Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2009/13

Algemene beleidsnota van de Staatssecretaris voor personen met een handicap

Advies van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de algemene beleidsnota van de Staatssecretaris voor personen met een handicap, uitgebracht tijdens de plenaire vergadering van 20 april 2009.

 

Aanvrager

Advies op initiatief van de NHRPH

 

Onderwerp

De Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) heeft zich uitgesproken over de algemene beleidsnota van de Staatssecretaris voor personen met een handicap.

 

Analyse

Om het standpunt van de NHRPH duidelijk te maken wordt hier puntsgewijs het standpunt van de Staatssecretaris hernomen, zoals uiteengezet in zijn algemene beleidsnota.

1. De Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap werd in april 2008 vernieuwd. Zijn activiteit getuigt van zijn dynamisme. Het gaat zowel om adviezen die op vraag van een minister of staatssecretaris werden geformuleerd, advies op eigen initiatief, deelname aan externe werkgroepen als om het oprichten van specifieke interne werkgroepen.
De Raad beschikt echter over beperkte middelen en zijn werk is nog te vaak ongekend.
De Staatssecretaris zal de middelen van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap met een bedrag van  20.000 EUR verhogen om deze te versterken. De Raad kan deze middelen gebruiken om zijn werkzaamheden te valoriseren, om een beroep op experts te doen, om manifestaties te organiseren, ...

2. Voor de optimale werking van dit orgaan zal de staatssecretaris eveneens een voorstel indienen dat de benoeming van plaatsvervangers binnen de Raad mogelijk maakt, wat de huidige regelgeving niet toelaat.

3. Beslissingen die personen met een handicap aanbelangen worden nog al te vaak genomen zonder de belanghebbenden te raadplegen.
Nu kan de minister die een voorstel tot wijziging van de regelgeving indient de Nationale Hoge Raad voor Personen met een handicap raadplegen. Er zijn te weinig regeringsleden die een dergelijke stap ondernemen.
De staatssecretaris voor personen met een handicap wenst dat de Hoge Raad geraadpleegd wordt bij de uitwerking van alle ontwerpen van Koninklijke Besluiten of wetsontwerpen die verband houden met personen met een handicap.
Daartoe zal ze een voorstel indienen dat voorziet dat alle teksten die specifiek met personen met een handicap verband houden, op voorhand aan het advies van de Hoge Raad dienen onderworpen te worden.
Deze maatregelen zijn een weerspiegeling van de eerste eis in het memorandum van de Nationale Hoge Raad die vroeg dat "de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap een belangrijkere rol zou gaan spelen en dat er een oplossing zou worden gevonden voor het aanhoudende gebrek aan middelen dat zijn werking in hoge mate remt".
Gezien de multidisciplinaire aard van de problematiek van personen met een handicap zal de staatssecretaris er bovendien op toezien dat maatregelen die als algemene maatregelen kunnen worden beschouwd geen averechts effect op personen met een handicap kunnen hebben.

4. Werken als staatssecretaris voor personen met een handicap betekent dat men met alle verenigingen van personen met een handicap en de professionals van de sector werkt. De staatssecretaris zal haar bijna dagelijkse contacten met de verenigingswereld voortzetten.

 

Advies

Hierna komt het advies van de NHRPH aan bod m.b.t. alle hiervoor aangehaalde punten.

1. De NHRPH reageert positief op de toename van de middelen van de NHRPH. Zoals mevrouw Fernandez zelf heeft aangestipt, is het dynamisme van de Raad reëel: het aantal aanwezigen op onze vergaderingen, het oprichten van of deelnemen aan werkgroepen, de diversiteit van de aangeroerde thema's zijn allemaal duidelijke uitingen van de betrokkenheid van zijn leden en van zijn secretariaat.
Aan dit werk zou thans best ruchtbaarheid worden gegeven bij het grote publiek, de professionals en de politieke wereld. De NHRPH meldt aldus officieel aan mevrouw de Staatssecretaris dat deze financiële steun onder andere zal dienen voor het financieren van een internetsite in 4 talen. De Raad zal tevens andere mogelijkheden onderzoeken om de kwaliteit van zijn werkzaamheden te verhogen: beroep doen op deskundigen, manifestaties organiseren, ...

2. De NHRPH is van oordeel dat het helemaal niet wenselijk is dat plaatsvervangers zouden benoemd worden, omdat de dynamiek en de coherentie van de Raad daardoor zou verzwakt worden in plaats van de Raad te versterken.
Thans zijn er regelmatige, spontane of gevraagde gedachtewisselingen tussen de leden, enerzijds, en tussen de leden en het secretariaat, anderzijds. Plaatsvervangers zijn nooit een oplossing voor een hogere werklast aangezien de plaatsvervanger per definitie het werkend lid tijdelijk, gedurende zijn afwezigheid, vervangt: van de plaatsvervanger kan niet geëist worden dat hij het dossier en de problematiek even intens als het werkend lid opvolgt. Zonder enige kritiek, aangezien dit noch voor het werkend lid, noch voor de plaatsvervanger aangenaam werken is. Alhoewel de plaatsvervanger ervoor zorgt dat de plaats wordt ingevuld, moet het werk niettemin worden voorbereid, uitgevoerd en moet feedback daarover worden gegeven.
Met het instellen van plaatsvervangers zou tevens geen rekening worden gehouden met de gevoeligheid van de personen: een plaatsvervanger kan geheel te goeder trouw een dossier en principes verdedigen vanuit een andere benadering dan het werkend lid. Een consensus bereikt in plenaire vergadering met een werkend lid bijvoorbeeld zal er aldus niet meer zijn bij de volgende vergadering aangezien de plaatsvervanger niet dezelfde visie, soortgelijke doelstellingen heeft. Het risico is dan groot dat een bespreking opnieuw moet plaatsvinden of een standpunt opnieuw moet worden ingenomen.
Hoe moeten de plaatsvervangers van de werkende leden trouwens gekozen worden: men mag immers niet uit het oog verliezen dat geen verenigingen worden aangewezen om aan de Raad deel te nemen, maar leden, die individueel benoemd zijn, op basis van hun persoonlijke capaciteiten. De plaatsvervangers zullen volgens dezelfde logica moeten aangewezen worden en men zou dus tot situaties kunnen komen waarbij bijvoorbeeld het Vlaams werkend lid dat patiënten met een neuromusculaire handicap vertegenwoordigt een Franstalige plaatsvervanger heeft die dove personen vertegenwoordigt.

Om een eenvormig standpunt te behouden, zou men de "functie" van de plaatsvervanger kunnen beperken tot die van het werkend lid, maar dan zou dat geen enkel voordeel meer inhouden als bijdrage tot het denkwerk en de besluitvorming van de Raad.

Men zou daarnaast de ongewilde gevolgen van het instellen van de plaatsvervanger kunnen wegwerken door de Raad uit te breiden tot andere verenigingen. De Raad is deze hypothese niet gunstiger gezind om de volgende redenen.

Er wordt best eerst herinnerd aan de opdracht en de doelstellingen van de Raad. Om zijn opdracht en zijn doelstellingen tot een goed einde te brengen, moet de Raad aan drie essentiële voorwaarden voldoen:

  • A) pluralistische en actieve vertegenwoordiging van alle "componenten van de handicap"
  • B) zelfstandigheid en loyaliteit van zijn leden
  • C) rol van het secretariaat bij de werking van de Raad in zijn geheel

A) pluralistische en actieve vertegenwoordiging van alle "componenten van de handicap"

  • Een geloofwaardige adviesstructuur moet de noodzakelijke garanties bieden voor een pluralistische vertegenwoordiging van de sociale krachten en van de "categorieën" handicaps.
  • Voor de samenstelling van de Raad in 2008 heeft mevrouw de Staatssecretaris tientallen kandidaturen ontvangen. Haar uiteindelijke keuze heeft een ruime en volledige representativiteit van alle situaties van fysieke, intellectuele, zintuiglijke en cognitieve handicap gegarandeerd.
  • De in aanmerking genomen kandidaten zorgen samen voor een diepgaande en genuanceerde expertise wat betreft de wenselijke en soms noodzakelijk verschillende antwoorden voor het opvangen van de praktische gevolgen van handicap- en/of ziektesituaties.
  • De Raad kreeg reeds het verwijt dat zijn leden niet allemaal personen met een handicap zijn en dat ze dus niet representatief zijn. Bij de Raad zijn er personen met een zichtbare handicap, personen met een onzichtbare handicap, nog andere personen die zich nauw betrokken voelen bij de situatie van personen met een handicap: alle
  • vertegenwoordigers werden evenwel door de Minister aangewezen "wegens hun deelneming aan de activiteiten van organisaties die zich voor personen met een handicap interesseren of wegens hun sociale of wetenschappelijke activiteiten". Het is dus niet het feit zelf een handicap te hebben dat aanleiding geeft tot de kandidatuur, maar de kennis en de expertise van de kandidaat. Het zou bovendien een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zijn indien de handicap bewezen moet worden om zijn kandidatuur te kunnen indienen! Erger nog, deze vereiste zou discriminerend zijn en indruisen tegen de geïntegreerde samenleving die de Raad verdedigt doorheen al zijn standpunten.
  • Aan de plenaire vergaderingen van de Raad nemen heel wat leden deel: iedereen heeft immers de gelegenheid de reflectie op verschillende manieren te voeden: vanuit een algemene benadering maar ook doelgerichter, in functie van de bijzondere behoeften van welbepaalde categorieën van personen met een handicap. Degenen voor wie de adviezen en standpunten bestemd zijn, hebben op die manier de zekerheid een gestructureerd en volledig antwoord te bekomen, waarin alle vereisten die verbonden zijn aan alle gevolgen van alle types handicap opgenomen zijn.

B) zelfstandigheid en loyaliteit van zijn leden

  • Opdat de adviesfunctie van de NHRPH erkend wordt, is het uiterst belangrijk dat zijn leden in hun dagelijkse bezigheden voor de Raad blijk geven van zelfstandigheid en loyaliteit.
  • Het huishoudelijk reglement van de Raad wordt thans herschreven. Daarin wordt de nadruk gelegd op drie fundamentele aspecten:
    • De leden moeten, afgezien van de behoeften en vereisten die aan bepaalde handicaps verbonden zijn, zorgen voor het verdedigen van de rechten en behoeften van alle personen met een handicap.
    • In geval van een werkelijk belangenconflict verwittigen ze het secretariaat en vragen indien nodig vervangen te worden voor de werkgroep waarin ze de Raad vertegenwoordigen.
    • De leden moeten tijdens de volgende plenaire vergadering verslag uitbrengen over van de genomen beslissingen en de beleidslijnen.

C) doeltreffende werking van de ganse Raad

Een doeltreffende werking veronderstelt een duidelijke structuur, betrouwbare en toegewijde partners, een duurzame en stevige ondersteuningsstructuur.
Voor een doeltreffende werking is tevens een voortdurende uitwisseling van informatie en ervaringen nodig.
In deze logica is het secretariaat van de Raad een essentiële schakel voor de goede werking van de Raad. Het is de cel die zowel:

  • de dossiers van de leden van de Raad ondersteunt: onderzoeken, contacten, opzoeken van informatie, nota's, verslagen, opvolging
  • zorgt voor de verbindingen tussen verschillende structuren of personen
  • de werking van de Raad organiseert (vergaderingen, presentatie, interventies, ontmoetingen, conferenties, ...)

Het werk van 20 leden ondersteunen is een zware last voor de leden, maar ook voor het secretariaat: thans komt de Raad om de maand samen in plenaire vergadering, in bureauvergadering en in gezamenlijke bureauvergadering met het BDF. Er zijn thans ook elf interne en externe werkgroepen waaraan de Raad deelneemt.

Om deze taak op een nog doeltreffender manier te vervullen, zou een versterking van het secretariaat met ten minste  twee personeelsleden van niveau A noodzakelijk zijn. De Raad hoopt dat mevrouw de Staatssecretaris dit verzoek bij het management van de FOD Sociale Zekerheid zal kunnen ondersteunen.

3. De NHRPH juicht de voorziene acties van mevrouw de Staatssecretaris toe; de NHRPH pleit zelf al jarenlang voor een uitbreiding van zijn middelen, om twee fundamentele redenen:

  • De politieke actoren (onder andere alle ministers) bewust maken van de behoeften van personen met een handicap
  • Meer inspraak geven aan personen met een handicap bij het denkwerk en de besluitvorming op de gebieden die hen aanbelangen

De NHRPH wenst dan ook zo vaak mogelijk bij het denkwerk en de besluitvorming betrokken te worden. In dit perspectief verheugt hij zich erop bij het ministeriële politieke werk betrokken te kunnen worden.
Ook andere overheidsniveaus zijn interessant om op te volgen en te benutten: hij herinnert in dit verband aan zijn deelname aan talrijke interne en externe werkgroepen met economische en politieke actoren. Het parlementaire werk zou ook een ander "laboratorium" voor het denkwerk kunnen zijn. De NHRPH heeft hierover evenwel een zeer duidelijk standpunt: hij is geen studiebureau en is niet in staat alle tekstvoorstellen op te volgen. Hij zal dus altijd kunnen beslissen niet deel te nemen aan bepaalde werkgroepen, in functie van het aangeroerde thema, van de graad van "maturiteit" van een dossier, van de initiatiefnemers en actoren, enz.

4. De NHRPH wijst nadrukkelijk op de rol van iedereen die rond de tafel zit en op de noodzaak ieders bevoegdheden te respecteren:

  • De NHRPH is het officieel adviesorgaan dat de personen met een handicap op federaal niveau vertegenwoordigt. Hij is belast met het onderzoeken van alle problemen betreffende personen met een handicap waarvoor de federale overheid bevoegd is. De Raad mag, op eigen initiatief of op verzoek van de bevoegde ministers, adviezen formuleren of voorstellen over deze onderwerpen doen, onder andere voor het rationaliseren en coördineren van de wets- en verordeningsbepalingen. De NHRPH verdedigt hierbij een benadering van "eerbiediging van de rechten van de mens voor iedereen" en "mainstreaming van de handicap".
  • De verenigingen zijn de actoren op het terrein die antwoorden geven aan hun leden die geconfronteerd worden met soms welbepaalde situaties en behoeften. Hun uitstekende en onvervangbare expertise is noodzakelijk om het denkwerk over alle problemen rond handicap te voeden.
 

Bezorgd

  • Aan mevrouw Julie Fernandez-Fernandez, Staatssecretaris voor personen met een handicap.
 .
 .