Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2022/02


Advies nr. 2022/02 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over de inrichting van de onthaalcentra van de DG Personen met een handicap (DG HAN), uitgebracht tijdens de plenaire vergadering van 17/01/2022.

Advies uitgebracht op verzoek van de heer Peter Samyn, Voorzitter van de FOD Sociale Zekerheid - adviesvraag per e-mail van 02/12/2021.

1. ADVIES BEZORGD

  • Voor opvolging aan de heer Peter Samyn, Voorzitter van de FOD Sociale Zekerheid
  • Ter informatie aan mevrouw Karine Lalieux, Minister van Pensioenen en Maatschappelijke Integratie, belast met Personen met een handicap, Armoedebestrijding en Beliris
  • Ter informatie aan de heer Frank Vandenbroucke, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
  • Ter informatie aan Unia
  • Ter informatie aan het UNCRPD-coördinatiemechanisme
  • Ter informatie aan de federale ombudsman

2. ONDERWERP

De FOD Sociale Zekerheid bereidt de inrichting van de onthaalcentra van de DG HAN voor en vraagt het advies van de NHRPH over zijn “geactualiseerd behoefteprogramma”.

3. ANALYSE

Het is goed te verduidelijken dat de bepalingen inzake de toegankelijkheid voor personen met een handicap (PMH) zowel bezoekers als werknemers van de DG HAN en andere externe dienstverleners betreffen. De DG HAN onthaalt immers heel wat PMH in haar onthaalcentra, bijvoorbeeld in het kader van een medische expertise, een afspraak met een maatschappelijk assistent enz. De diensten moeten evenwel ook toegankelijk zijn voor personeelsleden met een handicap, bezoekers met een handicap, enz. De plenaire vergaderingen van de NHRPH hebben plaats in een gebouw van de DG HAN, namelijk de Finance Tower.

Volgens het geactualiseerde behoefteprogramma “zal het erom gaan in de toekomst comfortabele, moderne, toegankelijke, gastvrije lokalen ter beschikking te stellen van het personeel van de DG HAN, die hen in staat stellen personen met een handicap op een passende manier te ontvangen, en ook om toegang te hebben tot geschikte administratieve ruimten.

Deze onthaalcentra moeten het mogelijk maken om de problematiek van personen met een handicap in zijn geheel aan te pakken en niet langer strikt genomen vanuit medisch oogpunt.

De lokalen moeten het mogelijk maken de individuele contacten met het publiek te bevorderen en het publiek fysiek dichter bij de personeelsleden te brengen, kortom, een professionele en persoonlijke dienstverlening aanbieden.

Daartoe zullen de onthaalcentra idealiter over het volgende moeten beschikken:

  1. In de frontoffice: onthaalkantoren aangepast aan medische gesprekken (met de artsen) en sociale gesprekken (met maatschappelijk assistenten). Momenteel worden te veel opdrachten uitgevoerd op ongeschikte plaatsen (medische evaluaties in provinciale ziekenhuizen of OCMW’s, gesprekken met maatschappelijk assistenten in de hoek van een gemeentelijke administratie, …).
  2. In de backoffice: polyvalente werkplekken om het interactieve werk van alle medewerkers (administratief personeel, artsen en maatschappelijk assistenten) mogelijk te maken, ongeacht het type functie, in een geest van nauwe samenwerking.”

4. ADVIES

De NHRPH had liever gehad d at het document “geactualiseerd behoefteprogramma” een andere structuur had aangenomen. Voorbeelden van goede structuren:

  • De reglementering inzake toegankelijkheid
  • Guide d’aide à la conception d’un bâtiment accessible(“Gids voor het ontwerp van een toegankelijk gebouw”) (CAWaB)

Die 2 documenten bieden een overzicht van de minimumvereisten op het vlak van toegankelijkheid voor PMH. Gezien het feit dat de DG HAN veel personen met een handicap ontvangt en een voorbeeldfunctie zou moeten hebben op het vlak van toegankelijkheid voor PMH, waren die documenten een goed startpunt geweest, waarna de specifieke behoeften voor bepaalde gebouwen die door hun functie een aanzienlijk hoger quotum van PMH ontvangen, moesten worden toegevoegd (kleedruimtes, parkeergelegenheid, aangepaste sanitaire voorzieningen, raadplegingslokalen…). Deze behoeften worden niet in het huidige document vermeld.

De huidige structuur daarentegen beantwoordt zelfs niet aan de minimumnorm en kan dus ook bezwaarlijk een behoefteanalyse worden genoemd. Bovendien is de opsomming niet altijd even gedetailleerd. Verder is er nauwelijks aandacht voor de verstandelijke handicap en te weinig voor visuele en auditieve handicap. De NHRPH doet in wat volgt een poging om deze tekortkomingen recht te zetten.

Voorafgaande opmerking: de hieronder meermaals gebruikte term ‘persoon met een beperkte mobiliteit’ (PBM) is ongeschikt, hoewel hij vaak wordt gebruikt in bepaalde wetteksten; hij verwijst naar een grotere en minder goed gedefinieerde groep: niet enkel PMH, maar ook ouderen, zwangere vrouwen, kinderen, personen met een gebroken been, …

In de volgende analyse stelt de NHRPH een reeks wijzigingen en toevoegingen (vetgedrukt) voor aan het geactualiseerde behoefteprogramma, waarbij de structuur van de originele tekst wordt gevolgd, hoewel deze weinig relevant lijkt.

De volgende opmerkingen zijn niet volledig. Voor het uitwerken van de analyses en technische oplossingen vraagt de NHRPH om de technische structuren inzake toegankelijkheid (CAWaB, Inter) te raadplegen.

Analyse van het “geactualiseerde behoefteprogramma”

5. Eventuele verhuis van het centrum – Te observeren criteria

5.1 De ligging

Het document verduidelijkt dat bijzondere aandacht zal moeten worden besteed aan de keuze van de ligging en meer in het bijzonder aan de nabijheid van:

  • de voornaamste verkeersroutes (snelwegen, ringwegen, gewestwegen…);
  • een parking in de buurt (voor personen met beperkte mobiliteit, maar ook voor hun begeleiders);
  • het openbaar vervoer (station, bus, metro, …).

Ook al lijkt dit vanzelfsprekend, het zou goed zijn te verduidelijken dat de parkings in de buurt toegankelijk moeten zijn voor PMH. Hetzelfde geldt voor de haltes van het openbaar vervoer en het rollend materieel dat er stopt.

Deze parkings en deze haltes van het openbaar vervoer moeten overigens verbonden zijn met de hoofdingangen van de nieuwe gebouwen door middel van toegankelijke toegangswegen.

Toegankelijk betekent op zijn minst de naleving van de GSV (Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening) en andere teksten met een dwingend karakter op het gebied van de toegankelijkheid voor PMH. Aangezien de huidige regelgevende teksten een minimum vormen dat nog niet de toegankelijkheid voor de verschillende vormen van handicap kan garanderen (met de behoeften van personen met een visuele, auditieve en cognitieve handicap wordt in deze teksten niet of nauwelijks rekening gehouden), moet de naleving van normen en andere referentiedocumenten waarin rekening wordt gehouden met alle handicapsituaties, bindend worden gemaakt.

Wat parkeergelegenheid betreft, moet worden bepaald dat op de parkeerterreinen plaatsen voorbehouden moeten zijn voor PMH met een parkeerkaart, met inbegrip van enkele langere plaatsen voor het in- en uitladen van rolstoelen. Bovendien moet het minimumquotum van voorbehouden plaatsen in de GSV’s worden verhoogd met het oog op het vaker bezoeken van deze gebouwen door PMH.

Wanneer de parkings in de onmiddellijke omgeving gescheiden zijn van de gebouwen, is het ook raadzaam om bij de bevoegde autoriteiten na te gaan of het haalbaar is om kiss & ride-zones voor de ingangen van de gebouwen te creëren. Deze kiss & ride-zones moeten een stop mogelijk maken die lang genoeg is om een begeleider in staat te stellen het traject naar het onthaal met een PMH te maken (+ terugkeren naar de auto, natuurlijk).

In het document wordt ook het volgende verduidelijkt: “Alle lokalen bevinden zich gewoon op het gelijkvloers, dit om volledige toegankelijkheid voor PBM te waarborgen.”

Nogmaals, hoewel het vanzelfsprekend lijkt, lijkt het de moeite waard om het volgende te verduidelijken:

  • Dat de toegangsdeur een vlakke toegang moet bieden en ten minste moet voldoen aan alle voorschriften van de GSV’s.
  • Dat ook de toegangswegen naar de inkom ten minste moeten voldoen aan alle voorschriften van de GSV’s.

Hoewel de keuze voor lokalen op het gelijkvloers de meest toegankelijke en veilige lijkt, zijn dergelijke lokalen op de markt vaak niet beschikbaar. Indien de configuratie van het gebouw eenvoudig is en de interne en externe toegangswegen naar lokalen op andere verdiepingen toegankelijk zijn, kan het aanvaardbaar zijn een dergelijke keuze te maken.

5.2 Veiligheid van personen

In dit punt wordt het volgende verduidelijkt: “Wat betreft brandpreventie streven wij de algemene doelstellingen van de Belgische wetboeken na, namelijk:

  • Voorkomen van het ontstaan, het ontwikkelen en het verspreiden van een brand;
  • Zorgen voor de veiligheid van de personen;
  • De interventie van de brandweerlui vergemakkelijken.”

Momenteel volstaat het gebruik van de inhoud van deze teksten niet om de veiligheid en de evacuatie van PMH in een gebouw te waarborgen. Daarom lijkt het goed hieraan toe te voegen dat, gelet op het feit dat PMH heel vaak het gebouw bezoeken, een specifieke studie moet worden uitgevoerd door een preventieadviseur die is opgeleid in de specifieke behoeften van PMH. Daarnaast moeten de beoogde procedures en voorzieningen worden gevalideerd en moet een evacuatieoefening ter plaatse worden uitgevoerd door de verschillende doelgroepen van PMH (motorische, visuele, auditieve en cognitieve handicaps).

Bovendien zou kunnen worden voorzien in een specifiek standaard lastenboek over de veiligheid en de evacuatie van PMH.

In het document staat ook het volgende: “De veiligheid van onze personeelsleden mag niet worden verwaarloosd en wij bevelen de installatie van de volgende systemen aan:

  • camerabewaking;
  • inbraakalarm;
  • branddetectie;
  • toegangscontrole."

Het zou ook goed zijn te verduidelijken dat de identificatie, het begrip en het gebruik van deze voorzieningen toegankelijk moet zijn voor personen met een motorisch, visuele, auditieve of cognitieve handicap. Dit geldt zelfs indien deze voorzieningen alleen door personeelsleden wordt gebruikt, aangezien een minimumquotum van PMH onder het personeel in acht moet worden genomen, vooral bij de DG HAN.

5.3 Toegankelijkheid van het gebouw voor personen met een handicap

5.3.1 Algemene toegankelijkheid

De toevoegingen en verduidelijkingen worden in het vet opgenomen in de hierna volgende oorspronkelijke tekst. Wat niet past, is doorgehaald.

Alle gebouwen van de centrale administratie en de regionale centra van de FOD Sociale Zekerheid moeten toegankelijk zijn voor PMH. Alvorens een keuze te maken, is het daarom essentieel om te onderzoeken of de toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit wel degelijk verzekerd is voor dit gebouw, rekening houdend met de specifieke behoeften eigen aan ieder type handicap (motorisch, visueel, auditief en cognitief). De gebruiker moet in het gebouw kunnen betreden, er zich kunnen verplaatsen en het verlaten, en gebruik kunnen maken van de voorzieningen zonder in een situatie terecht te komen waarbij hij gehinderd wordt door zijn handicap.

In het algemeen moeten onder meer de volgende omgevingsbehoeften worden nageleefd:

  • een vloerbedekking die geschikt is voor het gebruik van een kinderwagen of rolstoel, maar ook voor het gebruik van technische hulpmiddelen;
  • zorgen voor voldoende brede ruimten voor een vlotte doorgang van PBM;
  • zorgen voor voldoende manoeuvreerruimte voor PBM;
  • De grijpzones en vrije ruimten voor toegang en bediening voor personen met een motorische handicap naleven;
  • Visuele, zichtbare, leesbare en begrijpelijke bewegwijzering, identificatie- en informatieborden;
  • Tactiele, podotactiele en/of auditieve bewegwijzering en identificatie- en informatieborden volgens de behandelde domeinen
  • Visuele, auditieve, fysieke en podotactiele beveiliging voor gevaren;
  • Eenvoudige en korte toegangspaden;
  • Bescherming van de verwarmingselementen;
  • Geen scherpe randen;
  • Geen uitstekende voorwerpen of bescherming ertegen;
  • Aanwezigheid van transferruimtes;
  • Kwaliteit van de visuele omgeving (natuurlijke en kunstmatige verlichting, systemen voor het regelen van de verhouding van natuurlijk en kunstmatig licht, aanwezigheid van visuele contrasten en algemene leesbaarheid);
  • Akoestisch comfort;
  • Eenvoudige omgeving waarin men zich goed kan oriënteren;
  • Geen glanzende of weerspiegelende oppervlakken;
  • Aanwezigheid van voorzieningen aangepast aan de verschillende handicapsituaties;
  • Gemakkelijke identificatie van het gebouw en de ingang ervan.

Het louter naleven van de voorschriften van de verschillende wetteksten volstaat niet voor de toegankelijkheid voor alle PMH (visuele, auditieve en cognitieve handicaps worden niet of slechts weinig in aanmerking genomen). Daarom moet worden voorzien in het naleven van aanvullende voorschriften van (idealiter normatieve) referenties.

5.3.2 Bewegwijzering in en rond het gebouw

Bewegwijzering (identificatie- en informatieborden) is nuttig voor iedereen en vooral voor PMH. Daarom lijkt het aangewezen de belangrijkste plaatsen, voorzieningen en procedures waaraan bijzondere aandacht moet worden besteed te specificeren:

  • Visuele signaletica voor het gebouw en de diensten die zichtbaar, leesbaar en begrijpelijk zijn vanaf de weg;
  • Visuele informatie over de voorwaarden tot toegang tot het gebouw (openingstijden, enz.)
  • Visuele en tactiele bewegwijzering tussen de rijweg en de toegangsdeur van het gebouw;
  • Visuele bewegwijzering tussen de parking(s) en de toegangsdeur van het gebouw;
  • Visuele en tactiele bewegwijzering tussen de toegangsdeur van het gebouw en het voornaamste onthaal van het gebouw;
  • Visuele, tactiele en auditieve bewegwijzering en identificatie- en informatieborden op het vlak van brandveiligheid (evacuatie-instructies, identificatie van evacuatieroutes en -deuren, identificatie van de vluchtplaatsen, identificatie van de verzamelpunten, EHBO-materiaal, enz.);
  • Visuele, auditieve en tactiele identificatie- en informatieborden in de liften;
  • Visuele en tactiele bewegwijzering naar de liften en trappen;
  • Visuele bewegwijzering naar uitgangen, parkings en onthaal;
  • Visuele bewegwijzering naar aangepaste en niet-aangepaste sanitaire voorzieningen;
  • Visuele en tactiele identificatieborden van lokalen bestemd voor het publiek;

In het document staat het volgende: “Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de manier waarop de visuele, auditieve en tactiele informatie wordt geplaatst en voorgesteld.

Er is op dit vlak natuurlijk interactie:

  • Met de gemeentediensten wanneer het gaat om het vlot vinden van het stadscentrum;
  • Met de Regie wanneer het gaat om het vinden van de medische dienst in het gebouw zelf;
  • Met de IDPBW (Interne Dienst voor preventie en bescherming op het werk) wanneer het gaat om de veiligheid.”

De identificatie, het begrip en het gebruik van bewegwijzering (voor identificatie, oriëntatie en informatie) door PMH – rekening houdend met de specifieke behoeften van elke handicap – is een zeer complex domein. Daarom moet worden voorzien in een interactie met een gespecialiseerd studiebureau of met verenigingen die de verschillende handicapsituaties vertegenwoordigen.

Voor het overige wordt in de verschillende GSV’s verduidelijkt dat de aanwezigheid van visuele, auditieve, tactiele en podotactiele bewegwijzering noodzakelijk is, maar er worden geen technische specificaties voor een doeltreffende uitvoering gegeven. Bijgevolg en rekening houdend met het feit dat er geen volledige Belgische norm bestaat voor de toegankelijkheid van de bewegwijzering lijkt het aangewezen te verduidelijken dat de uitvoering van de bewegwijzering moet voldoen aan de voorschriften van ISO-norm 21 542 (of andere exemplarische normen ter zake).

De toevoegingen en verduidelijkingen staan vetgedrukt in de oorspronkelijke tekst die hierna volgt.

De bewegwijzering moet rekening houden met ALLE soorten handicap:

  • De gebouwen aanpassingen voor personen met een auditieve handicap zijn vooral gericht op visuele informatie. Het is bijgevolg belangrijk alle noodzakelijke voorzieningen te voorzien van voldoende bewegwijzering, visuele, zichtbare, leesbare, begrijpelijke, doorlopende en homogene signalisatie- en informatieborden. De kwaliteit van de verlichting en de aanwezigheid van een visueel onbelemmerde omgeving (geen visuele maskers) moeten eveneens prioriteit krijgen;
  • Voor personen met een visuele handicap is een tactiele, podotactiele of auditieve aanvulling noodzakelijk. Ook de kleur, het gebruik van contrasten, de kwaliteit van de verlichting, van de visuele en geluidsomgeving moeten worden bevorderd;
  • Voor personen met een verstandelijke handicap is een eenvoudige en duidelijke informatieverstrekking van essentieel belang;
  • Personen die de taal niet kennen en personen met leesproblemen zullen worden geholpen door pictogrammen en symbolen. Deze worden systematisch aangevuld met de aanwezigheid van woorden of teksten die de regels van gemakkelijk te lezen en te begrijpen taal naleven;
  • Door te streven naar een logische structuur en een visuele omgeving die vrij is van visuele maskers kan de behoefte aan bewegwijzering en extra informatieborden worden vermeden. De ontwerper moet dus ernaar streven een zo zuiver mogelijk concept te bereiken. Er moet voor worden gezorgd dat een goed concept met informatiemateriaal en -inhoud wordt ondersteund, maar zeker niet wordt overladen. Een overvloed aan informatie kan tot verwarring leiden, niet alleen voor personen met een handicap, maar ook voor de alle personen die het gebouw betreden;
  • Personen met een handicap moeten nauwkeurige en correcte informatie krijgen over de toegankelijkheid van het gebouw. Het gebouw mag niet gunstiger en toegankelijker worden voorgesteld dan het in werkelijkheid is. Dit komt niemand ten goede en zeker niet personen met een handicap;
  • Als er een alternatieve rolstoeltoegankelijke ingang tot het gebouw is, wat wij ten zeerste afraden, moet dit duidelijk worden aangegeven. Hetzelfde geldt voor alle andere looproutes, procedures of voorzieningen (onder andere de evacuatieroutes);
  • Assistentiehonden zijn een onmisbare begeleider en zijn dus geen huisdieren. Bij de ingang van het gebouw wordt een sticker aangebracht waarop staat dat assistentiehonden zijn toegestaan.

5.4 Niet-energieverslindend gebouw & duurzame ontwikkeling

In het document wordt het volgende verduidelijkt: “Aangezien het respect voor ons milieu steeds meer een essentieel criterium wordt voor elke interventie is het belangrijk om een duurzame ontwikkelingsstrategie te integreren in de projectplanning.

Zonder exhaustief te zijn, zal bijzondere aandacht worden besteed aan de volgende punten:

  • Ecologische inrichting van de site;
  • Efficiënt waterbeheer;
  • Luchtkwaliteit;
  • Vermindering van het energieverbruik (met name door middel van aanwezigheidsmelders);
  • Duurzaam beheer van materialen en hulpbronnen;
  • Kwaliteit van het binnenmilieu;
  • Enz.”

Aangezien de keuze van bepaalde voorzieningen en uitrustingen voor sommige PMH een ongemak of zelfs een gevaar kan vormen (onder andere bepaalde voorzieningen voor de regeling van natuurlijk of kunstmatig licht), is het goed te verduidelijken dat bij de gemaakte keuzes rekening wordt gehouden met de veiligheid en het gebruikscomfort van PMH.

Op te merken valt dat het met het oog op het thermisch comfort, en meer bepaald de omgevingstemperatuur van de ruimten, van belang kan zijn te zorgen voor een hogere omgevingstemperatuur in alle lokalen of een deel daarvan (onder andere ruimten voor consultatie waarbij men zich desgevallend moet uitkleden).

8. Technische fiches

De toevoegingen of wijzigingen aan de originele tekst staan vetgedrukt in de volgende teksten.

8.1 Ingang, veiligheid en sas

De toevoegingen en wijzigingen werden aangebracht in de originele tekst. Deze tekst mist evenwel structuur, terwijl hij toch betrekking heeft op de primaire toegankelijkheid van het gebouw. Gelet op het belang van deze schakel moet de tekst worden geherstructureerd om vergetelheden of verwarring te voorkomen. Het zou zinvol zijn de tekst te structureren aan de hand van de volgende rubrieken:

  • Visuele identificatie van het gebouw en de ingang
  • Visuele en tactiele bewegwijzering van de toegangsdeur
  • Visuele, tactiele of auditieve identificatie van de in het gebouw aanwezige functies en hun toegangsvoorwaarden
  • Voorzieningen voor oproepen op afstand (videotelefonie, enz.)
  • Voorzieningen voor het openen van deuren (deuropener, badgelezer, digicode, enz.)
  • Brievenbus
  • Indeling en afmetingen van de toegangswegen en andere vrije ruimten
  • Vloerbedekking
  • Beheer van eventuele niveauverschillen
  • Visuele, fysieke of podotactiele beveiliging van verschillende soorten obstakels (uitstekende voorwerpen, paaltjes, trappen, glazen wanden, enz.)
  • Kunstmatige verlichting (dit is essentieel zowel voor de winterperiodes als voor de overgang van binnen naar buiten)
  • Inkomdeur
  • Inkomsas
  • Deurmat

Het gebouw en de ingang moeten makkelijk herkenbaar zijn vanaf de straat. De volgende kenmerken zijn essentieel:

  • Huisnummer zichtbaar vanop de straat met een grootte en een contrast die het duidelijk zichtbaar en leesbaar maken
  • De ingang, gelegen aan de straat of zichtbaar vanaf de straat, is voor iedereen dezelfde (om meervoudige toegangen te voorkomen en te zorgen dat er geen sprake is van discriminatie).
  • Wanneer de toegangsdeur niet aan de straat ligt, leiden visuele oriëntatieborden en een natuurlijke of kunstmatige gidslijn naar de ingang.
  • De functie van het gebouw en de modaliteiten voor toegang tot de verschillende diensten die het huisvest worden zichtbaar, leesbaar en begrijpelijk afgebeeld.
  • Oppervlakte van ten minste 8 m2 (rekening houdend met de manoeuvreerbaarheid van rolstoelen, enz.) en die het mogelijk maakt alle voorzieningen te gebruiken (deuren, onthaalbalie en ander meubilair) door middel van draaizones met een diameter van ten minste 150 cm, vrij van enige belemmering
  • Vloer vrij van hindernissen
  • Niet-meubilair Harde vloer
  • Zonder groot gebrek Vlakke vloer zonder gaten of scheuren groter dan 1 cm aan elke kant
  • Slipvrije vloer
  • Ondoorzichtige, matte en niet-reflecterende vloer
  • Idealiter,Geen trede, noch niveauverschil. In geval van een niveauverschil bedraagt de maximumhoogte 2 cm en moet deze afgeschuind zijn onder een hoek van maximum 30°. Echte niveauverschillen moeten worden verboden.
  • De bedieningselementen van de deur worden op een hoogte tussen 90 cm en 140 cm 110 cm geplaatst op een zijdelingse afstand van minstens 50 cm ten opzichte van ieder obstakel (inspringende hoek…). Hetzelfde geldt voor de voorzieningen voor oproepen op afstand en andere brievenbussen.
  • De ontgrendeling van de deuren moet worden uitgerust met een geluidssignaal (duidelijk hoorbaar rekening houdend met de auditieve omgeving) en lichtsignaal.
  • Een deel van de inkom moet worden beschermd door een luifel (bescherming tot de deur opengaat).
  • De glazen deuren moeten aan de onderkant en op ooghoogte worden gemarkeerd met ononderbroken stroken in een kleur die contrasteert met de onmiddellijke omgeving en de achtergrond die door de glazen wanden waarneembaar is.
  • De tapijten aan de inkom mogen geen obstakel vormen (idealiter geïntegreerd in de vlakke, dichte vloer, zonder gaten of scheuren van meer dan 1 cm).
  • De route naar het onthaal en wachtzaal moet duidelijk intuïtief zijn en vrij zijn van obstakels. Ze moet bovendien visueel en podotactiel worden aangegeven (bewegwijzering en identificatieborden).

De toegangsweg en de inkomdeur moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen om als toegankelijk te worden beschouwd:

  • De toegangsweg moet ten minste 120 cm breed zijn en bij elke richtingsverandering 150 cm breed, en vrij van obstakels.
  • Algemeen wordt aangenomen dat een persoon in een rolstoel of met behulp van een technisch hulpmiddel 95 cm vrije doorgang nodig heeft om zich te kunnen verplaatsen.
  • Voor en achter iedere deur, zowel op de toegangsweg als in de inkomsas/hal is een draaizone met een diameter van ten minste 150 cm noodzakelijk naast ieder obstakel (met inbegrip van eventuele deuropeningen).
  • Op de toegangsweg, bij de inkomdeur of in de sas zijn geen treden of niveauverschillen toegestaan.
  • De inkom is veilig en makkelijk te gebruiken.
  • Indien het gebouw een draaideur heeft, moeten naast elke draaideur klap- of schuifdeuren worden voorzien.
  • Idealiter schuiven de deuren automatisch open. Zo niet, mag de inspanning die moet worden geleverd om de deur te openen geen 30N overschrijden.
  • Indien de deur met de hand moet worden geopend, moet er een zijdelingse vrije ruimte van ten minste 50 cm zijn tussen de openingsinrichting en ieder obstakel (inspringende hoek, meubilair, enz.).

Indien het gebouw is uitgerust met een veiligheidssas zal deze worden ontworpen met een bediening (deuropening) vanaf het onthaalloket. In dit geval wordt een duidelijk hoorbaar geluidssignaal en een lichtsignaal gegeven om de zender van de oproep te waarschuwen.

In het algemeen wordt de conceptontwikkelaar verzocht steeds erop toe te zien dat de af te leggen afstanden door PBM zo kort mogelijk zijn.

8.2 Gangen

8.2.1 Toegankelijkheid gangen

Het horizontaal verkeer moet toegankelijk zijn voor PBM (behalve technische onderhoudslokalen).

De volgende aanbevelingen zijn van toepassing op de gangen:

  • De gangen moeten een minimale breedte van 1,50 m hebben, met inbegrip van de evacuatiegangen.
  • In de gangen mogen geen obstakels aanwezig zijn. Indien er tijdelijke obstakels zijn, moeten deze worden beveiligd met visuele voorzieningen die met een witte stok kunnen worden waargenomen.
  • Een richtingsverandering is toegestaan in een gang op voorwaarde dat er een vrije draaizone met een diameter van ten minste 1,50 m is voorzien (indien een persoon in een rolstoel 180° moet kunnen roteren, wordt de vrije draaizone vergroot tot ten minste 1,6 m breed en 2,15 m lang). De draaizone moet vrij zijn van alle obstakels, met inbegrip van eventuele deurbewegingen.
  • Voor de wanden van de evacuatiewegen zijn doeltreffende visuele contrasten voorzien (er mag geen twijfel worden opgewekt bij slechtziende personen).
  • De vloerbedekking mag geen enkele helling hebben die loodrecht op de looprichting staat. In geval van een helling in de looprichting, is de route (zowel binnen als buiten) voorzien van een helling die daartoe is ontworpen en uitgewerkt (op zijn minst naleven van de GSV-voorschriften).
  • In de mate van het mogelijke worden de obstakels (radiatoren, haspels, enz.) omkast. Elk obstakel dat meer dan 20 cm uitsteekt in de gangen en andere toegangswegen is visueel beveiligd en kan met een witte stok worden waargenomen.
  • Hangende obstakels mogen niet lager zijn dan een minimumhoogte van 2,30 m.
  • Interne hellende vlakken moeten worden verboden.
  • Verlichtingsniveau van ten minste 100 lux in interne horizontale gangen en tussen 150 en 200 lux op hellende vlakken en trappen. Installatie van verlichting, zodat er geen schaduwzones worden gecreëerd en keuze van verlichtingsarmaturen die geen direct visueel contact tussen de lichtbron en het oog creëren.

Bovendien moet er in de gangen voor verwarming worden gezorgd en moeten er voldoende stopcontacten worden voorzien.

8.2.2 Toegankelijkheid binnendeuren

In het algemeen moeten alle buiten- en binnendeuren toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit, met inbegrip van vluchtdeuren en nooduitgangen. De volgende eigenschappen worden verwacht:

  • Een deur die toegankelijk is voor PBM is van het type klap- of schuifdeur
  • Het gebruik van automatische schuifdeuren wordt aanbevolen. Automatische klapdeuren moeten zo veel mogelijk worden vermeden vanwege het risico op botsingen.
  • De deuren moeten volledig open kunnen blijven zonder manuele ondersteuning. Terugkeerarmen mogen niet worden gebruikt, behalve wanneer de veiligheid dit vereist en de optie van elektromagnetische deurhouders niet kan worden overwogen. Een kracht van maximum 30N mag worden gevraagd om de deur te openen.
  • Indien het gebouw uitgerust is met een binnendraaideur moeten klapdeuren of schuifdeuren naast iedere draaideur worden voorzien.
  • De minimale vrije breedte van een open deur bedraagt 95 cm.
  • De deuren worden voorafgegaan en gevolgd door een vrije draaizone van ten minste 150 cm (zonder opening).
  • De deuraccessoires (klink, slot, …) bevinden zich op een hoogte van 80 cm boven het afgewerkte vloerniveau.
  • Er is een zijdelingse ruimte van ten minste 50 cm, vrij van obstakels (met inbegrip van inspringende hoeken) in het verlengde van de klink of de voorzieningen voor het openen (drukknop, enz.).
  • De deuren, maar ook de wanden, die volledig in glas zijn nabij de looproute zijn in veiligheidsglas
  • De glazen deuren – maar ook wanden – moeten worden gemarkeerd met visueel contrasterende kleuren ten opzichte van de onmiddellijke omgeving (met inbegrip van de kleur die wordt waargenomen doorheen de glazen wand). De markering wordt aangebracht in de vorm van doorlopende stroken onderaan de glasoppervlakken en op ooghoogte (personen die zitten of kleine personen en grote personen). Gezandstraalde markeringen moeten worden verboden.
  • De deurklinken moeten in contrast staan met de kleur van het deurblad.
  • De deurklinken hebben een J- of L-vorm of verticale of horizontale stangen die gemakkelijk kunnen worden vastgenomen. Ronde deurknoppen moeten worden verboden.
  • Visuele en tactiele identificatie moet worden aangebracht op 50 cm van het deurblad aan de kant van het slot. Ze wordt geïnstalleerd op een hoogte tussen 120 en 160 cm.

8.2.3 Gelokaliseerd onthaal (LSA) (1ste-2de)

De onthaalruimte is gelokaliseerd en gepersonaliseerd (controle van de uitnodiging en oriëntatie van de burger naar de wachtzaal en vervolgens naar het onthaalkabinet waar hij ontvangen zal worden).  Deze ruimte moet een loket omvatten dat toegankelijk is voor personen in een rolstoel of die de behoefte hebben om te gaan zitten en moet hen in staat stellen te communiceren met de personeelsleden van dit administratief kantoor (idealiter een loket met twee hoogten).

Het loket moet aan de volgende eisen voldoen:

  • Het loket moet zich dicht bij de inkom bevinden.
  • Het moet visueel en podotactiel worden aangeduid (bewegwijzering en identificatieborden).
  • Een draaizone vrij van obstakels met een diameter van 150 cm moet worden voorzien voor het loket
  • De onthaalbalie mag niet zo worden ingericht dat er natuurlijke of kunstmatige achtergrondverlichting is die de bezoeker verblindt (ervoor zorgen dat een slechthorend of doof persoon gemakkelijk kan liplezen)
  • Het loket moet onderrijdbaar zijn, zodat de persoon met een handicap bijvoorbeeld een document kan invullen

Afbeelding 8.2.3

Om de veiligheid van onze personeelsleden te garanderen, moet het loket uitgerust zijn met een afscherming in plexiglas en een beveiligde toegang. De onthaalruimte moet in directe verbinding staat met de wachtzaal en zijn uitgerust met voldoende ramen om een overzicht te hebben over de inkomende en uitgaande bezoekers en de wachtzaal. Belangrijke opmerking: waar mogelijk moet een glazen scheidingswand worden vermeden.

Het loket moet zijn uitgerust met een geluidsversterker, in beide richtingen, en moet ook voorzien zijn van een magnetische ringleiding (voor slechthorenden). Er moeten ook een of meer visuele communicatiemiddelen aanwezig zijn (communicatieschermen die het lezen van geschreven taal of gebarentaal mogelijk maken).

Om de doorlooptijden van de dossiers te verkorten, worden de papieren dossiers niet langer naar Brussel verstuurd voor digitalisering, maar gedigitaliseerd in de regionale centra. Bijgevolg moet de onthaalbediende over voldoende ruimte beschikken voor zijn persoonlijke computer en voor scanapparatuur.

Wij dringen erop aan dat de onthaalbalie wordt geïntegreerd in de back-officezone (zie hieronder).

Onze eisen voor de onthaalruimte zijn de volgende:

  • Oppervlakte van 20 m2 waar alle voorzieningen (deuren, onthaalbalie en ander meubilair) onbelemmerde draaizones hebben met een diameter van ten minste 150 cm
  • Directe communicatie met de wachtzaal (snelle toegang tot de wachtzaal in geval van problemen)
  • Directe communicatie met de back-officezone
  • Uitgerust met een loket toegankelijk voor PBM (loket op twee hoogten: een onderrijdbaar deel, toegankelijk voor PBM, en een deel om ook staande personen in staat te stellen gemakkelijk documenten in te vullen). Enkel wanneer de veiligheidsmaatregelen het opleggen: afgeschermd door veiligheidsglas (met doorgeefluik), met geluidsversterker in beide richtingen en magnetische ringleiding voor slechthorenden. Er moeten ook een of meer visuele communicatiemiddelen aanwezig zijn. (communicatieschermen die het lezen van geschreven taal of gebarentaal mogelijk maken).
  • Glazen wanden om een overzicht te hebben over de wachtzaal
  • Verwarming
  • Ventilatie/klimaatregeling
  • Verlichting van ten minste 500 lux. De verlichting zodanig installeren dat er geen schaduwvlakken ontstaan en kiezen voor verlichtingsarmatuur waarbij geen enkel direct visueel contact ontstaat tussen de verlichtingsbron en het oog.
  • Werkruimte voldoende lang en breed om een werkpost en het Kofax-materiaal te installeren zonder het visueel contact tussen de onthaalbedienden en de bezoekers te belemmeren.
  • 5 stopcontacten. De stopcontacten die dienen voor het aan- en afsluiten van de stroom van voorzieningen moeten toegankelijk zijn (hoogte tussen 40 en 110 cm en geplaatst op ten minste 50 cm zijdelingse afstand van obstakels).
  • Voorbekabeling data (1 RJ 45)
  • Auditief en visueel oproep- of waarschuwingssysteem (bij afwezigheid van de onthaalbediende aan de balie)
  • Slipvrije, harde, matte vloerbedekking zonder motief dat visueel kan verwarren en met een kleur die contrasteert met de kleur van de verticale wanden
  • Vloerbedekking die bestand is tegen rolstoelverkeer en dagelijkse schoonmaakbeurten
  • Automatische veiligheidsverlichting en branddetectie met alarmsysteem (geluid en licht)
  • Voldoende ruimte langs de muren voor het plaatsen van twee kasten met een breedte van 1,20 m
  • Automatische deuropener met visuele en auditieve signalen

Opgelet: de ticketsystemen zijn zelden toegankelijk voor PMH (en meer in het bijzonder voor personen met een visuele beperking). Indien gebruik wordt gemaakt van een ticketsysteem moeten alle voorzieningen en de werking van de procedure toegankelijk zijn (aanraakschermen moeten worden verboden, visuele en vocale informatie, enz.). Idealiter wordt het gebruik van dit soort systemen vermeden.

8.4 Standaard back-officezone / landschapskantoor (OA) (1ste-2de)

De onthaalkabinetten mogen enkel worden gebruikt voor medische en maatschappelijke raadplegingen. Daarom is het noodzakelijk te beschikken over een back-officezone voor de verwerking van de dossiers van de artsen en voor de administratieve personeelsleden. De back-officezone moet uitgerust zijn met ten minste 6 werkposten en moet kunnen communiceren met de onthaaldesk (moet ook uitgerust zijn met een werkpost). Deze werkposten moeten voor PMH toegankelijk zijn. Deze zone heeft de volgende kenmerken:

  • Oppervlakte berekend op basis van het aantal gVTE en rekening houdend met een gebruik door rolstoelgebruikers, waarbij voor alle meubilair en voorzieningen voldoende vrije ruimten en manoeuvreerzones aanwezig moeten zijn
  • Verwarming en ventilatie/klimaatregeling
  • Verlichting van ten minste 500 lux. De verlichting zodanig installeren dat er geen schaduwzones ontstaan en kiezen voor verlichtingsarmatuur waarbij geen enkel direct visueel contact ontstaat tussen de verlichtingsbron en het oog.
  • Handmatige regeling voor het natuurlijk licht (homogene verlichting, in een neutrale kleur)
  • Correcte afmetingen van vrije doorgang, vrije ruimten en draaizones van deuren geschikt voor rolstoelgebruik
  • 20 stopcontacten. De stopcontacten die dienen voor het aan- en afsluiten van de stroom van voorzieningen moeten toegankelijk zijn (hoogte tussen 40 en 110 cm en geplaatst op ten minste 50 cm zijdelingse afstand van obstakels). Opgelet: wanneer stopcontacten ingewerkt zijn in de vloer mogen de stopcontacten en bekabeling de doorgang van rolstoelgebruikers, personen die slecht ter been zijn of personen met een visuele beperking niet belemmeren.
  • Voorbekabeling data (6 RJ 45)
  • Idealiter, toegangscontrole door middel van een badge (toestel zonder inbrengen), geplaatst op een hoogte van maximum 110 cm en op een zijdelingse afstand van ten minste 50 cm van iedere inspringende hoek of ander obstakel
  • Slipvrije, harde, matte vloerbedekking zonder motief dat visueel kan verwarren, en in een kleur die contrasteert met de kleur van de verticale wanden. Bestand tegen rolstoelverkeer en dagelijkse schoonmaakbeurt.
  • Automatische veiligheidsverlichting en branddetectie met alarmsysteem (geluid en licht)
  • Voldoende plaats langs de muren voor het plaatsen van twee kasten met een breedte van 1,20 m
  • Automatische deuropener uitgerust met visuele en auditieve signalen

8.5 Landschapskantoor Call Center (OA) (1ste-2de)

Wanneer meer personen fysiek aanwezig zijn in de regionale centra moeten we ook een “Call Center”-zone voorzien. Deze zone, in het landschapskantoor, moet grenzen aan de back-officezone, maar er fysiek van gescheiden zijn om de back-officezone te beschermen tegen het lawaai van de telefonische oproepen. Deze werkposten moeten toegankelijk zijn voor PMH. Deze zone heeft de volgende kenmerken:

  • Oppervlakte berekend op het aantal gVTE en rekening houdend met een gebruik door personen in een rolstoel, waarbij voor alle meubilair en voorzieningen voldoende vrije ruimten en manoeuvreerruimte aanwezig moeten zijn
  • Verwarming
  • Ventilatie/klimaatregeling
  • Verlichting van ten minste 500 lux. De verlichting zodanig installeren dat er geen schaduwvlakken ontstaan en kiezen voor verlichtingsarmatuur waarbij geen enkel direct visueel contact ontstaat tussen de verlichtingsbron en het oog.
  • Handmatige regeling voor het natuurlijk licht (homogene verlichting, in een neutrale kleur)
  • Correcte afmetingen van vrije doorgang, vrije ruimten en zones en draairichting van de deuren geschikt voor rolstoelgebruik
  • 10 stopcontacten. De stopcontacten die dienen voor het aan- en afsluiten van de stroom van voorzieningen moeten toegankelijk zijn (hoogte tussen 40 en 110 cm en geplaatst op ten minste 50 cm zijdelingse afstand van obstakels). Opgelet: wanneer stopcontacten ingewerkt zijn in de vloer mogen de stopcontacten en de bekabeling de doorgang van rolstoelgebruikers, personen die slecht ter been zijn of personen met een visuele beperking niet belemmeren.
  • Voorbekabeling data (6 RJ 45)
  • Idealiter, toegangscontrole door middel van een badge (toestel zonder inbrengen), geplaatst op een hoogte van maximum 110 cm en op een zijdelingse afstand van ten minste 50 cm van iedere inspringende hoek of ander obstakel
  • Slipvrije, harde, matte vloerbedekking zonder motief dat visueel kan verwarren en in een kleur die contrasteert met de kleur van de verticale wanden. Bestand tegen rolstoelverkeer en dagelijkse schoonmaakbeurt.
  • Automatische veiligheidsverlichting en branddetectie met alarmsysteem (geluid en licht)
  • Geluidsisolatie om de zone van het Call Center netjes van de andere zones te isoleren

8.6 Wachtza(a)l(en) (CSA) (Av. HS)

De wachtzaal is veel meer dan alleen een onthaalruimte en patiënten zijn zeer gevoelig voor de sfeer of de inrichting ervan. Een wachtzaal is niet enkel een sas om de stroom van raadplegingen te beheren: het is in zekere zin het visitekaartje van de medische kabinetten.

De wachtzaal moet fonetisch geïsoleerd zijn van de raadplegingskabinetten en van de onthaalruimte. Er zijn voldoende ergonomische (leuning, armsteunen, hoogte, helling, …) zitplaatsen en idealiter een apart kindergedeelte (met spelletjes, tijdschriften, klein meubilair, enz.).

Een hoek ingericht voor kinderen in de wachtzaal heeft de volgende algemene doelen:

  • Rust: kinderen zoeken zelf naar de zintuiglijke ervaringen van deze terugkeer naar de rust;
  • Nieuwsgierigheid: kinderen vinden het leuk om nieuwe, minder bekende situaties te verkennen;
  • Initiatief: kinderen nemen spontaan het initiatief om aantrekkelijke materialen te verkennen;
  • Bezig zijn: kinderen kunnen zo geconcentreerd blijven op een activiteit die hen de wachttijd doet vergeten. Waarom kiezen voor puzzels en kleurplaten met kleurpotloden en stiften? 
    • Ze zijn gemakkelijk te vervangen of aan te vullen.
    • Ze nemen niet veel plaats in.
    • Ze worden niet meegenomen, in tegenstelling tot een strip of een boek, een autootje, enz.
    • Bovendien is het vanuit pedagogisch oogpunt volkomen gerechtvaardigd.


De wachtzaal moet een comfortabele en aangename plaats zijn (terugdringen van het ongeduld of zelfs de angst van de patiënt).  Idealiter is er invallend daglicht en staat de klimaatregeling op in de zomer. De aanwezigheid van groene planten en het ter beschikking stellen van een waterfontein zijn elementen die een aangename omgeving creëren.  In het algemeen moet de wachtzaal een rustgevende, heldere, verluchte en gedecoreerde ruimte zijn, zodat de patiënten ontspannen kunnen wachten of informatie kunnen inwinnen in een hartelijke sfeer.

Voor de vloerbedekking moet de voorkeur worden gegeven aan tegels of linoleum.

De wachtzaal moet ook een geschikte plaats zijn voor het verspreiden van informatie.

De volgende kenmerken worden voor de wachtzaal verwacht:

  • Oppervlakte van ten minste 45 m2 (onthaalcapaciteit van 30 personen) en rekening houdend met een gebruik door personen in een rolstoel die gebruik kunnen maken van alle meubilair en voorzieningen via voldoende brede vrije doorgangsruimten en voldoende manoeuvreerruimte
  • Aanwezigheid van vrije ruimten van ten minste 90 cm breed op 130 cm lang en uitgerust met een manoeuvreerruimte van ten minste 150 cm, zodat rolstoelgebruikers zich buiten de doorgangsruimten kunnen installeren. Deze vrije ruimten moeten op verschillende plaatsen in de wachtzalen worden voorbehouden.
  • Verwarming
  • Ventilatie/klimaatregeling
  • Verlichting van ten minste 500 lux. De verlichting zodanig installeren dat er geen schaduwvlakken ontstaan en kiezen voor verlichtingsarmatuur waarbij geen enkel direct visueel contact ontstaat tussen de verlichtingsbron en het oog.
  • Handmatige regeling voor het natuurlijk licht (homogene verlichting, in een neutrale kleur)
  • In de nabijheid van het onthaalloket en de medische kabinetten
  • In de nabijheid van of direct naast de sanitaire voorzieningen
  • Watervoorziening en stopcontact voor het plaatsen van een toegankelijke waterfontein (locatie en kenmerken van de voorziening)
  • Stootbescherming voor muren
  • Slipvrije, harde, matte vloerbedekking zonder motief dat visueel kan verwarren en in een kleur die contrasteert met de kleur van de verticale wanden. Bestand tegen rolstoelverkeer en dagelijkse schoonmaakbeurten.
  • Automatische veiligheidsverlichting en branddetectie met alarmsysteem (geluid en licht)
  • Afwasbare muren
  • Installatie van wifi-toegangspunten aan het plafond (govroam)
  • Aanwezigheid van visuele en tactiele identificatie en oriëntatie

8.7 Lokale vergaderzaal (LSA) (Av. HS)

Het ter beschikking stellen van een grote gemeenschappelijke vergaderzaal kan overwogen worden (op basis van een reservering).

Indien er geen grote gemeenschappelijke vergaderzaal beschikbaar is, moet een lokale vergaderzaal worden voorzien met de volgende kenmerken:

  • Oppervlakte van ten minste 60 m2 of moet 35 deelnemers kunnen ontvangen en rekening houdend met een gebruik door personen in een rolstoel die gebruik kunnen maken van alle meubilair en voorzieningen via voldoende brede vrije doorgangsruimten en voldoende manoeuvreerruimte
  • Verwarming
  • Ventilatie/klimaatregeling
  • Verlichting van ten minste 500 lux - De verlichting zodanig installeren dat er geen schaduwvlakken ontstaan en kiezen voor verlichtingsarmatuur waarbij geen enkel direct visueel contact ontstaat tussen de verlichtingsbron en het oog.
  • Dempen van achtergrondgeluiden
  • Verduisterbare zaal voor videoprojectie
  • Toegankelijk voor personen met beperkte mobiliteit
  • Bekabeld voor Ethernet-toegang
  • Voldoende stopcontacten
  • Slipvrije, harde, matte vloerbedekking zonder motief dat visueel kan verwarren en in een kleur die contrasteert met de kleur van de verticale wanden. Bestand tegen rolstoelverkeer en dagelijkse schoonmaakbeurten. Opgelet: wanneer stopcontacten ingewerkt zijn in de vloer, mogen de stopcontacten en de bekabeling de doorgang van rolstoelgebruikers, personen die slecht ter been zijn of personen met een visuele beperking niet belemmeren.
  • Voldoende plaats langs de muren voor het plaatsen van twee kasten met een breedte van 1,20 m
  • Automatische veiligheidsverlichting en branddetectie met alarmsysteem (geluid en licht)
  • Wifi (govroam)
  • Mobiele of geïntegreerde auditieve hulpmiddelen (magnetische inductiering, schermen, koptelefoons…)

8.8 Onthaalkabinetten (CSA) (1ste-2de)

Het onthaalkabinet is de plaats waar de medische expertise gebeurt, maar ook waar de gesprekken met de maatschappelijk assistenten plaatshebben. De productiviteitsnorm die per lokaal wordt gebruikt, komt overeen met de uitvoering van 8 à 10 raadplegingen per dag en per lokaal.

Twee aparte zones scheiden de raadplegingskabinetten: een bureauhoek en een verzorgingszone. De verzorgingszone omvat een wastafel en moet beschikken over een afzonderlijke ruimte, zodat de patiënt zich kan omkleden (voorzien in klapstoel met armleuningen, toegankelijke kapstok, enz.). Deze ruimte moet kunnen worden gebruikt door rolstoelgebruikers.

Technische normen die moeten worden nageleefd en het iedere persoon met een handicap mogelijk moeten maken toegang te hebben tot het kabinet:

  • Een toegankelijke, gelijkvloerse, slipvrije toegang zonder obstakels
  • Een deur die als toegankelijk wordt beschouwd voor PBM, is van het type klap- of schuifdeur
  • De minimale vrije breedte van een open deur bedraagt 95 cm
  • De deuren worden steeds voorafgegaan en gevolgd door een vrije draaizone van ten minste 1,50 x 1,50 m vrij van deuropeningen of andere obstakels.
  • Deurklinken, sloten en schakelaars bevinden zich op een hoogte van 80 cm vanaf de afgewerkte vloer en op een zijdelingse afstand van ten minste 50 cm ten opzichte van iedere inspringende hoek of ander obstakel.
  • De deurklinken en sloten kunnen met gesloten vuist worden bediend.

De circulatie binnen het kabinet is toegankelijk en veilig voor de patiënten: de voornaamste structurerende elementen van het looppad zijn herkenbaar voor personen met een visuele beperking (vb.: visueel en/of tactiel contrast).

De verwarming/koeling moet lokaal instelbaar zijn.

Om de vertrouwelijkheid te garanderen, moet geluidsisolatie worden aangebracht in de onthaalkabinetten.

In het raadplegingskabinet moeten een bureau en een stoel (bij de deur, zodat de arts het lokaal snel kan verlaten als de patiënt agressief blijkt), 3 stoelen (onthaal bezoekers), een vrije ruimte voor rolstoelgebruikers (90 cm breed op 130 cm lang met een draaizone met een diameter van ten minste 150 cm), een in de hoogte regelbare onderzoekstafel, een kast en een medisch tafeltje (opslag van medisch materiaal) kunnen worden ondergebracht.

Voor de vloerbedekking moet de voorkeur worden gegeven aan tegels of linoleum.

Wij hebben de volgende eisen voor deze lokalen:

  • Oppervlakte van ten minste 25 m2 en rekening houdend met een gebruik door personen in een rolstoel die gebruik kunnen maken van alle meubilair en voorzieningen via voldoende brede vrije doorgangsruimten en voldoende manoeuvreerruimte
  • Toegankelijk voor personen met beperkte mobiliteit
  • Akoestische isolatie van de deur en de muren om het beroepsgeheim te vrijwaren
  • Individueel regelbare verwarming
  • Individueel regelbare ventilatie/klimaatregeling
  • Verlichting van ten minste 500 lux - De verlichting zodanig installeren dat er geen schaduwvlakken ontstaan en kiezen voor verlichtingsarmatuur waarbij geen enkel direct visueel contact ontstaat tussen de verlichtingsbron en het oog.
  • Wastafel met warm en koud water, spiegel en handdoekhouder
  • Voorzien in een mogelijkheid om de ramen te verduisteren
  • LAN-verbinding: 2 x RJ45
  • Ten minste 3 stopcontacten
  • Correcte afmetingen van vrije doorgang, vrije ruimten en zones en draairichting van deuren overeenkomstig het gebruik van een rolstoel
  • Belletje (niet binnengaan, wachten, binnengaan) met visuele en auditieve signalen
  • Een visueel en tactiel identificatieplaatje naast het deurblad aan de kant van het deuropeningssysteem
  • Slipvrije, harde, matte vloerbedekking zonder motief dat visueel kan verwarren en in een kleur die contrasteert met de kleur van de verticale wanden. Bestand tegen rolstoelverkeer en dagelijkse schoonmaakbeurten.
  • Automatische veiligheidsverlichting en branddetectie met alarmsysteem (geluid en licht)
  • Afwasbare muren
  • Zeer goede ventilatie

8.9 Sanitaire voorzieningen

8.9.1 Sanitaire voorzieningen voor bezoekers

Onze belangrijkste opdracht bestaat erin personen met een handicap te verwelkomen. Daarom moeten de sanitaire voorzieningen worden aangepast voor personen met beperkte mobiliteit. Afhankelijk van het aantal bezoekers van de site zullen ook gewone sanitaire voorzieningen voor de bezoekers ter beschikking worden gesteld.

Personen in een rolstoel hebben voldoende ruimte nodig om een ruimte binnen te komen, zich te verplaatsen en hun rolstoel te manoeuvreren. Er moeten ook transferruimtes naast het toilet zijn (zodat een rolstoelgebruiker zich naast het toilet kan herpositioneren om van de rolstoel naar het toilet te gaan), evenals een draaizone en een onbelemmerde toegang om de wastafel en andere accessoires in de ruimte te gebruiken.

Aangezien sommige mensen sterk afhankelijk zijn, moet extra ruimte worden voorzien voor verzorgers of technische hulpmiddelen.

Het gebruik van deze voorzieningen is niet strikt beperkt tot personen met een handicap: zij kunnen door alle bezoekers worden gebruikt en zullen bijzonder nuttig zijn voor zwaardere personen of moeders met kinderen. De volgende normen en aanbevelingen moeten worden toegepast:

  • Omdat sommige personen omwille van lichamelijke beperkingen liever aan één kant staan, moet er aan beide kanten van de toiletpot een transferruimte zijn (minimaal 110 cm breed vanaf de hartlijn van de toiletpot)
  • De binnenafmetingen van de ruimte moeten ten minste 220 x 220 cm bedragen
  • De deur moet naar de buitenzijde van de kamer open kunnen en moet een minimum vrije ruimte van 95 cm hebben
  • Aan beide zijden van de deuropening moeten draaizones met een diameter van ten minste 150 cm aanwezig zijn, vrij van deurbewegingen, apparatuur of andere obstakels
  • In het verlengde van de deurkruk (binnen en buiten de kamer) moet een vrije zijdelingse afstand van ten minste 50 cm aanwezig zijn.
  • Er moet ook worden gezorgd voor draaioppervlaktes vóór elke transferruimte en vóór alle apparatuur (wastafel, schakelaar, kapstok, enz.).
  • Opklapbare handgrepen worden aan beide zijden van de toiletpot geplaatst overeenkomstig de voorschriften van de GSV.
  • De spoelknop is tactiel waarneembaar, heeft een visueel contrast en kan met een gesloten vuist worden bediend.
  • De wastafel moet een minimumbreedte en -diepte van 60 cm hebben. De ruimte onder de wastafel moet vrij zijn van meubilair of andere obstakels (verzonken of ingebouwde sifon, enz.).
  • De hoogte van het bovenblad van de wastafel en de hoogte van de vrije ruimte onder de wastafel moeten voldoen aan de voorschriften van de GSV.
  • Boven de wastafel moet een spiegel worden aangebracht op ten minste 5 cm van de bovenkant van de wastafel.
  • De mengkraan moet kunnen worden geactiveerd met een gesloten vuist.
  • In de nabijheid van de wachtkamer
  • Tegels tot een minimumhoogte van 1,5 m, bij voorkeur in een kleur die contrasteert met het wit van het sanitair
  • Verlichting van ten minste 300 lux met een tuimelschakelaar geplaatst op een hoogte tussen 80 en 110 cm en op ten minste 50 cm van elke inspringende hoek
  • Akoestisch en visueel brandalarmsysteem
  • Valalarmsysteem, toegankelijk vanaf de vloer en vanaf de toiletpot
  • Zeer goede ventilatie
  • Ervoor zorgen dat toiletpapier, afvalemmer, handdoek- en zeepdispensers en bedieningselementen correct zijn geplaatst. Idealiter moeten vaste accessoires worden gebruikt om omstoten of onjuiste plaatsing door een andere gebruiker (of schoonmaakpersoneel) te voorkomen.
  • PBM-vriendelijk deursluitsysteem (brede schuifgrendel en horizontale rail aan de binnenzijde van de deur)
  • Slipvrije, harde, matte vloerbedekking zonder motief dat visueel kan verwarren en in een kleur die contrasteert met de kleur van de verticale wanden. Bestand tegen rolstoelverkeer en dagelijkse schoonmaakbeurten.
  • Automatische noodverlichting
  • Voldoende ruimte voor een luiertafel zonder het gebruik van de voorzieningen door een persoon in een rolstoel te belemmeren. Er moet ook een kleedruimte voor volwassenen zijn.
  • Er worden kapstokken op de deur geplaatst op twee verschillende hoogten (zittend en staand)
  • Een visueel en tactiel identificatieplaatje naast het deurblad aan de kant van het deuropeningssysteem

8.9.2 Particuliere sanitaire voorzieningen

Wat de toiletten voor werknemers betreft, stelt het document:
De toiletten zullen bestaan uit één of meerdere individuele wc’s en, in voorkomend geval, urinoirs, samen met één of meerdere wastafels:

  • Het aantal individuele wc’s bedraagt tenminste 1 per 15 mannelijke werknemers die gelijktijdig worden tewerkgesteld en tenminste 1 per 15 vrouwelijke werknemers die gelijktijdig worden tewerkgesteld.
  • De individuele wc’s voor de mannelijke werknemers kunnen worden vervangen door urinoirs, op voorwaarde dat het aantal individuele wc’s tenminste 1 bedraagt per 25 mannelijke werknemers die gelijktijdig worden tewerkgesteld.
  • Per vier wc’s of urinoirs wordt een wastafel voorzien.
  • De sanitaire voorzieningen zijn voorzien van spiegels en kapstokken.
  • Sanitaire voorzieningen voor het personeel moeten voldoen aan de huidige normen
  • Tegels met een minimum van 300 lux
  • Tegels tot een minimum hoogte van 1,50 m
  • Goede ventilatie.

Met het oog op de verplichting om werknemers met een handicap in dienst te nemen, dienen de volgende punten te worden toegevoegd:

  • Per toiletruimte voor werknemers moet ten minste één voor rolstoelgebruikers geschikt toilet aanwezig zijn. Wanneer het niet mogelijk is een aangepast toilet in het heren- en/of damestoiletblok te integreren, moet een aangepast toilet voor gemengd gebruik buiten het heren- of damestoilet worden geïnstalleerd. Wanneer er slechts één toilet ter beschikking van de werknemers wordt gesteld, moet het aangepast zijn voor gebruik door rolstoelgebruikers. Het ontwerp van het aangepaste toilet moet ten minste voldoen aan de eisen van de GSV en, idealiter, aan de " Guide d’aide à la conception d’un bâtiment accessible  ", opgesteld door het CAWaB.
  • Idealiter beschikt het gebouw in zijn lokalen over een kleedkamer voor volwassenen die voldoet aan de eisen van de "Guide d’aide à la conception d’un bâtiment accessible", opgesteld door het CAWaB.

8.9.4 Borstvoedingslokaal (CSA) (1ste-2de)

In dit punt wordt niet gespecificeerd dat deze ruimte toegankelijk moet zijn voor personen met een handicap en meer bepaald voor rolstoelgebruikers. Deze verduidelijking moet worden aangebracht omdat zij van grote invloed is op de omvang van de te reserveren ruimte en de indeling ervan.

8.10 Technische installaties

8.10.2 Fotokopieerlokaal (LSA) (Av. HS)

In dit punt wordt niet gespecificeerd dat deze ruimte toegankelijk moet zijn voor personen met een handicap en meer bepaald voor rolstoelgebruikers. Deze verduidelijking moet worden aangebracht omdat zij van grote invloed is op de omvang van de te reserveren ruimte en de indeling ervan.

8.11 Cafetaria (LSA) (Av. SS - HS)

In dit punt wordt niet gespecificeerd dat deze ruimte toegankelijk moet zijn voor personen met een handicap en meer bepaald voor rolstoelgebruikers. Deze verduidelijking moet worden aangebracht omdat zij van grote invloed is op de omvang van de te reserveren ruimte en de indeling ervan. Het heeft ook gevolgen voor de keuze van huishoudelijke apparaten en de toegang daartoe.

8.13 Parkeren

8.13.1 Parkeren PBM

In het document staat dat er minimaal 2 parkeerplaatsen gereserveerd moeten zijn voor PMH met een parkeerkaart. Hoewel hiermee aan de minimumquota van de GSV wordt voldaan, lijkt het toch aan de lage kant, gezien het aantal bezoekers met aangepaste parkeerbehoeften. Voorts worden geen technische eisen of andere aandachtspunten in dit verband beschreven.

Daarom zou het goed zijn het artikel aan te vullen met de volgende informatie:

  • Bij de ingang van de parkeerplaats staat bewegwijzering.
  • Vanaf de parkeerplaatsen is bewegwijzering naar de ingang zichtbaar.
  • De vloerbedekking van het gehele gebied (parkeerterreinen, toegangswegen en eventuele gedeelde toegangswegen) is hard en effen.
  • De vloer van de parkeerplaatsen en toegangswegen is horizontaal en vrij van obstakels (sprongen, gaten, scheuren, enz.).
  • De afmetingen van de voorbehouden plaatsen moeten ten minste voldoen aan de eisen van het GSV.
  • Hoge en lage identificatieborden (vloermarkeringen) voor de voorbehouden plaatsen zijn aanwezig.
  • Parkeerterreinen en de toegangswegen daartoe moeten zodanig worden ingericht dat op alle plaatsen een voldoende, homogene en doorlopende verlichting aanwezig is.
  • Gedeelde circulatieruimte (voetgangers en voertuigen) moet zoveel mogelijk worden vermeden.

8.13.2 Zones voor kortparkeren en kiss & ride

In dit punt moet worden gepreciseerd dat de kiss & ride-zones en de toegangswegen daartoe aan dezelfde technische eisen moeten voldoen als die welke in het vorige punt zijn genoemd (vloeroppervlak en -kenmerken, bewegwijzering, verlichting, enz.)

Let op: nadat er wijzigingen in het document zijn aangebracht, moet er een laatste proeflezing gebeuren.


Overleg met de verschillende bevoegde instanties op de betrokken bestuursniveaus is noodzakelijk voor een geslaagde uitvoering van de plannen.

Voor de ontwikkeling van technische analyses en oplossingen vraagt de NHRPH om de technische structuren voor toegankelijkheid te raadplegen (CAWaB, Inter).

De NHRPH zou graag een follow-up en feedback ontvangen over het dossier en over de in zijn advies geformuleerde aanbevelingen en verwachtingen.