Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2021/18


Advies nr. 2021/18 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het nieuwe openbaredienstencontract voor de NMBS en het nieuwe performantiecontract voor Infrabel, besproken tijdens de plenaire zitting van 17/05/2021 en goedgekeurd op 9 juli 2021 na raadpleging van de leden via e-mail.

Advies op initiatief van de NHRPH.

1. ONDERWERP

De regering-De Croo en de NMBS bereiden het nieuwe openbaredienstencontract voor. Het vorige contract, toen nog beheerscontract genoemd, dateert van 2008. Het liep tot 2012 en werd daarna - in licht aangepaste vorm - verlengd. Er wordt ook een performantiecontract onderhandeld tussen de federale regering en Infrabel.

2. ANALYSE

De NHRPH heeft in het verleden al enkele adviezen (2014-08 en 2015-30) over het toekomstige openbaredienstencontract van de NMBS gepubliceerd en ook in andere adviezen kwam het thema ter sprake. Uiteindelijk is er in die periode geen nieuw openbaredienstencontract gesloten.

Momenteel wordt een nieuw openbaredienstcontract voorbereid. De federale overheid publiceerde al een lijst van Voorafgaande specificaties van de doestellingen, het voorwerp en de reikwijdte van de toekomstige concessie.

Bij het lezen van dit document wil de NHRPH toch 2 begrippen verduidelijken: toegankelijkheid en inclusie.

Het eerste is toegankelijkheid, dat in de specificaties foutief lijkt te worden gebruikt in de te algemene betekenis van ‘toegang’. Toegankelijkheid houdt in dat iedere persoon, ook iedere persoon met een beperkte mobiliteit en iedere persoon met een handicap, autonome, volledige en volwaardige toegang heeft tot goederen en diensten. De NHRPH wijst er hier nog eens op dat personen met een beperkte mobiliteit (ouderen, zwangere vrouwen, kinderen, mensen met een gebroken been, …) en personen met een handicap 2 groepen zijn die maar gedeeltelijk overlappen.

Voor een goede toegankelijkheid moeten de 5 B’s vervuld zijn:

  • Bereikbaarheid: vlotte en autonome oriëntatie en verplaatsing in de stationsomgeving naar en van het station;
  • Betreedbaarheid: vlotte en autonome oriëntatie en verplaatsing in het station, naar de perrons en op, in en van de trein;
  • Bruikbaarheid: vlot en autonoom kunnen gebruik maken van de apparaten en diensten door de NMBS zelf geleverd en in aanneming
  • Begrijpbaarheid: vlotte en autonome toegang tot informatie, zowel digitaal als andere;
  • Betaalbaarheid: het niet door- of aanrekenen van de kosten voor de dienstverlening aan personen met een handicap (bv. gebarentolk, braillebrochure, assistentie, …) aan de klant met een handicap.

Inclusie houdt in dat de nodige redelijke aanpassingen worden voorzien om iedere persoon, ook iedere persoon met een beperkte mobiliteit en iedere persoon met een handicap, op voet van gelijkheid met anderen volwaardig te laten deelnemen aan alle aspecten van het maatschappelijk leven.

Artikel 2 van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap definieert ‘redelijke aanpassingen’ als volgt: noodzakelijke en passende wijzigingen, en aanpassingen die geen disproportionele of onevenredige, of onnodige last opleggen, indien zij in een specifiek geval nodig zijn om te waarborgen dat personen met een handicap alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid met anderen kunnen genieten of uitoefenen.

Behalve het openbaredienstencontract met de NMBS onderhandelt de federale regering ook een performantiecontract met Infrabel. De federale overheid publiceerde hierover een reeks Voorafgaande specificaties van de doelstellingen, het voorwerp en de reikwijdte van het contract dat met Infrabel moet worden afgesloten.

De NHRPH herinnert eraan dat de toegankelijkheid en het succes van het spoorverkeer een belangrijke troef kunnen zijn in de strijd tegen o.a. luchtvervuiling en de opwarming van het klimaat.

3. ADVIES

De NHRPH is een vurig pleitbezorger van integrale autonome toegankelijkheid voor allen en vraagt dat dit begrip wordt opgenomen als criterium voor de beoordeling van de NMBS, op hetzelfde niveau als stiptheid en veiligheid. Toegankelijkheid – zie definitie onder 3. Analyse - moet een voorwaarde sine qua non worden voor openbare aanbestedingen en investeringsdomeinen van de NMBS: rijtuigen, gebouwen, dienstverlening, verkooppunten, …

De NHRPH herinnert eraan dat dit openbaredienstencontract past binnen een kader van duurzame ontwikkeling en non-discriminatie. Sommige fondsen zullen immers afkomstig zijn van het Plan voor Herstel en Veerkracht (met toegangsclausule voor kwetsbare groepen).

De NHRPH vraagt de onderhandelaars van het nieuwe NMBS-openbaredienstcontract (de federale regering en de NMBS) om rekening te houden met de volgende documenten en reglementeringen:

  • Advies 2021-02 van de NHRPH, een advies met 10 prioriteiten voor de NMBS:
    1. Toegankelijke informatie voor reizigers;
    2. Toegankelijke treinen;
    3. Toegankelijke stations en haltes;
    4. Assistentie;
    5. Toegankelijke ticketverkoop;
    6. Toegankelijke omgeving;
    7. Intermodaliteit;
    8. Sensibilisering en training van het personee;l
    9. Sensibilisering van de passagiers;
    10. Overleg met de handicapsector;
  • Adviezen 2015-30 en 2014-08 van de NHRPH over de beheerscontracten van de NMBS-Groep;

  • De Resolutie betreffende het garanderen van de toegankelijkheid van het Belgisch treinverkeer van 15/04/2021;

  • Technical specifications for interoperability (TSI) 1300/2014, waarin ook de verplichting wordt opgenomen dat de lidstaten een toegankelijkheidstrategie uitwerken in samenwerking met de spoorwegoperatoren (NMBS), de infrastructuurbeheerder (Infrabel) en de belangenorganisaties voor personen met een handicap;

  • De andere Europese richtlijnen, zoals de webrichtlijn en de European Accessibility Act;

  • Artikel 20 van het VN-verdrag inzake de rechten van de personen met een handicap. Met betrekking tot mobiliteit bepaalt artikel 20 van het VN-Verdrag:

De staten die partij zijn nemen doeltreffende maatregelen om de persoonlijke mobiliteit van personen met een handicap met de grootst mogelijke mate van zelfstandigheid te waarborgen, onder meer door:

      • de persoonlijke mobiliteit van personen met een handicap te vergemakkelijken op de wijze en op het tijdstip van hun keuze en tegen een betaalbare prijs;
      • de toegang voor personen met een handicap tot hoogwaardige mobiliteitshulpmiddelen, -apparaten, ondersteunende technologieën en vormen van hulp door mens of dier en tot bemiddeling te vergemakkelijken, onder meer door deze beschikbaar te maken tegen een betaalbare prijs;
      • personen met een handicap en gespecialiseerd personeel dat met personen met een handicap werkt, training in mobiliteitsvaardigheden te verschaffen;
      • instellingen die mobiliteitshulpmiddelen, -apparaten en ondersteunende technologieën produceren, aan te moedigen rekening te houden met alle aspecten van mobiliteit voor personen met een handicap.

De NMBS moet een toegankelijkheidsnormering toepassen, en die moet gepaard gaan met objectieve metingen. De NHRPH vraagt in dit kader het gebruik van eenduidige en goed gedefinieerde begrippen in het openbaredienstencontract.

De NMBS moet een langetermijnvisie op toegankelijkheid hanteren met een concrete en ambitieuze kalender, zoals bepaald in de door de TSI opgelegde toegankelijkheidsstrategie.

  • Elke nieuwe aankoop, dienst, aanbouw en renovatie moet toegankelijk zijn.
  • Wat nog niet toegankelijk is, moet op middellange termijn ook toegankelijk worden. Hiervoor zijn concrete deadlines nodig.
  • Voor de toegankelijkheid moet de NMBS de nodige middelen uittrekken.

Twee aspecten die daarbij niet mogen worden vergeten zijn de oriëntatie en het informeren van de reiziger met een handicap. Daarnaast vraagt de NHRPH dat assistentie blijvend wordt gegarandeerd. Er zullen altijd reizigers zijn die ongewild afhankelijk blijven van persoonlijke assistentie, ook wanneer stations en treinen autonoom toegankelijk worden. De voorkeur gaat dan naar assistentie door opgeleid personeel dat ter plaatse aanwezig is. Ook kan er voor de NHRPH geen sprake zijn van een toegankelijk station als er geen assistentie wordt geboden.

Daarbij moet ook dringend werk worden gemaakt van een reeds oude vraag van de NHRPH: menselijke assistentie van de trein naar andere vervoersmodaliteiten (bus, taxi, metro, tram, …), ook wanneer de assistentie zo deels buiten het terrein van de NMBS valt. Hiervoor is overleg met de andere aanbieders van (openbaar) vervoer en de bevoegde overheden noodzakelijk.

In het vorige beheerscontract werd verwezen naar de rol van de NHRPH als geprivilegieerde gesprekspartner op federaal niveau voor toegankelijkheid voor personen met een handicap of een beperkte mobiliteit. In het kader van de inclusie – zie definitie onder 3. Analyse - van personen met een handicap wenst de NHRPH dat de rol van de NHRPH als geprivilegieerde gesprekspartner op federaal niveau voor toegankelijkheid voor personen met een handicap of een beperkte mobiliteit ook in het nieuwe contract wordt opgenomen. De NHRPH verwacht te worden geraadpleegd voor alle projecten die een impact kunnen hebben op personen met een handicap. De NHRPH heeft een uitstekende samenwerking met de NMBS via zijn interne werkgroep, maar de ervaring van de laatste jaren leert dat niet alle handicapgerelateerde dossiers aan de werkgroep werden voorgelegd. Voor de NHRPH is dat niet langer aanvaardbaar: de NHRPH mag niet als excuus dienen en moet een volwaardige handicapgesprekspartner zijn. Om deze samenwerking te vertalen naar concrete verwezenlijkingen, verwijst de NHRPH opnieuw naar de toegankelijkheidsstrategie zoals opgelegd door de TSI en de hiertoe voorziene middelen.

De NHRPH wenst ook te worden betrokken bij de aanpassingen aan Revalor, het toegankelijkheidshandboek van de NMBS.

De NHRPH vraagt om te streven naar universal design.

De NHRPH vraagt om de Europese Technical specifications for interoperability (TSI) als minimumnorm te hanteren.

Voor het uitwerken van technische analyses en oplossingen vraagt de NHRPH de NMBS om de technische structuren inzake toegankelijkheid (CAWaB, Inter) te raadplegen.

De NHRPH wenst dat voor het nieuwe GEN-RER-netwerk dezelfde voorwaarden gelden als voor de rest van het spoorwegnetwerk, zoals opgelegd door de TSI.

De NHRPH vraagt de onderhandelaars van het nieuwe Infrabel-prestatiecontract (de federale regering en Infrabel) om rekening te houden met de voorgaande documenten en reglementeringen, voor zover die van toepassing zijn op Infrabel.

Hoewel de NMBS verantwoordelijk is voor de toegankelijkheid van treinen, stations en haltes, hebben ook de beslissingen van Infrabel een impact op de toegankelijkheid voor personen met een handicap.

Enkele voorbeelden:

  • De toegankelijkheid van overwegen;
  • De toegankelijkheid van tunnels en sporen, bijvoorbeeld wanneer de trein moet worden ontruimd in geval van een panne, of noodsituatie;
  • Het vermijden van hindernissen op de perrons, zoals onder meer bovenleidingspalen, seinpalen, …
  • Standaardisatie van de gebruikte materialen zoals kleur van geleidelijnen.

Bovendien moet Infrabel ook rekening houden met het openstellen van het Belgische spoorwegnet voor alle treinverkeer binnen Europa in het kader van het creëren van één Europese spoorwegruimte en de liberalisering van het spoorverkeer. Infrabel moet ervoor zorgen dat ook buitenlandse spoorwegmaatschappijen een vlotte toegang hebben tot het Belgische spoornetwerk. Op haar beurt moet de NMBS haar perrons autonoom toegankelijk maken voor de passagiers van treinen van andere firma’s.

Het overleg tussen de NMBS en Infrabel moet beter.

Infrabel moet een Disability Manager aanduiden die systematisch overleg pleegt met de Disability Manager van de NMBS.

De NHRPH vraagt de onderhandelaars om het nieuwe artikel 22ter van de Grondwet ambitieus te implementeren:

Art. 22ter. Iedere persoon met een handicap heeft recht op volledige inclusie in de samenleving, met inbegrip van het recht op redelijke aanpassingen.

Er zijn goede praktijkvoorbeelden van een toegankelijk spoorverkeer te vinden in het buitenland. Landen als Nederland en Zwitserland hebben de toegankelijkheid wettelijk verankerd, met inbegrip van de afdwingbaarheid ervan. Daar staat tegenover dat de overheid ook de nodige middelen vrijmaakte voor een toegankelijk spoorverkeer. Hier is dus een zeer belangrijke rol weggelegd voor de federale regering.

4. BESTEMMELINGEN

  • Voor opvolging aan mevrouw Sophie Dutordoir, ceo van de NMBS
  • Voor opvolging aan de heer Benoît Gilson, ceo van Infrabel
  • Voor opvolging aan de heer Georges Gilkinet, Minister van Mobiliteit
  • Ter info aan mevrouw Karine Lalieux, Minister van Pensioenen en Maatschappelijke Integratie, belast met Personen met een handicap, Armoedebestrijding en Beliris
  • Ter info aan Unia
  • Ter info aan CAWaB
  • Ter info aan het UNCRPD-coördinatiemechanisme
  • Ter info aan Ombudsrail
  • Ter info aan het Raadgevend Comité van de Treinreizigers