Ga naar de inhoud
Nationale Hoge Raad Personen met een Handicap

26/06/2020 - Handicap: lijst van prioriteiten voor de volgende federale regering

  1. De hervorming van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen voor personen met een handicap en de verhoging van de tegemoetkomingen voor personen met een handicap tot minimaal de armoedegrens.

  2. Een waardig leven voor personen met een handicap:

    1. Grondwet: Een artikel in de grondwet ter ondersteuning van de ratificatie van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (UNCRPD).
    2. Zorg en begeleiding:
      1. Collectieve gezondheidszorg op maat en betaalbare individuele zorg voor alle mensen met een handicap, ongeacht hun leeftijd; enkel zo zal de persoon echt kunnen kiezen waar hij wil wonen;
      2. Mantelzorgers moeten sociale rechten krijgen, zowel op korte als lange termijn;
      3. Verduidelijking van reikwijdte en toepassingsgebied van de protocollen voor "verpleegkundige handelingen".
    3. Justitie:
      1. Stemrecht voor alle personen met een handicap;
      2. Een correcte toepassing van de rechtsbekwaamheid: de vrederechters moeten de middelen krijgen om de beschermingsmaatregelen af te stemmen op de behoeften van elk individu.
    4. Toegang tot informatie en sociale rechten: De opeenvolgende staatshervormingen hebben het domein van de handicap onbegrijpelijk gemaakt en de mensen dreigen niet te krijgen waar ze recht op hebben. De mensen moeten duidelijk worden geïnformeerd. Er zijn mechanismes nodig voor een vlotte en correcte activering van de rechten.
    5. Tewerkstelling:
      1. Werk maken van een echt tewerkstellingsbeleid: een maatschappelijke verantwoordelijkheid van de werkgevers (toepassing van positieve acties);
      2. De correcte toepassing van het 3%-quotum aan de federale overheid;
      3. Hervormen van het "Back to Work"-stelsel in de privésector tot een performant en waardig stelsel met reële arbeidskansen voor personen met een handicap;
      4. De ‘voorafbestaande toestand’ schrappen uit artikel 100 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering ‘geneeskundige verzorging en uitkeringen’ om de werknemer met een handicap sociale bescherming te bieden, ongeacht de oorzaak van zijn of haar handicap;
      5. Mensen die wegens hun gezondheidstoestand minder kunnen werken mogen niet bestraft worden of hun sociale rechten (deels) verliezen. Sommige degeneratieve aandoeningen gaan onvermijdelijk gepaard met verlies aan arbeidsmogelijkheden. De huidige wetgeving geen vermindering van de gewerkte tijd toe zonder gedeeltelijk rechtenverlies. De erkenning van de handicap moet de persoon toelaten om niet of minder te werken wegens gezondheidsredenen, met een correcte financiële compensatie uit de sociale zekerheid. Overigens heeft de activering van personen met een handicap ook grenzen: sommige mensen kunnen nooit meer aan het werk worden gezet. Zij mogen daar niet voor worden gesanctioneerd, zelfs niet indirect.
    6. Pensioenen: Een aangepast einde van de loopbaan voor personen met een handicap met gelijkstelling van de perioden van loopbaanonderbreking, en dit ook voor mantelzorgers die gedwongen zijn hun gewerkte aantal jaren in te korten (niet noodzakelijkerwijs hun keuze).

  3. Een omgeving die volledige autonoom toegankelijk is:

    1. Financiering van de NMBS voor volledig onafhankelijk toegankelijke treinen: de nieuwe M7's moeten voor iedereen zelfstandig toegankelijk zijn;
    2. Intermodaliteit: aansluiting tussen verschillende vormen van vervoer;
    3. Een doeltreffend beheer van de dossiers van de DG Personen met een handicap (DG HAN): het nieuwe IT-programma TRIA moet een kwalitatief beheer van de tegemoetkomingen mogelijk maken;
    4. Openbare gebouwen en diensten (inclusief online-informatie en diensten) die toegankelijk zijn voor alle personen met een handicap;
    5. Een ambitieuze uitvoering van de EAA-richtlijn met reële integratie van de behoeften van personen met een handicap.

  4. Opvolging van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap:

    1. Personen met een handicap bij het beleid betrekken via de NHRPH die hen vertegenwoordigt: het secretariaat van de NHRPH versterken opdat de NHRPH zijn opdrachten kan blijven vervullen volgens de criteria van het UNCRPD (artikel 4.3, en artikel 33.3);
    2. Versterking van het coördinatiemechanisme van het UNCRPD (artikel 33.1);
    3. Unia zorgt voor de bevordering en verdediging van de rechten van personen met een handicap (art. 33.2 van het UNCRPD): elke Belg moet een klacht kunnen indienen bij Unia, ongeacht het beleids- of bevoegdheidsniveau.

De NHRPH vraagt in dit verband het volgende:

  1. De bevoegdheid ‘handicap’ moet onder de verantwoordelijkheid van een Minister vallen (in plaats van een Staatssecretaris), zodat het inclusiebeleid een prioriteit van de Ministerraad wordt (handistreaming).
  2. De NHRPH moet effectief worden betrokken bij de besluitvorming.
  3. De interministeriële conferentie ‘handicap’ moet zo snel mogelijk worden heropgestart.
  4. Om de toenemende armoede en uitsluiting (discriminatie) het hoofd te bieden wordt een federale en interfederaal prioriteitenplanning voor een coherent en efficiënt beleid een (inter)gouvernementele noodzaak.
  5. Cijfers en gegevens moeten dringend worden gekruist voor een beleid met duidelijke doelstellingen.
  6. Alle domeinen van het leven moeten toegankelijker worden voor personen met een handicap.
  7. Een betere sociale bescherming voor personen met een handicap.

================

Alle documentatie (positienota’s en adviezen van de NHRPH) zijn beschikbaar op de website van de NHRPH.

Voor meer informatie over handicap, zie het wetenschappelijk onderzoek van 2019.

Contact: Ingrid Borré, Vicevoorzitster van de NHRPH - 0475/ 51 90 54