Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2013/11

De rol van de NHRPH

Advies van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) met betrekking tot de rol van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap, uitgebracht tijdens de zitting van 17/06/2013.

 

Aanvrager

Advies ingevolge een vraag van de heer Philippe Courard, Staatssecretaris voor Personen met een handicap, met brief zonder datum, ontvangen op 15 februari 2013.

 

Onderwerp

Aan een afvaardiging van de NHRPH is tijdens een onderhoud op het kabinet van de heer Staatssecretaris voor Personen met een handicap gevraagd zijn rol nader te omschrijven.

Dit past in het kader van het 2de semestrieel rapport dat aan de Ministerraad moet worden voorgelegd.

 

Analyse

Met bovenvermelde brief wordt de NHRPH uitgenodigd deel te nemen aan een gedachtewisseling over de wederzijdse relaties tussen de instanties omschreven in artikel 33 van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.
Dit is een gevolg van de beslissing van de Ministerraad van 7 december 2012, die: "de Staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen en Personen met een handicap belast met Beroepsrisico's, in overleg met de betrokken organen, verzoekt een basisnota op te maken waarin het werkproces en de mogelijke relaties tussen de verschillende betrokken partijen worden beschreven. Ze zal de MR bij het volgend zesmaandelijks verslag over de UNCRPD worden voorgelegd".

De bedoelde organen zijn:

  • Art. 33.1: het inter-federaal coördinatiemechanisme;
  • Art. 33.2: het onafhankelijk mechanisme;
  • Art. 33.3: het maatschappelijk middenveld.
 

Advies

De Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap ontstond in zijn huidige vorm na de staatshervorming van 1980. Hij werd opgericht bij het koninklijk besluit van 9 juli 1981 tot oprichting van een Nationale hoge raad voor personen met een handicap, als opvolger van de in 1967 opgerichte Hoge raad voor gehandicapten.

De NHRPH is samengesteld uit leden die over de nodige kwalificaties beschikken wegens hun deelname aan de activiteiten van organisaties die zich inzetten voor de integratie van personen met een handicap of wegens hun sociale of wetenschappelijke activiteiten.

De leden van de Raad zijn dus zelf personen met een handicap, personen uit de naaste omgeving van personen met een handicap of vertegenwoordigers van de verenigingen van personen met een handicap. Zij zijn dan ook eerstelijns gesprekspartners voor alles wat te maken heeft met personen met een handicap.

Het koninklijk besluit van 9 juli 1981 bepaalt dat de NHRPH belast is met het onderzoek van alle problemen inzake personen met een handicap welke tot de federale bevoegdheid behoren.

De NHRPH mag, op eigen initiatief of op verzoek van de bevoegde Ministers, adviezen geven of voorstellen doen, onder meer met het oog op de rationalisatie en coördinatie van de wettelijke en reglementaire bepalingen.

De Minister die bevoegd is voor de tegemoetkomingen voor personen met een handicap is verplicht om aan de NHRPH advies te vragen voor elk ontwerp van koninklijk besluit dat uitvoering geeft aan de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap.

Een zeer belangrijk element : artikel 4.3 van het Verdrag bepaalt dat « Bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van wetgeving en beleid tot uitvoering van dit Verdrag en bij andere besluitvormingsprocessen betreffende aangelegenheden die betrekking hebben op personen met een handicap, plegen de Staten die Partij zijn nauw overleg met personen met een handicap, met inbegrip van kinderen met een handicap, en betrekken hen daar via hun representatieve organisaties actief bij. »

Dit artikel is vanzelfsprekend heel belangrijk voor personen met een handicap en moet de leidraad zijn van elk beleid dat in België wordt gevoerd. Zij zijn inderdaad het best geplaatst om te weten wat wel en niet goed voor hun is.

De gecombineerde toepassing van het Verdrag en van het koninklijk besluit tot oprichting van de Hoge Raad leidde er concreet toe dat de Ministerraad, op datum van 20 juli 2011, de volgende opdracht gaf :

(...) aan alle Ministers en Staatssecretarissen om binnen hun bevoegdheidsdomein terdege rekening te houden met de dimensie handicap bij het concipiëren en uitvoeren van hun beleid en overleg te plegen met de Nationale Hoge Raad voor Personen met een handicap (NHRPH) en met de minister of staatssecretaris bevoegd voor het beleid inzake personen met een handicap.

De beslissing van de Ministerraad van 20/07/2011 zou moeten vertaald worden in de tekst van het besluit, maar dit houdt ook in dat noodzakelijke en voldoende werkingsmiddelen (secretariaat) gegeven worden.

Aan het maatschappelijk middenveld is ook een taak toegewezen in artikel 33 van het verdrag, Nationale tenuitvoerlegging en toezicht

Artikel 33.3 bepaalt: "Het maatschappelijk middenveld, in het bijzonder personen met een handicap en de organisaties die hen vertegenwoordigen, wordt betrokken bij en participeert volledig bij de opvolging".

Gelet op zijn unieke samenstelling (personen met een handicap en/of werkzaam in de sector beleid/zorg voor personen met een handicap) en zijn jarenlange aanwezigheid op het politieke terrein als enig officieel orgaan voor wat betreft de federale bevoegdheden inzake personen met een handicap, is de NHRPH ervan overtuigd deze rol als enig adviesorgaan wat betreft de toetsing van het beleid aan de maatschappelijke integratie van personen met een handicap, verder te moeten spelen. De NHRPH is daarom noodzakelijk en onvervangbaar.

Trouwens, artikel 4.4 van het Verdrag: "Geen enkele bepaling van dit Verdrag tast bepalingen aan die in sterkere mate bijdragen aan de verwezenlijking van de rechten van personen met een handicap en die vervat kunnen zijn in het recht van een Staat die partij is, of in het internationale recht dat voor die Staat van kracht is. (...)"

 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan de heer Elio Di Rupo, Eerste Minister;
  • Voor opvolging aan mevrouw Joëlle Milquet, Minister van Gelijke Kansen;
  • Voor opvolging aan mevrouw Laurette Onkelinx, Minister van Sociale Zaken;
  • Voor opvolging aan de heer Olivier Chastel, Minister van Begroting;
  • Voor opvolging aan mevrouw Monica De Coninck, Minister van Werk;
  • Voor opvolging aan de heer Philippe Courard, Staatssecretaris voor Personen met een handicap;
  • Ter info aan het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding;
  • Ter info aan het inter-federaal coördinatiemechanisme.
 .
 .