Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2021/12


Advies nr. 2021/12 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de verzekering van elektrische rolstoelen, uitgebracht tijdens de plenaire vergadering van 21/06/2021.

Advies op initiatief van de NHRPH.

1. ONDERWERP

De NHRPH heeft kennis genomen van het arrest nr. 15/2021 van 28 januari 2021 van het Grondwettelijk Hof over artikel 43 van de wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake economie (artikel 2bis van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen).

2. ANALYSE

Arrest van het Grondwettelijk Hof

Er werden verschillende prejudiciële vragen gesteld aan het Grondwettelijk Hof, waaronder de volgende: 

  1. Schendt artikel 43 Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake economie, de bepalingen over de fundamentele rechten en vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet (met name de artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in zoverre deze bepaling de verzekeringsplicht handhaaft voor bromfietsen klasse A, zoals omschreven in art. 2.17.1 Wegverkeersreglement, doch niet voor voertuigen die niet onder het toepassingsveld van art. 2.17.1 Wegverkeersreglement sorteren en een autonome snelheid van maximaal 25 km/u hebben, doch via ondersteuning een hogere snelheid kunnen halen en bijgevolg een evenwaardige dan wel grotere kinetische energie hebben dan bromfietsen klasse A? 
  1. Schendt artikel 43 Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake economie, de bepalingen over de fundamentele rechten en vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet (met name de artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in zoverre deze bepaling de verzekeringsplicht handhaaft voor bromfietsen klasse A, zoals omschreven in art. 2.17.1 Wegverkeersreglement, doch niet voor voertuigen die niet onder het toepassingsveld van art. 2.17.1 Wegverkeersreglement sorteren en een autonome snelheid van maximaal 25 km/u hebben, doch gemiddeld een grotere massa hebben dan bromfietsen klasse A en bijgevolg een grotere kinetische energie hebben dan bromfietsen klasse A?

Het Hof herinnerde aan het volgende:

Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is.

 Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel.

Het Hof leidde hieruit het volgende af:

B.3.3 De wetgever had met de in het geding zijnde bepaling de bedoeling de bestuurders van bepaalde motorrijtuigen alsnog als zwakke weggebruikers in de zin van artikel 29bis te beschouwen, en hen vrij te stellen van de verzekeringsplicht voor motorrijtuigen.

(…)

Hoewel de definitie van een bromfiets klasse A, zoals is vermeld in B.2.6, op zich niet verwijst naar de massa van het voertuig, maar enkel betrekking heeft op het vermogen en de snelheid, is het niet onredelijk te oordelen dat de bestuurder van een voertuig dat aan die definitie voldoet, tot de niet-zwakke weggebruikers behoort, omdat de inverkeerstelling van het voertuig in kwestie op zich een gevaar betekent voor de andere gebruikers van de openbare weg. Bijgevolg is het niet zonder redelijke verantwoording om bromfietsen klasse A, waarvan de massa, in combinatie met de toegelaten maximale snelheid, over het algemeen tot een grotere kinetische energie leidt, te onderwerpen aan de verzekeringsplicht.

B.3.4 Gelet op de in B.3.3 vermelde doelstelling is het daarentegen niet redelijk verantwoord dat voor alle andere voertuigen die niet aan de definitie van een bromfiets klasse A voldoen, wel een vrijstelling van de verzekeringsplicht geldt, ongeacht hun massa, louter op basis van hun maximale autonome snelheid. Uit de niet-exhaustieve opsomming van de voertuigen in de parlementaire voorbereiding blijkt dat de wetgever veronderstelt dat alle andere voertuigen die een maximale snelheid van 25 km/u hebben, noodzakelijk een minder grote massa hebben dan bromfietsen klasse A. Anderzijds veronderstelt de wetgever dat voor die voertuigen, die toch een grotere massa hebben en die bijgevolg een motorische aandrijving vereisen om eenvoudig hanteerbaar te zijn, de autonome snelheid aanzienlijk lager zal zijn dan 25 km/u, wat zou verantwoorden dat zij eveneens worden uitgesloten

Niet-exhaustieve lijst van bedoelde voertuigen:

Voorbeelden van geviseerde motorrijtuigen: de elektrische rolstoel, die reeds werd uitgesloten van artikel 29bis, het hoverboard, de zelfbalancerende toestellen, het elektrisch skateboard, de elektrische fiets, de miniquad, de minimoto, voor zover ze rijden met een maximumsnelheid van 25 km/u. Deze lijst is geenszins exhaustief en louter indicatief.

Het Grondwettelijk Hof besluit hieruit het volgende:

Artikel 2bis, eerste lid, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, zoals ingevoegd bij artikel 43 van de wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake economie, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het bepaalt dat de motorrijtuigen bedoeld in artikel 1, eerste lid, die door de mechanische kracht 25 km/u niet overschrijden, zijn uitgezonderd van de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, § 1, van de voormelde wet van 21 november 1989, zonder de massa van die motorrijtuigen in aanmerking te nemen.

Opvolging

Tijdens zijn plenaire vergadering van 15 maart 2021 heeft de NHRPH kennis genomen van dit arrest en beslist een aantal vragen te stellen aan de Minister van Economie en de Minister van Mobiliteit. In een brief van 26 mei 2021 liet de Minister van Economie weten dat de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen moet worden aangepast als gevolg van het arrest van het Grondwettelijk Hof.

Op 10 juni 2021 heeft een deskundige van de NHRPH deelgenomen aan een vergadering van de Commissie voor verzekeringen hierover. Er werd met name verwezen naar een voorstel om de richtlijn motorrijtuigenverzekering te herzien, teneinde de regels van de Europese Unie inzake motorrijtuigenverzekering aan te scherpen, de slachtoffers van verkeersongevallen beter te beschermen en de rechten van de verzekerden te verbeteren. Er werd ook gezegd dat ‘kwetsbare weggebruiker’ een Belgisch begrip is, en dat nog moet worden bekeken of een dergelijk begrip een plaats kan hebben in de verwachte nieuwe Europese regels. Een vertegenwoordiger van de verzekeringssector pleitte voor een bindende nationale en Europese regelgeving inzake het beginsel van verplichte verzekering voor alle motorrijtuigen. Hij vermeldde ook het beginsel van uitzondering voor voertuigen die niet sneller rijden dan 14 km/u. Boven die snelheid zou rekening worden gehouden met de massa van het voertuig.

3. ADVIES

  • De NHRPH vraagt zich af of er een verzekering komt voor elektrische rolstoelen en scooters voor personen met een handicap op de openbare weg. Zo ja, dan vindt de NHRPH dat een familiale aansprakelijkheidsverzekering moet volstaan.
  • Betaalbaarheid van verzekeringen is immers een essentieel aspect voor personen met een handicap, die doorgaans geen aanzienlijk inkomen hebben. BA-autoverzekeringen zijn evenwel over het algemeen duurder.
  • De bestuurder van een elektrische rolstoel of scooter met een kinetische energie van maximaal 25 km/u moet bij een ongeval altijd als zwakke weggebruiker worden beschouwd (in de zin van de verzekeringswetgeving). De rolstoel (of aangepaste scooter) van een persoon met een handicap heeft immers niets te maken met een motorrijtuig, zelfs al heeft die een motor: de rolstoel, een soort ‘prothese’ of ‘uitbreiding’ van het lichaam, is een verlengstuk van de persoon. Het is geen mobiliteitskeuze, maar een noodzaak.
  • Tijdens de vergadering van de Commissie voor verzekeringen verklaarde een verzekeringsdeskundige dat uitzonderingen wellicht mogelijk zijn voor alle motorrijtuigen met een kinetische energie van maximaal 14 km/u. Volgens hem moet vanaf 14 km/u rekening worden gehouden met de massa om te bekijken welke uitzondering mogelijk is. Dit is belangrijk, aangezien een elektrische rolstoel al gauw meer dan 100 kg weegt. De NHRPH wenst meer informatie hierover. Op welke basis werd het criterium van 14 km/u gekozen?
  • Volgens informatie van de Minister van Mobiliteit bepaalt artikel 7bis van de Wegcode dat gebruikers van voortbewegingstoestellen waarmee niet sneller dan stapvoets wordt gereden, met ‘voetgangers worden gelijkgesteld’, terwijl gebruikers van voorbewegingstoestellen waarmee sneller dan stapvoets wordt gereden, ‘met fietsers worden gelijkgesteld’. Afhankelijk van de snelheid moeten personen met een handicap in een elektrische rolstoel of een scooter (die door de bouw niet sneller dan 25 km/u kan rijden) dus de regels van de Wegcode volgen die gelden voor voetgangers of fietsers. Is het trottoir of de berm onbegaanbaar, dan mogen voetgangers de andere delen van de openbare weg gebruiken, meer bepaald het fietspad of de rijbaan (bij gebruik van de rijbaan moeten voetgangers zich zo dicht mogelijk bij de rand van de rijbaan houden en behoudens bijzondere omstandigheden links in de door hen gevolgde richting gaan). Aangezien voetgangers en fietsers zwakke weggebruikers zijn, is het des te belangrijker dat gebruikers van elektrische rolstoelen en scooters voor personen met een handicap altijd als zwakke weggebruikers worden beschouwd in de zin van de verzekeringswetgeving, indien zij niet sneller rijden dan 25 km/u.
  • Voor de NHRPH moet de huidige wetgeving behouden blijven, mits aanpassing naar aanleiding van het arrest van het Grondwettelijk Hof. Zij biedt veel voordelen. Sinds 2019 zijn gebruikers van kleine elektrische voertuigen automatisch gedekt door hun familiale verzekering. Bovendien worden zij voortaan beschouwd als zwakke weggebruiker. Zij zijn dus beter beschermd omdat zij altijd recht hebben op een vergoeding voor hun lichamelijke letsels indien zij het slachtoffer zijn van een verkeersongeval, waarbij bijvoorbeeld een auto is betrokken.                        
  • Tot slot wil de NHRPH op de hoogte worden gehouden van de stand van zaken van de voorgestelde herziening van de richtlijn motorrijtuigenverzekering tot aanscherping van de EU-regels inzake motorrijtuigenverzekering.

4. ADVIES BEZORGD

  • Voor opvolging aan de heer Pierre-Yves Dermagne, Vice-eersteminister en Minister van Economie en Werk
  • Voor opvolging aan de heer Georges Gilkinet, Vice-eersteminister en Minister van Mobiliteit
  • Voor opvolging aan mevrouw Eva De Bleeker, Staatssecretaris voor Begroting en Consumentenbescherming
  • Ter informatie aan mevrouw Karine Lalieux, Minister belast met Personen met een handicap
  • Ter informatie aan Unia
  • Ter informatie aan het UNCRPD-coördinatiemechanisme
  • Ter informatie aan de federale ombudsman