Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2009/01

Verhoging van de vrijstelling van het inkomen toegepast op de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden.

Advies van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) uitgebracht op de plenaire vergadering van 2 februari 2009.

 

Aanvrager

Advies op vraag van de Staatssecretaris voor personen met een handicap.

 

Onderwerp

De Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap heeft in vergadering van 2 februari 2009, unaniem een positief advies uitgebracht met betrekking tot het ontwerp van koninklijk besluit houdende wijziging van artikel 4 van het koninklijk besluit van 5 maart 1990 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden.

 

Analyse

De Raad is er over verwonderd dat de beslissing blijkbaar in Ministerraad van 15 januari 2009 al genomen werd, en zijn advies bijgevolg niet meer ter zake is, want geen enkele invloed meer heeft.

De Raad betreurt niet voor advies te zijn geraadpleegd, zoals wettelijk nochtans voorzien, en zelfs niet op de hoogte gebracht te zijn van het voornemen van de Regering. De Raad wil er in dat verband op wijzen dat zijn bureau op 12 januari vergaderde en het huishoudelijk reglement voorziet in een dringende adviesverlening,
waardoor een ontwerp van advies, opgesteld door het bureau, via een procedure met behulp van de elektronische post, zeer vlug de instemming kan krijgen van de leden van de Raad.

De Raad verheugt er zich over dat de Regering heeft ingestemd met de verhoging met 2% van het bedrag van de inkomensvervangende tegemoetkoming, en is tevreden met de huidige maatregel waardoor de vrijstelling op het inkomen voor de berekening van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden wordt opgetrokken.

Dit zijn allemaal maatregelen die een gunstige weerslag hebben op de situatie van personen die afhankelijk zijn van de tegemoetkomingen van het bijstandsstelsel, met name de zwakste categorieën van de samenleving.

 

Advies

De Raad acht het evenwel noodzakelijk er in dit kader de aandacht op te vestigen ervan bewust te blijven dat alle groepen die zich in een precaire situatie bevinden, op begrip rekenen.

Bijgevolg herhaalt de Raad zijn pleidooi om ook voor de personen met een handicap die een integratietegemoetkoming genieten een gunstige maatregel te treffen, zoals voorgesteld in zijn advies van 15 december 2008 met betrekking tot de welvaartsaanpassing, namelijk:

  • De verhoging, voor de berekening van de integratietegemoetkoming, van de grensbedragen van de categorievrijstelling, toegepast op de "andere" inkomens van de persoon met een handicap (zoals onderhoudsgeld, inkomen partner dat de grens overschrijdt, ...) tot het bedrag van de inkomensvervangende tegemoetkoming. De Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap laat bovendien binnen het kader van deze maatregel opmerken dat het absoluut noodzakelijk is in de toekomst te vermijden dat afwijkingen ontstaan tussen de bedragen van deze categorievrijstelling en de bedragen van de inkomensvervangende tegemoetkoming, wat op dit ogenblik het geval is. Beide bedragen moeten integendeel steeds in dezelfde zin verhoogd worden zoals dat vóór 2003 ook het geval was. Bijgevolg stelt de Raad voor dat wat betreft de reglementaire teksten, teruggekeerd wordt naar de formulering zoals ze bestond vóór 2003: namelijk dat de categorievrijstelling moet overeenkomen met het jaarlijks bedrag van de overeenstemmende inkomensvervangende tegemoetkoming.
  • De verhoging van de bedragen van de integratietegemoetkoming voor categorie 1 en 2.
 

Bezorgd

  • Aan mevrouw Julie Fernandez-Fernandez, Staatssecretaris voor personen met een handicap.
 .
 .