Ga naar de inhoud

Advies 2026/08: Deontologische code van professionele bewindvoerders

 

Op verzoek van de strategische cel Justitie.

 

Over

het ontwerp van deontologische code voor de professionele bewindvoerders.

 

Standpunt van de NHRPH:

  • Het bijstandsregime is geen prioriteit: De code houdt geen rekening met de inhoud en de filosofie van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Veel personen met een handicap behouden in de praktijk een zekere mate van zelfstandigheid.
  • Te veel vrijheid voor de professionele bewindvoerder: De NHRPH betreurt dat het behoud van vermogen nog steeds voorrang krijgt boven het respecteren van levenskeuzes. De NHRPH betreurt dat artikel 12 nog steeds spreekt over “belang en welzijn” in plaats van de wil van de persoon centraal te stellen.
  • Zorgen over daadwerkelijk toezicht: Het opstellen van een levensplan dat de wensen van de persoon onder bescherming respecteert, is geen vereiste; bovendien heeft de vrederechter vaak noch de tijd, noch de middelen om effectief toezicht uit te oefenen op de gebruikte instrumenten of methoden voor het beheer.
 

Eisen van de NHRPH:

  • Opstellen van een levensplan: De NHRPH vereist het opstellen van een plan om de rechten, de verzoeken en het persoonlijke levensplan van de persoon onder bescherming te respecteren.
  • Klachten- en sanctiemechanisme: De NHRPH vraagt om de invoering van transparante klachtenprocedures en duidelijke sancties in geval van niet-naleving van de deontologie of de beginselen van het UNCRPD.
  • Verplichte specifieke opleiding: De code moet een opleiding over handicap, UNCRPD-mensenrechtenaanpak of toegankelijke communicatiee verplicht stellen, niet alleen voor de medewerkers, maar ook voor de bewindvoerders zelf.