Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2013/08

Conceptnota over de toegang tot de nooddiensten via sms

Advies van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de conceptnota betreffende de toegang via elektronisch tekstbericht (sms) tot de nooddiensten voor doven, slechthorenden en spraakgestoorden, uitgebracht tijdens de zitting van 15 april 2013

 

Aanvrager

Advies op vraag van de Minister van Binnenlandse Zaken, de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en de Staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen en Personen met een handicap met brief van 13 maart 2013

 

Onderwerp

De conceptnota gaat in op de realisatie van een toegang per sms tot de nooddiensten.
Traditioneel worden de nooddiensten via een spraakoproep gecontacteerd. Voor een gehoorgestoorde persoon bijvoorbeeld, is dat niet mogelijk, daarom kan hij thans een faxbericht sturen. Dit is echter een achterhaald communicatiemiddel, vandaar dat gezocht wordt naar een vlottere toegang.

Aan de basis van het initiatief liggen de universeledienstenrichtlijn 2009/136/EC, de wet van 29 april 2011 houdende oprichting van de 112-centra en het agentschap 112 en de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.

 

Analyse

Belangrijke vaststellingen zijn :

Wat betreft de bepaling van de doelgroep en het te bereiken doel:

  • De bovenvermelde Europese richtlijn spreekt over "disabled end-users" en "access ...equivalent to that enjoyed bij other end-users";
  • De bovenvermelde wetten van 29 april 2011 en 13 juni 2005: "doven of slechthorenden, alsook mensen met een andere handicap waardoor zij onmogelijk met een spraaktoestel een noodnummer kunnen oproepen, en het sturen van een elektronisch noodbericht/tekstbericht.

Uitganspunten zijn dat een spraakoproep de meest efficiënte manier is om een noodoproep te doen en dat een groot aantal oproepen naar de noodcentrales kwaadwillig of ongewild zijn.
Daarom beperkt de nota zich tot personen die niet in staat zijn een spraakoproep te doen, zij moeten zich bovendien "preregistreren".
Het formeel omschrijven van de doelgroep is principieel een opdracht van de Staatssecretaris voor personen met een handicap, onverminderd de bevoegdheden van Gemeenschappen en Gewesten.

Uit ervaring blijkt dat het registreren, door zichzelf via een formulier in te schrijven, in hoge mate niet voldoet. Daarom wordt gedacht aan bestaande registratiesystemen, zoals het rijksregister, en een fysieke registratiemogelijkheid, zoals het gemeenteloket. Op die manier zou de registratie door de gemeenten gebeuren. Dit kan gerealiseerd worden door een wetswijziging na een advies van de privacycommissie.

In een eerste fase van het project zal een niet-geregistreerde sms wel technisch kunnen ontvangen worden, maar hij zal niet behandeld worden. De mogelijkheid dit wel te doen zal op termijn worden nagegaan.
De toegang is beperkt tot het versturen van een sms. Dit houdt in dat de oproeper automatisch moet kunnen gelokaliseerd worden, en dat de garantie op het afleveren van de sms voldoende groot is, m.a.w. het moet een zo hoog mogelijke prioriteit op het netwerk genieten.
Op lange termijn zouden nieuwe technologieën (smartphone-apps, chat, RTT...mogelijk kunnen worden.

Omdat juridisch nog heel wat moet gebeuren, is voorgesteld nog dit jaar te starten met een operationele testfase. Dit houdt in dat de nooddiensten via sms kunnen bereikt worden zonder voorafgaandelijke registratie. Men wil een overvloed aan sms'en vermijden door de test te laten verlopen via een ander dan het 112-nummer en dit onder de verenigingen van gehoorgestoorden te verspreiden.

Het voorstel van de Staatssecretaris voor Personen met een handicap heeft betrekking op de procedure en op de definitie van de doelgroep.
Inzake de procedure wordt ervoor gekozen dat  de adviserend geneesheer van de mutualiteit het bewijs aflevert dat iemand tot de doelgroep behoort.
Voor de omschrijving van de doelgroep wordt gesteund op het ICF.
Zowel gehoorstoornissen als spraakstoornissen zijn weerhouden.

 

Advies

De leden van de NHRPH zijn in de eerste plaats verheugd dat het probleem van de bereikbaarheid van de nooddiensten op de politieke agenda staat. De verenigingen van personen met gehoorbeperkingen vragen al langer een oplossing van het probleem.
De NHRPH is ook heel positief met betrekking tot het voornemen dat op lange termijn nieuwe technologieën (smartphone-apps, chat, RTT...) mogelijk kunnen worden.

De NHRPH waarschuwt voor een te enge doelgroep afbakening, en verwijst hierbij naar de Europese richtlijn, waar sprake is van "personen met een handicap". Ook andere doelgroepen kunnen geholpen worden.
Het systeem waarbij noodhulp wordt opgeroepen is een heel belangrijk systeem, dat principieel ten dienste van de ganse bevolking moet staan. Noodsituaties doen zich elke dag voor, onaangekondigd, onvoorbereid.
Het systeem zoals thans voorgesteld, is vooral bedacht voor dove personen, slechthorenden, spraakgestoorden. Is het vermelden van deze doelgroepen ook niet verwarrend? Waarom mag dit niet gelden voor fysische handicaps, voor mensen met gezichtsstoornissen, voor mensen die bijvoorbeeld niet meer kunnen lezen in welke stad ze staan?

De NHRPH gaat niet akkoord met het invoeren van een systeem gebaseerd op een voorafgaandelijke inschrijving en registratie: een verklaring op erewoord van de persoon moet voldoende kunnen zijn. Het is bekend dat de aangeduide doelgroep het moeilijk heeft om zich in te schrijven.
Nu wordt een structuur opgezet gestigmatiseerd op de handicap.
Waarom wordt gepoogd het vastgestelde misbruik tegen te gaan ten koste van de persoon die zich in een noodsituatie bevindt? Het negeren van oproepen van niet-geregistreerde personen kan ongewenste gevolgen hebben.

Een grote meerderheid van de doelgroep heeft op een bepaald moment een erkenning aangevraagd bij de DG Personen met een handicap. Zelfs als men nu niet over een bruikbare database beschikt, kan dit in de toekomst wel. Het zou in alle geval een oplossing op lange termijn kunnen zijn om op die manier de gegevens aan te brengen die in het Rijksregister worden opgenomen.
Waarom baseert men zich niet louter op de nood van elke persoon?

Het is jammer dat het slechts een landelijk systeem is: dit moet kunnen over de grenzen heen.

De testfase moet aangekondigd worden. Alle verenigingen, al dan niet voor gehoorgestoorden, moeten verwittigd worden. Dit moet ook in de media komen, de ganse bevolking moet op de hoogte gebracht worden. De communicatie moet zo duidelijk mogelijk zijn.

De leden stellen zich ook vragen bij het in gebruik nemen van een speciaal nummer voor de testfase (812), zij vrezen dat het geheel nodeloos ingewikkeld wordt gemaakt.

De NHRPH kiest voor een pragmatische aanpak en lange termijnoplossingen. Men moet voortdoen met de testen zonder voorinschrijving. De nooddiensten staan dicht bij de bevolking: elke dag kunnen zich situaties van noodzaak voordoen: daarop moet in de mate van het mogelijke, maximaal worden op gereageerd.

 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan mevrouw Joëlle Milquet, Minister van Binnenlandse Zaken;
  • Voor opvolging aan mevrouw Laurette Onkelinx, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid;
  • Voor opvolging aan de heer Philippe Courard, Staatssecretaris voor personen met een handicap;
  • Voor informatie aan het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding;
  • Voor informatie aan het interfederaal coördinatiemechnanisme.
 .
 .