Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2020/12

Advies nr. 2020/12 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het EVAL-project van de Directie-generaal Personen met een handicap (DG HAN), uitgebracht tijdens de plenaire vergadering van 18/05/2020.

Advies op initiatief van de NHRPH.

1. ONDERWERP

De Directie-generaal Personen met een handicap (DG HAN) heeft verschillende projecten op touw gezet in het kader van de FARO-strategie van de FOD Sociale Zekerheid.

Een van deze projecten is het EVAL-project (“evaluatie”) dat tot doel heeft de kwaliteit van de organisatie van de medische evaluatie van de persoon te verbeteren. Het is de bedoeling de evaluatie uit te breiden tot een multidisciplinair team van medewerkers.

2. ANALYSE

Het EVAL-project wil kwalitatief en mensgericht zijn.

Het bestaat uit 3 fasen:

  • De evaluatie van de kwaliteit van de medische processen (menselijke en kwalitatieve evaluatie van de handicap),
  • Het opleidingsprogramma voor de evaluatoren,
  • Vorming met handboek voor de externe partners van de DG HAN om hen te helpen bij het doeltreffend voltooien van een evaluatie.

Een lijst met kwaliteitscriteria wordt thans ook afgerond.

Het opleidingsprogramma voor de evaluatoren werd uitgewerkt met de medewerking van dr. Nyree Claes, professor aan de Universiteit van Antwerpen en van Hasselt, en de DG HAN. Dit programma wil duurzaam zijn en moet de persoon met een handicap centraal in de expertise plaatsen. Het is modulair opgebouwd en zal in de bestaande evaluatiemethode worden opgenomen.

De uitvoering van dit opleidingsprogramma is ingedeeld in 3 fasen:

  • Fase 1: kennisname door de professor van de bestaande evaluatie
  • Fase 2: zoeken naar ervaringen in de andere landen (benchmarking)
  • Fase 3: analyse van de rol van de evaluerende arts, van de administratie, van de persoon met een handicap

De evaluator moet op termijn 5 kennisdomeinen beheersen:

  1. Kennis van de werkmethode en van de reglementering van de DG HAN
  2. Kennis van de communicatiemodules
  3. Kennis van het digitaal beheer van het medisch dossier
  4. Kennis van de analyse en van de synthese van een medisch dossier
  5. Kennis van de evaluatie van de gevolgen van de handicap voor het dagelijks leven

De opleidingstijd wordt geraamd op ongeveer 20 dagen (stage niet meegerekend). Het programma gaat begin mei van start. De maatschappelijk assistenten zullen de opleiding ook volgen.

Om de evaluatie te ondersteunen werd een door de evaluator in te vullen lijst voor controle van de kwaliteitscriteria opgesteld. Deze lijst omvat een anamnese, een klinisch onderzoek en eventuele bijkomende medische verslagen.

3. ADVIES

De NHRPH is verheugd over dit opleidingsaanbod voor artsen en evaluerende assistenten. De NHRPH heeft zeer vaak gewezen op de noodzaak van een multidisciplinaire evaluatie. Die wordt trouwens al heel lang gevraagd en is in de tekst zelf van de wet van 27 februari 1987 opgenomen.

De NHRPH geeft zijn advies over twee aspecten: het multidisciplinaire team en de inhoud van de lijst met kwaliteitscriteria.

Het multidisciplinaire team:

De NHRPH dringt erop aan, dat de assistenten die afkomstig zijn uit de zorgsector (verplegers bijvoorbeeld) ook niet-medische vaardigheden toepassen in het kader van de evaluatie van de persoon met een handicap. Het doel van de wet van 27 februari is wel degelijk het meten van de gevolgen van pathologieën op het dagelijks leven in de 6 gedefinieerde punten. De NHRPH herinnert eraan dat het nodig is om de medische benadering van de arts te combineren met de evaluatie van de “mogelijkheden in het dagelijkse leven” door het multidisciplinaire team. De NHRPH vraagt om de dubbele doelstelling van deze evaluatie goed op te nemen. Het feit dat er stages zijn aan het eind van de theoretische opleiding is in dit opzicht zeer positief.

De NHRPH vraagt om de garantie van gelijke dossierbehandeling, of het nu gaat om een evaluatie in aanwezigheid van de persoon of om een evaluatie op stukken. De gelijkwaardigheid van de evaluaties moet worden gewaarborgd, ongeacht wie de evaluator is. Er is nood aan multidisciplinaire teams die gebaseerd zijn op gelijkheid tussen collega’s, ongeacht hun oorspronkelijke opleiding: de arts maakt deel uit van het team net als de anderen.

Om deze multidisciplinaire aanpak te waarborgen, moeten er verschillende opleidingen voor de groep opleiders zijn. De NHRPH vraagt zich af of de makers van het project bijvoorbeeld gedacht hebben aan gespecialiseerde opleiders. Er zijn bepaalde verstandelijke en psychische handicaps die moeten kunnen worden beoordeeld door professionals die een grondige opleiding hebben genoten, ook wat hun communicatie betreft. Deze handelwijze zal een meerwaarde zijn voor een betere evaluatie.

De grote uitdaging zal steeds zijn om de impact op het dagelijks leven te beoordelen. Er moet rekening worden gehouden met elke persoon met een handicap en met elk soort handicap. Het is belangrijk dat deze evaluatie rekening houdt met de leefomgeving van de persoon en met de specifieke situaties die hij/zij ervaart. De stages zullen het ook mogelijk moeten maken om de evaluatoren met deze situaties vertrouwd te maken.

De NHRPH is van mening dat het tijdens de evaluatieopleiding van fundamenteel belang zal zijn om voor een persoon met een handicap de theoretische situatie “op stukken” te toetsen aan de evaluatie op grond van het concrete onderzoek: alle assistenten moeten de kans krijgen om hun eerste, theoretische benadering te vergelijken met de analyse van de ontmoeting met de persoon met een handicap.

De NHRPH denkt dat het wel eens zinvol zou kunnen zijn om ervaringsdeskundigen bij de evaluatie te betrekken. Zij kunnen de meerwaarde van de ervaring bieden en helpen om bijvoorbeeld de levenssituatie van blinde personen en personen met een verstandelijke handicap te begrijpen. Deze personen met een handicap kunnen bijvoorbeeld het openbaar vervoer nemen, maar dan wel mits begeleiding of voorbereiding, een langere reistijd dan normaal enz. Het is belangrijk om een duidelijk en nauwkeurig beeld te hebben van het soort handicap, de behoeftes, de mate van afhankelijkheid van een derde persoon, de tijd die nodig is om een taak uit te voeren, de extra fysieke inspanning die nodig is enz.

Het is ook nodig om de communicatie van artsen met personen met een handicap te verbeteren, vooral wanneer de persoonlijke situatie van de persoon ter sprake komt: op het gebied van menselijke relaties is er echt werk aan de winkel

De lijst met kwaliteitscriteria:

De NHRPH wijst erop dat gegevens met betrekking tot de btw, verminderde tarieven bij het openbaar vervoer (verminderingskaart) enz. belangrijk zijn en in de oproepingsbrief voor de evaluatie zouden moeten worden gevraagd.

Er zijn verschillende handicaps: de NHRPH vraagt zich af of de nodige voorzieningen zijn getroffen. De slechthorende patiënt moet bijvoorbeeld zijn antwoorden kunnen voorbereiden.

De NHRPH verzoekt de DG HAN om in de oproepingsbrief voor de evaluatie op te nemen dat de persoon zich kan laten vergezellen door een tolk of een vertrouwenspersoon.

De NHRPH betreurt het nadrukkelijk medische karakter van de lijst met criteria. Uit de criterialijst en de aard van de gevraagde documenten komt een sterk hiërarchische rolverdeling naar voren.

De NHRPH stelt voor om in het formulier duidelijk aan te geven dat niet alleen medische en gespecialiseerde verslagen worden verwacht. Zowel medische als multidisciplinaire verslagen zijn nodig. Zonder de multidisciplinaire verslagen kan geen degelijke evaluatie gebeuren. De NHRPH vreest dat een valabele beslissing op stukken enkel op basis van medische verslagen niet mogelijk is. Bovendien is het noodzakelijk om de informatie die de persoon niet spontaan verstrekt op te zoeken. Sommige personen hebben overigens niet de mogelijkheid of de bekwaamheid om de niet-medische documenten in te vullen (te moeilijk, onvoldoende opleiding).

De NHRPH stelt voor om de medische en multidisciplinaire delen van elkaar te scheiden. De verschillende elementen hebben elk hun belang: ze moeten naast elkaar worden geplaatst en gelijkwaardig worden behandeld.

Voor de praktische kant van de evaluatie stelt de NHRPH voor om een reeks dossiers te nemen die volgens de lijst met kwaliteitscriteria zijn geanalyseerd en het multidisciplinaire team te vragen na te gaan of de persoon naar behoren is geëvalueerd aan de hand van de criteria van deze lijst.

4. BEZORGD

  • Voor opvolging aan mevrouw Nathalie Muylle, Minister belast met Personen met een beperking;
  • Voor opvolging aan de heer André Gubbels, Directeur-generaal van de DG HAN;
  • Ter info aan mevrouw Sophie Wilmès, Eerste Minister; 
  • Ter info aan UNIA;
  • Ter info aan het UNCRPD-coördinatiemechanisme.