Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2009/25

Assistentie PRM - verplichte aanmelding

Advies van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH), uitgebracht op de plenaire vergadering van 19 oktober 2009.

 

Aanvrager

Advies op initiatief van de NHRPH.

 

Onderwerp

De Nationale Hoge raad voor Personen met een Handicap heeft in vergadering van 19 oktober 2009, unaniem volgend advies uitgebracht met betrekking tot de vraag of een passagier zich verplicht moet aanmelden bij de luchtvaartmaatschappij om aanspraak te kunnen maken op assistentie.

 

Analyse

De Nationale Hoge Raad verwijst naar de Verordening (EG) Nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van  5 juli 2006, inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen.

Artikel 7 - Recht op bijstand op luchthavens, bepaalt wat volgt:

In punt 1.: "Wanneer een gehandicapte of persoon met beperkte mobiliteit op een luchthaven aankomt om vandaar per luchtvaartuig verder te reizen, is het beheersorgaan van de luchthaven verantwoordelijk voor het verzekeren van de in bijlage I vermelde bijstand op een zodanige wijze dat de persoon in staat is de vlucht waarvoor hij een boeking heeft, te halen, op voorwaarde dat de persoon uiterlijk 48 uur vóór de aangekondigde vertrektijd van de vlucht aan de betrokken luchtvaartmaatschappij, agent van de luchtvaartmaatschappij of touroperator de specifieke behoeften voor die bijstand heeft gemeld. Deze kennisgeving geldt ook voor de terugvlucht, als de heenvlucht en de terugvlucht bij dezelfde luchtvaartmaatschappij werden geboekt".

In punt 3: "Zonder voorafgaande kennisgeving overeenkomstig lid 1 moet het beheersorgaan alle redelijke inspanningen leveren om de in bijlage I vermelde bijstand te verlenen op een zodanige wijze dat de persoon in kwestie in staat is de vlucht waarvoor hij een boeking heeft, te halen".

 

Advies

De Nationale Hoge Raad wenst hierbij op te merken dat de Europese richtlijn het recht op assistentie doet ontstaan. Dit kan echter niet als een verplichting beschouwd worden, want hierdoor zou het recht op mobiliteit van de personen in het gedrang komen.
Dit houdt in dat personen die de 48-uurregeling niet naleven, de toegang tot de assistentie niet kan geweigerd worden. Maar er kan in dat geval niet verzekerd worden dat die hulpverlening optimaal kan verlopen. Wie assistentie nodig heeft moet daar kunnen op rekenen en deze moet in de mate van het mogelijke verstrekt worden.

De leden van de Raad dringen aan een informatiecampagne rond deze regeling te organiseren, want deze is onvoldoende gekend bij het doelpubliek.

In dit kader wordt er ook op gewezen dat het nuttig is ervoor te zorgen dat de aanvraag tot assistentie van de persoon te allen tijde kan ontvangen worden. De leden van de Raad geven immers aan dat dit soms problematisch is. Dit probleem hangt dan weer samen met de algemene toegankelijkheid van de luchthaven.

De vraag om assistentie van de persoon moet ook intern doorgegeven worden tussen verschillende diensten, de vrees bestaat dat het hier soms fout kan lopen. Zorgen voor een perfecte ketting kan verhinderen dat iemand die wel tijdig verwittigd heeft van zijn komst, toch niet aangekondigd blijkt.

 

Bezorgd

  • Aan de heer Peter Gheysels, Duty Manager Passengers & Customer Services The Brussels Airport Company
 .
 .