Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2021/31


Advies nr. 2021/31 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de Back to work-hervorming, uitgebracht tijdens de plenaire vergadering van 20 september 2021.

Advies uitgebracht op initiatief van de NHRPH.

1. ONDERWERP

De regering wil de tewerkstellingsgraad verhogen, o.a. door meer in te zetten op de terugkeer naar het werk van personen met gezondheidsproblemen.

2. ANALYSE

De procedure voor de terugkeer naar het werk van werknemers in arbeidsongeschiktheid ligt al verschillende jaren bij de opeenvolgende federale regeringen op tafel.

De lijnen van de hervorming waren al uitgetekend en de NHRPH heeft deze in het verleden uitvoerig van commentaar voorzien (zie adviezen 2015-10, 2015-32 et 2016-12).

De Minister van Sociale Zaken wilde de slagkracht van de wedertewerkstelling opdrijven en verkreeg van de regering extra financiële middelen voor de uitvoering en de opvolging van de re-integratietrajecten.

Hij heeft al eerder een beroep gedaan op verschillende actoren en belanghebbenden, waaronder de NHRPH (2 ontmoetingen: met het Bureau van de NHRPH op 12 april 2021 en met de WG Tewerkstelling van de NHRPH op 23 mei 2021).

Tijdens deze ontmoetingen heeft hij de nadruk gelegd op enkele essentiële aspecten:

  • De bestaande procedures zullen worden verbeterd, vereenvoudigd en versterkt.
  • Het traject is gebaseerd op een multidisciplinaire benadering.
  • Preventiedoelstelling: voorkomen dat nieuwe personen die in arbeidsongeschiktheid belanden lang arbeidsongeschikt blijven
  • Steun verlenen aan ondernemingen en werknemers
  • Responsabilisering van alle actoren (en nader vast te leggen financiële stimulansen) en snelle onderlinge koppeling
  • RIZIV-samenwerkingsakkoorden met gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling
  • Snelle identificatie van steun en noodzakelijke aanpassingen

De NHRPH heeft geen hier enkele tekst over ontvangen en vernam het aannemen van de maatregel door de Ministerraad en van enkele aspecten ervan via de pers. Naar verluidt zou de federale regering de eerste jaren ongeveer 18.000 personen per jaar helpen, daarna 24.000. De coaching voor wedertewerkstelling zou worden gelanceerd na 3 maanden ongeschiktheid. Een honderdtal “weer aan het werk”-coördinatoren zouden worden aangeworven in 2022-2023, enz.

3. ADVIES

De NHRPH betreurt dat hij niet werd geraadpleegd bij het opstellen van de teksten.

Ook al kan de NHRPH de voorgestelde doelstellingen en principes onderschrijven (zie analyse), hij had het op prijs gesteld de teksten te ontvangen om een volledig en gedetailleerd advies te kunnen uitbrengen. De NHRPH verzoekt de Minister van Sociale Zaken hem de teksten zo spoedig mogelijk toe te zenden.

De NHRPH benadrukt alvast een onmiskenbare realiteit: een persoon met een definitieve en onomkeerbare lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicap of een chronische ziekte opnieuw tewerkstellen verloopt uiteraard heel anders dan de terugkeer van een werknemer die na de periode van invaliditeit of arbeidsongeschiktheid een groot deel van zijn autonomie heeft teruggekregen:

  • Soms is een langere periode van begeleiding nodig, omdat de uitdagingen in verband met de handicap nog bovenop de klassieke uitdagingen van het einde van de ‘traditionele’ ongeschiktheid komen.
  • De wedertewerkstelling vereist bovendien een precieze kennis van de behoeften van de werknemer met een handicap. Zo zijn er o.a. de toegankelijkheid van de weg naar het werk, de werktijden die worden beïnvloed door terugkerende behandelingen, grotere vermoeidheidsproblemen van de werknemer, het risico op terugval dat soms groter is, enz.)
  • Bij het organiseren van een opleidingstraject moet ook erop worden toegezien dat dit traject toegankelijk is, dat de werknemer de opleiding ook effectief kan volgen (bijv. aangepaste hulpmiddelen).
  • Enz.

De NHRPH stelt zich daarom een hele reeks vragen, waaronder:

  • Welke middelen krijgen de ziekenfondsen om het re-integratietraject van PMH in goede banen te leiden?
  • De pers vermeldt de functie van “terug naar werk”-coördinatoren: krijgen die een dwingende bevoegdheid in de procedure?
  • Hoe zijn de multidisciplinaire teams samengesteld?
  • Wat is het kader van de mogelijke opleidingstrajecten? Sommige van de huidige opleidingstrajecten zijn al verzadigd; andere trajecten leiden soms moeilijker tot tewerkstelling. Wat zal het keuzekader zijn voor de werknemer met een handicap?
  • Zal de PMH dezelfde prioriteit en aandacht krijgen als valide werknemers? Met andere woorden, zal de ingevoerde procedure kunnen voorkomen dat de ziekenfondsen voorrang geven aan begeleiding van werknemers die gemakkelijker opnieuw in het arbeidsproces kunnen worden ingeschakeld?
  • Hoe zal de samenwerking tussen het RIZIV, de bureaus voor arbeidsbemiddeling en de gewestelijke diensten voor begeleiding aan werknemers met een handicap (AVIQ, VDAB, …) worden georganiseerd?
  • Hoe zal de tenlasteneming worden geregeld van de materiële steun die de PMH nodig heeft om zijn werk te kunnen uitvoeren? Zullen de aanvragen die verder gaan dan de traditionele hulpmiddelen door het RIZIV ten laste worden genomen en zonder bijdrage voor de werknemer?
  • Wat zullen de gevolgen zijn van deze “weer aan het werk”-regeling op de tegemoetkomingen voor personen met een handicap?
  • Wanneer telewerk mogelijk is, wie neemt dan het materiaal bij de PMH thuis ten laste?
  • Is er een evaluatie van het systeem voorzien? De NHRPH vraagt om zo spoedig mogelijk te worden betrokken bij de lessen die kunnen worden getrokken uit de re-integratietrajecten van werknemers met een handicap.
  • Hoe zullen de uitwisselingen tussen de belanghebbenden verlopen? Telefonisch? Per e-mail? Communicatie en communicatietools, lokalen, opleidingsmateriaal, … moeten toegankelijk zijn (gebarentaal, gemakkelijk te lezen en te begrijpen taal, enz.).

De NHRPH wenst de aangenomen reglementaire teksten en de eerste feedback van de Minister zo snel mogelijk te ontvangen.

4. ADVIES BESTEMD

  • Voor opvolging aan de heer Frank Vandenbroucke, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
  • Voor opvolging aan mevrouw Karine Lalieux, Minister van Pensioenen en Maatschappelijke Integratie, belast met Personen met een handicap, Armoedebestrijding en Beliris
  • Voor opvolging aan de heer Pierre-Yves Dermagne, Vice-eersteminister en Minister van Economie en Werk
  • Ter informatie aan de heer Alexander De Croo, Eerste Minister
  • Ter informatie aan Unia
  • Ter informatie aan het UNCRPD-coördinatiemechanisme
  • Ter informatie aan de federale ombudsman