Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2013/01

Wetsontwerp tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid

Advies van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over bepaalde aspecten van het wetsontwerp tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, uitgebracht tijdens de zitting van 21/01/2013.

 

Aanvrager

Advies op eigen initiatief

 

Onderwerp

Het wetsontwerp tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus, DOC 53K1009/013, werd toegelicht op de plenaire vergadering van 26 november 2012. De NHRPH besloot niet meer te reageren op de grote beginselen zelf van het wetsontwerp omdat de goedkeuringsprocedure in een eindstadium is gekomen. Daarentegen moet met de uitvoering van de wet nog begonnen worden. De leden van de NHRPH zijn zich bewust van het belang van de uitvoeringsbesluiten, vandaar hun advies met betrekking tot dit deel van de procedure.

 

Analyse

De NHRPH vestigt in het bijzonder de aandacht op volgende bepalingen van het wetsontwerp.

"Art.492/5. De koning stelt op eensluidend advies van de orde van geneesheren en de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap, een lijst op met de gezondheidstoestanden die geacht worden op ernstige en aanhoudende wijze het vermogen van de te beschermen persoon om zijn belangen van vermogensrechtelijke aard behoorlijk waar te nemen, zelfs met behulp van bijstand, aan te tasten.

Ingeval uit het in artikel 1241 van het gerechtelijk Wetboek bedoelde medische getuigschrift blijkt dat de te beschermen persoon een gezondheidstoestand heeft die voorkomt in de lijst bedoeld in het eerste lid, dan zijn de artikelen 492/1.§ 2, derde en vierde lid, en 492/4, tweede lid, niet van toepassing en wordt, in afwijking van artikel 492/1. § 3, eerste lid, en bij gebreke van aanwijzingen in de beschikking bedoeld in artikel 492/1, § 2, de te beschermen persoon vertegenwoordigd bij het stellen van alle rechtshandelingen of proceshandelingen met betrekking tot diens goederen.

De vrederechter kan alsnog tot een beoordeling op maat overgaan, ingeval hij dit noodzakelijk acht."

En in samenlezing met dit artikel: art.497/8: de beschermde persoon wordt wat de toepassing van de artikelen 498/3, 498/4, 499/6, 499/14 en 499/17 betreft, geacht niet in staat te zijn kennis te nemen van het verslag.

Art. 497/1. De Koning kan de uitoefening van de functie van bewindvoerder afhankelijk maken van bepaalde voorwaarden, onder meer door het aantal personen te beperken waarover men bewindvoerder kan zijn.

Art. 497/5. Na de goedkeuring van het verslag bedoeld in de artikelen 498/3, 498/4, 499/14 of 499/17, kan de vrederechter de bewindvoerder, bij een bijzondere redenen omklede beslissing, een bezoldiging toekennen waarvan het bedrag niet hoger mag zij dan drie procent van de inkomsten van de beschermde persoon. De vrederechter houdt bij de begroting van de bezoldiging rekening met de aard, de samenstelling en omvang van het beheerde vermogen, alsook met de aard, complexiteit en omvang van de geleverde prestaties van de bewindvoerder. Indien de bewindvoerder over de persoon niet werd aangesteld tot bewindvoerder over de goederen bepaalt de vrederechter welk aandeel in de bezoldiging elk van beide ontvangt. De Koning kan de inkomsten bepalen die als basis dienen voor de begroting van de bezoldiging.

Naast de bezoldiging worden de gemaakte kosten vergoed, na door de vrederechter behoorlijk te zijn nagezien.De Koning kan bepaalde kosten op forfaitaire wijze begroten.

Hij kan de bewindvoerder, na overlegging van met redenen omklede staten, een vergoeding toekennen die in overeenstemming is met de vervulde buitengewone ambtsverrichtingen. Onder buitengewone ambtsverrichtingen worden de materiële en intellectuele prestaties verstaan die niet kaderen in het dagelijks beheers van het vermogen van de beschermde persoon. De Koning kan de wijze bepalen waarop de vergoeding voor buitengewone ambtsverrichtingen wordt begroot.

Art.1241. Tenzij het verzoek gegrond is op artikel 488/7 van het Burgerlijk Wetboel en behoudens in spoedeisende gevallen wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, bij het verzoekschrift een omstandige geneeskundige verklaring gevoegd, die ten hoogste vijftien dagen oud is en die de gezondheidstoestand van de te beschermen persoon beschrijft.

De Koning stelt een standaardformulier van omstandige geneeskundige verklaring op, dat door de geneesheer wordt ingevuld op het tijdstip waarop hij de persoon onderzoekt.

Dit standaardformulier vermeldt minstens:
1°, 2°, 3°, 4° en 5°  (art. 1241)

 

Advies

De leden van de NHRPH noteren dat bij de opstelling van het wetsontwerp rekening is gehouden met de beginselen van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Dit is een verheugende vaststelling.

De uitvoering van de wet zal minstens even belangrijk zijn.
De vrederechter speelt een centrale rol, die hij bovendien totaal anders zal moeten gaan invullen. Van hem wordt "maatwerk" verwacht ten dienste van de beschermde persoon. De NHRPH vraagt zich af op welke middelen de vrederechter beroep zal kunnen doen om deze opdracht naar behoren te vervullen? Welk personeel zal het dagdagelijkse kader beschrijven waarin de beschermde persoon leeft?
Deze wet is steeds voorgesteld in samenhang met de familierechtbank die de vrederechter zou moeten toelaten meer tijd te besteden aan onder andere de beschermingdossiers. De NHRPH is dan ook bezorgd over het tijdstip waarop deze familierechtbanken daadwerkelijk zullen functioneren: zonder familierechtbank die operationeel is: geen nieuwe invulling van het beschermingsstatuut.

De NHRPH is ervan overtuigd dat moet gewerkt worden aan een verbetering van de kwaliteit van de uitvoering van de opdracht van bewindvoerder. Een beperking van het aantal dossiers per voorlopige bewindvoerder is daartoe één middel, maar geen sluitende garantie voor een betere invulling.
Daarom vraagt de NHRPH dat bepaalde kwaliteitseisen zouden worden gesteld, er moet aangetoond worden dat er een resultaat is Waarom bijvoorbeeld niet een jaarlijks evaluatiegesprek tussen de vrederechter en de bewindvoerder?

Het is aannemelijk dat de bewindvoerder moet vergoed worden voor de taak die hij verricht. Het is minder aannemelijk dat dit gebeurt op rekening van bedragen die aan de beschermde persoon toekomen om de meerkosten van een handicap te verlichten.
Volgende vergoedingen kunnen dan ook volgens de NHRPH niet in aanmerking worden genomen om de bewindvoerder te bekostigen:

  • De integratietegemoetkoming;
  • Het persoonlijk assistentiebudget;
  • De zorgverzekering;
  • De mantelzorgvergoeding (indien deze wordt ingevoerd):
  • .....

In het wetsontwerp wordt op meerdere plaatsen verwezen naar een uitvoering door de Koning.
De NHRPH, in uitvoering van artikel 4 van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap vraag daarom uitdrukkelijk betrokken te worden bij de opstelling van volgende Koninklijke besluiten:

  • Opstelling van de lijst bedoeld in art. 492/5, zoals trouwens ook bepaald in het wetsontwerp;
  • De bepaling van het aantal dossiers per voorlopige bewindvoerder - art. 497/1 ;
  • De bepaling van de inkomsten die de bezoldiging van de voorlopige bewindvoerder zullen bepalen - art. 497/5;
  • De opstelling van het standaardformulier voor de medische verklaring - art. 1241
 

Bezorgd

  • Voor opvolging aan mevrouw Annemie Turtelboom, Minister van Justitie;
  • Ter informatie aan de heer Philippe Courard, Staatssecretaris voor personen met een handicap;
  • Ter info aan het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding;
  • Ter info aan het inter-federaal coördinatiemechanisme.
 .