23) is het inkomen van de persoon met wie de persoon met een handicap een huishouden vormt, volledig vrijgesteld. Niettemin blijven er nog veel incoherenties met betrekking tot het statuut van samenwonende die PMH’s zwaar benadelen in hun levenskeuzes. De NHRPH benadrukt dat sociale en fiscale zekerheid dringend moeten worden gegarandeerd voor alle samenwonenden (blz. 50).

D. Systematisch bestrijden van alle aspecten van armoede (blz. 47)

    • Op het gebied van toegang tot informatie heeft de COVID-19-gezondheidscrisis de situatie van PMH’s verslechterd. Veel PMH’s begrijpen de informatie en maatregelen niet omdat de informatie niet in een toegankelijk formaat (gebarentaal, easy read, ...) beschikbaar is, of omdat zij geen toegang hebben tot internet of niet weten hoe zij de verschillende nieuwe onlinetoepassingen en websites moeten gebruiken. De dienstverlening wordt steeds meer gedigitaliseerd, ondanks de reeds bestaande digitale kloof binnen de Belgische bevolking. De NHRPH dringt er bij de overheid op aan rekening te houden met de digitale kloof en vraagt dat een alternatieve oplossing altijd wordt voorzien aan de elektronische handtekening (blz. 71).
    • De aanpak van de huidige pandemie heeft deze digitale kloof in de verf gezet, o.a. bij de toegang tot vaccinatie: sommigen ontvangen die informatie niet omdat zij geen toegang hebben tot digitale technologie. De NHRPH is voorstander van het idee van een nationale strategie op het vlak van volksgezondheid (blz. 51 tot 55). Door de COVID-19-crisis is het aantal mentale problemen alleen maar toegenomen. En dat niet alleen: in zijn advies 2020/13 beschrijft de NHRPH de obstakels waarmee PMH’s tijdens de eerste lockdown werden geconfronteerd. De NHRPH hamert er nogmaals op dat de reeds bestaande tekortkomingen bij de toegang tot rechten, goederen en diensten werden verergerd door de COVID-19-crisis.
    • De NHRPH stelt ook de reglementering inzake sociale tarieven aan de kaak: momenteel moet aan strikte voorwaarden worden voldaan om recht te hebben op het sociaal tarief voor elektriciteit en/of aardgas en telefonie. De NHRPH vraagt een sociaal abonnement voor mobiele telefonie en internet. Dit sociaal abonnement moet PMH’s kwaliteitsvolle diensten bieden zodat zij, zoals elke andere burger, opleidingen kunnen volgen, zich kunnen informeren en kunnen werken. De NHRPH herinnert in dit verband aan zijn adviezen 2020-21, 2015-22 en 2020-25.
    • Wat het nationaal actieplan inzake hormoonverstoorders betreft (blz. 60 tot 63), moet absoluut worden voorkomen dat personen in armoede in een spiraal van ziekte -> handicap terechtkomen. De NHRPH roept op tot zeer concrete maatregelen op het gebied van huisvesting, inkomen en gezondheidszorg. Tot de topprioriteiten behoren gezonde huisvesting, een inkomen dat toelaat om zich behoorlijk te kunnen voeden en te verzorgen, en toegankelijke collectieve gezondheidszorg voor alle PMH’s.

E. Mobiliteit en duurzame producten

    • De NHRPH herinnert eraan dat alle vervoer toegankelijk moet zijn, voor PMH’s, maar ook voor PBM’s in ruime zin. De NHRPH is uiteraard voorstander van alle regelgeving die leidt tot een lager energieverbruik, maar er moet ook rekening worden gehouden met de behoeften van de hele bevolking. Hieraan herinnert de NHRPH in zijn advies 2020/04 over het invoeren van regelgeving inzake lage-emissiezones (LEZ). Hij herinnert aan de ambitieuze resolutie van het Parlement, dat nu in prioriteiten en acties moet worden omgezet.
    • Artikel 5 van de EU-Richtlijn 2019/904 van 5 juni 2019 voorziet in een verbod op het in de handel brengen van plastic producten voor eenmalig gebruik. In zijn advies 2020/19 vestigt de NHRPH de aandacht erop dat sommige PMH’s plastic rietjes nodig hebben om minimaal zelfredzaam in hun dagelijks leven te blijven.
    • In zijn advies 2021/09 betreurt de NHRPH dat het plan voor herstel en veerkracht (PHV) globaal niet inclusief is. De projecten die dichter bij de burger staan, zijn voor PMH’s technisch (renovatie van openbare gebouwen alleen op het vlak van energie en zonder een luik ‘toegankelijkheid’) of financieel (oplaadpalen voor elektrische voertuigen) immers niet toegankelijk genoeg. PMH’s worden over het hoofd gezien in een aantal projecten.
    • De NHRPH dringt erop aan dat het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (UNCRPD) wordt meegenomen in de concrete invulling van de SDG’s. Dit is absoluut nodig opdat geen enkele PMH uit de boot valt. Alle mechanismen van alle deelgebieden moeten dringend worden geactiveerd en op elkaar worden afgesteld om tot een globaal en coherent werk te komen. De Interministeriële Conferentie (IMC) Handicap moet snel een vergaderrooster opstellen.
  1. De NHRPH heeft verschillende vragen over het opvolgingsproces:
    • Zal de NHRPH de acties concreet mee kunnen opvolgen?
    • Zal de NHRPH kunnen worden betrokken bij de in het voorontwerp beschreven analysen en studies, wetende dat de uitdagingen voor de PMH’s zo vroeg mogelijk in de veranderingstrajecten moeten worden geïdentificeerd?
    • Er wordt ook over indicatoren gesproken. Hoe zullen deze worden vastgesteld en opgevolgd?
    • Er dient te worden gecommuniceerd over de opvolging van het plan en elke burger moet concreet en regelmatig worden geïnformeerd om steun op lange termijn te waarborgen.

Er zijn andere plannen op het federale niveau voorzien in deze regeerperiode, zoals het plan voor de inclusie van PMH’s en het armoedebestrijdingsplan. Deze verschillende federale en nationale plannen moeten worden geïntegreerd.

4. ADVIES BESTEMD

  • Voor opvolging aan mevrouw Zakia Khattabi, Minister van Klimaat, Leefmilieu, Duurzame Ontwikkeling en Green Deal
  • Voor opvolging aan de Interdepartementale Commissie voor duurzame ontwikkeling (ICDO)
  • Ter informatie aan mevrouw Karine Lalieux, Minister belast met Personen met een handicap
  • Ter informatie aan de heer Alexander De Croo, Eerste Minister
  • Ter informatie aan Unia
  • Ter informatie aan het UNCRPD-coördinatiemechanisme
  • Ter informatie aan de federale ombudsman