Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2022/04


Advies nr. 2022/04 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de omzetting door het Directoraat-generaal Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, van Richtlijn 2019/882 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten, uitgebracht tijdens de plenaire vergadering van 17/01/2022.

Advies uitgebracht op verzoek van de FOD Economie, Directoraat-generaal Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie in zijn brief van 17/11/2022.

1. ADVIES BEZORGD

  • Voor opvolging aan de heer Bram Verckens van de FOD Economie
  • Ter info aan de heer Pierre-Yves Dermagne, Vice-Eersteminister en Minister van Economie en Werk
  • Ter info aan mevrouw Karine Lalieux, Minister van Pensioenen en Maatschappelijke Integratie, belast met Personen met een handicap, Armoedebestrijding en Beliris
  • Ter info aan Unia
  • Ter info aan het UNCRPD-coördinatiemechanisme
  • Ter info aan CAWAB en INTER
  • Ter info aan de Federale Ombudsman
  • Ter info aan het BDF

2. ONDERWERP

De op 17 april 2019 gepubliceerde Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten beoogt de harmonisatie van de regels inzake toegankelijkheid van producten en diensten voor alle lidstaten van de EU, teneinde de goede werking van de interne markt van de EU te waarborgen en een minimumniveau van toegankelijkheid voor een selectie van producten en diensten in te voeren.

Het Directoraat-generaal Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie vraagt de NHRPH een advies uit te brengen over producten en diensten die niet zijn uitgerust voor draadloze communicatie.

3. ANALYSE

De producten en diensten waarop deze richtlijn van toepassing is, worden uitvoerig beschreven in artikel 2 van de richtlijn en kunnen als volgt worden samengevat:

  • Computers en besturingssystemen
  • Geldautomaten, ticketautomaten en incheckautomaten
  • Smartphones
  • Televisie-uitrusting in verband met diensten voor digitale televisie
  • Telefoondiensten en aanverwante uitrusting
  • Toegang tot diensten van audiovisuele media zoals televisie-uitzendingen en aanverwante consumentenapparatuur
  • Diensten in verband met het vervoer van passagiers per vliegtuig, bus, trein en schip
  • Bankdiensten
  • E-books
  • E-commerce

Deze producten en diensten raken zowel de federale als de regionale bevoegdheden. Teneinde het risico van fouten bij de omzetting van deze wetgeving te beperken, is besloten dat elke overheid het deel omzet dat haar is toegewezen in overeenstemming met het juridische kader dat van toepassing is op haar controletaken.

Dit advies wordt dan ook gevraagd door het Directoraat-generaal Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie in het strikte kader van zijn specifieke bevoegdheden. Alle producten in deze lijst vallen namelijk onder Richtlijn 2014/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen, of onder Boek IX van het Wetboek van economisch recht, Veiligheid van producten en diensten, voor zover deze producten niet zijn uitgerust voor draadloze communicatie. Zodra deze producten zijn uitgerust voor draadloze communicatie, vallen ze onder Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG, en dus onder de bevoegdheid van het BIPT.

4. ADVIES

De reikwijdte van de adviesvraag is zeer beperkt. De NHRPH zou het op prijs hebben gesteld indien alle federale instanties die met een deel van de richtlijn zijn belast, hetzelfde verzoek aan de NHRPH hadden gedaan.
De voorgestelde teksten zijn eenvoudig geknipt en geplakt uit de richtlijn. De ambitie van de omzetting is dus zeer gering. De NHRPH wenst de aandacht te vestigen op een aantal verwachtingen van personen met een handicap om de uitdagingen in hun dagelijks leven beter aan te kunnen.

Formeel mist de tekst duidelijkheid

De omzetting had een gelegenheid moeten zijn om de begrippen te verduidelijken en te preciseren, ten einde de economische sector aan te moedigen en de naleving van de toegankelijkheidsvoorschriften te vergemakkelijken. Wat wordt in bijlage 1 bijvoorbeeld bedoeld met

  • “informatie gepresenteerd op een begrijpelijke manier”? betekent dit “easy to read” of iets anders?
  • “gepresenteerd op een voor de gebruikers waarneembare manier”? Volstaat het dat de betrokkene de informatie waarneemt? Het is ook van essentieel belang dat hij de betekenis ervan begrijpt.

In bijlage 3 wordt verwezen naar onevenredige last: de beoordeling wordt overgelaten aan de fabrikant. Welke maatregelen worden overwogen om de naleving aan te moedigen?

Over het toepassingsgebied,

Er zijn nog steeds grijze zones. Vallen automatische stemmachines bijvoorbeeld onder "Zelfbedieningsterminals: iv. incheckautomaten"? Zo niet, dan moet een manier worden gevonden om deze aan het toepassingsgebied van dit besluit toe te voegen, zodat elektronisch stemmen autonome toegang voor alle personen met een handicap waarborgt. En wat met parkeermeters en oplaadpunten voor elektrische voertuigen?

Over de absolute noodzaak van standaardisatie

Het is van essentieel belang dat de gehele sector toegang heeft tot bevredigende normen of technische specificaties op alle relevante technische gebieden. Of, wanneer dat niet het geval is, om deze normen en technische specificaties te ontwikkelen of bij te werken. Het in hoofdstuk IV en elders genoemde "vermoeden" van overeenstemming is te gevaarlijk, ook al is het mogelijk om later en na de ingebruikneming te reageren! Bovendien hebben de meeste ontwerpers en beheerders deze technische specificaties nodig om de door de EAA vereiste prestatiedoelstellingen te halen.

In de voorgestelde tekst wordt vaak verwezen naar de noodzaak om normen en technische specificaties te gebruiken, maar hoe zit het met gevallen waarin deze niet bestaan, verouderd of onvolledig zijn?

Het is ook van essentieel belang dat de kwaliteitsnormen van een product worden gecontroleerd en beoordeeld door de verenigingen die daarvoor technisch bekwaamd zijn.

Wat de bebouwde omgeving betreft

Zowel voor bankdiensten als voor openbaar vervoer e.d. moet ook rekening worden gehouden met de bebouwde omgeving. Een toegankelijk geld- of ticketautomaat zal voor veel personen met een handicap nutteloos zijn als zij het station of bankgebouw niet kunnen betreden omdat het ontoegankelijk is!

Het waarborgen van gelijke toegang tot de bebouwde omgeving is ook een wettelijke verplichting voor de lidstaten krachtens artikel 9 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap. Het is van essentieel belang een grootschalig project op te zetten om de voor het publiek toegankelijke gebouwen toegankelijk te maken, te beginnen met de gebouwen voor de in deze richtlijn opgenomen diensten (bankwezen, vervoer, enz.).

Wat bankdiensten betreft

De toegankelijkheid van bankdiensten moet worden uitgebreid om personen met een handicap in staat te stellen in de financiële sector te werken en om de invoering van toegankelijkheid voor bankdiensten te vergemakkelijken. Op dit moment beperkt de richtlijn het soort bankdiensten dat toegankelijk en inclusief moet zijn tot de consument. België moet verder gaan.

De ontoegankelijkheid van bankdiensten die ertoe leidt dat personen met een handicap niet in de banksector kunnen werken, is een schending van richtlijn 2000/78/EG van de Raad betreffende het algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep.

Wat de nationale noodnummers betreft

De richtlijn heeft geen betrekking op het beantwoorden van oproepen naar nationale alarmnummers. De toegankelijkheidsvoorschriften voor het beantwoorden van oproepen naar het gemeenschappelijke Europese alarmnummer "112" (bijlage I, deel V) moeten ook gelden voor het beantwoorden van oproepen naar nationale alarmnummers.

Wat micro-ondernemingen betreft

Er is ook een vrijstelling voor micro-ondernemingen die diensten verlenen. Dit is een belangrijke beperking, aangezien micro-ondernemingen de meeste niet-financiële diensten in de EU verlenen.

De uitsluiting van dienstverlenende micro-ondernemingen van de toegankelijkheidsvereisten van de richtlijn zal de meerderheid van de dienstverleners in staat stellen miljoenen potentiële klanten van hun diensten te blijven uitsluiten wegens een gebrek aan toegankelijkheid.

Bovendien biedt de richtlijn hun ook flexibiliteit voor het geval de toepassing van de toegankelijkheidvereisten voor hen een onevenredige last zou betekenen (zie hieronder). Daarom moeten ook micro-ondernemingen onder de nationale wetgeving vallen.

Het zou interessanter zijn deze maatregelen aan iedereen op te leggen en advies en hulpmiddelen aan te reiken om micro-ondernemingen te helpen aan de richtlijn te voldoen, met de medewerking van deskundigen op het gebied van toegankelijkheid.

Wat de onevenredige last betreft

In zijn General Comment nr. 2 (2014) over toegankelijkheid is het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap het niet eens met het begrip van onevenredige last van toegankelijkheid. Het merkt op: "de verplichting om toegankelijkheid te implementeren is onvoorwaardelijk".

In andere EU-wetgeving inzake de interne markt is een dergelijke vrijstelling niet gebruikelijk.

Daarom moet België bij de omzetting dit artikel volledig schrappen of zeer zorgvuldig en nauwkeurig de gronden omschrijven waarop vrijstellingen kunnen worden verleend, overeenkomstig bijlage VI van de richtlijn.

Wat de uitvoeringstermijnen betreft

De bepalingen betreffende de termijn voor de omzetting en de toepassing van de richtlijn zijn zeer ingewikkeld (artikel 31) en de termijn voor bepaalde producten en diensten is onredelijk lang (artikel 32). Bijvoorbeeld: volgens de tekst kan het gemeenschappelijke Europese alarmnummer 112 tot 2027 ontoegankelijk blijven, en kunnen ticketautomaten voor vervoer tot 20 jaar na hun ingebruikneming ontoegankelijk blijven.

De NHRPH dringt aan op duidelijke plannen met kortere termijnen voor de tenuitvoerlegging van de toegankelijkheidsvereisten voor noodcommunicatie. De toegestane termijnen zijn te lang en zullen personen met een handicap ervan weerhouden op de kar te springen, wat door COVID-19 nog is versneld. De digitalisering gaat steeds sneller, op alle gebieden, en is onomkeerbaar. Jaren wachten om een toegankelijk product of dienst te verkrijgen is niet langer aanvaardbaar.

Ten slotte lijkt het ons absoluut noodzakelijk dat nieuwe aankopen, die VÓÓR 2025 worden gedaan, nu al voldoen aan de toegankelijkheidsnormen van de richtlijn, aangezien zij nog zeer lang na hun ingebruikneming (20 jaar) in gebruik kunnen blijven, hetgeen onaanvaardbaar zou zijn voor nieuwe apparatuur.

Op het gebied van informatie en uitvoering

Het is van groot belang dat de maatregelen waarin de nieuwe wetten ter omzetting van de richtlijn voorzien, op grote schaal onder de betrokken sectoren worden verspreid. De economische actoren zijn zich bijvoorbeeld duidelijk onvoldoende bewust van de wettelijke verplichtingen in verband met digitale toegankelijkheid.

De NHRPH roept ook op tot het volgende:

  • Ervoor zorgen dat personen met een handicap en de organisaties die hen vertegenwoordigen zaken aanhangig kunnen maken bij de rechter of het bevoegde bestuursorgaan
  • Maatregelen die ervoor zorgen dat personen met een handicap ook collectief gerechtelijke stappen kunnen ondernemen in geval van overtreding van de wet door overheidsinstanties
  • Maatregelen om de ontoegankelijkheid, de hoge financiële lasten en de lange gerechtelijke procedures te verlichten

De NHRPH verzoekt de bevoegde autoriteiten tevens een colloquium te organiseren met de betrokken economische sectoren om het proces van naleving concreet op gang te brengen en hun toetreding en kennis actiever te maken.