Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2020/22


Advies nr. 2020/22 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het koninklijk besluit (KB) houdende verhoging van het bedrag van categorie A, B en C van de inkomensvervangende tegemoetkoming met toepassing van artikel 6, § 6, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap.

Advies uitgebracht op 05/11/2020 na raadpleging van de leden van de NHRPH per e-mail van 31/10/2020 wegens de gevraagde dringende behandeling.

Advies op verzoek van 27/10/2020 van mevrouw Karine Lalieux, Minister belast met Personen met een beperking. Op 30/10/2020 werd een wijziging van het ontwerp van KB bezorgd. Het ontwerp werd de Ministerraad op 30/10/2020 ter goedkeuring voorgelegd.


1. ONDERWERP

Het koninklijk besluit in kwestie heeft tot doel het maandelijks bedrag van de inkomensvervangende tegemoetkoming voor de categorieën A, B en C te verhogen.


2. ANALYSE

Over de vorm

In een e-mail van 28 oktober 2020 heeft de DG Personen met een handicap (DG HAN) een verzoek om een dringend advies van de Minister belast met Personen met een beperking doorgezonden. Het advies werd voor 29 oktober 2020 gevraagd (goedkeuring door de Ministerraad op 30 oktober). In een e-mail van 28 oktober 2020 heeft de voorzitster van de NHRPH erop gewezen dat het voor de NHRPH-leden absoluut onmogelijk is in minder dan 48 uur een advies te verstrekken op een gebied waar voor personen met een handicap enorm veel op het spel staat.

Per mail van 30 oktober ’s morgens heeft de DG HAN een nieuw ontwerp van KB bezorgd waarin de cijfers van de versie van 28 oktober 2020 werden herzien.

Over de inhoud

Het regeerakkoord voorzag in een verhoging van de inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) met 10,75%, gespreid over vier perioden van een jaar.   

De nieuwe niet-geïndexeerde basisbedragen van de IVT die vanaf 01/01/2021 zullen gelden, zijn:

  • categorie A: € 5.511,93
  • categorie B: € 8.267,90
  • categorie C: € 11 173,55

De nieuwe niet-geïndexeerde basisbedragen van de IVT die vanaf 01/01/2022 zullen gelden, zijn:

  • categorie A: € 5.654,44
  • categorie B: € 8.481,67
  • categorie C: € 11.462,44

De nieuwe niet-geïndexeerde basisbedragen van de IVT die vanaf 01/01/2023 zullen gelden, zijn:

  • categorie A: € 5.800,64
  • categorie B: € 8.700,96
  • categorie C: € 11.758,80

De nieuwe niet-geïndexeerde basisbedragen van de IVT die vanaf 01/01/2024 zullen gelden, zijn:

  • categorie A: €5.950,62
  • categorie B: € 8.925,92
  • categorie C: € 12.062,82


3. ADVIES

Over de vorm: het dringend verzoek om advies (advies gevraagd binnen 24 uur)

De NHRPH herinnert eraan dat elke hervorming van de wet van 27 februari 1987 en van de uitvoeringsbesluiten ervan voor advies aan de NHRPH moet worden voorgelegd. Het onderzoeken van een adviesaanvraag vergt noodzakelijkerwijs een minimumduur die niet oneindig kan worden ingekort zonder raadplegingsproces zinloos te maken. Opdat het maatschappelijk middenveld daadwerkelijk daarbij zou worden betrokken, is het van essentieel belang dat het over de juiste en noodzakelijke tijd beschikt om zijn advies uit te brengen, de tijd voor:

  1. de behandeling van de aanvraag: het secretariaat stelt het ontwerp van advies op en informeert de leden van de plenaire vergadering grondig;
  2. de vragen en reflecties die de voorgestelde wijzigingen met zich meebrengen: deze uitwisseling vereist een contact tussen de leden - de maandelijkse plenaire vergaderingen zijn de geschikte plaats bij uitstek voor deze uitwisselingen. Een advies moet de aanleiding blijven voor een debat in de plenaire vergadering en voor een gedachtewisseling met de Minister die de hervorming voorstaat. De NHRPH maakt er altijd een erezaak van de aandachtspunten op het terrein in het debat op te nemen. Dit is de bestaande reden zelf van de NHRPH.
  3. de definitieve opmaak: de gedachtewisselingen moeten in het oorspronkelijk ontwerpadvies opgenomen worden. Ter herinnering: de NHRPH is een federaal orgaan en zijn adviezen moeten op zijn minst in het Nederlands en in het Frans worden opgesteld; idealiter zouden ze ook in het Duits moeten worden opgemaakt.

Dit proces, dat bedoeld is om opbouwend en participatief te zijn, vereist daarom altijd enkele dagen of zelfs weken.

Het koninklijk besluit tot oprichting van de NHRPH bepaalt dat de adviezen binnen 3 maanden na de aanvraag moeten worden uitgebracht. De NHRPH heeft zijn adviezen altijd binnen deze termijn verstrekt.

Sinds enkele jaren stelt de NHRPH vast dat duidelijk steeds meer dringende adviezen worden gevraagd. Om aan deze dringende verzoeken tegemoet te komen, heeft de NHRPH een overlegprocedure per e-mail tussen het secretariaat en de twintig leden ingesteld. Deze procedure zorgt voor enorme frustraties omdat ze de interactie bemoeilijkt. De NHRPH voelt zich ook soms misbruikt: het advies werd gevraagd, maar de politieke reflectie is afgesloten, er is een akkoord over het dossier tijdens een voorafgaande interkabinetsvergadering en de ministers zullen de beslissingen van de kabinetsdirecteurs meestal goedkeuren. Het advies van de NHRPH zal het debat niet heropenen. Zoveel gemiste kansen voor een echte integratie van de behoeften en verwachtingen van personen en gezinnen in de politieke besluitvorming!

De NHRPH begrijpt zeer goed het principe van de scheiding der machten: de beslissingsmacht ligt bij de politiek. Het is haar taak om een beslissing te nemen. Maar vanaf het moment dat de minister het formalisme van de raadpleging moet onderschrijven, moet hij ook ervoor zorgen dat een kader wordt nageleefd, dat deze raadpleging effectief mogelijk maakt! De NHRPH vragen een advies - dat overigens WETTELIJK VERPLICHT is - in enkele uren of dagen te verstrekken, grenst aan intellectuele oneerlijkheid. Het besluit in kwestie is overigens een uitvoering van de begrotingswet die het Parlement een maand geleden werd voorgelegd.

Tot slot herinnert de NHRPH eraan dat België het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (UNCRPD) op 2 juli 2009 heeft bekrachtigd: de aandachtspunten die de NHRPH hierboven aansnijdt, sluiten rechtstreeks aan bij de verbintenissen die België op het internationaal toneel is aangegaan.

België heeft op 12 juni 2019, ter gelegenheid van de 10de verjaardag van de bekrachtiging van het UNCRPD via zijn ambassadeur het woord gevoerd op de Tribune van de Verenigde Naties: het is het ook belangrijk te wijzen op de noodzaak van een permanente dialoog met het maatschappelijk middenveld om de uitvoering van het Verdrag te waarborgen. De betrokkenheid van personen met een handicap en van hun representatieve organisaties bij de uitwerking van het beleid dat hen betreft, kan nog worden geconsolideerd, zowel op nationaal als op internationaal niveau.

Ter herinnering, artikel 4, lid 3, van het UNCRPD bepaalt het volgende:

Bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van wetgeving en beleid tot uitvoering van dit Verdrag en bij andere besluitvormingsprocessen betreffende aangelegenheden die betrekking hebben op personen met een handicap, plegen de Staten die Partij zijn nauw overleg met personen met een handicap, met inbegrip van kinderen met een handicap, en betrekken hen daar via hun representatieve organisaties actief bij.

En de considerans o):

Overwegend dat personen met een handicap in de gelegenheid moeten worden gesteld actief betrokken te zijn bij de besluitvormingsprocessen over beleid en programma’s, met inbegrip van degenen die hen direct betreffen,

Deze twee bepalingen zijn duidelijk: de deelname van de adviesorganen aan de besluitvorming moet actief en gestructureerd zijn gedurende het hele proces, ook in de eerste reflectiefase.

Over de inhoud

De NHRPH is verheugd over deze verhoging van de bedragen van de inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen die tot een van de 3 categorieën (A, B of C) behoren. Hij wenst de bevestiging dat de verhoging van de vrijstelling voor de integratietegemoetkoming (IT) is voorzien op basis van exact dezelfde bedragen.

In essentie volstaan de opeenvolgende verhogingen ook niet om de armoedegrens tegen het einde van de regeerperiode te bereiken. De NHRPH herinnert aan zijn uiteindelijke vraag om de IVT te verhogen tot het niveau van het gewaarborgd minimuminkomen. De persoon met een handicap wordt geconfronteerd met vaste en onvermijdelijke kosten die verband houden met zijn of haar gezondheidstoestand en leefomgeving, die niet toegankelijk is. Deze situatie brengt enorme kosten met zich mee, die de zogenaamde valide persoon niet heeft. De overgrote meerderheid van personen met een handicap leeft in armoede; de hervorming van de wet van 1987 is een onontbeerlijke stap om uit deze situatie te geraken: zie volgende volledige en recente analyse.

De NHRPH herinnert eraan dat hij al jaren pleit voor een meer volledige hervorming van het stelsel van de tegemoetkomingen voor personen met een handicap, die zou voorzien in de huidige behoeften van personen met een handicap: net als elke burger, kiezen waar ze willen wonen en maximale financiële onafhankelijkheid verwerven. De wet van 27 februari 1987 laat deze keuzes niet toe. De persoon met een handicap die in het stelsel van de tegemoetkomingen terechtkomt, ziet zijn materieel bestaan en emancipatievermogen afgegrendeld. Deze wettekst is volledig in tegenspraak met de UNCRPD-tekst die België in 2009 heeft bekrachtigd.

De NHRPH herinnert eraan dat er een globale tekst bestaat: hij werd opgesteld op basis van de behoeften van personen met een handicap en werd door de verenigingen onderschreven. De NHRPH hoopt van harte dat de huidige Minister belast met Personen met een beperking de hervorming van de wet van 27 februari 1987 tot de top van haar sociale prioriteiten zal verheffen. Zie advies 2014-04.

De NHRPH wenst het standpunt van de Minister belast met Personen met een beperking te kennen over deze specifieke vraag: "Is de Minister van plan de wet van 27 februari 1987 grondig te hervormen?"

==============

Opmerking betreffende de procedure: het secretariaat van de NHRPH verneemt bij de afronding van dit advies (5 november) dat het ontwerpbesluit uiteindelijk niet aan de Ministerraad werd voorgelegd op 30 oktober 2020. Het secretariaat heeft geen verdere informatie.


4. BEZORGD

  • Voor opvolging aan Mevrouw Karine Lalieux, Minister belast met Personen met een beperking
  • Ter info aan de heer Alexander de Croo, Eerste Minister
  • Ter info aan Unia
  • Ter info aan het UNCRPD-coördinatiemechanisme