Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2020/03

Advies nr. 2020-03 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het Nationaal Hervormingsprogramma 2020, uitgebracht tijdens de plenaire vergadering van 17/02/2020.

Advies op verzoek van de Eerste Minister, mevrouw Sophie Wilmès (verzoek van 29/01/2020).

1. ONDERWERP

De Europa 2020-strategie heeft tot doel de verbetering van de indicatoren voor duurzame ontwikkeling inzake groei, werkgelegenheid en milieubescherming op elkaar af te stemmen en tegelijk het concurrentievermogen van Europa op wereldvlak te vergroten. In het kader van deze strategie dient elke lidstaat bij de Europese Commissie een uitgewerkt programma in met nationale doelstellingen die voortvloeien uit de ambities die op Europees niveau vastgesteld zijn. Dit is het Nationaal Hervormingsprogramma (NHP).

De Eerste Minister heeft het advies van de NHRPH gevraagd ter voorbereiding van het NHP 2020.

2. ANALYSE

Op 27 februari 2019 wees de Europese Commissie in het evaluatieverslag van België in het kader van het Europees semester op het volgende:

  • De inactiviteitsgraad behoort tot de hoogste in de EU en personen met een handicap lopen in vergelijking met andere landen meer risico op armoede of sociale uitsluiting (blz. 5).

  • Personen met een handicap staan voor bijzonder stevige uitdagingen op het gebied van de toegang tot de gezondheidszorg (blz. 8).

  • De inactiviteitsgraad behoort tot de hoogste in de EU en een toenemend deel van de inactieven is ziek of invalide. In 2017 bedroeg de inactiviteitsgraad (25 - 64 jaar) 23,4 %, wat ruim boven het EU-gemiddelde van 20,4 % is. Hoewel de inactiviteitsgraad in de loop der tijd stabiel is gebleven, zijn de redenen voor inactiviteit aanzienlijk veranderd. De inactieve bevolking tussen 25 en 64 jaar die ziek of invalide was, nam toe van 16 % in 2007 tot 30 % in 2017 (blz. 36).

  • Personen met een handicap staan voor bijzonder grote uitdagingen op het gebied van armoede, onderwijsniveau en werkgelegenheid. De werkgelegenheidsgraad voor personen met een handicap is veel lager dan het EU-gemiddelde (40,5 % tegenover 48,1 %). De overgang van de traditionele benadering van het welzijn van personen met een handicap naar een op rechten gebaseerde benadering (waarbij personen met een handicap worden beschouwd als actieve burgers die toegang tot alle gemeenschapsdiensten nodig hebben) verloopt traag. Aangezien allerlei domeinen (werk, onderwijs, diensten, sociale uitkeringen enz.) moeten worden aangepakt, maakt het ontbreken van een de-institutionaliseringsstrategie in overleg tussen het federale en het deelstaatniveau (in overeenstemming met het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap) het moeilijker om de situatie aan te pakken (blz. 49).

  • Er moet ook fors worden geïnvesteerd in sociale inclusie, met name om te zorgen voor gelijke en inclusieve toegang tot diensten (met inbegrip van gezondheidszorg en langdurige zorg), volledige deelname van personen met een handicap aan de samenleving (blz. 49).

Op 5 juni 2019 heeft de Europese Raad België een reeks aanbevelingen overhandigd voor zijn nationaal hervormingsprogramma 2020:

  1. "ervoor zorgen dat het nominale groeipercentage van de primaire netto-overheidsuitgaven in 2020 niet hoger ligt dan 1,6 %, hetgeen neerkomt op een jaarlijkse structurele aanpassing van 0,6 % van het bbp; eventuele meevallers gebruiken om de overheidsschuldquote sneller te verminderen; de hervormingen voortzetten om de budgettaire houdbaarheid van de stelsels voor langdurige zorg en pensioenen te waarborgen, onder meer door de mogelijkheden voor vervroegde uittreding uit de arbeidsmarkt te beperken; de samenstelling en efficiëntie van de publieke uitgaven verbeteren, met name door middel van uitgaventoetsingen, en de coördinatie van het begrotingsbeleid door alle overheidsniveaus verbeteren om ruimte te creëren voor openbare investeringen;

  2. de hindernissen om te werken wegnemen en de doeltreffendheid van een actief arbeidsmarktbeleid versterken, met name voor laagopgeleiden, oudere werknemers en personen met een migrantenachtergrond; de prestaties en de inclusiviteit van de onderwijs- en opleidingssystemen verbeteren en de vaardighedenmismatches aanpakken;

  3. het investeringsgerelateerde economische beleid toespitsen op duurzaam vervoer, met inbegrip van verbetering van de spoorweginfrastructuur, decarbonisatie en energietransitie en onderzoek en innovatie, met name op het gebied van digitalisering, rekening houdend met regionale verschillen; de groeiende mobiliteitsuitdagingen aanpakken door de prikkels te versterken en belemmeringen weg te nemen om vraag naar en aanbod van collectief vervoer en vervoer met een lage emissie te vergroten;

  4. de regelgevende en administratieve druk verminderen om ondernemerschap te stimuleren en de belemmeringen voor concurrentie in de dienstensector, met name telecommunicatie-, detailhandels- en professionele diensten, op te heffen."

3. ADVIES

De NHRPH zou graag de volgende punten als prioriteiten opgenomen zien in het NHP 2020, rekening houdend met de bevindingen van de Commissie, de aanbevelingen van de Europese Raad en de door de verenigingen op het terrein vastgestelde verslechtering van de leefomstandigheden van personen met een handicap (zie verder):

  1. De tewerkstellingsgraad van personen met een handicap en zieken effectief verhogen. De verwachte wedertewerkstellingen als gevolg van de back-to-workmaatregel zijn uitgebleven wegens een gebrek aan begeleiding. Er moeten personele middelen zijn om zieke werknemers en werknemers met een handicap aan het werk te krijgen en te begeleiden (advies 2015-32).

    Meer fundamenteel is het dringend noodzakelijk dat de regering op concrete wijze een maatschappelijke verantwoordelijkheid van de werkgevers in de privésector invoert. De NHRPH neemt nota van de inwerkingtreding van het nieuwe koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden inzake positieve actie betreffende redelijke aanpassingen voor personen met een handicap. De NHRPH wacht op een concrete beoordeling ervan.
    Als grootste werkgever van het land moet de Staat het goede voorbeeld geven door personen met een handicap in dienst te nemen. Het laatste BCAPH-verslag van 2018 maakt gewag van een gemiddelde tewerkstellingsgraad van minder dan 2 % in het federaal openbaar ambt. In zijn advies 2017-01 formuleert de NHRPH een aantal aanbevelingen om de tewerkstelling van personen met een handicap en zieken in het openbaar ambt te ondersteunen.

  2. Het reglementair kader hervormen. Het stelsel van de tegemoetkomingen voor personen met een handicap – wet van 27 februari 1987 – voorziet absoluut niet meer in de behoeften van personen met een handicap: de inkomensvervangende tegemoetkoming ligt 20 % onder de armoedegrens, het inkomen van het jaar -2/-1 wordt in aanmerking genomen, het duurt lang om de dossiers te behandelen, er zijn geen concrete maatregelen of overstapmaatregelen om de terugkeer naar het werk te ondersteunen, … Allemaal situaties die personen met een handicap verder in de armoede duwen. Er is dringend nood aan een grondige hervorming van de wet, die op 1 februari 2020 201.192 begunstigden aanbelangt (memorandum 2019).

    Het begrip ‘vroegere toestand’ in artikel 100 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 (RIZIV-stelsel) sluit begeleidingsmaatregelen voor de (weder)tewerkstelling uit voor personen bij wie de handicap zich op zeer jonge leeftijd manifesteerde. De NHRPH benadrukt dat een dergelijke maatregel anachronistisch is en dat de tekst moet worden herschreven om werknemers met een handicap een volledige en duurzame sociale bescherming te garanderen, ongeacht de oorzaak van hun handicap.

  3. Opleidingen moeten toegankelijker en van hogere kwaliteit worden. De overwegingen van de afgelopen jaren in verband met schooluitval en de ontoereikendheid van opleidingen en vakrichtingen die niet of nauwelijks beantwoorden aan de behoeften van de arbeidsmarkt, gelden des te meer voor studenten met een handicap. De NHRPH herinnert ook aan zijn oproep tot meer inclusief onderwijs, wat ook zou moeten bijdragen tot minder schooluitval. Dit betekent niet de afschaffing van het bijzonder onderwijs, maar de aanpassing van het gewone onderwijs aan de behoeften van kinderen met een handicap, door middel van gedifferentieerde pedagogische benaderingen en gebaseerd op de behoeften van de leerling en niet op zijn handicap. In 2019 hebben de VN-deskundigen hierover een duidelijke vraag aan België gesteld (aanbevelingen VN-experten, p. 5 punt 22).

  4. Op het gebied van mobiliteit moet prioriteit worden gegeven aan toegankelijk vervoer voor iedereen en aan intermodaliteit: zelfstandig een trein of bus kunnen nemen is noodzakelijk om volwassenen en kinderen met een handicap toegang te geven tot werk en opleiding. Langetermijnplanning is belangrijk. Door het rollend materiaal dat de NMBS thans aankoopt, zullen de treinen de komende dertig jaar niet toegankelijk zijn voor personen met een handicap (perscommuniqué van de NHRPH van 23/12/2019) en personen met beperkte mobiliteit (m.a.w. 1 op de 3 personen in België). Deze maatregel staat bovendien haaks op de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling die België nochtans heeft onderschreven.

  5. Op het gebied van zorg moeten patiënten die thans geen toegang hebben tot zorg door gebrek aan geld of informatie, een betere toegang ertoe krijgen. Tevens is er nood aan een betere toegankelijkheid van de ziekenhuizen en toegang tot informatie en opleiding voor professionele dienstverleners. Een collectief zorgkader dat ook toegankelijk is voor personen met een handicap is een prioriteit; indien nodig moet worden voorzien in specifieke zorg. Meer details in de nota van de NHRPH van 19/09/2017.

  6. Op het gebied van toegang tot het pensioen herinnert de NHRPH eraan dat het voor veel personen met een handicap, maar ook voor hun mantelzorgers moeilijk is om hun loopbaan te verlengen. Het zou integendeel mogelijk moeten zijn het einde van hun loopbaan aan te passen en onderbrekingsperiodes tijdens hun loopbaan gelijk te stellen. Personen met een handicap en/of hun mantelzorgers hebben vaak minder werkvooruitzichten en loopbaanmogelijkheden, vaak tegen hun wil in, met alle situaties van sociale uitsluiting en armoede op lange termijn van dien (details in de studie van de Koning Boudewijnstichting).

    Op pensioen gaan klinkt voor personen met een handicap vaak als een tweede hellevaart, omdat de kosten van het ouder worden en hun gezondheidstoestand onvermijdelijk stijgen. De regering zou ook de invoering van een ander mechanisme moeten bestuderen, namelijk de loopbaanjaren van personen met een handicap gunstiger in aanmerking nemen om zo hun tewerkstelling te bevorderen. De NHRPH is daarentegen van mening dat een vervroegde toegang tot het rustpensioen (met behoud van de rechten) moet worden bestudeerd voor personen met een handicap. Dit zou hen aanmoedigen om te werken, waarbij tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de voor hen zware activiteit.

  7. Op het gebied van de structuurfondsen dringt de NHRPH erop aan dat zij worden ingezet voor een beleid dat personen met een handicap en hun gezinnen daadwerkelijk ondersteunt bij de ontwikkeling van een zelfstandig leven en hun inclusie in het gemeenschapsleven. De structuurfondsen moeten in de eerste plaats worden ingezet voor de institutionele overgang van personen met een handicap: namelijk huisvesting en aangepaste collectieve hulp.

  8. Op het vlak van armoedebestrijding herinnert de NHRPH nogmaals aan de pijler van de Europa 2020-strategie met betrekking tot armoedebestrijding en in het bijzonder aan de doelstelling om het aantal personen in bestaansonzekerheid in België te verminderen. De armoedecijfers stijgen al jarenlang (2.250.000 personen lopen een zeer groot armoederisico) en de toename van de werkgelegenheid in België is de armsten niet ten goede gekomen: de leefomstandigheden van personen met een handicap in België behoren tot de slechtste in Europa. De regeringen moeten dringend op een coherente en complementaire manier werken aan een interfederale strategie ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting van alle kwetsbare groepen: er moet worden uitgegaan van de behoeften van de verschillende groepen en het beleid moet op alle niveaus worden geïntegreerd. Dit plan moet worden gezien als een essentiële bijdrage aan de economische, sociale en politieke stabiliteit van het land. Bovendien had het Rekenhof in zijn controle van het tweede federaal plan armoedebestrijding (blz. 1 en 16) betreurd dat de interministeriële conferentie Sociale Integratie sinds 2013 wordt onderbenut en sindsdien niet meer heeft vergaderd of substantieel werk geleverd.

    De NHRPH roept op tot een snelle reactivering van de interministeriële conferentie om krachtige en op elkaar afgestemde armoedebestrijdingsmaatregelen te plannen.

    Het boek Handicap en armoede (december 2019) bevat een aantal essentiële aanbevelingen om handicapgerelateerde armoede terug te dringen. Bijzondere aandacht gaat naar:

    1. een betere inkomensbescherming: de IVT verhogen, de ‘prijs van de liefde’ afbouwen, de toekenningsprocedure administratief vereenvoudigen, de evaluatiecriteria en de toepassing ervan grondig onderzoeken;

    2. een volwaardig burgerschap: de maatschappelijke participatie monitoren: handistreaming versterken, ‘handicap’-indicator, interfederale aanpak;

    3. deelname aan de arbeidsmarkt als positieve maatregel: activiteitsvallen terugdringen/vermijden, aangepast werk voor personen met een handicap;

    4. verminderen van niet-gebruik (non take-up): een meer outreachende, proactieve benadering binnen de eerstelijnsdiensten; nadenken over het gebruik van digitale technologieën; bijzondere aandacht voor personen met een migratie-achtergrond.

    Deze overwegingen en standpunten doen denken aan deze van het Belgisch Platform tegen armoede en sociale uitsluiting EU2020 van 31 januari jongstleden:

    de tegemoetkomingen optrekken tot boven de armoedegrens en de volledige sociale bescherming van de bevolking verzekeren,

    gratis kinderopvang, onderwijs, gezondheidszorg en degelijke huisvesting en adequate voeding voor kinderen,

    actieve en sociale inclusie van personen die hun baan hebben verloren en die niet meer gewenst zijn op de arbeidsmarkt,

    dak- en thuisloosheid voorkomen en bestrijden,

    en ten slotte een beleid uittekenen en uitvoeren dat gericht is op een betere integratie van migranten (taalcursussen, erkenning van diploma's en competenties, ondersteuning van sociale diensten enz.).

    De NHRPH staat volledig achter deze aanbevelingen, omdat een chronische ziekte of een handicap bovengenoemde risico's nog verder vergroot. Daarom steunt de NHRPH de aanpak van het Belgisch Platform tegen armoede en sociale uitsluiting EU2020, dat vraagt om zijn Opinie van 31/01/2020 bij het NHP 2020 te voegen.

    De NHRPH herinnert ook aan de vele conclusies en aanbevelingen van het tweejaarlijkse verslag 2018-2019 Duurzaamheid en armoede en aan de gevolgen van de klimaatveranderingsproblematiek op het vlak van armoede. Het is van cruciaal belang dat de armoededimensie wordt meegenomen bij het uitstippelen van het milieubeleid, anders worden armen nog meer uitgesloten. De NHRPH herinnert aan de opmerkelijke bijdrage van de heer Wim Van Lancker (KU Leuven), die erop wees dat

    • de herverdelende werking van de sociale uitgaven met 13 % is afgenomen tussen 2005 (48 %) en 2018 (35 %);

    • de armoede in dezelfde periode zijn hoogste niveau heeft bereikt: 16,4 % tegenover 14,8 %.

    Dit is de slechtst denkbare combinatie. Hierdoor

    1. zijn er in België veel meer mensen in armoede in vergelijking met andere landen

    2. en geraken die mensen er ook moeilijker uit.

    We hebben een langetermijnplan nodig met een duidelijke visie van ‘welk samenlevingsmodel we willen’, anders zitten we hier binnen 25 jaar opnieuw zonder resultaat! De doelstellingen moeten worden uitgesplitst op

    • lokaal niveau: directe ondersteuning, toegankelijke dienstverlening en preventief werk; outreachend werken en toekennen van rechten;

    • regionaal niveau: huisvesting, tewerkstelling, zorg, onderwijs, kinderopvang;

    • federaal niveau: sociale zekerheid, fiscaliteit, gezondheidszorg.

    Overleg over alle niveaus heen is de sleutel tot succes.

  9. Op het gebied van de statistieken bestaat er geen eenduidige definitie van het begrip ‘handicap’ of een duidelijk verband tussen de verschillende erkenningsstelsels. Zo worden personen met een handicap die door de DG Personen met een handicap worden erkend, niet noodzakelijkerwijs erkend door de regionale agentschappen (AVIQ, Phare, VDAB enz.). Zij dreigen bijgevolg buiten de tewerkstellings- en opleidingsmogelijkheden te vallen. De toekomstige regeringen moeten hun databanken integreren en samenwerken om een beleid te ontwikkelen dat werkelijk beantwoordt aan de behoeften van de personen op de voormelde gebieden.

  10. In termen van politiek functioneren wordt het echt noodzakelijk en dringend dat de verschillende bevoegdheidsniveaus met elkaar praten en samenwerken om volledige en geïntegreerde antwoorden te geven op de behoeften van de personen. Alle IMC’s moeten worden gereactiveerd.

  11. Het gebruik van makkelijk leesbare en begrijpelijke taal (easy to read) bevorderen, gebarentaal veralgemenen, en ook proactieve en competente sociale loketten herinvoeren – allemaal essentiële instrumenten in de strijd tegen armoede in het dagelijks leven.

  12. Tot slot wordt het voor het opstellen van de NHP's en de correcte input voor het Europees semester van essentieel belang om alle actoren van het maatschappelijk middenveld die dicht bij armoede en kwetsbare groepen in onze samenleving staan, actief en duurzaam bij het proces te betrekken. België wordt vaak genoemd als voorbeeld van overleg. Er zijn veel plaatsen voor denkoefeningen: bij vele ervan worden de rechtstreekse belanghebbenden vaak betrokken. De politieke besluitvorming moet dringend de dagelijkse behoeften als uitgangspunt nemen. De NHRPH wenst dat het volgende NHP het resultaat zal zijn van een daadwerkelijk participatieve en inclusieve denkoefening over ieders behoeften.

4. BEZORGD

  • Voor opvolging aan mevrouw Sophie Wilmès, Eerste Minister;
  • Ter informatie aan mevrouw Nathalie Muylle, Minister van Werk, belast met Armoedebestrijding, Gelijke Kansen en Personen met een beperking;
  • Ter informatie aan Unia;
  • Ter informatie aan het interfederaal coördinatiemechanisme.