Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

Advies 2019/06

Advies nr. 2019/06 van de Nationale Hoge Raad voor Personen met een Handicap (NHRPH) over het ontwerp van koninklijk besluit houdende verhoging van het bedrag van de inkomensvervangende tegemoetkoming met toepassing van artikel 6, § 6, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, met grote spoed uitgebracht op 03/04/2019 in de voormiddag na raadpleging van de leden via e-mail.

Advies op vraag van de heer Kris Peeters, Minister van Werk, belast met Personen met een beperking, in zijn brief van 2 april 2019.

1. ONDERWERP

Het ontwerp van koninklijk besluit houdende verhoging van het bedrag van de inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) met toepassing van artikel 6, § 6, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap heeft tot doel de bedragen van de categorieën van de inkomensvervangende tegemoetkoming te verhogen.

2. ANALYSE

Betreffende de termijn:

In een e-mail van 2 april 2019 heeft de Minister van Werk, belast met Personen met een beperking, de NHRPH om advies gevraagd over een ontwerp van koninklijk besluit tot verhoging van de bedragen van de inkomensvervangende tegemoetkoming. Dit advies werd met uiterste spoed gevraagd voor de volgende dag, 3 april 2019.

Betreffende de tekst:

Artikel 6, § 6 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap bepaalt het volgende: "De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in dit artikel vastgelegde bedragen verhogen".

Artikel 6, § 1 van de wet bepaalt het volgende:

Het basisbedrag van de inkomensvervangende tegemoetkoming is gelijk aan 5.057,25 EUR per jaar.

Dit basisbedrag wordt toegekend aan de personen die behoren tot categorie A. Dit bedrag wordt verhoogd met 50 pct. voor de personen die behoren tot categorie B en met 100 pct. voor de personen die behoren tot categorie C.

Het ontwerp van koninklijk besluit luidt als volgt:

Artikel 1. In artikel 6, § 1, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, vervangen bij de wet van 2 september 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1°  in 1°, wordt het bedrag “5.203,91” vervangen door het bedrag “5.307,99”;

2°  in 2°, wordt het bedrag “7.805,87” vervangen door het bedrag “7.961,99”.

Art. 2: In artikel 6, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 2 september 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1°  in 1°, wordt het bedrag “5.307,99” vervangen door het bedrag “5.374,34”;

2°  in 2°, wordt het bedrag “7.961,99” vervangen door het bedrag “8.061,51”;

3°  in 3°, wordt het bedrag “10.757,47” vervangen door het bedrag “10.891,94”.  

Ten slotte is de inwerkingtreding van dit ontwerp van koninklijk besluit houdende verhoging van de bedragen van de inkomensvervangende tegemoetkoming voorzien op respectievelijk 1 juli 2019 en 1 januari 2020.

3. ADVIES

De NHRPH is verheugd over deze verhoging van de bedragen van de inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen die tot de categorieën A en B behoren vanaf 1 juli 2019 en voor personen die tot de categorieën A, B en C behoren vanaf 1 januari 2020. De NHRPH waardeert deze maatregel des te meer daar hij een antwoord biedt op de kritiek die in advies 2018-22 werd geuit, namelijk de noodzaak van de verhoging van de IVT voor alle gezinscategorieën.

Deze verhoging is uiteraard nog onvoldoende om de armoedegrens te bereiken. De NHRPH herinnert er nogmaals aan dat er was beloofd het bedrag van de uitkeringen in het kader van de sociale bescherming (leefloon, IVT en IGO) te verhogen tot het bedrag van de Europese armoedegrens, in 3 schijven. De NHRPH herinnert er ook aan dat hij uiteindelijk vraagt de IVT te verhogen tot het niveau van het gewaarborgd minimuminkomen. Dit moet een belangrijk aandachtspunt van de volgende regering worden.

De NHRPH herinnert eraan dat hij al jaren pleit voor een grondigere hervorming van het tegemoetkomingenstelsel voor personen met een handicap, die werkelijk beantwoordt aan de behoeften van personen met een handicap. Hij herinnert eraan dat er al een globale tekst bestaat, vertrekkende van de behoeften van personen met een handicap en onderschreven door de verenigingen van personen met een handicap. De NHRPH hoopt van harte dat de volgende regering de hervorming van de wet van 27 februari 1987 bovenaan haar sociale prioriteitenlijst zal plaatsen.

Ook al begrijpt de NHRPH de hoogdringendheid van de adviesvraag in het licht van het snel naderende einde van de regeerperiode en de politieke context, toch is de NHRPH gekant tegen het idee van een hoogdringende beslissing (amper enkele uren!). De werking van de NHRPH berust op een pluralistische en effectieve participatie en die moet zo veel mogelijk worden gerespecteerd: een advies heeft baat bij een debat in de plenaire vergadering van de NHRPH en een gedachtewisseling met de minister die verantwoordelijk is voor de hervorming.

De NHRPH dringt erop aan dat de minister die bevoegd zal zijn voor handicap in de volgende regering voor een werkprocedure kiest die het alle NHRPH-leden mogelijk maakt op een reële en concrete manier bij te dragen tot het advies.

Ten slotte herinnert de NHRPH eraan dat België het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap op 2 juli 2009 heeft bekrachtigd. De verzoeken die de NHRPH aan de Minister richt, sluiten rechtstreeks aan bij de verbintenissen die België op internationaal niveau is aangegaan.

4. BEZORGD

  • Voor opvolging aan de heer Kris Peeters, Minister van Werk, belast Personen met een beperking;
  • Ter info aan de heer Charles Michel, Eerste Minister;
  • Ter info aan UNIA;
  • Ter info aan het interfederaal coördinatiemechanisme;
  • Ter informatie aan de Federale Ombudsman.